| Marianne op reis |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
|
Ghana
12 februari 2004
Donderdagmiddag vertrekt vlucht kl589 om 14.55 uur van Schiphol. Het is grijs en grauw buiten, maar een minuut na opstijgen, zit ik lekker in het zonnetje. Er zijn 290 passagiers aan boord, waaronder ongeveer 15 blanke. Ik zit aan het raam, maar net boven de vleugel, dus kan weinig zien. Er zijn 5 stoelen leeg, waaronder die naast mij, dus dat is fijn voor de benen! Als ik iets kan zien door het donzen dekbed waar we over vliegen, zitten we al boven Frankfurt. Dat had ik niet verwacht. Ik
dacht dat we over Frankrijk en Spanje zouden gaan. Om 15.50 uur boven
het meer van Geneve. Buiten is het -53 graden met 950 km per uur op een
hoogte van bijna 11 km. Dan komt Grenoble, de Provence, Nice en de
Middellandse zee. Om 17 uur Algiers en dan komt de Sahara. Een
adembenemend landschap van lichtbruine golven en heuvels. Uren lang. Dan
gaat de zon onder. Een tijd lang een enorme rode bol die de wolken
inzakt en daarna een vuurwerk van geel, rood en oranje. Prachtig!
Het is donker als we boven Mali
en Burkina Faso vliegen. Eindelijk, maar keurig op tijd, om 21 20 uur
landen we in Accra.
Al de vliegtuigdeur opent, is
het alsof er stoom naar binnen komt. het is nog 30 graden.
Na
een uurtje formaliteiten en papierwerk, kan ik eindelijk naar buiten,
waar Marloes tussen de honderden Ghanesen achter dranghekken staat te
wachten. Geweldig !! Een voor mij emotioneel weerzien, maar veel tijd
krijgen we niet, want vele taxichauffeurs staan ruzie te maken om
‘ons’ ritje te mogen doen. We komen in het, voor Ghanese begrippen, zeer
comfortabel hotel met airco en douche. Na een paar uurtjes kletsen,
slaap ik wonder boven wonder prima.
13 februari 2004
Vroeg
opgestaan. Ontbijt met verse ananas, papaja en roerei. Dan de stad in.
Lopen, lopen, lopen. Vrouwen bijna allemaal in prachtige, kleurige
gewaden en bijna allemaal dragen ze iets op het hoofd. Dozen, kisten en
zelfs kleine tafeltjes of enorme emaillen schalen hoog opgestapeld met
bananen, kokosnoten, zakjes water of papaja’s. Tussen het hoofd en
lading ligt een opgerolde doek.
We moeten geld wisselen in de
Barclay bank. Het hotel kan niet betaald met credit card, dus moet er
relatief veel gehaald. Ik wissel 200 dollar en krijg een stapel geld van
minstens 10 cm. dik. Driehonderdvijftig briefjes van 5000 cedi.
Dan naar de Makola markt. Het is
super druk. Een wirwar van zandwegen. Smal en aan beide kanten kisten,
tafels en dozen, volgestouwd met koopwaar. Fruit, snoepjes, tandpasta,
horloges, radio’s, noem maar op. Slippers gekocht voor 5000 cedi (50
cent)
het is bloedheet. Zo’n 36
graden. Er waait een harde noordenwind. De Sahara wind noemen ze die
hier, met veel zand en stof
Dan lopen we naar het strand.
Aan het water op een lichtblauw bankje zitten we coca cola te drinken.
Er is verder niemand. We bestellen ‘fried rice’ met kip en een scherp
garnalensausje. het is heerlijk en het best te vergelijken met nasi.
Met
de taxi terug naar het hotel, waar we onze druipende kleren te drogen
hangen en ons zwetende lijf kunnen douchen. Dan valt de airco uit en
wordt het ook in onze kamer over de 35 graden.
14 februari 2004
Zaterdag.
Het is Valentijnsdag. Ook hier zie je overal kraampjes met plastic
harten, kaarten, rozen van plastic e.d. Voor zeven uur op. Weer gaan we
de stad in. Nu naar het “national cultural centre” – een soort markt,
maar dan alleen met handwerkers. Veel stoffen, houtsnijwerk, sierraden
en tassen. Het is nog stil zo vroeg. We zijn de eerste klanten. Er moet
veel en lang onderhandeld worden over de prijzen. Dan weer verder lopen.
Het is warm. Langs arme wijken. Veel rommel op straat. Plastic, stenen,
betonbrokken. Af en toe roept een koopvrouw sissend ssssssssss. Dit
betekent: ‘KOM’. Ze verkoopt, op een schaal op het hoofd, een soort
oliebollen, banaantjes of zakjes water. Bananen zijn half zwart, heel
klein, maar heerlijk zoet. Sinaasappels zijn groengeel. Ze
Kwabena brengt ons in zijn auto
weer naar het hotel. Het is bijna donker. Het licht wordt hier
oranje/geel. Het is een licht dat ik niet ken. Alles wordt zacht en
diffuus, alsof er zand in de lucht is. Prachtig!!
In het hotel kijken we naar de
Ghanese tv. (Het wordt aangeraden om niet s’avonds de straat op de
gaan). Er is een Franse film over het leven van George Sand.
Marloes heeft buikkrampen,
diaree en geeft over.
s’Nachts gaat het over en voelt ze zich weer wat beter.
15 februari 2004
Marloes
ors gegeven. Het gaat gelukkig steeds beter. Om 8 uur s’ morgens zal
Kwabena ons halen om naar het busstation te gaan. Hij is nota bene
keurig op tijd!!
Aangekomen bij het busstation,
blijkt dat alle bussen naar Kumasi vol zijn. Er is een belangrijke
finale van voetbal.
We rijden over heuvels, deels
asfalt, deels gravel. Bloedhard! 75 mijl per uur zie ik op de
snelheidsmeter, hoeveel kilometer is dat?? 110-120? Voortdurend inhalend
en slingerend van links naar rechts om de diepste gaten te ontwijken.
Niemand eet of drinkt. De bus stopt niet. Of toch… één keer om nog
iemand de bus in te proppen. Kennelijk een bekende van de chauffeur. Hij
stond naast de weg te zwaaien. Onze chauffeur is klein. Kan nauwelijks
boven het stuur uitkijken. Hij heeft het, ondanks de airco, er warm en
veegt steeds het zweet van zijn hoofd en armen. Onderweg even afremmen
voor een omgevallen vrachtwagen die dwars over de weg ligt. De cabine
zweeft op zijn kop boven de berm.
We
passeren dorpen. De huizen zijn van roodbruine klei blokken of grijze
betonstenen met daken van roestige golfplaten of palmbladeren. Soms
alleen bamboe palen met bladerdak. Overal lopen mensen langs de weg.
Velen met iets op het hoofd. Takkenbossen of gekleurde plastic emmers en
teilen.
Heuvel op,
heuvel af rijden we. Veel groen, maar het regenwoud is bijna uitgeroeid.
Er is wijdverspreide vegetatie.
De aarde is rood. Soms oranje
rood, soms gelig bruinrood. Meestal de kleur van onze gravel
tennisbanen.
Na
vier uur rijden (supersnel door onze race bus; normale reistijd is 6
uur) komen we aan in Besease.
Besease.
Zoals de meeste dorpen ligt
Besease langs de hoofdweg, de grote weg van Accra naar Kumasi. Het ligt
30 km. ten zuidoosten van Kumasi. Je loopt direct vanaf de weg het dorp
in over de brede rode zandweg, oneffen, vol kuilen, regengoten en
stenen. Aan weerszijden staan huizen. Niet tegen elkaar gebouwd, maar ze
nemen ook niet echt de ruimte. Soms stenen huizen. Stenen maken ze zelf
van mallen waarin cement wordt gegoten. Sommige huizen zijn netjes
geverfd. Er zijn maar een paar kleuren die je overal ziet. Geel, roze,
blauw en wit. Veel huizen zijn van klei. Vierkante rode klei blokken
tussen bamboe palen gestapeld. De daken zijn van golfplaten of bladeren.
De meest huizen zijn haveloos. Rond de huizen is soms netjes, soms een
zooi. De mensen zijn meestal buiten. Bezig met de was (alles gaat met ‘key-soap’,
het is een soort sunlight zeep zoals we die van vroeger kennen, maar ze
verkopen het in staven), bezig met fufu stampen (gekookte cassave met
yam in stukken in een stenen pot wordt door een man of vrouw met een 2-3
meter lange dikke stok gestampt, een ander gooit het mengsel steeds om).
Veel zitten te kletsen of voor zich uit te kijken. Veel mensen groeten
ons, zwaaien of roepen “Maaaaloeoeoes”(met lange uithalen iets roepen,
betekend dat ze blij en enthousiast zijn). Ook vragen ze vaak: “Maaaloeoeoes,
issit ja sista or ja mother?” Als ze horen dat ik de moeder ben, komen
ze een hand geven en vragen hoe ik heet. Tegen Marloes zeggen ze dat ze
nu zeker wel ‘verry happy’ moet zijn. Hereniging met je moeder wordt
hier toch wel als het meest gelukmakend beschouwd.
Kinderen roepen “broni, broni”
(een versnelling van oburoni = blanke). Ze lachen, nemen mijn hand of
lopen achter ons aan.
Wij wonen in een ‘volunteer
room’ in het huis van Kwabena. Kwabena is de zoon van Rose. Rose is de
beheerster van het weeshuis (ze is ongeveer 70 jaar). Het huis bestaat
uit een stuk of 5 kamers die om een binnenplaats zijn gebouwd. Elke
kamer heeft een deur naar de binnenplaats, die ze hier ‘garden’ noemen.
De vrijwilligers hebben één kamer. Er staat een tweepersoonsbed en een
stapelbed. Er is elektriciteit, maar die valt zeer regelmatig weg. Er
hangt een peertje en een ventilator, waar we heel blij mee zijn, maar
ook heel veel lawaai maakt. Omdat ik op bezoek ben, mogen Marloes en ik
de kamer van Kwabena gebruiken. We krijgen de sleutel van Rose. Naast
onze kamer is een keuken. Er staat een fornuis dat op butagas werkt. Dat
is heel bijzonder. De meeste mensen koken op houtskoolvuur buiten op
straat of in de ‘garden’. In de keuken staan grote plastic vaten, die
worden gevuld met water. Het water wordt gehaald door jongetjes van het
weeshuis of door Gideon die ook in ons huis woont. Ze halen het in
zinken emmers of teilen bij de pomp. De pomp is net buiten het dorp, 10
á 15 minuten lopen. De teil of emmer
In
het huis wonen verder nog Ester (50 jaar en schoonzus van Kwabena) met
haar vier kinderen. Vivian (30), Emanuel (27), Eunice (17) en Gideon
(14). De vader van de jongste twee is pas geleden overleden aan malaria.
17 februari 2004
Bobiri
forest.
De zuidelijke helft van Ghana
was ooit regenwoud. Door ontginningen en roofbouw is hier bijna niets
meer van over. Op enkele plaatsen is een klein stukje bewaard gebleven
dat nu beschermd wordt door meestal Engelse en Nederlandse organisaties.
Landbouw universiteiten doen hier vooral veel onderzoek. We zijn vanuit
Besease naar het Bobiri Rainforrest gereden (met de taxi, 30 kilometer
voor 30.000 cedi = 3 euro).
Het bos is ongeveer 55 vierkante
kilometer. Er zijn wandelroutes gemaakt tussen de 1 en 5 uur. Als we
aankomen, krijgen we eerst een rondleiding door het questhouse en een
toelichting over het hoe en waarom van dit gebied. Er komen zo’n 400
verschillende vlindersoorten voor en vele tropische vogels. In de ‘Bradt’
(de Engelstalige toeristische bijbel over Ghana), staat dat er ook veel
andere dieren zijn zoals apen, maar volgens de beheerder zijn die al
uitgemoord door stropers of gevlucht.
Overigens, zo’n ontvangst hier
gaat overal gepaard met handen geven, namen uitwisselen, ‘how do you see
Ghana?” is een veelgehoorde vraag. Een social talk die soms heel lang
kan duren. Uiterst vriendelijk, zeer gastvrij.
De beheerder vraagt of we een
gids mee willen. Dat willen we niet en we nemen de route van ongeveer
1,5 uur, als we terug zijn bij het
gebouw, krijgen we een flesje fanta met een rietje en praten nog wat.
Dan lopen we de vijf kilometer terug over de rode zandweg, dwars door
heuvelige velden vol bananenbomen, kokospalmen, mangobomen,
avocadostruiken. In het dorp langs de hoofdweg kopen we een sinaasappel.
iedereen groet en kinderen lopen lachend achter ons aan. Ik heb een
zakdoek op mijn hoofd vanwege de felle zon.
Langs de grote weg, wachten we
op een trotro (busje). Als er een trotro komt die nog plaats heeft,
toetert hij. als je je hand opsteekt, stopt hij.
Voor 30 cent voor ons samen, zet hij ons weer af bij ‘ons’ dorp Besease.
19 februari 2004
Kumasi.
Kumasi is de tweede stad van
Ghana en ligt ongeveer 300 km landinwaarts.
Het is ons afgeraden om in het
donker buiten te lopen. In Besease was dat niet zo, maar hier in deze
grote stad doen we dat dus ook maar niet. Gedwongen in onze hotelkamer
dus van 18 uur, want dan valt snel het duister in. We logeren in
Kingsway Hotel. Een ‘budget’hotel, een ‘dure’ kamer met airco voor 12
euro per nacht.
Twee grote bedden van 1.10 m.
breed, zwartbruin hout, ook de meubels. Koloniale jaren 20 meubels. Twee
stoelen met kapotte veren, kaptafel en schrijftafel. Het is erg oud,
versleten en kapot. Vergane glorie, maar het heeft wel wat. Een enorme
badkamer met kapotte tegels en een enorm bad, maar geen stromend water.
Er staat een groot vat met water, voor het geval het stromend water
wegvalt, wat dus bijna voortdurend het geval is. Ik voel me hier prima!
Het hotel staat in het centrum.
Lang kijk ik over de balkonrand naar de straat, twee verdiepingen lager.
het is donker, negen uur en nog zo’n 29 graden.
Het is nog levendig op straat.
Aan de overkant is een huis in aanbouw. Ze gebruiken hier geen stalen
steunpilaren maar bamboe. Ernaast wordt gezongen door een gezelschap.
Het zal ongetwijfeld gospel zijn. Ze worden begeleid door een drummer.
Ik krijg er kippenvel van, zo mooi! Nog steeds lopen koopvrouwen met hun
spullen op het hoofd. Groepjes lachende mannen, nog een enkel spelend
kind. Ik zou ik graag tussen willen lopen, maar ben verstandig en blijf
binnen. Ook beter voor mijn schrift, anders wordt het niet vol.
Dit was de derde dag in deze
stad en ik ga met pijn hier weg. Het is hier geweldig! Druk, druk, druk.
Men zegt de meest hectische stad van Afrika, maar de sfeer is goed. De
mensen vrolijk. In het begin nog een beetje griezelig om een stalletje
binnen te stappen om b.v. een geverfde lap stof te kopen. Ze rekenen nog
steeds in yards. De mensen zijn allemaal even vriendelijk.
“thank you sista, have a good day”.
Marloes, met haar lange dreadlocks wordt vaak
nageroepen “hé, rasta woman!!! Ze is een
bezienswaardigheid. Blank (we hebben in deze drie dagen Kumasi 3 andere
blanken gezien) én een vrouw met dreads. Dat hebben ze hier nog nooit
gezien. Men praat engels met ons, maar het ghanese engels is moeilijk te
verstaan. De uitspraak is anders. Het Twi kan ik echt niet verstaan.
Marloes al wel sommige woorden. Alles staat kriskras door elkaar
en toch, als je hier een paar dagen bent, zie je structuur en min of
meer orde.
Wat betreft de handel: de tijd
staat hier stil in Kumasi. Producten die wij al lang weer vergeten zijn,
zie je hier nog volop. De sunlight zeep (Key soap) ligt in staven. Je
wijst hoe groot het stuk moet zijn dat je wilt kopen. Ze wassen zichzelf
en hun kleren ermee. Er zijn ook veel kraampjes met schoenen. Je kunt er
ook je nagels laten manicuren. Door mannen overigens. Hun manicuur
gereedschap lijkt meer op mijn timmerkist. Cola en Fanta krijgen we in
de ouderwetse flesjes met een rietje. Oude kranten worden gebruikt om
fried yam (een soort aardappel stukken in frituur gebakken), gebakken
banaan of vis in te verpakken of wordt gebruikt als wc papier. Al deze
kranten komen uit … jawel, Nederland!
Veel mannen, meestal oude, lopen
nog in traditionele ‘lappen jurken’ met een blote schouder, zoals we dat
kennen uit India.
Het
is half tien, ik ga slapen. We staan hier altijd vroeg op. We hebben
geen dekens. Ondanks de airco is het in onze kamer 27 graden.
26 februari 2004
Verkeer in
Ghana.
Fiets.
In de tijd dat hier ben, heb ik
misschien 20 fietsen gezien. Ze zijn hier dus bijna niet. Iedereen loopt
of gaat met de trotro of taxi.
Kar.
Je ziet hier nog veel
handkarren. Metalen frame met 4 kleine autobanden eronder en aan beide
kanten een trekstang. Boordevol worden ze geladen. Enorme stapels,
meestal zakken. Eén man voor en één man achter. Hellende straten. Je
ziet ze zwaar duwen en trekken. Vieze stoffige kleren, blote voeten of
slippers, kletsnat van het zweet. Auto’s rijden toeterend langs ze heen.
Taxi.
Heel veen taxi’s. Acht van de
tien auto’s zijn taxi’s. Te herkennen aan gele wielkasten en het bordje
op het dank.
Shared taxi.
De shared taxi deel je dus met
anderen. Hij zet je niet af voor de deur, maar ‘op de hoek’ en wacht
niet op je.
Trotro.
De trotro is een busje. Het
varieert tussen een mini bestelbusje en grotere. Het is de goedkoopste
vorm van vervoer hier. In de stad ga je naar het trotro station.
De bus heeft een chauffeur (driver)
en een ‘mate’. De mate zorgt voor in- en uitstappen, het betalen en de
bagage. Als je er uit wil, vóór het eind station, roep je naar de mate.
Hij bonkt met zijn vuist op het dak (via het open raam) om de driver te
laten stoppen. Als je achterin zit, moeten er eerst mensen uitstappen
voordat je er uit kan. Aan de zijkant van de bus zijn klapstoeltjes die
omhoog moeten. De uitgang is een schuifdeur aan de zijkant. Voor 350 km.
rijden betaal je 20.000 cedi (2 euro). Voor een luxe bus met airco is
dat 45.000 cedi.
Veel trotro’s zijn van boven tot onder gedeukt. Ramen
kunnen niet meer open of niet meer dicht. Meestal doen alle metertjes
het niet meer. Planken op de vloer soms, anders zak je erdoor. Als het
regent, lekt het binnen. Soms zit je op metalen stangen omdat de kussens
zijn versleten of verdwenen. Op de zijkant staat soms nog Nederlandse of
Duitse reclame. Achterop staan vaak religieuze spreuken, zoals “showers
of blessings”, “god never sleep”, “jesus is hope”.
20 februari 2004
Kumasi –
Axim.
Half zeven op. Vóór acht uur
zijn we bij het busstation (met de taxi) We nemen de trotro naar
Takoradi. Het is 350 kilometer. Takoradi ligt aan de kust in het oosten
van Ghana. Om 15 uur komen we er aan. We hebben er 6 uur over gedaan.
Geen pauze. Er is geen airco. De chauffeur is nog jong, maar rijdt
netjes en rustig. Aangekomen in Takoradi zijn we heel flink (vinden we
zelf) en nemen direct de volgende trotro naar Axim. Nog eens 70 km. Om
half vijf zijn we er. Dan nog een stuk met een taxi die ons naar de
hemel op aarde brengt: Axim Beach Resort. Ongeveer 5 km. buiten Axim,
aan de kust. Ronde, rood geverfde hutjes met kegelvormige rieten daken.
Uitzicht op zee met hoge golven en een perzikkleurig strand, helemaal
omsloten door palm- en vijgenbomen. Op het strand staan puntige rieten
afdakjes om onder te zitten. Bij het hutje hebben we een kleine veranda.
Met de krekels achter me en de rollende branding voor me, zit ik naar
het invallen van de avond te kijken. De vermoeiende reis is al weer
vergeten. Enorme roofvogels zweven boven me. Om zeven uur (het is dan al
donker) lopen we naar het restaurant, waar we buiten kunnen eten.
De
sterren zijn ontelbaar als we om negen uur naar onze hut lopen. Getjilp,
gefluit en de ruisende branding horen we de hele nacht door de zes grote
open ‘ramen’. Dekens krijg je hier nergens. Is ook niet nodig, het is
erg warm, geen airco.
21 februari 2004
Axim.
Vandaag een rustdag. Na het
vroege ontbijt buiten, zitten we om negen uur aan het strand. Lezen en
schrijven. Kijken naar de enorme golven en naar de koddig opzij-rennende
doorzichtige krabbetjes.
Tegen de middag lekker douchen
(er is hier een echte douche, i.p.v. de bekende ‘bucket-shower’) en
lunchen met tonijnsalade en verse ananassap (i.p.v. gebakken banaan of
oliebol op de hoek van de straat). Uit een soort van schuldgevoel omdat
ik vandaag ‘niets’ doe, ga ik wandelen naar de stad. Marloes gaat niet
mee.
Axim ligt ongeveer 4 kilometer vanaf het hotel. Bij de uitgang wijst de bewaking me hoe ik moet lopen. Eerst een stuk door de “bush” over een heel smal zandpad. Na een tijdje kom ik een man tegen. Hij spreekt me aan. Even schrik ik. Wat moet hij? “Where are you going ma’am?”. Ik zeg hem dat ik naar Axim loop. “Where is your daughter?” en “vous parlez francais?”. “You not know me, but aim the cook!!”. Vanuit de keuken kan hij zien
wie er op het terras zitten te eten. Hij vertelt dat hij uit Ivoorkust
komt (en dus Frans talig is) en vraagt of ik de curry shrimps lekker
vond de vorige avond. Dan wenst hij me een fijne wandeling.
Ik neem me voor om van niemand
meer te schrikken en loop verder.
Ook al is het half vijf, de zon
schijnt en het is erg heet. Mijn zakdoek in mijn hand voor de straaltjes
langs mijn voorhoofd en hals. Het fototoestel en een flesje water in m’n
rugzakje. Langzaam wordt het minder begroeid en komen huisjes in zicht
(links van me is de zee). Nou ja, huisjes… krotten zijn het. Zelfs nog
niet eens. Overblijfselen van krotten. De zandweg wordt breder en er
lopen wat mensen. Ze noemen het hier ‘fischermen village below’.
De krotten staan op het strand. De mensen zijn hier armer dan arm.
Hebben echt helemaal niets. Wonen met 10 – 12 mensen onder een kapot
golfplaatje of bladerdak van enkel vierkante meters. Muren zijn er niet
of nauwelijks. Geen vloer, alleen zand. De mensen lopen, zitten of
liggen half op straat en zijn erg zwart. Zwarter dan de mensen in de
stad. Ze praten, doen een soort spel, zijn in een teil kleren aan het
wassen (ook de mannen!) of koken op een vuurtje op straat. De zandweg is
dus half zwart van het roet.
Ik voel me erg wit.
Dan kom in bij fort Sao Antonio.
Een wit fort, half in zee gebouwd door de Portugezen in 1515. Foto’s
maken kan ik niet.
Dezelfde weg terug. De straten
zijn ook ingenomen door geiten, kippen en honden. Allemaal broodmager,
vol zweren, zwanger of zogend.
Ook
veel kinderen. Honderden. Met grote ogen, snottebellen en lieve lachjes
zwaaien ze verlegen naar me en roepen “oburoni, akwaba!!” (blanke,
welkom!).
23 februari 2004
WIST JE
DAT JE HIER IN GHANA:
|
Copyright © 2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by Marloes.