Omdat mijn dochter Marloes voor haar
afstuderen een reis mocht maken,
heeft
ze voor Indonesië gekozen en
ik mag mee! Haar opa is geboren in Sukabumi (Java). Het leek ons leuk
om daar te gaan kijken of er nog
iets terug te vinden is van het huis
waar hij is geboren en zijn jeugd
heeft doorgebracht. We huren een
auto en gaan heel Java door. Dan
steken we over naar Bali waar we nog
een paar dagen kunnen rondkijken.
Zondag 4 en
maandag 5 oktober ´09
Om 16 uur vertrekt de trein die me via Utrecht waar ik Marloes zal treffen,
naar Schiphol moet brengen. In Ommen
wordt er omgeroepen dat de trein
niet verder rijdt vanwege een
brand in een trein bij Dalfsen. Na
een tijd wachten meld ik me, samen
met iemand anders die ook naar Schiphol
moet, bij de conducteur. Hij belt
direct en zegt dat er een taxi komt
die ons naar Zwolle zal brengen. Ik
word toch enigszins zenuwachtig als
die taxi er na 40 min. nog niet is.
Ik bel Marloes dat ik niet over
Utrecht zal komen en dat we elkaar
op Schiphol zullen treffen. Gelukkig
rijdt de taxi flink door, zodat we
de trein in Zwolle halen. Wel ben ik
een uur later op Schiphol dan
gepland: 20 uur. We vliegen om 20.55
dus we moeten rennen. Tijdens de
boarding wordt er omgeroepen dat het
vliegtuig overboekt is. Als twee
vrijwilligers afzien van deze
vlucht, krijgen ze een diner, een
hotelovernachting en 600 euro per
persoon cash. Tevens worden ze de
volgende dag naar Jakarta gevlogen.
Wij doen het niet, maar het lijkt
wel aantrekkelijk! Marloes zag bij
het bekijken van de vluchtschema's
dat ons vluchtnummer niet goed
was,
omdat die naar Maleisië ging. Bij
navraag bleek het wel te kloppen. We
vliegen dus eerst naar Kuala Lumpur, dan naar
Jakarta. Prima stoelen,
lekker eten, rustige vlucht. Het is
een Boeing 777 met 450 mensen aan
boord. Geen lege stoel!
Na 21 uur reizen, stappen we in een
taxi en laten ons door het drukke
verkeer van Jakarta naar ons hotel brengen. het is hier inmiddels weer
donker (18 uur hier, 13 uur in
Nederland) maar toch nog 33
graden.
We moeten wennen aan het geld. Ik
heb 500.000 rupiah gepind (35 euro)
en betaal de taxi chauffeur 110.000.
Het gevoel bekruipt me dat ik
belazerd wordt, maar wat rekenen
leert me dat het nog geen 8 euro
is... voor een uur rijden! De taxi
van Ommen naar Zwolle (30 min) was
65 euro! Het hotel dat ik op
internet uitgezocht had, blijkt een
goede keus voor ons. We rijden eerst
door super chique wijken met 5
sterren hotels (wolkenkrabbers) met
veel marmer, fonteinen en spiegels.
Als we een straat inrijden met veel
eettentjes op straat en gewone
mensen, zien we ons hotel. Gelukkig
een gezellige buurt. Even later
zitten we aan de eerste Nasi Goreng
van deze reis..
Dinsdag 6 oktober ´09
Ondanks de vijf uur tijdsverschil, slapen we redelijk. Zes uur op. Na het
ontbijt een stukje lopen door de
bedrijvige straat. Jakarta is een
super drukke stad (7 miljoen
inwoners) dus we besluiten een
chauffeur te regelen voor de eerste
dag. De gehuurde auto heeft het
stuur rechts en er wordt hier links
gereden. Dit, samen met al dat
verkeer dat kriskras door elkaar
gaat, lijkt me toch wel wennen. De
gehuurde auto blijkt een super
grote, nieuwe Toyota Kijang. Bij het
Avis kantoor vragen we een chauffeur
en dat is geen probleem. Na 10 min.
staat er en jongeman, Halimi, voor
de auto. Hij spreekt een beetje
Engels en rijdt goed. We halen een
telefoonkaart en water. Halimi helpt
ons ook met de bedragen te vertalen
die we moeten betalen. Dat is wel
handig. Het is zwaar bewolkt en
ongeveer 32 graden. We rijden de
stad uit. Door de wijk met enorme
glazen wolkenkrabbers (zo hoog
hebben we ze nog nooit gezien) en
parken. Halimi wijst ons de plek
waar de ' juli aanslagen' waren (Ritz-Carlton
en Marriott hotel). Wijken met
rijtjeshuizen en krotjes. Overal
veel groen, buiten de stad.
Palmbomen, ficussen, bamboe.
Bogor is een uurtje rijden over prima, 4 baans tol wegen. We parkeren de
auto tussen de ' dokars' koetsjes
met paardjes ervoor. We lopen door
de " Botanische tuinen" en langs de
straten, die vol staan met
handeltjes. Fruit, gefrituurde
hapjes, rijstgerechten, konijnen en
hamsters! Eten doen we in een
overdekt winkelcentrum, waar de auto
voordat we het parkeerterrein op
kunnen met een spiegel gecontroleerd
wordt op bommen. Er zijn
binnen in het restaurant gedeelte
wel 20 loketjes waaruit je kan
kiezen. Mini keukentjes waar ze je
eten maken.
Vanuit Bogor naar Sukabumi. De weg is smal en godallemachtig wat is het
druk! Wat vroeger een rustige
landweg geweest moet zijn, is nu
elke vierkante cm. benut. Aan beide
kanten huizen en winkeltjes. Op de
weg 3 tot 4 rijen verkeer. Kleine
vrachtwagentjes, personenauto's,
kleine busjes en daartussen
duizenden brommers. Je kan bijna
nergens het land in kijken. Soms
even, dan zien we groene heuvels,
begroeid met tropische bomen en
planten. Halimi rijdt goed, we
voelen ons veilig. Er wordt niet
agressief gereden. Men laat
invoegend verkeer zonder gemopper
toe. Het toeteren is functioneel. De
60 km. rijden we in drie uur…
Het hotel dat ik heb gereserveerd, ligt in Selabintana, een wijk tegen de
GEDE berg op. We nemen afscheid van
Halimi, die nog aanbiedt om voor ons
te blijven rijden. We zeggen nee,
maar als we later zelf met de auto
gaan rijden en daadwerkelijk voelen
hoe het is om zo weinig ruimte te
hebben, links te rijden en alle
handelingen in de auto andersom te
hebben, raak ik onzeker. Daar heb ik
normaal niet zo gauw last van,
maar het rijden vergt zoveel
concentratie, dat ik geen seconde
ergens anders naar kan kijken. Dat,
samen met het feit dat het rijden
veel meer tijd kost dan verwacht en
date en chauffeur 15 euro per dag
kost (inclusief eten en onderdak)
maakt dat we toch besluiten een
chauffeur in te huren. Tevens heft
dat het voordeel dat hij de taal
spreekt en in geval van nood beter
kan communiceren. We rijden dus
terug naar het hotel omdat het
donker wordt en we hebben nog niet
gegeten. Als dan, bij terugkomst,
Halimi weer voor onze deur staat om
te zeggen dat hij hier ook blijft
overnachten en vraagt of we nasi als
ontbijt willen of roti (brood),
zeggen we dat we graag nu nasi
willen en wordt er na een kwartier
heerlijk eten gebracht. Ondanks dat
Halimi niet goed Engels praat,
besluiten we hem te vragen om toch
de komende dagen bij ons te blijven.
's Nachts horen we veel geluiden, voornamelijk kikkers, en er komen veel
beesten binnen, mieren,
duizendpoters, vliegende beesten. Ze
komen onder de deur door en we
leggen een handdoek voor de deur.

Woensdag 7
oktober ´09 (Sukabumi)
Tegen 7 uur worden we uit een diepe slaap gewekt door een jongeman die ons
ons ontbijt komt brengen. Toast met
pindakaas en thee. We eten op ons
terras. De zon schijnt, de kikkers
zwemmen in het prachtige zwembad
voor de deur. Er zijn volgens mij
geen andere gasten, dus er wordt
verder toch niet in gezwommen. Het
is best een mooi hotel (14 euro per
nacht).
Halimi is heel blij dat hij voor ons mag rijden. We beginnen nu met het doel
van de reis, zoeken naar de straat,
het huis en oude gebouwen uit de
tijd 1910-1930. Mijn vader, de opa
van Marloes, is geboren in Sukabumi
in 1919. Hij heeft voor ons een
schets gemaakt van de ligging van
het huis en we hebben een boek "
Herinneringen uit Sukabumi" met oude
foto's uit die tijd. Om hiervan
kopieën te maken, gaan we naar een
winkeltje. Een klein, donker,
stoffig zaakje waar een handvol
mannen staat. Als ze horen wat we
komen doen hier in Sukabumi, raken
ze enthousiast en willen allemaal
helpen. Het oude plattegrondje uit
1920 gaat van hand tot hand en ze
kakelen allemaal door elkaar. Ik
roep Halimi erbij, zodat hij kan
horen waar het allemaal over gaat en
waar hij straks naartoe moet rijden.
De vroegere Wilheminaweg heet nu
Sansuoian Street. Twee van de mannen
bieden aan om ons de weg te wijzen.
Ze gaan ons voor op de brommer. Na
wat puzzelen op de kaart en de
wegen, vinden we het niet. In een
regio-kantoor vragen we en daar is
een man die veel van de stad weet.
Ook hij gaat ons voor op een
brommer. Uitermate vriendelijk is
iedereen!
Dan zien we de bocht in de weg, zoals die op de oude kaart staat, de
zijwegen, het stroompje, het klopt
allemaal. Helaas staan de huizen er
niet meer. Er staan nu kantoren in
aanbouw van de Boedistenvereniging.
We lopen er rond en fotograferen.
Alle mensen zijn benieuwd wat we
toch komen doen.
Dan worden we naar een huis gebracht waar een oude
Indonesische dame uit Celebes die
nog goed Nederlands spreekt,
woont. Ze heet ons welkom en we gaan
zitten. Ze bladert door
de foto's van het boek dat ze zelf
ook blijkt te hebben! Samen
met de man van het regiokantoor gaan
ze alle gebouwen langs en
kijken of ze er nog zijn. Een paar
zijn er nog en daarvan
beschrijft ze hoe we er moeten
komen. Veel gebouwen zijn er
uiteraard niet meer. We worden
hartelijk uitgezwaaid door de
vriendelijke mevrouw Poerawinata.
Dan rijden we langs het
gouvernementsgebouw, de oude
Juliana-school (dat nog steeds
een school is) en naar het oude
station. Dan nog naar de mooie
protestantse kerk, die door een
lichte plek in de bewolking een
aureool lijkt te hebben. De oude
mesigit is veranderd in een
moskee in 1938. We maken veel foto's
en nemen dankbaar
afscheid na deze leerzame uren van
de regio-man.
Zoeken naar een plek om te eten kan soms ingewikkeld zijn. We willen graag
lokaal eten, maar ook veilig. Veel
tentjes hebben vlees en kip uren in
schalen liggen, dat lijkt ons te
gevaarlijk voor onze Nederlandse
darmen. Toch vinden we een plek waar
we 10 schaaltjes met gerechten
krijgen en een bak met rijst. Een
rijsttafel dus. Je neemt wat je wilt
en je betaalt wat je eet. Halimi eet
met ons mee.
In een supermarkt kopen we o.a. wc papier, want dat hebben ze hier bijna
nergens in de hotels. Er staat een
emmer water met een schepbeker in
het toilet. Daar dien je je mee te
wassen na de toiletgang. Heel schoon
dus, maar ik vraag me dan af of je
met natte billen verder moet, want
nergens is iets om je af te
drogen...
's Avonds nog een internetcafé bezocht.
Het straatbeeld laat duidelijk zien dat we hier in een derde wereld land
zijn. Krakkemikkige huisjes, dicht
op de straat, eettentjes met twee
borden in de 'etalage', veel mensen
die op straat leven, slechte wegen,
de geuren van kruiden, eten,
uitlaatgassen. Afval overal en
kinderen op blote voetjes.
Veel beelden zijn herkenbaar voor
ons uit Afrika. Mensen zijn aardig,
goedlachs en behulpzaam. Terug bij
het hotel worden we verwelkomt met
een kikkerconcert en welkomstcomité
van duizenden vliegjes en mieren op
het terras.

Donderdag 8
oktober ´09 (Sukabumi - Cipanas)
We zitten al klaar als ons ontbijt om half zeven wordt gebracht. We rijden
vandaag naar Cipanat (bij Garut),
zo'n 35 km. ten zuiden van Bandung.
Het is weer een belevenis om te
rijden over de overvolle wegen. Ogen
tekort hebben we. Groepen
schoolkinderen, de meisjes in het
lang met hoofddoeken, de jongens met
van die rechte hoedjes en
traditionele kleding, die ons aan
een pyjama doet denken. Op hun
hurken zittende mannen. Drukte in
bedrijfjes vlak langs de weg:
tientallen brommerreparatie
plaatsen, duizenden winkeltjes,
smederijen, houtvlechters, een
kilometer lang alleen maar
winkeltjes met hobbelpaarden,
kokosnootverkopers. Vandaag krijgen
we meer uitzicht over het landschap.
De bekende plaatjes die we kennen
van Indonesië: sawa's met gebukte
rijstplanters, palmbomen, hoge
bergtoppen op de achtergrond,
verscholen in witte wolken. We zien
steeds meer koetsjes met paardjes
ervoor. Leuk voor ons, maar lastig
voor het drukke verkeer. Verdere
snelheidsbeperkers zijn de brommers,
de kleine busjes die om de 50 meter
stoppen, en de handkarren. De
rondweg om Bandung is een tolweg en
we kunnen daar opschieten, tot grote
vreugde van Halimi. De 150 km. van
vandaag doen we in 4,5 uur. Voor 12
uur zijn we dus al in Cipanat. Het
bijzondere van deze plaats zijn de "Hotsprings",
warm bronwater dat uit de berg komt
stromen. Het is heel helder, warm,
zacht water. De hotels hebben in
elke kamer een bad waar voortdurend
dit water in doorstroomt. Na wat
rusten gaan we eten in een lokaal
eethuisje. We kiezen Gado Gado wat
ter plekke wordt gemaakt. Het is
Heerlijk!! Allerlei groente gewokt
met kruidige tofoe en lekkere
sate-saus. We zijn wel een fortuin
kwijt!!: 2,10 euro inclusief twee
flesjes fanta! Bij het hotel
is een groot zwembad met het warme
bronwater. Het word took gebruikt
door de schooljeugd die er onder
begeleiding komt zwemmen. De meisjes
dragen een broek en T-shirt (de
hoofddoekjes mogen af), de jongens
een broek tot de knieën. Geen
speciale zwemkleding dus. We
rijden 's middags richting de
vulkaan Papandayan dwars door
kleurrijke dorpen. Het laatste stuk
weg naar de vulkaan is zo slecht dat
we niet verder kunnen met de auto.
Diepe gaten in de weg. We willen
graag een stuk lopen en vragen
Halimi terug te rijden naar de
hoofdweg terwijl wij gaan lopen. Hij
vindt het maar niks en staat ons
elke 50 meter op te wachten of we
niet toch maar weer in willen
stappen. Maar het lopen is fijn en
leuk omdat alle mensen zo
vriendelijk zijn en ons vrolijk
begroeten. Twee jongens op een
brommer vragen waar we vandaan
komen. Als we "Nederland" zeggen,
roept ere en: "Hoe gaat het nu met u
vandaag" in het Nederlands en wensen
ons "nog veel plezier!!". Bij
thuiskomst neem ik natuurlijk een
warm bad waar mijn huid heerlijk
zacht van wordt. We eten een bak
noodles op de kamer.

Vrijdag 9
oktober ´09 (Cipanas - Pandagaran)
De wekker op zes uur, maar Allah roept ons al rond 4 uur elke nacht. Het is
een mysterieus, bijna eng geluid 's
nachts. De imams beginnen met een
laag murmelend geluid. We horen er
wel tientallen. Het geluid weergalmt
door de bergen en zwelt aan. De ene
is dichterbij, dus harder dan de
ander. Na het lage gemompel, begint
de imam de echte oproep tot gebed,
altijd beginnende met een kei-hard
Allaaaaaaah!! Zelfs Marloes, die met
oordoppen in haar oren slaapt, wordt
er wakker van. Het is lastig om
daarna weer in slaap te komen.
Na een tosti omelet, rijden we rond zeven uur weg in noordelijke richting.
Dat vind ik vreemd, want we willen
naar het zuiden, naar zee. Ik vraag
voorzichtig aan Halimi of we niet
verkeerd gaan, maar hij legt uit dat
de korte weg heel slecht is door de
aardbeving in september en daarom
rijdt hij om.
We rijden urenlang door gezellige dorpjes en langs steeds groener wordende
bergen, zien de mooiste mensen; in
prachtige kleren. Duizenden
schoolkinderen in uniform, een vader
met vier kinderen op een brommertje.
De brommers vliegen ons aan alle
kanten voorbij. Dames achterop in
amazonezit met lange wapperende
hoofddoek en daar bovenop een helm!
Een meisje stapt van haar vaders
brommer af en legt bij wijze van
afscheid zijn hand even tegen zijn
wang. Kussen mag hier niet in het
openbaar.
Honderden koetsen staan in de straten met prachtig opgetuigde paardjes. De
paardenkoetsen en fietskoetsen zijn
vaak mooi beschilderd.
Halimi rijdt in het begin rustig, maar later harder. Hij is een
kettingroker, maar rookt niet in de
auto. Wij vermoeden dat het daardoor
komt dat hij tegen het einde van de
rit steeds harder gaat. Op het
laatst rijden we met wel 80 km. per
uur over de bergen met flinke
haarspeldbochten en veel verkeer.
Morgen zullen we hem zeggen dat hij
langzamer moet rijden of pauzeren
voor een sigaret.
We arriveren om 12 uur in Pandagaran aan de kust. Het ligt op een
schiereiland dat met kerst 2006
zwaar is getroffen door de tsunami.
Aan de westelijke kant zien we rijen
karkassen staan van huizen en
gebouwen. Sommige zijn opgeknapt,
andere niet. We beseffen met een
schok dat deze huizen geen eigenaar
meer hebben... Aan de oostkant staat
het Sunrise hotel. Het beste hotel
van het eiland en in normale
omstandigheden te duur voor ons. Nu,
omdat er 80% van de toeristen
wegblijft, krijgen we 40% korting en
kunnen er een 'luxe' kamer huren
voor 30 euro. We hebben geen contant
geld meer voor de lunch, dus moeten
we gaan pinnen. De man van het
restaurant neemt mij achterop zijn
motor omdat het pinapparaat 2
kilometer ver is...
's Middags maken we een flinke wandeling. Het is erg heet. De afgelopen
dagen waren we in de bergen en was
de temperatuur heerlijk, hier is het
broeierig, dampend heet. We lopen
door het dorp en langs de zee. Weer
overal lachende en vriendelijke
mensen. Veel mensen zwemmen in zee,
geen toeristen.
Een gesprek tijdens zonsondergang met een man die Nederlands spreekt.
Hij wijst ons op de grote zwarte
vogels in de verte, die geen vogels
zijn maar vliegende honden, enorme
vleermuizen die als de zon ondergaat
uit hun grot komen. Vampiervogels
noemt hij ze. Hij leert ons ook dat
het water van de tsunami hier in het
hotel metershoog heeft gestaan, maar
niet meer de verwoestende snelheid
had zoals aan de andere kant van het
schiereiland. Na 15 minuten was het
water weer weg, maar alles was
verwoest en hier lag een metershoge
berg rommel, van boten tot auto's en
huisraad.
De menukaart ziet er hier bijna net
zo uit als in de Nederlandse
'chinees'. Verschillende soorten
nasi, kipgerechten, maar ook gado
gado en nasi capcoi (tjaptjoy).
We gaan tussen 9 en 10 uur slapen.
Als ik met mijn hoofd op het kussen
lig, kan ik de zee en de palmbomen
zien en bedenk dat destijds uit het
niets, terwijl mensen in zee zwommen
of hun werkzaamheden deden, die muur
van water kwam.

Zaterdag 10
oktober ’09 (Pandagaran - Baturaden)
Vanmorgen ga ik alleen, in alle vroegte, naar het natuurreservaat op het
schiereiland. Op de weg er naartoe,
langs de zee, veel mensen druk bezig
met vis binnenhalen, schoonmaken en
verkopen.
In het park gaat er een gids mee.
Hij vertelt me veel over de bomen en
planten. Ik zie herten, makaki apen,
vlinders, toekans. In een grot, we
hebben zaklampen bij ons,
stekelvarkens en vleermuizen. Iwan,
de gids, tilt stenen op om kleine
schorpioenen te laten zien,
mierennesten in allerlei vormen en
laat zien hoe bloedrood zijn vingers
worden door het wrijven van een
teak-blad. Ze gebruiken jonge
bladeren van de teak boom voor het
maken van henna, batikverf en voor
lippenstift. Als de apen dichterbij
komen, draait Iwan zijn achterwerk
naar ze toe en ze rennen weg! Hij
vertelt dat je niet moet gaan
wiebelen met je achterwerk, want dat
betekent heel iets anders!! Ook zegt
hij enigszins geschokt dat hij heeft
gelezen over ene meneer Darwin die
beweert dat wij door evolutie
gevormd zijn uit apen! Maar, zegt
hij er geruststellend achteraan: in
een ander boel stond dat dat niet
waar is en dat het maar verhaaltjes
zijn... Als ik laat merken dat ik
het wel geloof, begint hij maar
ergens anders over.
Het is zwaar vermoeiend lopen, hoog
tegen de bergwand op en het is
zompig heet. Het zweet stroomt bij
mij van top tot teen.
Aan de andere kant van het eiland
komen we op een prachtig wet strand.
Echt een tropische verrassing! Iwan
vertelt dat hij tijdens de tsunami
van 2006 hier, hoog op de berg was
met vier Nederlandse toeristen. Ze
hoorden geluiden waar ze wel van
schrokken. Ze dachten aan een
supergrote helikopter of een
neerstortend vliegtuig. Toen ze een
uur later beneden kwamen, zagen ze
honderden mensen de berg op rennen
en de ravage die was aangericht.
Iwan belde direct zijn vrouw, (ze
wonen aan de 'verkeerde' kant van
het schiereiland). Ze was gelukkig
net op bezoek bij oma en ze konden
zich, met de baby, in veiligheid
brengen. Ze zijn zo bang geworden
dat ze niet meer aan zee willen
wonen. Dan vraagt hij of ik de
bunkers wil zien waar de Japanners
zaten, maar ik zeg nee. Onze ouders
en grootouders van allebei hebben
zeer slechte herinneringen aan de
Japanse tijd in Indonesië.
Na elven vertrekken we naar
Baturaden, in het binnenland. Een
tocht van vier uur. Dwars door de
kampong, over een 'wit' weggetje.
Nauwelijks auto's hier maar veel
fietsers en brommers. Volgeladen met
allerlei soorten oogst en
handelswaar. Van jerrycans tot rijst
en gula jawa (plakken rietsuiker).
Sommige rijders zijn nauwelijks
zichtbaar onder hun last bananen,
kokosnoten of groente. Veel dragen
de puntige hoedjes van riet.
Als Halimi zegt dat zijn
geboortedorp hier een uurtje rijden
vandaan is en dat zijn moeder daar
woont, zeggen wij dat hij daar met
de auto naartoe mag. Wij hebben de
auto niet eerder nodig dan morgen om
11 uur, als we de tocht door het
Baturaden natuurpark achter de rug
hebben.
Hij is heel erg blij. 'Really no problem??, No problem Halimi, Your mother
shall be glad to see you.'

Zondag 11
oktober ’09 (Baturaden - Borobudur)
Baturaden is een natuur gebied gelegen tegen een berg in midden Java. We
willen hier gaan lopen, maar het
valt wat tegen. Men heeft er een
soort pretpark van gemaakt. Helemaal
volgebouwd met prieeltjes,
bruggetjes, kraampjes,
speeltoestellen en een groot
zwembad. Rijen met touring-bussen
staan voor de ingang en kilometers
lange rijen met mensen (Chinezen en
Indonesiërs), voornamelijk kinderen,
lopen de berg op naar het park. We
hebben dubbele pech want het is
zondag dus nog drukker.
Het park had er vandaag een
attractie bij; wij. We worden
aangestaard alsof we beroemdheden
zijn. Mensen stoten elkaar aan en
fotograferen stiekem met hun
mobieltjes. Als we even op een
bankje gaan zitten vragen ze zelfs
openlijk of ze met ons op de foto
mogen en kruipen tussen ons in. Ze
lachen en bedanken ons. We zijn
buiten de highlights van Indonesië
de enige Europeanen hier.
Als ik een lief oud pinda verkopend
vrouwtje op de foto zet, wordt ik op
mijn beurt gefotografeerd door een
chinees meisje. Halimi komt toch al
om 9 uur en we rijden naar het
oosten. Het gebruikelijke gekrioel
op straat, maar nieuw in het
straatbeeld zijn vandaag fietsers.
Op West-Java zagen we ze nauwelijks,
maar nu volop. Fietsers met veel
bagage, rijstplanten, manden vol
eenden , grote rijstzakken.
We eten in een lokaal 'buffet'
restaurant. Halimi denkt dat we
liever fastfood eten en is nog
steeds verrast dat we wel 'indonesian'
food willen. We kijken wel uit wat
we eten, geen vlees, vis, geen
scherpe peper en geen ijsklontjes.
Dit om onze darmen te sparen en
ondanks soms wat dreigend gerommel,
gaat het nog goed daarmee.
We missen een afslag bij Yogjakarta
waardoor Halimi de weg kwijtraakt.
Het kost wel een uur om die weer
terug te vinden. Dan horen we een
vreemde knal op of onder de auto.
Even later, 'flapperdeflap', een
lekke band! Tijdens het verwisselen
komt er een zwerver langs lopen. We
zien ze een enkele keer vaker.
Vervilt haar, vies van top tot teen,
een verwilderde blik in de rode
ogen. Deze man is naakt op een
reepje stof om zijn middel na..
Net voor het donker arriveren we dan
eindelijk bij de Borobudur.
Een eenvoudig, gezellig familie
hotel van een aardige familie. Er
wordt heerlijk voor ons gekookt en
we eten op het terras onder
gefladder van een vleermuis. Om
negen uur gaan we slapen.
Op het plafond van heel veel
hotelkamers is een witte sticker
geplakt met een rode pijl. We denken
aan een nooduitgang of vluchtweg,
maar vreemd genoeg wijst de pijl
vaak naar een muur. Na enkele dagen
zien we 'mekka' staan naast de pijl.
Bij ons is dat in het oosten, maar
vanuit hier naar het noordwesten..
Verder hebben we elke nacht bezoek
in onze kamer!!
Salamanders glibberen over de muren,
soms moeten we op muskietenjacht en
vanavond hebben we hoog bezoek van
een flinke kakkerlak van zo'n 6 a 7
cm. We hebben hem met de
vliegenmepper uitgezwaaid.

Maandag 12
oktober ’09 (Borobudur - Jambong)
Vijf uur op om voor zes uur naar de Borobudur te gaan. Het hotel staat er
500 meter vanaf dus we lopen er zo
naartoe. Het is al goed warm, 30
graden, ondanks de vroegte. Er staan
nog geen auto's op de parkeerplaats.
We zijn, samen met een handvol
anderen, de eerste bezoekers
vandaag.
De Borobudur, ja, wat zal ik er van
zeggen. Kleiner dan ik in mijn
verbeelding had, 138 meter breed,
erg donker door gebruik van
lavastenen en rommelig druk wat
betreft de beelden en reliëfs. Het
feit dat de hele Borobudur is
nagebouwd (omdat het origineel in zo
slechte staat was) maakt het er voor
mij ook niet beter op. De symboliek
van spirituele groei, dat dit
monument weergeeft, heeft op mij
persoonlijk ook niet zo'n indruk. Al
met al vinden wij het enigszins
tegenvallen, maar dat zal te maken
hebben met onze verwachtingen.
Lastig zijn de verkopers van prullen
op het plein ervoor. Lief lachen en
twee keer duidelijk 'NO, THANK
YOU' helpt wel.
Terug in het hotel ben ik nog een
tijdje op een muurtje langs de weg
gaan zitten om te kijken naar het
drukke fiets- en brommerverkeer met
al die exotische lasten. Prachtig!!
En wat zijn de mensen vrolijk en
blij, ondanks dat ze hier in dit
land met 240 miljoen (!!) andere
bewoners leven, het krioelt echt van
de mensen, zijn ze vriendelijk,
beleefd en geduldig en geen
enkele vorm van agressie heb ik
gezien.
We moeten vandaag ver reizen, anders
lopen we vast met ons tijdschema.
Aangezien de gemiddelde snelheid op
35 km. per uur ligt, ondanks het
pittige rijden van Halimi, moet je
voor de 280 km. toch wel 8 uur
rekenen. Een prachtige tocht is het
weer, met als hoogtepunt een
'binnendoor' weg tussen twee
vulkaantoppen door. De smalle,
landelijke weg gaat recht omhoog
(zonder bochten) en aan de andere
kant met tientallen haarspeldbochten
weer naar beneden. Een enorme
bedrijvigheid hier bij het oogsten
en planten van rijst, meloenen,
pompoenen, maïs en mango's. Mensen
met een hak die het land bewerken.
Tientallen die de oogst op het hoofd
of op de rug dragen op blote voeten
of op slippers.
Na de lunch in het gebruikelijke
eethuis, zit Halimi lekker te boeren
in de auto. Wij schrikken er nog
steeds een beetje van of schieten
onwillekeurig in de lach. Het
is hier heel gewoon, maar wij kunnen
er nog niet echt aan wennen.
In de eethuisjes is men onverminderd
nieuwsgierig waar we vandaan komen.
Soms wordt het aan ons gevraagd,
maar meestal alleen aan Halimi.
Inmiddels kennen we wel een paar
woorden Indonesisch en verstaan iets
van wat er wordt gezegd. Dat we uit
Belanda (Nederland) komen en hoe we
reizen. Vaak wordt er uit
verlegenheid gegiecheld omdat men
niet gewend is aan Europeanen in
deze restaurantjes.
Het is al donker als we arriveren
in Jambong, een grote stad.

Dinsdag 13
oktober ’09 (Jombang - Ngadisari)
Een stuk lopen in de stad 's
morgens. Veel rolluiken zijn nog
dicht, maar het is druk op straat.
Kantoren zijn hier al om half zeven
open. Het hotel heeft geen
ontbijtmogelijkheid, dus ik zoek een
supermarkt. Brood eet men hier niet,
het ontbijt bestaat uit nasi,
tomaat, komkommer en kroepoek. Soms
wel lekker, maar niet te vaak. Ik
probeer toch maar wat anders te
bemachtigen. In een supermarktje
ligt nog, naast blauw verschimmeld
wit brood, een redelijk uitziend
rond cake-achtig broodje. Iets erop
is er niet, maar dat geeft niet. Een
peer en wat vruchtensap erbij en wij
kunnen er wel weer tegen. Brood heet
hier trouwens 'roti'. Als ik bij een
andere winkel vraag of er een
"warnet" (een internetcafé) in de
buurt is, kruipen de twee meisjes
giebelend achter de toonbank en
komen niet meer te voorschijn. Zie
ik er zo raar uit??
Als we verder rijden, besluiten we in de eerstkomende stad dan maar een
internetcafé te zoeken. Er is er wel
een, maar daar is de verbinding
weggevallen. Een half uurtje zoeken
en vragen levert niets op. Als we
over een landweggetje verder rijden
en door een klein dorpje komen, ziet
Halimi ineens weer een "warnet" en
ja hoor, in een piepklein hutje
staan 3 computers in een soort
stemhokjes met prima computers en
dito verbinding.
We rijden verder, langs de noordkust
van Oost Java. Om dichtbij de
vulkaan Bromo te komen, gaan we op
een gegeven moment weer
landinwaarts. Het is een smalle weg
omhoog vol haarspeldbochten in een
schitterende omgeving, het Tenger
gebergte. Binnen een kwartier zijn
we in een andere wereld. Van de
drukke we op het vlakke land, nu
tussen de groene hellingen met palm-
en mangobomen en sawa's. De mensen
zien er hier iets anders uit, meer
Zuid Amerikaans. Dit wordt versterkt
omdat veel mannen een deken om hun
schouders hebben. Het zijn
nakomelingen van Hindoes die in de
16e eeuw gevlucht zijn voor de
opmars van de Islam. De Gunung
(berg) Bromo, noemt men ook wel "nature's
Borobudur".
Net voor het donker komen we aan bij het grappigste hotel dat ik ooit heb
gezien. Een verzameling grillig
gevormde Zwitserse chaletjes (de
kamers) en prieeltjes, verbonden
door trapjes en paadjes omringd door
prachtig bloeiende planten en bomen.
Het lijkt wel een Indische skihut!
Alles is heel donker door het
teakhout en de bamboe vloeren en
plafonds, veel kitsch aan de muren,
maar gezellig en een
supervriendelijke ontvangst.
We regelen voor de komende nacht een
jeep die ons helemaal naar boven kan
brengen om de zonsopgang te zien met
uitzicht op de bergen. De Bromo zelf
is niet hoog (2400), maar zijn
schoonheid zit hem in het plaatje.
Naast de Bromo staan de pieken van
de Kursi en de Batok. De stomende
Bromo staat in een woestijn van
grijze as.
Om acht uur gaan we slapen, want de
jeep zal om half vier vertrekken.

Woensdag 14
oktober ’09 (Ngasisari - Kalibaru)
Samen met Halimi (die het maar niets
vindt dat hij niet met de auto mag)
vertrekken we in het holst van de
nacht achterin een oude jeep door
het aardedonker over een smalle weg
omhoog. Na een paar kilometer houdt
het asfalt op om over te gaan in een
steil rotspad. De motor brult
oorverdovend en alles rammelt. We
stuiteren op het harde bankje, maar
vinden het erg spannend. Het is nog
donker als we na 45 minuten
arriveren bij het uitzichtspunt. De
lucht kleurt al rood en twee
vulkaanpunten zien we uit de nevel
van het dal omhoog komen. De Bromo
krater zelf zien we nog niet, maar
wel al de witte stoompluim. Het is
een overweldigend gezicht om
langzaam steeds meer licht en kleur
te zien verschijnen in het landschap
dat voor ons ligt. De nevel wordt
dunner en de zon komt tevoorschijn
waarna de Bromo krater zichtbaar
wordt. We waren gewaarschuwd dat het
koud zou zijn, dus hebben we veel
kleren aan. Het zal ongeveer 4
graden zijn.
Terug naar de jeep en we rijden nu
naar de Bromo. Weer langs rotsige,
steile paden en later door de
'zandzee', een woestijn van lava
stof waar de jeep doorheen glibbert.
De chauffeur toetert steeds even bij
elk religieus beeldje langs de weg.
Een heleboel paardjes met
begeleiders staan klaar om ons naar
boven te brengen, maar wij gaan
lopen. Het is een pittige wandeling.
Eerst door het diepe stof en daarna
stevig omhoog. Voor het laatste
stuk, tegen de kraterwand omhoog, is
een trap gemaakt van 280 treden. De
zwavellucht is misselijkmakend en
scherp. We hoesten en houden een
sjaal voor neus en mond. Boven op de
rand kunnen we in het hart van de
krater kijken. Heel diep, in het
midden van gebarsten aarde en
stenen, horen we zwaar gerommel en
er komt een enorme stoompluim naar
boven.
Vandaag reizen we verder naar
Kalibaru. Oorspronkelijk een koffie-
en theeplantage waar men in de
koloniale tijd een hotel bij heeft
gebouwd. Prachtig gelegen aan de
rand van het dorp en weer een
prachtige tuin. Voor het eerst gaan
we zwemmen in een paradijselijk
zwembad. Helaas arriveren er twee
busladingen vol Nederlanders en is
het gedaan met de rust. Ook het eten
is aangepast aan de Europesese
smaak. Smakeloos en vier keer zo
duur als wat we lokaal betalen. Als
we de foto's op onze website willen
zetten, ontdekken we een virus op de
geheugenkaarten van de camera's en
memory-sticks. We kunnen niets meer
openen en dus geen foto's plaatsen.
Een grote schok voor ons. Zullen
alle foto's weg zijn? We hopen maar
dat we thuis de foto's nog kunnen
redden. Morgen zullen we nieuwe
kaarten kopen.
We slapen heerlijk van 9 tot 6 uur.

Donderdag 15
oktober ’09 (Kalibaru - Ubud, Bali)
De plantage die naast het hotel ligt, en waar we doorheen lopen deze
ochtend, is erg groot. We zien er
maar een stukje van. Men verbouwt er
koffie, cacaobonen, passievruchten,
kokosnoten, abrikozen en thee. Ook
zijn er enkele tientallen koeien
voor de melk, wat hier een luxe
artikel is.
We gaan nog een keer zwemmen en een half uurtje in de zon liggen. Ook al is
het nog niet eens negen uur, Marloes
is na dat halve uurtje al knalroze
verbrand. Haar huid is buitengewoon
gevoelig. Tijdens het ontbijt
ontmoeten we twee Nederlandse dames
(ik schat ze rond de 60), die hier
op de fiets zijn!! Ik moet
natuurlijk even een praatje met ze
maken. Hier op Java is het eigenlijk
niet te doen, zeggen ze, vanwege de
drukte, maar op Bali schijn je prima
te kunnen fietsen.
Vandaag reizen we naar Bali. Het laatste stukje Java is weer prachtig. De
boottocht duurt een half uur op een
bijna doorgeroeste veerboot. Het
waait flink in de smalle strook zee
tussen de twee eilanden. Halimi zegt
ons dat we bij de car-check, door de
politie bij aankomst in Bali, niet
moeten zeggen dat we een gehuurde
auto hebben. Als de politie dat
vraagt, zegt hij, zeg je dat de auto
van een vriend is uit Jakarta. Dat
scheelt 200.000 rupiah! En
inderdaad, op 3 plaatsen worden we
aangehouden en vraagt men of we de
auto hebben gehuurd. Het verhaal
lukt, en we hoeven niet te betalen.
Waarom mensen met een huurauto
moeten betalen, is niet duidelijk.
Waarschijnlijk een extraatje voor de
politieman zelf...
Aangekomen op Bali, rijden we direct verder. We willen graag naar Ubud, 180
km, maar het verkeer is nog drukker
op deze hoofdweg en we rijden vaak
stapvoets. We dachten dat we rust op
Bali zouden vinden, daarentegen
staan we al snel urenlang in de
file. De eerste indruk van Bali is
iets welvarender dan Java, wat
waarschijnlijk is te verklaren door
het toerisme. Het wemelt hier van de
Europeanen, Japanners en
Australiërs.
Het is al lang donker als we bij Ubud aankomen en het is daarom lastig
zoeken in deze smalle straatjes naar
het adres wat we hebben uitgezocht.
Gelukkig lukt het uiteindelijk en
hebben we weer een paradijsje
gevonden. "Swasti's 2 Cottages"
blijkt een zeer bijzondere
logeerplek. Onze kamer is prachtig
met hemelbed, groot balkom met
bamboe ruststoelen met witte
kussens. De badkamer heeft geen
raam, dus douchen doe je in de
buitenlucht. Een prachtig zwart bad
is helemaal geïntegreerd in de vloer
en muren met ronde hoeken. Verse
bloemen liggen op bad en bed.

Vrijdag 16
oktober ’09 (Ubud)
Nog een groot verschil met Java is dat hier voornamelijk Hindoes wonen. De
hoofddoek is bijna helemaal
verdwenen uit het straatbeeld
verdwenen en we zien weer blote
benen. Hier en daar zien we zelfs
naakte mensen die zich wassen en een
stroompje. De moskeeën zijn verruild
voor talloze, kitscherige tempels en
echt voor elk huis minimaal een of
twee altaartjes die versierd zijn
met geelwitte glanzende doeken,
kleurrijke verse bloemen, bladeren
met hapjes rijst, waxinelichtjes en
wierrook.
We slenteren door de straatjes van Ubud. Het is erg heet en schaduw is er
bijna niet te vinden omdat de zon
recht boven ons staat. Ubud is een
groot hippie dorp tussen de
rijstvelden. Vanuit onze kamer lopen
we over een voetpad langs de
rijstvelden, door een tropisch bos
compleet met enorme liaanbomen waar
tientallen makaki aapjes zitten. Dan
komt het voetpad uit op de Monkey
Forrest Road, de hoofdstraat.
Yogafanaten, eco-aanhangers,
schilders en andere artistiekelingen
hebben elkaar hier gevonden.
Duizenden galerietjes, winkeltjes
met oliën, Boeddha beelden en
talloze gebatikte zweefjurken en
kralen sandalen, biologisch
vegetarische eettentjes en
massagesalons.
's middags rijden we nog naar het noorden van Bali via een kleine weg, langs
het Batur meer en de lavavelden van
de Baturberg. In onze gids staat,
dat hier ongastvrije mensen wonen
die vaak toeristen aanvallen die de
Baturberg beklimmen. De dorpjes
liggen buitengewoon armoedig,
verwaarloosd tussen de
antracietkleurige lava rotsen. Als
halverwege het asfalt ophoudt,
moeten we keren en dezelfde smalle
weg terug nemen.
Een derde verschil met Java, de honden. In Java zag je zo goed als geen
honden. Hier wel. Ze zijn bijna
allemaal van hetzelfde ras en
formaat, groot model Jack Russel zeg
maar. Men houdt ze hier als
huisdier, maar men wil alleen de
mannetjes. De vrouwtjes gaan zwerven
en krijgen weer jongen.
Omdat onze kamer gereserveerd is, gaan we na de eerste nacht naar een andere
kamer. We krijgen nu een kamer met
eigen tuin en de badkamer helemaal
buiten! in een soort binnenplaatsje.
Douchen onder de palmen is wel heel
bijzonder. Ook komt een mooie
Balinese vrouw een schaaltje van
palmblad brengen met bloemen en
ander offertjes. Ze sprenkelt er met
bloemblaadjes wat water en wierrook
over met mooie bewegingen. Het zal
ons vast beschermen tegen alle kwade
dingen.
Het kleine zwembad is bekleed met donkerblauwe tegeltjes. Men gebruikt hier
geen chloor, maar zout. Het is lauw
verwarmd door de zon.
het is de laatste dag dat we de auto hebben gehuurd. Halimi vertrekt
vanavond al om bij een vriend in de
buurt te overnachten. Dan gaat hij
de auto terug rijden naar Jakarta,
wat hij in 5 dagen denkt te doen. We
hebben vanmorgen een tas gekocht
voor zijn vrouw en die tas gevuld
met lekkere dingen voor zijn
kinderen. Ook krijgt hij onze
wegenkaart van Java en Bali. Die kan
hij waarschijnlijk best goed
gebruiken. Samen met een fooi,
opgerolde bankbiljetten in
Bali-stijl verpakt met een strik van
palmblad en een mooie bloem, en een
diner waar we hem voor uitgenodigd
hebben, willen we hem duidelijk
maken dat we blij zijn geweest met
hem. Uitermate goed heeft hij
gereden, super alert, hij ziet
alles, is geduldig en voorkomend in
het verkeer. Hij vindt het allemaal
prachtig en zegt dat, als we hem
morgen toch nog nodig hebben, we hem
dan kunnen bellen, dan komt hij
direct...

Zaterdag 17
oktober ’09 (Ubud)
Deze dag wordt er voor het eerst niet gereisd, behalve dan op de fiets. Ubud
is door het toerisme in de loop der
tijd flink uitgedijd tot een grote
oppervlakte en daarom te voet bijna
niet meer te verkennen. Op een
mountainbike van het hotel gaat het
wat sneller. Omdat de versnelling
van mijn fiets het niet doet en vast
zit in het zwaarste verzet, moet ik
toch nog lopen als de weg omhoog
gaat.
Het is vandaag erg heet, ik heb er last van. We zwemmen wat en doen inkopen.
Intensief werk omdat er op elke
kleine aankoop onderhandeld moet
worden. Het is het bekende spel van
vragen en bieden. Het kost veel tijd
en het moet weer even wennen. Het is
hier zo goedkoop. Marloes koopt een
echte zijden kimono voor 15 euro,
een fles shampoo voor 60 cent. Ook
de benzine is hier goedkoop:
30 eurocent per liter.
Toch wel meer dan de helft van de mensen zijn gekleed in sarongs,
traditionele broeken, gebatikte
blouses en sjaals om het voorhoofd.
Regelmatig zien we grote groepen
mensen die een viering gaan
bijwonen. Ze lopen naar een tempel
in schitterende kleding. Mannen vaak
helemaal in het wit. De dames in
sarongs en kanten blouses, dragen
soms schalen met hoog opgestapeld
fruit of manden op het hoofd. De
mensen zijn hier nog prachtig slank
en elegant. Fastfood is, behalve op
een enkele plek in de stad, niet te
koop.
In ons hotel en in de meeste hotels in Ubud wordt met pure, onbewerkte
producten gewerkt voor het bereiden
van eten. Veel groente, fruit en
kruiden verbouwen ze zelf en de
kipjes die voor onze eitjes zorgen,
lopen door de tuin.
Eigenlijk willen we wel eens ergens anders eten, maar de keuken is hier zo
goed dat we er meestal voor kiezen
om in het hotel zelf te eten.
Heerlijke salades met groente,
gegrilde gekruide tofu, noten,
garnalen of gebakken mie.
Het wordt al rond 5 uur donker en we moeten na het inkopen doen in het
aardedonker door het apenbos
fietsen. Marloes heeft een mini-mini
zaklampje bij zich zodat de brommers
ons kunnen zien, hoewel onze blanke
armen en benen ook wel zichtbaar
zullen zijn in hun koplampen.

Zondag 18
oktober ’09 (Ubud - Sanur)
Marloes wil graag nog de zee zien en voelen voor we morgen weer weggaan. We
regelen een taxi die ons in 40
minuten naar Sanur Beach brengt.
Prachtig strand met bomen. De
koraalriffen liggen zo'n 50 meter
van de vloedlijn en daar zijn hoge
golven. Tot die rif kan je rustig
zwemmen, behalve dat je volgens het
waarschuwingsbord moet uitkijken
voor kwallen en roggen. We huren
voor een uur een stoel en zwemmen in
zee en in het mooie zwembad.
Terug rijden we over de straten met werkelijk honderden werkplaatsen van
houtsnijwerkers en steenhouwers.
Duizenden sculpturen en beelden van
Boeddha in allerlei soorten en
maten, van goden, maskers en dieren
van hout of van steen staan
uitgestald langs de weg.
De lunch met een salade waar ik van ik brand ga staan door de pepers en
scherpe dressing, en het is al zo
heet...
Nog even zwemmen om af te koelen en dan weer fietsen door de smalle straten
van Ubud.
Mooie doorkijkjes naar de huizen door versierde poorten met bewerkte deuren
en geflankeerd door beelden en
altaren.
Koffie drinken we op een doorwaai terras met een fenomenaal uitzicht over de
sawa's waar men druk aan het werk
is.
's Avonds hebben we een diner met een dansvoorstelling. Traditionele
Balinese dansen opgevoerd door
meisjes. Het is voor ons een must,
niet echt ons ding, maar het hoort
er een beetje bij. Het eten, Bali
specialiteiten, gemaakt door de twee
dames in de keuken, is erg lekker.
Vis en kip met kruiden gewikkeld in
een palmblad en dan op een vuurtje
geroosterd. We zijn met 16 gasten,
waarvan 12 Franse. De vrouw van de
hoteleigenaar is Française en dat
zal de reden zijn waarom bijna alle
gasten van het hotel Fransen zijn,
zelfs de menukaart is Frans. Als de
dansmeisjes naar huis zijn, komt de
hoteleigenaar zingen en gitaar
spelen, wat hij zelf waarschijnlijk
erg goed vindt.. maar de stemming
onder de toehoorders wil er maar
niet inkomen. Zodra we met goed
fatsoen weg kunnen, doen we dat.
We verbaasden ons sinds we op Bali zijn over het feit dat het hier zo vroeg
donker wordt. Al tegen 5 uur! Het
diner zou om half acht beginnen. Ik
sta nog onder de douche als de
manager op onze deur klopt om te
vragen wanneer we komen, iedereen is
er al. We vinden het wat vreemd,
want het is nog niet eens zeven
uur.. Tijdens het diner kijkt
Marloes op het horloge van haar
buurman en ziet dat een uur later
aangeeft... en ineens valt het
kwartje: op Bali is het een uur
later! Vandáár dat de taxi chauffeur
van gister zo lang op ons stond te
wachten! Vandáár dat het zo vroeg
licht is!! De mensen hebben dus lang
op ons zitten wachten met het diner,
terwijl ik nog rustig onder de
douche stond!! We schamen ons en
hebben heel wat uit te leggen.

Maandag 19
oktober ’09 (Ubud - Amsterdam)
Vanavond vertrekken we helaas weer. Vroeg op, want ik wil nog even een
uurtje fietsen. Heerlijk is het, nog
niet zo heet, "slechts" 28 graden om
half zeven 's morgens. Er zijn veel
mensen op straat, onderweg naar werk
of naar het land met kromme
snijmessen in de broekband gestoken
op de bromfiets. Een man loopt met
een groot varken aan een tuigje, een
vrouw met een grote doos groente op
het hoofd en in haar beide handen
een kop, die ze bij de poten
vasthoudt. Mensen gaan naar de markt
om spullen te kopen of te verkopen.
Om negen uur heeft Marloes voor ons in één van tientallen ‘spa's’ hier een
afspraak voor ons gemaakt. We
krijgen een uitgebreide Balinese
massage, een gezichtsbehandeling,
een bloemencrèmebad, haar wassen en
knippen, een manicure en pedicure
behandeling. Vier uur lang worden we
verwend. Dat is wel lekker zo vlak
voor vertrek.
Na de lunch brengt de taxi ons naar de luchthaven van Denpasar. Het laatste
ritje in Indonesië. Via Kuala
Lumpur, waar we moeten overstappen,
komen we om zes uur de volgende
ochtend aan op een ijskoud Schiphol
na een reistijd van 21 uur.
Het was een fantastische reis!