HomeVerhalenFoto'sRouteLinksContact

 

 

Indonesië

 

 
Zondag 4 oktober  Maandag 12 oktober 
Maandag 5 oktober  Dinsdag 13 oktober 
Dinsdag 6 oktober  Woensdag 14 oktober 
Woensdag 7 oktober  Donderdag 15 oktober 
Donderdag 8 oktober  Vrijdag 16 oktober 
Vrijdag 9 oktober  Zaterdag 17 oktober 
Zaterdag 10 oktober  Zondag 18 oktober 
Zondag 11 oktober  Maandag 19 oktober 

Omdat mijn dochter Marloes voor haar afstuderen een reis mocht maken, heeft

ze voor Indonesië gekozen en ik mag mee!  Haar opa is geboren in Sukabumi (Java). Het leek ons leuk om daar te gaan kijken of er nog iets terug te vinden is van het huis waar hij is geboren en zijn jeugd heeft doorgebracht. We huren een auto en gaan heel Java door. Dan steken we over naar Bali waar we nog een paar dagen kunnen rondkijken.

 

Zondag 4 en maandag 5 oktober ´09

Om 16 uur vertrekt de trein die me via Utrecht waar ik Marloes zal treffen, naar Schiphol moet brengen. In Ommen wordt er omgeroepen dat de trein niet verder rijdt vanwege een brand in een trein bij Dalfsen. Na een tijd wachten meld ik me, samen met iemand anders die ook naar Schiphol moet, bij de conducteur. Hij belt direct en zegt dat er een taxi komt die ons naar Zwolle zal brengen. Ik word toch enigszins zenuwachtig als die taxi er na 40 min. nog niet is. Ik bel Marloes dat ik niet over Utrecht zal komen en dat we elkaar op Schiphol zullen treffen. Gelukkig rijdt de taxi flink door, zodat we de trein in Zwolle halen. Wel ben ik een uur later op Schiphol dan gepland: 20 uur. We vliegen om 20.55 dus we moeten rennen. Tijdens de boarding wordt er omgeroepen dat het vliegtuig overboekt is. Als twee vrijwilligers afzien van deze vlucht, krijgen ze een diner, een hotelovernachting en 600 euro per persoon cash. Tevens worden ze de volgende dag naar Jakarta gevlogen. Wij doen het niet, maar het lijkt wel aantrekkelijk! Marloes zag bij het bekijken van de vluchtschema's dat ons vluchtnummer niet goed was, omdat die naar Maleisië ging. Bij navraag bleek het wel te kloppen. We vliegen dus eerst naar Kuala Lumpur, dan naar Jakarta. Prima stoelen, lekker eten, rustige vlucht. Het is een Boeing 777 met 450 mensen aan boord. Geen lege stoel! 
Na 21  uur reizen, stappen we in een taxi en laten ons door het drukke verkeer van Jakarta naar ons hotel brengen. het is hier inmiddels weer donker (18 uur hier, 13 uur in Nederland) maar toch nog 33
graden. We moeten wennen aan het geld. Ik heb 500.000 rupiah gepind (35 euro) en betaal de taxi chauffeur 110.000. Het gevoel bekruipt me dat ik belazerd wordt, maar wat rekenen leert me dat het nog geen 8 euro is... voor een uur rijden! De taxi van Ommen naar Zwolle (30 min) was 65 euro! Het hotel dat ik op internet uitgezocht had, blijkt een goede keus voor ons. We rijden eerst door super chique wijken met 5 sterren hotels (wolkenkrabbers) met veel marmer, fonteinen en spiegels. Als we een straat inrijden met veel eettentjes op straat en gewone mensen, zien we ons hotel. Gelukkig een gezellige buurt. Even later zitten we aan de eerste Nasi Goreng van deze reis..

 

 Dinsdag 6 oktober ´09

Ondanks de vijf uur tijdsverschil, slapen we redelijk. Zes uur op. Na het ontbijt een stukje lopen door de bedrijvige straat. Jakarta is een super drukke stad (7 miljoen inwoners) dus we besluiten een chauffeur te regelen voor de eerste dag. De gehuurde auto heeft het stuur rechts en er wordt hier links gereden. Dit, samen met al dat verkeer dat kriskras door elkaar gaat, lijkt me toch wel wennen. De gehuurde auto blijkt een super grote, nieuwe Toyota Kijang. Bij het Avis kantoor vragen we een chauffeur en dat is geen probleem. Na 10 min. staat er en jongeman, Halimi, voor de auto. Hij spreekt een beetje Engels en rijdt goed. We halen een telefoonkaart en water. Halimi helpt ons ook met de bedragen te vertalen die we moeten betalen. Dat is wel handig. Het is zwaar bewolkt en ongeveer 32 graden. We rijden de stad uit. Door de wijk met enorme glazen wolkenkrabbers (zo hoog hebben we ze nog nooit gezien) en parken. Halimi wijst ons de plek waar de ' juli aanslagen' waren (Ritz-Carlton en Marriott hotel). Wijken met rijtjeshuizen en krotjes. Overal veel groen, buiten de stad. Palmbomen, ficussen, bamboe.

Bogor is een uurtje rijden over prima, 4 baans tol wegen. We parkeren de auto tussen de ' dokars' koetsjes met paardjes ervoor. We lopen door de " Botanische tuinen" en langs de straten, die vol staan met handeltjes. Fruit, gefrituurde hapjes, rijstgerechten, konijnen en hamsters!  Eten doen we in een overdekt winkelcentrum, waar de auto voordat we het parkeerterrein op kunnen met een spiegel gecontroleerd wordt op bommen.  Er zijn binnen in het restaurant gedeelte wel 20 loketjes waaruit je kan kiezen. Mini keukentjes waar ze je eten maken.

 

Vanuit Bogor naar Sukabumi. De weg is smal en godallemachtig wat is het druk! Wat vroeger een rustige landweg geweest moet zijn, is nu elke vierkante cm. benut. Aan beide kanten huizen en winkeltjes. Op de weg 3 tot 4 rijen verkeer. Kleine vrachtwagentjes, personenauto's, kleine busjes en daartussen duizenden brommers. Je kan bijna nergens het land in kijken. Soms even, dan zien we groene heuvels, begroeid met tropische bomen en planten. Halimi rijdt goed, we voelen ons veilig. Er wordt niet agressief gereden. Men laat invoegend verkeer zonder gemopper toe. Het toeteren is functioneel. De 60 km. rijden we in drie uur…

Het hotel dat ik heb gereserveerd, ligt in Selabintana, een wijk tegen de GEDE berg op. We nemen afscheid van Halimi, die nog aanbiedt om voor ons te blijven rijden. We zeggen nee, maar als we later zelf met de auto gaan rijden en daadwerkelijk voelen hoe het is om zo weinig ruimte te hebben, links te rijden en alle handelingen in de auto andersom te hebben, raak ik onzeker. Daar heb ik normaal niet zo  gauw last van, maar het rijden vergt zoveel concentratie, dat ik geen seconde ergens anders naar kan kijken. Dat, samen met het feit dat het rijden veel meer tijd kost dan verwacht en date en chauffeur 15 euro per dag kost (inclusief eten en onderdak) maakt dat we toch besluiten een chauffeur in te huren. Tevens heft dat het voordeel dat hij de taal spreekt en in geval van nood beter kan communiceren. We rijden dus terug naar het hotel omdat het donker wordt en we hebben nog niet gegeten. Als dan, bij terugkomst, Halimi weer voor onze deur staat om te zeggen dat hij hier ook blijft overnachten en vraagt of we nasi als ontbijt willen of roti (brood), zeggen we dat we graag nu nasi willen en wordt er na een kwartier heerlijk eten gebracht. Ondanks dat Halimi niet goed Engels praat, besluiten we hem te vragen om toch de komende dagen bij ons te blijven.

's Nachts horen we veel geluiden, voornamelijk kikkers, en er komen veel beesten binnen, mieren, duizendpoters, vliegende beesten. Ze komen onder de deur door en we leggen een handdoek voor de deur.

 

     

 

 

Woensdag 7 oktober ´09 (Sukabumi)

Tegen 7 uur worden we uit een diepe slaap gewekt door een jongeman die ons ons ontbijt komt brengen. Toast met pindakaas en thee. We eten op ons terras. De zon schijnt, de kikkers zwemmen in het prachtige zwembad voor de deur. Er zijn volgens mij geen andere gasten, dus er wordt verder toch niet in gezwommen. Het is best een mooi hotel (14 euro per nacht).

Halimi is heel blij dat hij voor ons mag rijden. We beginnen nu met het doel van de reis, zoeken naar de straat, het huis en oude gebouwen uit de tijd 1910-1930. Mijn vader, de opa van Marloes, is geboren in Sukabumi in 1919. Hij heeft voor ons een schets gemaakt van de ligging van het huis en we hebben een boek " Herinneringen uit Sukabumi" met oude foto's uit die tijd. Om hiervan kopieën te maken, gaan we naar een winkeltje. Een klein, donker, stoffig zaakje waar een handvol mannen staat. Als ze horen wat we komen doen hier in Sukabumi, raken ze enthousiast en willen allemaal helpen. Het oude plattegrondje uit 1920 gaat van hand tot hand en ze kakelen allemaal door elkaar. Ik roep Halimi erbij, zodat hij kan horen waar het allemaal over gaat en waar hij straks naartoe moet rijden. De vroegere Wilheminaweg heet nu Sansuoian Street. Twee van de mannen bieden aan om ons de weg te wijzen. Ze gaan ons voor op de brommer. Na wat puzzelen op de kaart en de wegen, vinden we het niet. In een regio-kantoor vragen we en daar is een man die veel van de stad weet. Ook hij gaat ons voor op een brommer. Uitermate vriendelijk is iedereen!

Dan zien we de bocht in de weg, zoals die op de oude kaart staat, de zijwegen, het stroompje, het klopt allemaal. Helaas staan de huizen er niet meer. Er staan nu kantoren in aanbouw van de Boedistenvereniging. We lopen er rond en fotograferen. Alle mensen zijn benieuwd wat we toch komen doen.

Dan worden we naar een huis gebracht waar een oude
Indonesische dame uit Celebes die nog goed Nederlands spreekt,

woont. Ze heet ons welkom en we gaan zitten. Ze bladert door
de foto's van het boek dat ze zelf ook blijkt te hebben! Samen
met de man van het regiokantoor gaan ze alle gebouwen langs en
kijken of ze er nog zijn. Een paar zijn er nog en daarvan
beschrijft ze hoe we er moeten komen. Veel gebouwen zijn er
uiteraard niet meer. We worden hartelijk uitgezwaaid door de
vriendelijke mevrouw Poerawinata. Dan rijden we langs het
gouvernementsgebouw, de oude Juliana-school (dat nog steeds
een school is) en naar het oude station. Dan nog naar de mooie
protestantse kerk, die door een lichte plek in de bewolking een
aureool lijkt te hebben. De oude mesigit is veranderd in een
moskee in 1938. We maken veel foto's en nemen dankbaar
afscheid na deze leerzame uren van de regio-man.

Zoeken naar een plek om te eten kan soms ingewikkeld zijn. We willen graag lokaal eten, maar ook veilig. Veel tentjes hebben vlees en kip uren in schalen liggen, dat lijkt ons te gevaarlijk voor onze Nederlandse darmen. Toch vinden we een plek waar we  10 schaaltjes met gerechten krijgen en een bak met rijst. Een rijsttafel dus. Je neemt wat je wilt en je betaalt wat je eet. Halimi eet met ons mee.

In een supermarkt kopen we o.a. wc papier, want dat hebben ze hier bijna nergens in de hotels. Er staat een emmer water met een schepbeker in het toilet. Daar dien je je mee te wassen na de toiletgang. Heel schoon dus, maar ik vraag me dan af of je met natte billen verder moet, want nergens is iets om je af te drogen...

's Avonds nog een internetcafé bezocht.

Het straatbeeld laat duidelijk zien dat we hier in een derde wereld land zijn. Krakkemikkige huisjes, dicht op de straat, eettentjes met twee borden in de 'etalage', veel mensen die op straat leven, slechte wegen, de geuren van kruiden, eten, uitlaatgassen. Afval overal en kinderen op blote voetjes. Veel beelden zijn herkenbaar voor ons uit Afrika. Mensen zijn aardig, goedlachs en behulpzaam. Terug bij het hotel worden we verwelkomt met een kikkerconcert en welkomstcomité van duizenden vliegjes en mieren op het terras.

 

     

 

Donderdag 8 oktober ´09 (Sukabumi - Cipanas)

We zitten al klaar als ons ontbijt om half zeven wordt gebracht. We rijden vandaag naar Cipanat (bij Garut), zo'n 35 km. ten zuiden van Bandung.  Het is weer een belevenis om te rijden over de overvolle wegen. Ogen tekort hebben we. Groepen schoolkinderen, de meisjes in het lang met hoofddoeken, de jongens met van die rechte hoedjes en traditionele kleding, die ons aan een pyjama doet denken.  Op hun hurken zittende mannen. Drukte in bedrijfjes vlak langs de weg: tientallen brommerreparatie plaatsen, duizenden winkeltjes, smederijen, houtvlechters, een kilometer lang alleen maar winkeltjes met hobbelpaarden, kokosnootverkopers. Vandaag krijgen we meer uitzicht over het landschap. De bekende plaatjes die we kennen van Indonesië: sawa's met gebukte rijstplanters, palmbomen, hoge bergtoppen op de achtergrond, verscholen in witte wolken.  We zien steeds meer koetsjes met paardjes ervoor. Leuk voor ons, maar lastig voor het drukke verkeer. Verdere snelheidsbeperkers zijn de brommers, de kleine busjes die om de 50 meter stoppen, en de handkarren. De rondweg om Bandung is een tolweg en we kunnen daar opschieten, tot grote vreugde van Halimi. De 150 km. van vandaag doen we in 4,5 uur. Voor 12 uur zijn we dus al in Cipanat. Het bijzondere van deze plaats zijn de "Hotsprings", warm bronwater dat uit de berg komt stromen. Het is heel helder, warm, zacht water. De hotels hebben in elke kamer een bad waar voortdurend dit water in doorstroomt. Na wat rusten gaan we eten in een lokaal eethuisje. We kiezen Gado Gado wat ter plekke wordt gemaakt. Het is Heerlijk!! Allerlei groente gewokt met kruidige tofoe en lekkere sate-saus. We zijn wel een fortuin kwijt!!: 2,10 euro inclusief twee flesjes fanta!  Bij het hotel is een groot zwembad met het warme bronwater. Het word took gebruikt door de schooljeugd die er onder begeleiding komt zwemmen. De meisjes dragen een broek en T-shirt (de hoofddoekjes mogen af), de jongens een broek tot de knieën. Geen speciale zwemkleding dus.  We rijden 's middags richting de vulkaan Papandayan dwars door kleurrijke dorpen. Het laatste stuk weg naar de vulkaan is zo slecht dat we niet verder kunnen met de auto. Diepe gaten in de weg. We willen graag een stuk lopen en vragen Halimi terug te rijden naar de hoofdweg terwijl wij gaan lopen. Hij vindt het maar niks en staat ons elke 50 meter op te wachten of we niet toch maar weer in willen stappen. Maar het lopen is fijn en leuk omdat alle mensen zo vriendelijk zijn en ons vrolijk begroeten. Twee jongens op een brommer vragen waar we vandaan komen. Als we "Nederland" zeggen, roept ere en: "Hoe gaat het nu met u vandaag" in het Nederlands en wensen ons "nog veel plezier!!". Bij thuiskomst neem ik natuurlijk een warm bad waar mijn huid heerlijk zacht van wordt. We eten een bak noodles op de kamer.

 

         

 

Vrijdag 9 oktober ´09 (Cipanas - Pandagaran)

De wekker op zes uur, maar Allah roept ons al rond 4 uur elke nacht. Het is een mysterieus, bijna eng geluid 's nachts. De imams beginnen met een laag murmelend geluid. We horen er wel tientallen. Het geluid weergalmt door de bergen en zwelt aan. De ene is dichterbij, dus harder dan de ander. Na het lage gemompel, begint de imam de echte oproep tot gebed, altijd beginnende met een kei-hard Allaaaaaaah!! Zelfs Marloes, die met oordoppen in haar oren slaapt, wordt er wakker van. Het is lastig om daarna weer in slaap te komen.

Na een tosti omelet, rijden we rond zeven uur weg in noordelijke richting. Dat vind ik vreemd, want we willen naar het zuiden, naar zee. Ik vraag voorzichtig aan Halimi of we niet verkeerd gaan, maar hij legt uit dat de korte weg heel slecht is door de

 

aardbeving in september en daarom rijdt hij om.

We rijden urenlang door gezellige dorpjes en langs steeds groener wordende bergen, zien de mooiste mensen; in prachtige kleren. Duizenden schoolkinderen in uniform, een vader met vier kinderen op een brommertje. De brommers vliegen ons aan alle kanten voorbij. Dames achterop in amazonezit met lange wapperende hoofddoek en daar bovenop een helm! Een meisje stapt van haar vaders brommer af en legt bij wijze van afscheid zijn hand even tegen zijn wang. Kussen mag hier niet in het openbaar.

Honderden koetsen staan in de straten met prachtig opgetuigde paardjes. De paardenkoetsen en fietskoetsen zijn vaak mooi beschilderd. 

Halimi rijdt in het begin rustig, maar later harder. Hij is een kettingroker, maar rookt niet in de auto. Wij vermoeden dat het daardoor komt dat hij tegen het einde van de rit steeds harder gaat. Op het laatst rijden we met wel 80 km. per uur over de bergen met flinke haarspeldbochten en veel verkeer. Morgen zullen we hem zeggen dat hij langzamer moet rijden of pauzeren voor een sigaret.

We arriveren om 12 uur in Pandagaran aan de kust. Het ligt op een schiereiland dat met kerst 2006 zwaar is getroffen door de tsunami. Aan de westelijke kant zien we rijen karkassen staan van huizen en gebouwen. Sommige zijn opgeknapt, andere niet. We beseffen met een schok dat deze huizen geen eigenaar meer hebben... Aan de oostkant staat het Sunrise hotel. Het beste hotel van het eiland en in normale omstandigheden te duur voor ons. Nu, omdat er 80% van de toeristen wegblijft, krijgen we 40% korting en kunnen er een 'luxe' kamer huren voor 30 euro. We hebben geen contant geld meer voor de lunch, dus moeten we gaan pinnen. De man van het restaurant neemt mij achterop zijn motor omdat het pinapparaat 2 kilometer ver is...

's Middags maken we een flinke wandeling. Het is erg heet. De afgelopen dagen waren we in de bergen en was de temperatuur heerlijk, hier is het broeierig, dampend heet. We lopen door het dorp en langs de zee. Weer overal lachende en vriendelijke mensen. Veel mensen zwemmen in zee, geen toeristen.

Een gesprek tijdens zonsondergang met een man die Nederlands spreekt.  Hij wijst ons op de grote zwarte vogels in de verte, die geen vogels zijn maar vliegende honden, enorme vleermuizen die als de zon ondergaat uit hun grot komen. Vampiervogels noemt hij ze. Hij leert ons ook dat het water van de tsunami hier in het hotel metershoog heeft gestaan, maar niet meer de verwoestende snelheid had zoals aan de andere kant van het schiereiland. Na 15 minuten was het water weer weg, maar alles was verwoest en hier lag een metershoge berg rommel, van boten tot auto's en huisraad.
De menukaart ziet er hier bijna net zo uit als in de Nederlandse 'chinees'. Verschillende soorten nasi, kipgerechten, maar ook gado gado en nasi capcoi (tjaptjoy).
We gaan tussen 9 en 10 uur slapen. Als ik met mijn hoofd op het kussen lig, kan ik de zee en de palmbomen zien en bedenk dat destijds uit het niets, terwijl mensen in zee zwommen of hun werkzaamheden deden, die muur van water kwam.

 

         

 

Zaterdag 10 oktober ’09 (Pandagaran - Baturaden)

Vanmorgen ga ik alleen, in alle vroegte, naar het natuurreservaat op het schiereiland. Op de weg er naartoe, langs de zee, veel mensen druk bezig met vis binnenhalen, schoonmaken en verkopen.
In het park gaat er een gids mee. Hij vertelt me veel over de bomen en planten. Ik zie herten, makaki apen, vlinders, toekans. In een grot, we hebben zaklampen bij ons, stekelvarkens en vleermuizen. Iwan, de gids, tilt stenen op om kleine schorpioenen te laten zien, mierennesten in allerlei vormen en laat zien hoe bloedrood zijn vingers worden door het wrijven van een teak-blad. Ze gebruiken jonge bladeren van de teak boom voor het maken van henna, batikverf en voor lippenstift. Als de apen dichterbij komen, draait Iwan zijn achterwerk naar ze toe en ze rennen weg! Hij vertelt dat je niet moet gaan wiebelen met je achterwerk, want dat betekent heel iets anders!! Ook zegt hij enigszins geschokt dat hij heeft gelezen over ene meneer Darwin die beweert dat wij door evolutie gevormd zijn uit apen! Maar, zegt hij er geruststellend achteraan: in een ander boel stond dat dat niet waar is en dat het maar verhaaltjes zijn... Als ik laat merken dat ik het wel geloof, begint hij maar ergens anders over.
Het is zwaar vermoeiend lopen, hoog tegen de bergwand op en het is zompig heet. Het zweet stroomt bij mij van top tot teen.
Aan de andere kant van het eiland komen we op een prachtig wet strand. Echt een tropische verrassing! Iwan vertelt dat hij tijdens de tsunami van 2006 hier, hoog op de berg was met vier Nederlandse toeristen. Ze hoorden geluiden waar ze wel van schrokken. Ze dachten aan een supergrote helikopter of een neerstortend vliegtuig. Toen ze een uur later beneden kwamen, zagen ze honderden mensen de berg op rennen en de ravage die was aangericht. Iwan belde direct zijn vrouw, (ze wonen aan de 'verkeerde' kant van het schiereiland). Ze was gelukkig net op bezoek bij oma en ze konden zich, met de baby, in veiligheid brengen. Ze zijn zo bang geworden dat ze niet meer aan zee willen wonen. Dan vraagt hij of ik de bunkers wil zien waar de Japanners zaten, maar ik zeg nee. Onze ouders en grootouders van allebei hebben zeer slechte herinneringen aan de Japanse tijd in Indonesië.
Na elven vertrekken we naar Baturaden, in het binnenland. Een tocht van vier uur. Dwars door de kampong, over een 'wit' weggetje. Nauwelijks auto's hier maar veel fietsers en brommers. Volgeladen met allerlei soorten oogst en handelswaar. Van jerrycans tot rijst en gula jawa (plakken rietsuiker). Sommige rijders zijn nauwelijks zichtbaar onder hun last bananen, kokosnoten of groente. Veel dragen de puntige hoedjes van riet.
Als Halimi zegt dat zijn geboortedorp hier een uurtje rijden vandaan is en dat zijn moeder daar woont, zeggen wij dat hij daar met de auto naartoe mag. Wij hebben de auto niet eerder nodig dan morgen om 11 uur, als we de tocht door het Baturaden natuurpark achter de rug hebben.
Hij is heel erg blij. 'Really no problem??, No problem Halimi, Your mother shall be glad to see you.'

 

         

 

Zondag 11 oktober ’09 (Baturaden - Borobudur)

Baturaden is een natuur gebied gelegen tegen een berg in midden Java. We willen hier gaan lopen, maar het valt wat tegen. Men heeft er een soort pretpark van gemaakt. Helemaal volgebouwd met prieeltjes, bruggetjes, kraampjes, speeltoestellen en een groot zwembad. Rijen met touring-bussen staan voor de ingang en kilometers lange rijen met mensen (Chinezen en Indonesiërs), voornamelijk kinderen, lopen de berg op naar het park. We hebben dubbele pech want het is zondag dus nog drukker.
Het park had er vandaag een attractie bij; wij. We worden aangestaard alsof we beroemdheden zijn. Mensen stoten elkaar aan en fotograferen stiekem met hun mobieltjes. Als we even op een bankje gaan zitten vragen ze zelfs openlijk of ze met ons op de foto mogen en kruipen tussen ons in. Ze lachen en bedanken ons. We zijn buiten de highlights van Indonesië de enige Europeanen hier.
Als ik een lief oud pinda verkopend vrouwtje op de foto zet, wordt ik op mijn beurt gefotografeerd door een chinees meisje. Halimi komt toch al om 9 uur en we rijden naar het oosten. Het gebruikelijke gekrioel op straat, maar nieuw in het straatbeeld zijn vandaag fietsers. Op West-Java zagen we ze nauwelijks, maar nu volop. Fietsers met veel bagage, rijstplanten, manden vol eenden , grote rijstzakken.
We eten in een lokaal 'buffet' restaurant. Halimi denkt dat we liever fastfood eten en is nog steeds verrast dat we wel 'indonesian' food willen. We kijken wel uit wat we eten, geen vlees, vis, geen scherpe peper en geen ijsklontjes. Dit om onze darmen te sparen en ondanks soms wat dreigend gerommel, gaat het nog goed daarmee.
We missen een afslag bij Yogjakarta waardoor Halimi de weg kwijtraakt. Het kost wel een uur om die weer terug te vinden. Dan horen we een vreemde knal op of onder de auto. Even later, 'flapperdeflap', een lekke band! Tijdens het verwisselen komt er een zwerver langs lopen. We zien ze een enkele keer vaker. Vervilt haar, vies van top tot teen, een verwilderde blik in de rode ogen. Deze man is naakt op een reepje stof om zijn middel na..
Net voor het donker arriveren we dan eindelijk bij de Borobudur. Een eenvoudig, gezellig familie hotel van een aardige familie. Er wordt heerlijk voor ons gekookt en we eten op het terras onder gefladder van een vleermuis. Om negen uur gaan we slapen.
Op het plafond van heel veel hotelkamers is een witte sticker geplakt met een rode pijl. We denken aan een nooduitgang of vluchtweg, maar vreemd genoeg wijst de pijl vaak naar een muur. Na enkele dagen zien we 'mekka' staan naast de pijl.  Bij ons is dat in het oosten, maar vanuit hier naar het noordwesten..
Verder hebben we elke nacht bezoek in  onze kamer!!  Salamanders glibberen over de muren, soms moeten we op muskietenjacht en vanavond hebben we hoog bezoek van een flinke kakkerlak van zo'n 6 a 7 cm. We hebben hem met de vliegenmepper uitgezwaaid. 

 

       

 

Maandag 12 oktober ’09 (Borobudur - Jambong)

Vijf uur op om voor zes uur naar de Borobudur te gaan. Het hotel staat er 500 meter vanaf dus we lopen er zo naartoe. Het is al goed warm, 30 graden, ondanks de vroegte. Er staan nog geen auto's op de parkeerplaats. We zijn, samen met een handvol anderen, de eerste bezoekers vandaag.
De Borobudur, ja, wat zal ik er van zeggen. Kleiner dan ik in mijn verbeelding had, 138 meter breed, erg donker door gebruik van lavastenen en rommelig druk wat betreft de beelden en reliëfs. Het feit dat de hele Borobudur is nagebouwd (omdat het origineel in zo slechte staat was) maakt het er voor  mij ook niet beter op. De symboliek van spirituele groei, dat dit monument weergeeft, heeft op mij persoonlijk ook niet zo'n indruk. Al met al vinden wij het enigszins tegenvallen, maar dat zal te maken hebben met onze verwachtingen. Lastig zijn de verkopers van prullen op het plein ervoor. Lief lachen en twee keer duidelijk 'NO, THANK YOU' helpt wel.
Terug in het hotel ben ik nog een tijdje op een muurtje langs de weg gaan zitten om te kijken naar het drukke fiets- en brommerverkeer met al die exotische lasten. Prachtig!! En wat zijn de mensen vrolijk en blij, ondanks dat ze hier in dit land met 240 miljoen (!!) andere bewoners leven, het krioelt echt van de mensen, zijn ze vriendelijk, beleefd en  geduldig en geen enkele vorm van agressie heb ik gezien.

 

We moeten vandaag ver reizen, anders lopen we vast met ons tijdschema. Aangezien de gemiddelde snelheid op 35 km. per uur ligt, ondanks het pittige rijden van Halimi, moet je voor de 280 km. toch wel 8 uur rekenen. Een prachtige tocht is het weer, met als hoogtepunt een 'binnendoor' weg tussen twee vulkaantoppen door. De smalle, landelijke weg gaat recht omhoog (zonder bochten) en aan de andere kant met tientallen haarspeldbochten weer naar beneden. Een enorme bedrijvigheid hier bij het oogsten en planten van rijst, meloenen, pompoenen, maïs en mango's. Mensen met een hak die het land bewerken. Tientallen die de oogst op het hoofd of op de rug dragen op blote voeten of op  slippers.
Na de lunch in het gebruikelijke eethuis, zit Halimi lekker te boeren in de auto. Wij schrikken er nog steeds een beetje van of schieten onwillekeurig in de lach.  Het is hier heel gewoon, maar wij kunnen er nog niet echt aan wennen.
In de eethuisjes is men onverminderd nieuwsgierig waar we vandaan komen. Soms wordt het aan ons gevraagd, maar meestal alleen aan Halimi. Inmiddels kennen we wel een paar woorden Indonesisch en verstaan iets van wat er wordt gezegd. Dat we uit Belanda (Nederland) komen en hoe we reizen. Vaak wordt er uit verlegenheid gegiecheld omdat men niet gewend is aan Europeanen in deze restaurantjes. 
Het is al donker als we arriveren in Jambong, een grote stad. 

 

           

 

Dinsdag 13 oktober ’09 (Jombang - Ngadisari)
Een stuk lopen in de stad 's morgens. Veel rolluiken zijn nog dicht, maar het is druk op straat. Kantoren zijn hier al om half zeven open. Het hotel heeft geen ontbijtmogelijkheid, dus ik zoek een supermarkt. Brood eet men hier niet, het ontbijt bestaat uit nasi, tomaat, komkommer en kroepoek. Soms wel lekker, maar niet te vaak. Ik probeer toch maar wat anders te bemachtigen. In een supermarktje ligt nog, naast blauw verschimmeld wit brood, een redelijk uitziend rond cake-achtig broodje. Iets erop is er niet, maar dat geeft niet. Een peer en wat vruchtensap erbij en wij kunnen er wel weer tegen. Brood heet hier trouwens 'roti'. Als ik bij een andere winkel vraag of er een "warnet" (een internetcafé) in de buurt is, kruipen de twee meisjes giebelend achter de toonbank en komen niet meer te voorschijn. Zie ik er zo raar uit??

Als we verder rijden, besluiten we in de eerstkomende stad dan maar een internetcafé te zoeken. Er is er wel een, maar daar is de verbinding weggevallen. Een half uurtje zoeken en vragen levert niets op. Als we over een landweggetje verder rijden en door een klein dorpje komen, ziet Halimi ineens weer een "warnet" en ja hoor, in een piepklein hutje staan 3 computers in een soort stemhokjes met prima computers en dito verbinding.
We rijden verder, langs de noordkust van Oost Java. Om dichtbij de vulkaan Bromo te komen, gaan we op een gegeven moment weer landinwaarts. Het is een smalle weg omhoog vol haarspeldbochten in een schitterende omgeving, het Tenger gebergte. Binnen een kwartier zijn we in een andere wereld. Van de drukke we op het vlakke land, nu tussen de groene hellingen met palm- en mangobomen en sawa's. De mensen zien er hier iets anders uit, meer Zuid Amerikaans. Dit wordt versterkt omdat veel mannen een deken om hun schouders hebben. Het zijn nakomelingen van Hindoes die in de 16e eeuw gevlucht zijn voor de opmars van de Islam. De Gunung (berg) Bromo, noemt men ook wel "nature's Borobudur".

Net voor het donker komen we aan bij het grappigste hotel dat ik ooit heb gezien. Een verzameling grillig gevormde Zwitserse chaletjes (de kamers) en prieeltjes, verbonden door trapjes en paadjes omringd door prachtig bloeiende planten en bomen. Het lijkt wel een Indische skihut! Alles is heel donker door het teakhout en de bamboe vloeren en plafonds, veel kitsch aan de muren, maar gezellig en een supervriendelijke ontvangst.
We regelen voor de komende nacht een jeep die ons helemaal naar boven kan brengen om de zonsopgang te zien met uitzicht op de bergen. De Bromo zelf is niet hoog (2400), maar zijn schoonheid zit hem in het plaatje. Naast de Bromo staan de pieken van de Kursi en de Batok. De stomende Bromo staat in een woestijn van grijze as.
Om acht uur gaan we slapen, want de jeep zal om half vier vertrekken.

 

         

 

Woensdag 14 oktober ’09 (Ngasisari - Kalibaru)
Samen met Halimi (die het maar niets vindt dat hij niet met de auto mag) vertrekken we in het holst van de nacht achterin een oude jeep door het aardedonker over een smalle weg omhoog. Na een paar kilometer houdt het asfalt op om over te gaan in een steil rotspad. De motor brult oorverdovend en alles rammelt. We stuiteren op het harde bankje, maar vinden het erg spannend. Het is nog donker als we na 45 minuten arriveren bij het uitzichtspunt. De lucht kleurt al rood en twee vulkaanpunten zien we uit de nevel van het dal omhoog komen. De Bromo krater zelf zien we nog niet, maar wel al de witte stoompluim. Het is een overweldigend gezicht om langzaam steeds meer licht en kleur te zien verschijnen in het landschap dat voor ons ligt. De nevel wordt dunner en de zon komt tevoorschijn waarna de Bromo krater zichtbaar wordt. We waren gewaarschuwd dat het koud zou zijn, dus hebben we veel kleren aan. Het zal ongeveer 4 graden zijn.
Terug naar de jeep en we rijden nu naar de Bromo. Weer langs rotsige, steile paden en later door de 'zandzee', een woestijn van lava stof waar de jeep doorheen glibbert. De chauffeur toetert steeds even bij elk religieus beeldje langs de weg. Een heleboel paardjes met begeleiders staan klaar om ons naar boven te brengen, maar wij gaan lopen. Het is een pittige wandeling. Eerst door het diepe stof en daarna stevig omhoog. Voor het laatste stuk, tegen de kraterwand omhoog, is een trap gemaakt van 280 treden. De zwavellucht is misselijkmakend en scherp. We hoesten en houden een sjaal voor neus en mond. Boven op de rand kunnen we in het hart van de krater kijken. Heel diep, in het midden van gebarsten aarde en stenen, horen we zwaar gerommel en er komt een enorme stoompluim naar boven.
Vandaag reizen we verder naar Kalibaru. Oorspronkelijk een koffie- en theeplantage waar men in de koloniale tijd een hotel bij heeft gebouwd. Prachtig gelegen aan de rand van het dorp en weer een prachtige tuin. Voor het eerst gaan we zwemmen in een paradijselijk zwembad. Helaas arriveren er twee busladingen vol Nederlanders en is het gedaan met de rust. Ook het eten is aangepast aan de Europesese smaak. Smakeloos en vier keer zo duur als wat we lokaal betalen. Als we de foto's op onze website willen zetten, ontdekken we een virus op de geheugenkaarten van de camera's en memory-sticks. We kunnen niets meer openen en dus geen foto's plaatsen. Een grote schok voor ons. Zullen alle foto's weg zijn? We hopen maar dat we thuis de foto's nog kunnen redden. Morgen zullen we nieuwe kaarten kopen.

We slapen heerlijk van 9 tot 6 uur.

 

           

 

Donderdag 15 oktober ’09 (Kalibaru - Ubud, Bali)

De plantage die naast het hotel ligt, en waar we doorheen lopen deze ochtend, is erg groot. We zien er maar een stukje van. Men verbouwt er koffie, cacaobonen, passievruchten, kokosnoten, abrikozen en thee. Ook zijn er enkele tientallen koeien voor de melk, wat hier een luxe artikel is.

We gaan nog een keer zwemmen en een half uurtje in de zon liggen. Ook al is het nog niet eens negen uur, Marloes is na dat halve uurtje al knalroze verbrand. Haar huid is buitengewoon gevoelig. Tijdens het ontbijt ontmoeten we twee Nederlandse dames (ik schat ze rond de 60), die hier op de fiets zijn!!  Ik moet natuurlijk even een praatje met ze maken. Hier op Java is het eigenlijk niet te doen, zeggen ze, vanwege de drukte, maar op Bali schijn je prima te kunnen fietsen.

Vandaag reizen we naar Bali. Het laatste stukje Java is weer prachtig. De boottocht duurt een half uur op een bijna doorgeroeste veerboot. Het waait flink in de smalle strook zee tussen de twee eilanden. Halimi zegt ons dat we bij de car-check, door de politie bij aankomst in Bali, niet moeten zeggen dat we een gehuurde auto hebben. Als de politie dat vraagt, zegt hij, zeg je dat de auto van een vriend is uit Jakarta. Dat scheelt 200.000 rupiah! En inderdaad, op 3 plaatsen worden we aangehouden en vraagt men of we de auto hebben gehuurd. Het verhaal lukt, en we hoeven niet te betalen. Waarom mensen met een huurauto moeten betalen, is niet duidelijk. Waarschijnlijk een extraatje voor de politieman zelf...

Aangekomen op Bali, rijden we direct verder. We willen graag naar Ubud, 180 km, maar het verkeer is nog drukker op deze hoofdweg en we rijden vaak stapvoets. We dachten dat we rust op Bali zouden vinden, daarentegen staan we al snel urenlang in de file. De eerste indruk van Bali is iets welvarender dan Java, wat waarschijnlijk is te verklaren door het toerisme. Het wemelt hier van de Europeanen, Japanners en Australiërs.

Het is al lang donker als we bij Ubud aankomen en het is daarom lastig zoeken in deze smalle straatjes naar het adres wat we hebben uitgezocht. Gelukkig lukt het uiteindelijk en hebben we weer een paradijsje gevonden. "Swasti's 2 Cottages" blijkt een zeer bijzondere logeerplek. Onze kamer is prachtig met hemelbed, groot balkom met bamboe ruststoelen met witte kussens. De badkamer heeft geen raam, dus douchen doe je in de buitenlucht. Een prachtig zwart bad is helemaal geïntegreerd in de vloer en muren met ronde hoeken. Verse bloemen liggen op bad en bed.

 

             

 

Vrijdag 16 oktober ’09 (Ubud)

Nog een groot verschil met Java is dat hier voornamelijk Hindoes wonen. De hoofddoek is bijna helemaal verdwenen uit het straatbeeld verdwenen en we zien weer blote benen. Hier en daar zien we zelfs naakte mensen die zich wassen en een stroompje. De moskeeën zijn verruild voor talloze, kitscherige tempels en echt voor elk huis minimaal een of twee altaartjes die versierd zijn met geelwitte glanzende doeken, kleurrijke verse bloemen, bladeren met hapjes rijst, waxinelichtjes en wierrook.

We slenteren door de straatjes van Ubud. Het is erg heet en schaduw is er bijna niet te vinden omdat de zon recht boven ons staat. Ubud is een groot hippie dorp tussen de rijstvelden. Vanuit onze kamer lopen we over een voetpad langs de rijstvelden, door een tropisch bos compleet met enorme liaanbomen waar tientallen makaki aapjes zitten. Dan komt het voetpad uit op de Monkey Forrest Road, de hoofdstraat. Yogafanaten, eco-aanhangers, schilders en andere artistiekelingen hebben elkaar hier gevonden. Duizenden galerietjes, winkeltjes met oliën, Boeddha beelden en talloze gebatikte zweefjurken en kralen sandalen, biologisch vegetarische eettentjes en massagesalons.

 

's middags rijden we nog naar het noorden van Bali via een kleine weg, langs het Batur meer en de lavavelden van de Baturberg. In onze gids staat, dat hier ongastvrije mensen wonen die vaak toeristen aanvallen die de Baturberg beklimmen. De dorpjes liggen buitengewoon armoedig, verwaarloosd tussen de antracietkleurige lava rotsen. Als halverwege het asfalt ophoudt, moeten we keren en dezelfde smalle weg terug nemen.

Een derde verschil met Java, de honden. In Java zag je zo goed als geen honden. Hier wel. Ze zijn bijna allemaal van hetzelfde ras en formaat, groot model Jack Russel zeg maar. Men houdt ze hier als huisdier, maar men wil alleen de mannetjes. De vrouwtjes gaan zwerven en krijgen weer jongen.

Omdat onze kamer gereserveerd is, gaan we na de eerste nacht naar een andere kamer. We krijgen nu een kamer met eigen tuin en de badkamer helemaal buiten! in een soort binnenplaatsje. Douchen onder de palmen is wel heel bijzonder. Ook komt een mooie Balinese vrouw een schaaltje van palmblad brengen met bloemen en ander offertjes. Ze sprenkelt er met bloemblaadjes wat water en wierrook over met mooie bewegingen. Het zal ons vast beschermen tegen alle kwade dingen.

Het kleine zwembad is bekleed met donkerblauwe tegeltjes. Men gebruikt hier geen chloor, maar zout. Het is lauw verwarmd door de zon.

het is de laatste dag dat we de auto hebben gehuurd. Halimi vertrekt vanavond al om bij een vriend in de buurt te overnachten. Dan gaat hij de auto terug rijden naar Jakarta, wat hij in 5 dagen denkt te doen. We hebben vanmorgen een tas gekocht voor zijn vrouw en die tas gevuld met lekkere dingen voor zijn kinderen. Ook krijgt hij onze wegenkaart van Java en Bali. Die kan hij waarschijnlijk best goed gebruiken. Samen met een fooi, opgerolde bankbiljetten in Bali-stijl verpakt met een strik van palmblad en een mooie bloem, en een diner waar we hem voor uitgenodigd hebben, willen we hem duidelijk maken dat we blij zijn geweest met hem. Uitermate goed heeft hij gereden, super alert, hij ziet alles, is geduldig en voorkomend in het verkeer. Hij vindt het allemaal prachtig en zegt dat, als we hem morgen toch nog nodig hebben, we hem dan kunnen bellen, dan komt hij direct...

 

              

 

Zaterdag 17 oktober ’09 (Ubud)

Deze dag wordt er voor het eerst niet gereisd, behalve dan op de fiets. Ubud is door het toerisme in de loop der tijd flink uitgedijd tot een grote oppervlakte en daarom te voet bijna niet meer te verkennen. Op een mountainbike van het hotel gaat het wat sneller. Omdat de versnelling van mijn fiets het niet doet en vast zit in het zwaarste verzet, moet ik toch nog lopen als de weg omhoog gaat.

Het is vandaag erg heet, ik heb er last van. We zwemmen wat en doen inkopen. Intensief werk omdat er op elke kleine aankoop onderhandeld moet worden. Het is het bekende spel van vragen en bieden. Het kost veel tijd en het moet weer even wennen. Het is hier zo goedkoop. Marloes koopt een echte zijden kimono voor 15 euro, een fles shampoo voor 60 cent. Ook de benzine is hier goedkoop:  30 eurocent per liter.

 

Toch wel meer dan de helft van de mensen zijn gekleed in sarongs, traditionele broeken, gebatikte blouses en sjaals om het voorhoofd. Regelmatig zien we grote groepen mensen die een viering gaan bijwonen. Ze lopen naar een tempel in schitterende kleding. Mannen vaak helemaal in het wit. De dames in sarongs en kanten blouses, dragen soms schalen met hoog opgestapeld fruit of manden op het hoofd. De mensen zijn hier nog prachtig slank en elegant. Fastfood is, behalve op een enkele plek in de stad, niet te koop.

In ons hotel en in de meeste hotels in Ubud wordt met pure, onbewerkte producten gewerkt voor het bereiden van eten. Veel groente, fruit en kruiden verbouwen ze zelf en de kipjes die voor onze eitjes zorgen, lopen door de tuin.

Eigenlijk willen we wel eens ergens anders eten, maar de keuken is hier zo goed dat we er meestal voor kiezen om in het hotel zelf te eten. Heerlijke salades met groente, gegrilde gekruide tofu, noten, garnalen of gebakken mie.

Het wordt al rond 5 uur donker en we moeten na het inkopen doen in het aardedonker door het apenbos fietsen. Marloes heeft een mini-mini zaklampje bij zich zodat de brommers ons kunnen zien, hoewel onze blanke armen en benen ook wel zichtbaar zullen zijn in hun koplampen.

 

             

 

Zondag 18 oktober ’09 (Ubud - Sanur)

Marloes wil graag nog de zee zien en voelen voor we morgen weer weggaan. We regelen een taxi die ons in 40 minuten naar Sanur Beach brengt. Prachtig strand met bomen. De koraalriffen liggen zo'n 50 meter van de vloedlijn en daar zijn hoge golven. Tot die rif kan je rustig zwemmen, behalve dat je volgens het waarschuwingsbord moet uitkijken voor kwallen en roggen. We huren voor een uur een stoel en zwemmen in zee en in het mooie zwembad.

Terug rijden we over de straten met werkelijk honderden werkplaatsen van houtsnijwerkers en steenhouwers. Duizenden sculpturen en beelden van Boeddha in allerlei soorten en maten, van goden, maskers en dieren van hout of van steen staan uitgestald langs de weg.

De lunch met een salade waar ik van ik brand ga staan door de pepers en scherpe dressing, en het is al zo heet...

Nog even zwemmen om af te koelen en dan weer fietsen door de smalle straten van Ubud.

Mooie doorkijkjes naar de huizen door versierde poorten met bewerkte deuren en geflankeerd door beelden en altaren.

Koffie drinken we op een doorwaai terras met een fenomenaal uitzicht over de sawa's waar men druk aan het werk is.

's Avonds hebben we een diner met een dansvoorstelling. Traditionele Balinese dansen opgevoerd door meisjes. Het is voor ons een must, niet echt ons ding, maar het hoort er een beetje bij. Het eten, Bali specialiteiten, gemaakt door de twee dames in de keuken, is erg lekker. Vis en kip met kruiden gewikkeld in een palmblad en dan op een vuurtje geroosterd. We zijn met 16 gasten, waarvan 12 Franse. De vrouw van de hoteleigenaar is Française en dat zal de reden zijn waarom bijna alle gasten van het hotel Fransen zijn, zelfs de menukaart is Frans. Als de dansmeisjes naar huis zijn, komt de hoteleigenaar zingen en gitaar spelen, wat hij zelf waarschijnlijk erg goed vindt.. maar de stemming onder de toehoorders wil er maar niet inkomen. Zodra we met goed fatsoen weg kunnen, doen we dat.

We verbaasden ons sinds we op Bali zijn over het feit dat het hier zo vroeg donker wordt. Al tegen 5 uur! Het diner zou om half acht beginnen. Ik sta nog onder de douche als de manager op onze deur klopt om te vragen wanneer we komen, iedereen is er al. We vinden het wat vreemd, want het is nog niet eens zeven uur.. Tijdens het diner kijkt Marloes op het horloge van haar buurman en ziet dat een uur later aangeeft...  en ineens valt het kwartje: op Bali is het een uur later! Vandáár dat de taxi chauffeur van gister zo lang op ons stond te wachten! Vandáár dat het zo vroeg licht is!! De mensen hebben dus lang op ons zitten wachten met het diner, terwijl ik nog rustig onder de douche stond!! We schamen ons en hebben heel wat uit te leggen.

 

               

 

Maandag 19 oktober ’09 (Ubud - Amsterdam)

Vanavond vertrekken we helaas weer. Vroeg op, want ik wil nog even een uurtje fietsen. Heerlijk is het, nog niet zo heet, "slechts" 28 graden om half zeven 's morgens. Er zijn veel mensen op straat, onderweg naar werk of naar het land met kromme snijmessen in de broekband gestoken op de bromfiets. Een man loopt met een groot varken aan een tuigje, een vrouw met een grote doos groente op het hoofd en in haar beide handen een kop, die ze bij de poten vasthoudt. Mensen gaan naar de markt om spullen te kopen of te verkopen.

Om negen uur heeft Marloes voor ons in één van tientallen ‘spa's’ hier een afspraak voor ons gemaakt. We krijgen een uitgebreide Balinese massage, een gezichtsbehandeling, een bloemencrèmebad, haar wassen en knippen, een manicure en pedicure behandeling. Vier uur lang worden we verwend. Dat is wel lekker zo vlak voor vertrek.

Na de lunch brengt de taxi ons naar de luchthaven van Denpasar. Het laatste ritje in Indonesië. Via Kuala Lumpur, waar we moeten overstappen, komen we om zes uur de volgende ochtend aan op een ijskoud Schiphol na een reistijd van 21 uur.

Het was een fantastische reis!

 

 

 

Terug naar boven

Copyright © 2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by Marloes.