HomeVerhalenFoto'sRouteLinksContact

 

 

Frankrijk 2010

 

Zondag 6 juni
Maandag 7 juni

Dinsdag 8 juni
Woensdag 9 juni
Donderdag 10 juni
Vrijdag 11 juni
Zaterdag 12 juni
Zondag 13 juni
Maandag 14 juni
Dinsdag 15 juni
Woensdag 16 juni
Donderdag 17 juni
Vrijdag 18 juni
Zaterdag 19 juni
Zondag 20 juni
Maandag 21 juni
Dinsdag 22 juni
Woensdag 23 juni
Donderdag 24 juni
Vrijdag 25 juni
Zaterdag 26 juni
Zondag 27 juni
Maandag 28 juni
Dinsdag 29 juni
Woensdag 30 juni
Donderdag 1 juli
Vrijdag 2 juli
Zaterdag 3 juli

Zondag 4 juli
Maandag 5 juli
Dinsdag 6 juli
Woensdag 7 juli
Donderdag 8 juli
Vrijdag 9 juli
Zaterdag 10 juli

 

LANGS OUDE WEGEN   -   Sifon (Transavia) – Biarritz.

 

Zondag 6 juni 2010.

Na de gebruikelijke huisafsluit rituelen fietsen we met de bagage naar Vader voor koffie en afscheid. We stappen in de trein en zijn tegen 15 uur op Schiphol. Fietsdozen kopen en in de hal de fietsen prepareren voor de vlucht. Het stuur moet evenwijdig met de fiets gedraaid worden. Normaal is dat een fluitje van een cent: stuurbout los en draaien maar. Helaas is er iets mis met de stuurbout van Theo’s fiets. Wát we ook proberen, het stuur blijft dwars liggen. We hebben veel gereedschap bij ons, maar geen grote bahco en die hebben we nu nodig.  Ik ga op zoek. Van loket naar loket vol weinig geïnteresseerde strak in het lichtblauwe pak zittende mensen, kom ik uiteindelijk bij “gevonden voorwerpen”. Een vrolijke, gitzwarte man zegt dat ik de fiets maar moet halen en dat hij me zal helpen. De fiets staat een halve kilometer verder en drie verdiepingen hoger. Gelukkig zijn we uren te vroeg aangekomen, dus geen last van stress. De schroef gaat niet los, maar de man schroeft het hele stuur los en zo past de fiets uiteindelijk in de doos. Inchecken met de hele handel. Met fietsen en al toch zo’n 80 kilo. Na een hapje eten naar de gate, waar we helaas zien dat onze vlucht van 19.25 uur vertraagd is naar 21.10 uur.

In Biarritz de fietsen weer snel in elkaar schroeven, banden oppompen en bagage erop. We worden halverwege deze klus naar buiten gebonjourd omdat het vliegveld dicht gaat. Het gereserveerde hotel blijkt vlak om de hoek.

 

            

 

Maandag 7 juni 2010.   Zon. 26 graden.

We blijven vandaag in Biarritz. We verkennen de stad met veel chique oude huizen en een oude haven. Boodschappen doen, fietsen nakijken en wat uitrusten.


Dinsdag 8 juni.  Half bewolkt.  21 graden.   66 km.

De weersvoorspellingen zijn slecht maar het is prima fietsweer als we vertrekken. Door de stad Biarritz naar Bayonne. Daar zoeken we de rivier de Nive, waarlangs we naar St.Jean Pied de Port  willen fietsen. Wonder boven wonder is er een fietspad. Grote uitzondering in Frankrijk. Het is een mooi pad langs de rivier die hier zo vlak bij de kust wel 20 meter breed is. Er wordt druk gelopen en gefietst. Na 25 km. Houdt het op en gaan we langs de normale weg verder. We rijden de Roland pas (Pas de Roland), een zeer smalle weg door een gorge van de Nive. Zéér de moeite waard. We komen bijna niemand tegen. De zon gaat zelfs schijnen en we lunchen op een bankje langs de woest stromende rivier. De pas heeft een paar flinke stijgingen van 14%.  Leuk om er vast een beetje in te komen.

Na de pas nog 20 km. over een grote weg. We hebben trek in koffie en zoeken een café in een dorpje wat er bij navraag aan een dame die haar zwabber uitklopt, niet blijkt te zijn. Er is wel een kerk. Maar, zegt de mevrouw, u krijgt van mij een lekker glas vruchtensap !! Ga maar lekker zitten. Na een gezellig gesprek, gaan we het laatste stuk naar St. Jean Pied de Port. Hoezo, arrogante Fransen??  St. Jean is een startplaats van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella en dat is te zien.   Als de tent staat en ik wil gaan koken, begint het te regenen en dat blijft de hele nacht zo.

                 

 

Woensdag 9 juni.  Zwaar bewolkt, regen.  17 – 21 graden.  45 km.

Het is droog als we ontbijten en de tent opbreken.  Als we onderweg zijn gaat het weer flink regenen. Gelukkig is het niet koud. De huizen hier zijn voornamelijk wit met donkerrode kozijnen en luiken. Het is specifiek voor Baskenland. We merken ook dat we in Baskenland zijn door de naamborden. Ze zijn onleesbaar. Straten en steden hebben totaal geen Franse namen zoals Arros Cibits, Louhossoa, Itxassou, Ainhice-Mongelos. De Franse straatnamen en de Baskische staan op de borden. Onderweg eten we een 4-gangen lunch in een auberge langs de weg.  Kippensoep zoveel als we willen, daarna salade met eend. We dachten dat dat het hoofdgerecht was, maar toen kwam er nog een bord vol kerrierijst met kip. Het toetje, crême Brulée. En dat allemaal voor 12 euro. Hoezo Frankrijk duur??

We moeten vandaag (richting Oloron St.Marie) een heuse col over. Het is een kleintje, maar toch moeten we een paar kilometer lopen omdat het te steil is voor ons (of de bagage te zwaar…)  en de spieren nog niet genoeg getraind. Gelukkig is er altijd de beloning van het afdalen, waarbij we een snelheid van 50 km per uur halen. Na 45 km. komen we bij het stadje Mauléon Licharre, wat een mooie stad moet zijn. Het is half vijf en Oloron  is nog 30 km. We zoeken een camping en na de douche en wat eten (weer in de miezerregen) gaan we nog even naar de stad.

           

 

Donderdag 10 juni. Zon 27 graden. 3e fietsdag: 45 km. Totaal 200 km.

Het is prachtig weer. De zon schijnt volop en we rijden naar het stadje Mauléon om te proberen ergens te internetten. Via via komen we tenslotte bij een soort kantoorartikelenwinkel waar internetten mogelijk is. Helaas doet de computer die daarvoor dient het niet, maar één van de dames staat op van haar bureau waarachter ze aan het werk is en we mogen haar computer gebruiken. Super aardig zijn ze toch weer allemaal hier.

Als we klaar zijn, gaan we verder met de tocht. Prachtige omgeving met aldoor op de achtergrond de besneeuwde bergen van de Pyreneeën.  Flinke klimmen zitten erbij. Door het mooie stadje Oloron Ste. Marie en aangekomen in Lasseube waar een camping is. Helaas staat er een bordje dat de camping 15 juni open gaat. Over vijf dagen dus. Terug gefietst naar het dorp en rond gevraagd. De baas van het plaatselijke café en tevens supermarkt eigenaar, blijkt ook de beheerder te zijn van de gemeentelijke camping. Ach, zegt hij, het is ‘pas de probléme’ als we er voor een nacht gaan staan, maar de douches zijn nog niet uit hun winterslaap. Dat geeft ons niet. Koude douche is ook prima en we zetten de tent dus neer op een totaal verlaten camping.


 
       

 

Vrijdag 11 juni.  Regen/zon. 18-23 graden.  Lasseube – Maubourguet. 

4e fietsdag 90 km.  Totaal 290 km.

We verlaten de stille, gesloten camping en vragen de weg naar waar onze route begint. Helaas sturen ze ons de verkeerde kant op en rijden we fout totdat we zien dat we weer richting besneeuwde bergtoppen rijden – het zuiden dus, terwijl we naar het noorden moeten !! Rechtsomkeert dus.

De lucht is prachtig. Blauw met witte wolken, maar steeds ook donkere, dreigende regenwolken. Soms regent het een tijdje. De regenjas gaat enkele keren aan en uit. De route is mooi. Soms glooiend, soms steile hellingen langs weilanden met vriendelijke blonde koeien of door lichte bossen. We zijn nog steeds in de Midi Pyrenees. Weinig dorpjes, geen terrasjes. Zelf koffie maken dus in de berm.

We hebben beide last van ons zitvlees, maar houden het vandaag toch bijna 90 km. vol. Rond acht uur ’s avonds komen we aan in Maubourguet waar een camping is. Helaas is deze gesloten en bellen we aan bij een ‘Chambre d’Hôtes, waar we gastvrij ontvangen worden door een Engels echtpaar in een schitterend middeleeuws pand met een badkamer van 5x6 !


 
       

 

Zaterdag 12 juni. Zwaar bewolkt, regen.  20 graden. Rustdag Maubourguet.

Enigszins geradbraakt door de zware tocht van gister, besluiten we hier een rustdag te houden. Wat klusjes aan de fietsen, de verhalen en foto’s verwerken en wandelen door het rustige, beetje saaie dorp.


 
     

 

Zondag 13 juni. Bewolkt en zon. 20-27 graden.

5e fietsdag: 75 km.  Maubourguet – Castéra-Verduzan. Totaal 375 km.

Zeven uur ’s morgens. Het plenst!! De weervoorspellers zeggen dat het de komende dagen blijft regenen.  Na een heerlijk ontbijt in de prachtige eetkamer, is het gelukkig droog en vertrekken we. Het wordt tegen alle verwachtingen in een prachtige dag !!  Het fietsen gaat heerlijk en de zon schijnt volop. Door Armagnac komen we in de Gers. Slaperige dorpjes, deels verlaten. Heuvelachtig, glooiend, soms pittige klimmetjes.

Het geurt naar graan, de heerlijke lucht van bloeiende lindebomen en soms kamperfoelie en liguster.

Tegen zeven uur arriveren we op een camping in Castéra-Verduzan.


 
                   

 

Maandag 14 juni. Zwaar bewolkt en regen.

6e fietsdag: 45 km. Castéra-Verduzan – Miradoux. Totaal 420 km.

De halve nacht heeft het geregend. Het is fris, 16 graden, als we vertrekken. Donkere wolken blijven de hele dag. Af en toe een bui. Als we in Lectoure lekker warm in een klein café de dagschotel nemen, begint het echt te plenzen.

We steken de rivier de Gers over. Wild stroomt deze onder de brug door. Het water is okergeel vanwege de modder die door de regen in de rivier gestroomd is. Toch wordt het weer droog en genieten we van de kilometers door het prachtige landschap, mooie oude huizen, bloemen en vogels. De maïs staat ongeveer 40 cm hoog, de zonnebloemen ook. Verder is er tarwe, haver en natuurlijk wijngaarden.  Ook zijn er velden die bedekt zijn met wit plastic. Wat er onder zit, weten we niet, maar dat zoeken we nog uit.

Het is voor mij het ultieme gevoel van vrijheid om over een heuvelrug te fietsen waarbij je aan beide kanten ver over het landschap kan kijken. Er is geen camping binnen fietsbereik, dus we bellen aan bij de prachtige blauwe deur van Chambre d’Haute  ‘le Bonheur’ in Miradoux. We krijgen een ongelofelijk mooie achttiende-eeuwse kamer. Net als we binnen zijn, klettert de regen tegen de ramen. 


 
     


Dinsdag 15 juni. Zwaar bewolkt. 16-20 graden. 7e fietsdag.

Miradoux – Moissac: 50 km. Totaal 470 km.  (auto Toulouse)

Ach, wat hebben deze mensen dit huis mooi gerestaureerd. Alles hebben ze zelf gedaan, in 6 jaar. Tot in de kleinste details ziet het er perfect uit en het staat vol antiek, móói antiek. We ontbijten samen met andere gasten en bewonderen de keuken en het fantastische uitzicht. Het is weer fris: 16 graden. Verder gaat het fietsen, langs de oude wegen. In de bermen bloeit niet zo veel. Het meest is al uitgebloeid helaas en wat zal het hier over een paar weken mooi zijn door de ontelbare velden met zonnebloemen. In het mooie dorp Auvillar met heel oude huizen en uitzicht over de Garonne, drinken we koffie en ontmoeten we een 63 jarige Santiago-loper uit Liverpool. Kromme vingers van de reuma (?) en moeilijk lopend. Hij loopt toch maar 25 – 40 km. per dag met z’n rugzak en stok. We steken de brede Garonne over en direct daarnaast ligt het Canal du Midi (heet hier ook wel “Canal entre deux Mers). Daar is een fietspad langs gelegd waarover we naar Moissac rijden. Onderweg komen we een Italiaans echtpaar tegen van rond de zeventig jaar die vanuit Bordeaux naar Turijn fietsen!! Ook Moissac is weer zo’n mooie kleine stad. De Tarn komt hier uit in de Garonne, overal is water. Het is 3 uur en Theo wil graag naar Toulouse en Carcassonne.  We huren een autootje (een Renault Clio). Alle bagage er in en rijden naar Toulouse (de fietsen mogen bij de garage blijven staan. Het is 85 km. Toulouse is een mooie, gezellige stad vol studenten die aan Parijs doet denken. Na heel wat kilometers lopen, vinden we uiteindelijk een zeer krakkemikkig hotelletje waar nog een kamer vrij is.                    

 

 

             

 

Woensdag 16 juni. Zwaar bewolkt, lichte regen. 17 graden.

Met de auto van Toulouse naar Carcassone en Cahors.

We zwerven nog wat door de stad en zoeken de auto weer op. Men heeft hier in de stad vele honderden fietsen staan die je kan pakken tegen betaling van één euro. In Nederland zouden ze allemaal vernield worden, maar hier staan ze keurig netjes. Ook zijn door de hele stad fietspaden en parkeren aan de binnen ringweg is gratis. We rijden via een kleine omweg om de grote weg te mijden naar Carcassonne. Onderweg picknicken we bij de druivenvelden. De trosjes zijn al gevormd, maar de druifjes zijn nog maar speldenknopjes, zo klein. De lucht is weer overal bedreigend zwart, maar af en toe piept de zon er door. De regen blijft beperkt tot miezeren. De oude vestingstad Carcassonne is imposant en interessant, maar binnenin één grote kermis van winkels en vooral veel vreettentjes.  Het is nog maar voorseizoen, maar al erg druk. De enorme muren en torens zijn hoog en het uitzicht is natuurlijk weids. We besluiten naar het noorden te rijden, naar Cahors. Dit is het volgende punt op onze route en we kunnen er de tent opzetten en morgen naar Moissac rijden om de auto in te leveren en de fietsen te halen. Dan zullen we de 60 km. per fiets weer naar Cahors rijden zonder bagage. De camping in Cahors is een waterballet. Zompige grasvelden en grote plassen overal. Vier dagen geleden, verteld de campingbaas, vaarden de auto’s hier voorbij en waren er overstromingen. Net als we zitten te eten op de camping, barst er een enorme bui los die alles weer blank zet.          

         

 

Donderdag 17 juni.   Half bewolkt en zon !!  14-24 graden. Moissac – Cahors.

Vannacht geen regen. Op de camping enorme plassen. Het is 14 graden ! We rijden de toeristische route naar Moissac waar we het autootje moeten inleveren en de fietsen halen. Onderweg een leuk middeleeuws dorpje bezocht (Lauzerte). Stom, stom, stom !!  We doen kalm aan en vergeten dat we de auto vóór 12 uur moeten inleveren. De middagpauze duurt hier tot 16 uur!! En de garage is hermetisch gesloten tot die tijd. Da’s balen. Na vier uur zouden we dan nog 60 km moeten fietsen naar Cahors waar de tent staat. Dat zal wel lukken net voor het donker wordt, maar er gaat ook een trein J Het weer knapt op en we vermaken ons wel enkele uren in het mooie Moissac, kopen treinkaartjes (de fiets mag hier gratis mee) en wachten tot de garage open gaat. Er zijn veel mensen die met een fiets de trein in gaan en we zien ook “pelgrims” die met rugzak en al in de trein zitten. De trein zet ons om 19 uur af in Cahors waar de de mooie brug bewonderen in de stralende zon.            

      

 

                 

 

Vrijdag 18 juni.  Zwaar bewolkt, af en toe zon  14 – 20 graden.

Cahors - Labastide-Murat. 8e fietsdag., 65 km.  Totaal 520 km. 

Het regent weer eens als we wakker worden. Alles nat inpakken dus. Lekker croissantje en koffie in de kantine waar gratis wifi is en we onze foto’s en verhalen naar Marloes kunnen sturen die het op de website zet.

Vol goede moed peddelen we weer naar het noorden. De lucht is loodgrijs en het miezert af en toe. Langs de rivier de Lot rijzen de rotsen loodrecht naar boven. Daar bovenlangs loopt een kleine weg waar we over fietsen. Prachtig met schitterend uitzicht.  We kiezen ervoor om een omweg van 30 km.  te nemen langs het dal van de Céré wat erg mooi moet zijn. Nét als we aan de Salade de Chêvre en Boeuf Bourgignon  zitten, trekt er weer een flinke bui over.

We vervolgen onze tocht langs de Céré en de Sagne. Het is een prachtig dal met veel bloemen, thijm, orchideeën, malva’s, een restje anjers, sedum, kamille, campanula en geraniums. Ook zijn er veel vlinders.

Er is zo veel regen gevallen dat de weilanden langs de Sagne, wat normaal een klein stroompje is, veranderd zijn in een metersbrede ondiepe rivier.  We komen bij een camping van een Nederlands stel waar we graag zouden kamperen, maar het staat helaas vol water. We fietsen dus verder naar Labastide-Murat, waar een camping Municipal is. Zéér eenvoudig, aan de weg, maar er is een warme douche en het kost maar 5 euro. De zon schijnt, dus de druipende tent kan mooi opdrogen.

De nacht is rumoerig. De autoweg in het dal veroorzaakt vrachtwagen gedreun en onze jonge buren willen ons laten mee genieten van hun bonkige muziek en zeer luide gesprekken. Hun auto draait twee uur lang stationair en zo’n keer of 10 rijden ze vlak langs de tent de camping op en af.

             


Zaterdag 19 juni. Zwaar bewolkt en veel regen. 16 graden.

Labastide-Murat  -  Rocamadour.  9e fietsdag,  30 km.  Totaal 550 km. 

Als we wakker worden, zien we niets. Overal dikke mist. Het is koud in de ochtend: 14 graden!!   Er groeien paddenstoelen op de camping door al het vocht.

De weg naar Rocamadour, waar we vandaag naartoe gaan is weer geweldig mooi.  Een paar flinke klimmen. Het is voor ons prettiger de steile stukken te lopen; minder vermoeiend. Mijn conditie gaat met sprongen vooruit en we lopen zo’n 5 km. omhoog tussen de 8 en 12%. Er springt een ree vlak voor mijn neus uit het bos over de weg en vlucht dwars door een maïsveld. We schrikken allebei van elkaar.

Het weer is ronduit slecht. Totaal verzopen arriveren we in de stromende regen in Rocamadour, dat we graag willen bekijken vanmiddag. We willen graag, maar bij de camping is een hostel waar we voor weinig geld een kamer kunnen krijgen. Alle spullen kunnen drogen en we wassen kleren.

Tegen vijf uur lopen we enkele kilometers naar het bijzondere Rocamadour dat tegen de rotsen aangebouwd is. Over de trappen en door de straatjes stroomt het regenwater.

             

 

Zondag 20 juni. Half bewolkt.  12-18 graden.  KOUD !!

Rocamadour – Hôpital St.Jean.  10e fietsdag.  31 km.  Totaal 581 km.

De zon schijnt, maar het was vannacht 5 graden!! De voorspelling in de krant voor vandaag zegt dat het niet warmer dan 13 graden wordt. Dat klopt aardig maar in de zon valt het nog mee af en toe. Een snerpende ijskoude wind komt uit het noordwesten. Ook meldt deze Franse krant op de voorpagina dat Frankrijk in depressie is. Dit vanwege de crisis, het voetbal (ze hebben verloren van Mexico en moeten naar huis) en het koude weer. Het schijnt de koudste en natste juni sinds tientallen jaren te zijn, tot nu toe. Ik heb niet echt warme kleren bij me omdat ik dit natuurlijk niet had verwacht.

Omdat de omgeving hier zo prachtig is en in Noord Frankrijk minder mooi, besluiten we hier heel rustig te fietsen. Kalm aan en in elk dorpje rondkijkend, komen we vandaag ook niet verder dan 31 km, waarvan toch zeker 12 km geklommen.  We steken de Dordogne over en rijden langs vele boomgaarden met walnotenbomen.  In de bossen groeien ook veel buxusstruiken.

Onderweg bekijken we het dorpje Martel. Heel authentiek en mooi onderhouden. Eten een salade net als de zon er even doorkomt, op het terras. Wel met truien en jassen aan!

We stoppen bij een kleine boerderijcamping, waar we de enige kampeerders zijn. De mevrouw maakt zich zorgen omdat het zo koud is. We mogen in een huisje zitten waar we kunnen koken en lezen. Er is een prachtig uitzicht, kilometers ver.


           

 

Maandag 21 juni.  Half bewolkt. 13 – 18 graden.

Hôpital St.Jean – St.Germain les Vergnes. 11e fietsdag. 60 km. Totaal  641.

Gisteravond voor het slapen flink gelopen om warm te worden. Half tien slapen. Het zal weer 5 graden worden vannacht.

Voor het eerst  is de tent droog bij het opstaan. Vlak naast de tent roept een koekoek. Wat een hard geluid is dat! De zon schijnt af en toe maar de wind is nog steeds ijskoud.

We fietsen naar Turenne, dat we helemaal “beklimmen”. Het oude dorp ligt op een steile, puntige berg. Het kasteel op de top zijn ze aan het renoveren. Ooit liet Elisabeth van Nassau (dochter van Willem van Oranje) er een kerkje bouwen dat er nog prachtig bij staat.

Tijdens de koffie op een terrasje arriveert een stel op de fiets dat dezelfde route ‘doet’. (zij zijn echter uit Nederland vertrokken half april naar Santiago de Compostella, dus weer onderweg naar huis en hebben al 3500 km achter de rug). We zullen ze nog enkele keren tegenkomen onderweg.

In de middag komen we dwars door Brive. Helaas nemen we de verkeerde weg de stad uit en rijden een enorm steile, grote weg die ook nog enkele kilometers óm is. Jammer van de verspilde energie.

In Donzenac den we boodschappen. Dan gaat het door tamelijk donkere bossen langs een woest stromende beek verder. Veel klimmen.

Uiteindelijk arriveren we bij St. Germain les Vergnes, waar volgend ons boekje 2 campings moeten zijn, maar die we niet vinden, ondanks vragen. Mijn spieren doen het niet meer. Ben doodop. Theo heeft nergens last van gelukkig. Vijf kilometer verder is een Chambre d’Hôte waar we terecht kunnen, na een telefoontje en waar we uiteindelijk om half negen aankomen. We mogen er koken in een prachtige keuken met alle voorzieningen.

 

                 


Dinsdag 22 juni.  ZON !!  20 graden. St.Germain les Vergnes – Masseret.

12e fietsdag 50 km.  Totaal 691 km.

Het is een oud en heel bijzonder huis waar we de nacht doorbrengen met een Engelse gastheer en een Franse gastvrouw. We ontbijten met andere gasten en vertrekken op tijd. De zon schijnt volop !!  Eindelijk strak blauwe lucht, zoals het ‘hoort’ in Frankrijk.

Weer over de landelijke, smalle boerenweggetjes rijden we. De notenbomen zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor weilanden vol met mooie bruine koeien. Ze staan er samen met hun kalfjes die bij de moeder kunnen drinken. We komen, na een schitterende gravelweg langs de rivier de Vézère, in Uzerche. Een kleine stad met huizen uit de 12e eeuw. We ontmoeten er een charmante Franse leraar waar we een praatje mee maken en bekijken uitgebreid het stadje.

Het lijkt wel of álle boeren met hun tractor aan het hooi maaien en keren zijn. We zien er tientallen. Overal geurt het naar pas gemaaid gras. Ook bij de gewone huizen lijkt het gras maaien een nationale hobby of status symbool. De hele dag horen we maaimachines en heggenknippers.

Helaas zijn de huizen in dit gebied een beetje saai. De rode en blauwe luiken zijn verdwenen. Alles is bruin. Af en toe passeren we wel prachtige oude landhuizen en kleine of grotere kastelen.

Om 18 uur zoeken we een camping die we vinden bij Masseret (ten zuidoosten van Limoge) aan een meertje. Grote camping waar we de enige bezoekers zijn…

 

                 


Woensdag 23 juni.  Masseret – St. Leonard de Noblet.

13e fietsdag. 55 km. Totaal 746 km.

Gisteravond nog een wandeling rond het meer gemaakt. Het is raar om op zo’n enorme camping alleen te zijn. ’s Nachts is het heel erg koud. Omdat er de komende 40 km geen voorzieningen meer zijn, rijden we eerst naar het dorp Masseret om boodschappen te doen.  Helaas ligt het dorp weer eens hoog en moeten we twee kilometer steil omhoog lopen met de zware fiets. Goed balen als het brood ook nog uitverkocht is, om half elf al !!  Dit dorp en de camping liggen niet aan onze route en we moesten dus een omweg maken om er te komen. Het is lastig om nu de route weer terug te vinden. Uitgestorven dorpjes zonder mensen. Het is triest om te zien, veel huizen met de luiken dicht en soms al half inelkaar gezakt. Het enige dat daar nog groeit, is de begraafplaats! Soms zijn het prachtige verstilde dorpjes. Hoe moet dat hier nu verder??

Uiteindelijk vinden we route en vervolgend we de prachtige tocht. Het is weer volop genieten van de natuur, de vogels, koeien en boerderijen. Overal die lieve ogen van de mooie Limousin koeien. Zoals bijna elke dag, twee keer uitgebreid picknicken. Dit keer helaas met van dat akelig smakende fabrieksbrood maar ook heerlijke druiven en yoghurt.

Het is de hele dag mooi weer. Strak blauwe lucht met een lekkere frisse wind. Die wind hebben we overigens al een hele week tégen, dat dan weer wel. Langs de weg, in een weiland staat een dolmen op een mooie plek met een schitterend uitzicht. Om zes uur komen we, na een heerlijk lange afdaling, in het oude stadje St. Leonard de Noblet.

Wat een mooie naam voor een beetje verwaarloosd stadje met een bijzondere kerk. Een prachtige camping aan de rivier de Vienne op een plek waar een stroomversnelling is, dus continue het geraas van water.

’s Avonds eten we in de stad. Het is ruim twee kilometer bergopwaarts lopen. Ook weer totaal uitgestorven. Iedereen zit binnen, ondanks het mooie weer. De pizzaboer is alleen en heeft veel bestellingen die hij moet bezorgen. We moeten anderhalf uur wachten als we een pizza willen, zegt hij. Arme jongen, zo verliest hij klanten en ook nog een pizza zo te ruiken en te zien aan een blauwe walm die uit de oven komt. Het volgende restaurant is dicht. Uiteindelijk vinden we een poep chique ding, waar we overigens heerlijk eten.

We lopen nog nét voor het donker terug naar de tent.

 

           


Donderdag 24 juni.  ZON. 25 graden.  St.Leonard de Noblet.  Rustdag.

Een prima camping, een rustige grote plek en heerlijk weer. Tijd voor een dag rust. Uitslapen, rustig ontbijten, lezen, een wasje, liggen en uitrusten.

De twee andere fietsende stellen die we gisteravond zagen, zijn al weg als we om half tien opstaan.

Er is een brutaal goudvinkje dat op de tent gaat zitten en later op ons kampeerstoeltje. We kunnen hem zo aanraken. Luid zingend naar een ander goudvinkje dat antwoord, maar zich niet laat zien. Diverse keren komt het vrijmoedige vogeltje vlak bij ons om te bedelen.

Er zijn ondertussen nieuwe fietsers aangekomen op de camping. Een Duitse jongen die van Gibraltar naar de Noordkaap fietst en een stel dat van Maastricht naar de Pyreneeën onderweg is.

Aan het eind van de dag fietsen we naar het stadje om boodschappen te doen. We zijn nogal laat en de supermarktjes zijn al dicht. Da’s nou jammer. Alles is op. Gelukkig is er net vanavond bij de brug een marktje met kraampjes vol producten van locale boeren. We kopen er echte spinazie, eieren, echte boter, kaas, jam en rabarberkoeken. Alles zelf gemaakt of verbouwd. Heerlijk.

 

          


Vrijdag 25 juni. ZON  28 graden. St.Leonard de Noblat – BénéventL’Abbaye.

55 km.  Totaal 801 km.

Als we vertrokken zijn en de klim naar het stadje achter de rug hebben, zien we dat onze indruk van woensdagavond (verwaarloosd en uitgestorven) helemaal niet juist is. We komen nu via een andere weg binnen en het is prachtig en levendig. Een middeleeuws straten patroon, een mega grote kerk helemaal van graniet met een toren van 53 m. hoog en gezellige, ouderwetse winkeltjes.

We doen boodschappen en drinken koffie op het terras. Het is warm, zo’n 28-29 graden. We fietsen weer verder onder de warme zon langs de weilanden, graanvelden, door bossen, langs riviertjes en over mooie stenen bruggetjes. Geen stukje rechte weg. Alsmaar klimmen en dalen. Af en toe komen we “pelgrims” tegen, die de route naar Santiago lopen of fietsen.  Altijd groeten we elkaar en soms stoppen we voor een praatje.

Vandaag hebben we voor de picknick lunch lekkere quiche bij de bakker gekocht en een meloen. Een auto stopt vlak bij ons en een man met lieslaarzen en een hengel gaat “vliegvissen” in de ondiepe rivier. Het valt ons op dat er steeds meer Fransen Engels praten en we ontmoeten eigenlijk alleen maar zeer vriendelijke, gastvrije mensen. Als we b.v. onze waterflessen willen vullen of de weg vragen. Bij een restaurant staat een bord: “We try to speak English”.

Om half acht vinden we het welletjes, maar er is geen camping in de buurt. Een leuk hotelletje is helaas vol,  maar  een man spreekt ons aan en zegt dat we in zijn ‘refuge’ kunnen overnachten. Het is een onderkomen voor pelgrims. Een huisje in het dorp (Bénévent l’Abbaye) waar boven bedden staan waar je met je eigen slaapzak op kan slapen, een douche en een keuken. We koken bieten en aardappelen. De groente is hier heel lekker. Gister op de markt kochten we spinazie die al zo lekker was en deze bieten zijn overheerlijk!!

’s Avonds praten we wat met een Spaans/Frans stel dat aan het oefenen is om met een rugzak te lopen en nog maar één dag onderweg is.

 

                            


Zaterdag 26 juni. ZON  30 graden. Bénévent l’Abbaye – Crozant.

55 km. Totaal 856 km.

Na nog wat discussiëren met het Spaans/Franse stel over de crisis, toerisme en Spanje, vertrekken we van de refuge. In het plaatselijke supermarktje is een internet mogelijkheid. Midden in de winkel, tussen de koeling en de chips, versturen we onze foto’s en verhalen. Als we klaar zijn, hebben we al weer zin in koffie en we moeten nog op zoek naar nieuw campinggas.  Ach wat jammer eigenlijk dat we weer verder moeten. Het is een gezellig dorp. Al met al is het al over twaalf uur als we op het heetst van de dag onze tocht voortzetten. Het is al goed warm, maar dat deert ons niet. Alles beter dan de regen en de kou van vorige week. De lucht boven het asfalt trilt in de verte en plakt aan onze banden. We horen af en toe de cicaden.  De heuvels worden duidelijk iets minder hoog en steil. Bovendien dalen we nu meer dan we stijgen. Helaas vergissen we ons ergens in de route. Twee plaatsjes die beide St.Priest heten binnen een afstand van 6 km. is verwarrend bij het lezen van de borden.    

Het stadje le Souterraine is ook weer een bezoek en een terrasje waard, met weer zo’n imposante granieten kerk en een heel oude ‘Porte St. Jean’, waar de pelgrims vroeger door binnen kwamen.

Als we bij de laatste pauze bij een picknick tafel en een wasplaats met bronwater zijn, stoot Theo gemeen hard zijn hoofd tegen een balk. Gelukkig is er koud water voorhanden om een kompres te maken en na een half uurtje liggen, gaat het wel weer. Wel een bult op het hoofd.

Het blijft maar een mooie weg. Honderden ronde hooirollen liggen op het land. Vrolijk zwaaien de boeren op hun trekkers en andere voertuigen naar ons. “Bon courage” roepen ze. Onderweg kopen we bij een stalletje bosbessen, jam en honing.

Om zeven uur komen we aan op de municipal camping van Crozant aan de Creuze.

 

                   


Zondag 27 juni. ZON 30-32 graden. Crozant – Le Châtre.

61 km. Totaal 917 km.

Het beloofd weer een warme dag te worden. We vertrekken op tijd en fietsen langs de Creuze en een stuwmeer. Waarom weten we niet, maar dit deel van het stuwmeer is erg laag, bruin en vol rommel. We klimmen met moeite uit het dal. Onze “koffie op terras” gaat niet vandaag. Geen café of alles dicht. Zelf maken dus in de berm. We fietsen van boom naar boom om schaduw te zoeken als we even stoppen om uit te blazen. De temperatuur loopt op tot over de dertig graden.

Het landschap veranderd duidelijk. Al enige dagen zijn er geen platanen meer, dat is jammer. De notenbomen hebben plaatsgemaakt voor lage eikenbomen. Minder bossen ook en de bruine Limousin koeien zien we nog maar sporadisch. Nu zijn er schapen en witte koeien in kleinere aantallen.

We komen door Neuvy St.Sépulchre. Dit heet zo omdat pelgrims die uit Jeruzalem kwamen rond het jaar 1000, daar de Grafkerk (Sépulchre) uit Jeruzalem hebben nagebouwd.

In Sarzay staat een kasteel zoals een kasteel eruit hoort te zien. De prins en prinses ontbreken…

In le Châtre zoeken we de camping, die we 4 km. buiten de stad vinden. Op de rekening staat: Naam: Erkelens, Marianne. Adres: Burgemeester….

We hebben wel een uurtje nodig om bij te komen van de tocht en de hitte. De douche is altijd een hoogtepunt van de dag!

’s Avonds fietsen we nog weer naar het centrum, wat overigens erg mooi is, waar Theo trakteert op een heerlijk etentje. Naast ons zitten een man en twee dames. De man begint een praatje met ons en blijkt Nederland wel te kennen door vrienden die in Hillegom wonen.  Hij was onderwijzer en al met 55 jaar met pensioen. Nu is dat naar 60 jaar gegaan en zijn er in Frankrijk stakingen omdat de regering voornemens is de pensioenleeftijd naar 62 te verschuiven. Hij heeft een website: http://oullie.e-monsite.com

 

                         


Maandag 28 juni. ZON  32-33 graden. Le Châtre – St.Amand – Montrond.

62 km.  Totaal 979 km.

Voor negen uur rijden we weer verder. Het is nu nog niet zo heet. De smalle rustige wegen voeren ons langs stille dorpen en mooie kastelen. In Châteaumeillant vinden we eindelijk een café dat open is. Terwijl we koffie drinken komt een man op zo’n Frans fietsje even met ons praten. Wij hebben van die ‘idioot grote’ fietsen. Hij woont in Rennes (Bretagne), is hier op vakantie en fietste vroeger veel in Europa met de ‘Franse fietsclub”.

Het wordt weer flink heet en weinig wind. In Châtelet vinden we een eenvoudig restaurant. We krijgen een tafeltje toegewezen. “Manger?” vraagt de mollige waardin. “Oui, s’il vous plait”, zeggen wij en in plaats van de kaart krijgen we een minuutje later, ongevraagd de entrée voorgezet. Een heerlijke zelfgemaakte aardappelsalade. Zodra we ons bord leeg hebben, verschijnt er een soort karbonade met een plens aardappelpuree. Als laatste kwam er een kaasplankje met wel 12 soorten kaas en een chocoladepuddinkje. Dit alles voor 11 euro p.p. inclusief wijn!!  We lezen er een plaatselijke krant die meldt dat per 1 juli de maximum snelheid voor FIETSERS in de steden wordt beperkt tot 30 km. per uur. Tevens lezen we dat de het de hele week 30 tot 33 graden blijft. Rolrond klimmen we weer op de fiets.

Het ruikt af en toe nog naar hooi, maar bijna alle boeren zijn klaar. Bloedhete lucht golft op uit het asfalt en we ruiken het natte teer.

Rond vier uur steken we de Cher over bij het stadje St. Amand – Montrond. Als we nog even een verkoelend drankje halen in een café, zien we dat Nederland gaat winnen van Tsjecho-Slowakije.

Prima camping (alweer een municipal) ligt tussen de Cher en het Canal du Berry. Wel veel muggen!!!
 

 

                     

 


Dinsdag 29 juni. ZON  30 graden  St. Amand-Montrond – Névers.

78 km.  Totaal 1057 km.

Lek geprikt door de muggen vertrekken we vroeg. In het stadje St.Amand doen we de gebruikelijke boodschappen en koffie op terras. Als we daar zitten met een heerlijke croissant, zien we aan de overkant een “cyberspace” café, een internetcafé dus. We hebben net weer vier verhalen en foto’s klaar, dus duiken we het donkere hol binnen. Ook heel wat mailtjes beantwoorden. Over elven vertrekken we uiteindelijk. Het wordt een dag langs veel oude oude kanalen, rivieren, niet meer in gebruik zijnde sluisjes, over en onder bruggen. Het is minder heet als gister, toch nog wel 29/30 graden en de eerste dag waarop we vlakke stukken fietsen. Het schiet dan ook lekker op.

We besluiten door te fietsen naar Névers. Natuurlijk nog wel af en toe dorpjes bekijken. Eén dorp, ook weer doodstil, met antieke scheefgezakte auto’s en leegstaande, prachtige huizen. Bijna bouwvallen, maar toch erg mooi.

Na 21 km.  drinken we symbolisch champagne uit onze bidon: de teller staat op 1000 km.! J

We moeten ongeveer twee kilometer over een zeer drukke weg. De vrachtwagens denderen vlak langs ons en we worden door de luchtdruk bijna de berm ingeblazen. Als we afslaan, waarderen we extra de rust en stilte van de kleine wegen en horen de vogels weer.

Vóór Nevers komen we door een oud poppig dorpje. Met zegt één van de mooiste van Frankrijk. We willen wel blijven, maar vinden geen onderdag. We mogen wel onze tent opzetten achter de kerk, maar dat blijkt een parkeerterrein in de brandende zon op zand, dus dat is geen optie.

Het is nog 20 km. naar Névers langs de Cère en over een aquaduct. Het Canal du Berry wordt hier over de mooie brede Cère geleid. Even verder komt de Cère in de Loire. Oorverdovend kabaal maakt al dat water.

Half negen komen we aan op de camping even ten zuiden van Névers. We staan op de oever van de Loire en zien aan de overkant de kathedraal en mooie huizen van Névers bij zonsondergang.

                                     


Woensdag 30 juni. ZON 32 graden.  Névers – Avallon (trein) – Vézelay (fiets)

25 km.  Totaal 1082 km. 

We hoeven dus alleen de lange brug over de Loire over te steken om direct de stad in te rijden. Het wordt wat afgezaagd misschien, maar ook dit is weer een mooie stad. Grote kathedraal en prachtige oude huizen. Wat bij ons als “oude troep” wordt bestempeld, zoals afgebladderde deuren en kozijnen, scheuren in de muren en kapotte dakpannen, is hier idyllisch, authentiek en pure romantiek.

Névers is ook het eindpunt van deel II van onze route (eigenlijk van deel I omdat de route is geschreven voor fietsen van noord naar zuid). We hebben nog ruim 700 km te gaan tot Maastricht. We hebben nog 9 dagen en willen nog naar vrienden bij Roermond en nog één dag rust. Dát gaan we dus niet halen.

We besluiten vandaag een stukje met de trein te gaan richting Vézelay. De trein gaat tot Avallon, de rest fietsen we. Helaas zullen we later nog een keer met de trein moeten gaan.

De burgerlijke ongehoorzaamheid  van Theo op het station, die twee keer de rails oversteekt met de fiets wat natuurlijk niet mag (mijn fiets hebben we al met veel moeite de trappen af en op gesjouwd en de trein stond al klaar!!), leidde tot een zeer boze perronchef (bij ons een uitgestorven beroep) die ons tot in de trein achterna liep. Schreeuwend wilde hij ons met fiets en al weer uit de trein sleuren om ons aan te geven bij de politie. Regelmatig wees hij op zijn smetteloze witte pet die hem kennelijk de status gaf om ons op de bon te slingeren.  Door de zeer vriendelijke conducteur die de trein wilde laten vertrekken en die het alle drukte duidelijk niet waard vond, liep het met een sisser af, maar o, wat ging die witte pet tekeer!!

Een heerlijk uurtje in de airco-koelte van de trein later, moeten we overstappen op een klein stationnetje waar we gewoon LEGAAL over de rails mogen wandelen met de fiets omdat er geen over- of onderdoorgang is…

Vervolgens boemelen met een klein treinstel 2 uur verder. Het is leuk om op deze manier door het landschap te rijden. De machinist zit achter glas en daardoor kan je alle kanten op kijken. Langzaam tjoekt de diesel naar boven en vrolijk gedeng-gedengt hij snel heuvelafwaarts.

Ook Avallon blijkt een verrassend mooi stadje! We wanen ons (afgezien van de eeuwige, ontelbare, stinkende auto’s) weer honderden jaren terug in de tijd.

Na een salade en gegratineerde aubergines, zwoegen we bergopwaarts richting Vézelay.  Het is maar 22 km, maar het is peentjes zweten, zo steil.

Hoewel de zon al laag staat, het is al acht uur,  is het nog steeds 30 graden.

Eén km. ten zuiden van Vézelay zetten we de tent op, op een leuke kleine camping met een schitterend uitzicht. Volop Nederlanders met hun verhalen. We merken dat het hoogseizoen op gang komt.

Ontelbare sterren en één vallende, zie ik als ik plat op mijn rug naar de hemel kijk. Een tjilpende cicade en de zwoele temperatuur, maakt het echte Franse gevoel compleet. ’s Nachts zonder lamp naar het toilet want de maan maakt zelfs schaduwen op de grond.


                                 


Donderdag 1 juli.  ZON  33 graden.  Rustdag.

Erg heet vandaag. De gebruikelijke dingen zoals kleren wassen, lezen, route plannen voor de laatste week en even naar Vézelay. Wel mooi, maar zeer toeristisch.

 

             

 

Vrijdag 2 juli.  ZON 36 graden.  Vézelay – Auxerre

60 km.  Totaal 1142. 

Half acht rijden we weg. Hert is dan nog niet zo warm! Bovendien maakt de  dan nog laag staande zon prachtig strijklicht over het mooie landschap. De weg slingert eerst over heuvels met graan en bossen. Daarna komen we in het dal van de Yonne. Een ingewikkeld systeem van kanalen, Canal du Nivernais en sluizen, dat begin 1800 is aangelegd. Door de komst van de spoorwegen is het kanalensysteem al honderd jaar niet meer in gebruik. Bij de sluizen staan allemaal antieke huisjes waar vroeger de sluiswachters woonden. Zijn de sluizen van het Canal du Berry helemaal verpauperd, hier worden ze tegenwoordig gebruikt voor de pleziervaart. Veel van de woninkjes  zijn weer bewoond en van het oude jaagpad is een fietspad gemaakt.

Bij Vincelles (15 km voor onze bestemming Auxerre)  poeffff! De achterband van Theo is leeg. De eerste lekke band deze vakantie. Een fiks gat in de buiten en binnenband. Na de reparatie, 5 km verder weer de zelfde band op de zelfde plek  piieuw!! Een nog groter gat! Nu wordt het lastig. De buitenband wordt verstevigd aan de buiten en binnenkant. Als we Auxerre maar halen. Daar is een fietswinkel. Helaas begeeft de band het al gauw weer. Er komt een man met kleindochter langs op de fiets en vraagt of we problemen hebben. Als we het uitleggen, erg moeilijk is dat niet want de fiets staat op de kop …legt hij uit waar de fietsenmaker is en rijdt verder. Een minuut later, keert hij terug en zegt dat hij een van ons met zijn auto, die twee km verder op staat, naar Auxerre kan rijden, om een band te kopen en terug kan brengen. Super vriendelijk maar weer. Ik ga dus mee en Theo blijft achter bij zijn fiets en bagage. Ik fiets met hem en zijn kleindochter naar zijn auto en in Auxerre koop ik een nieuwe band. Veel keuze is er niet, de meeste zijn 26 inch. Gelukkig is er een van 28 inch bij, weliswaar een band met veel profiel voor een mountainbike, maar zo zijn we binnen anderhalf uur uit de brand en rijden we verder. Het is schroeiend heet. Een temperatuurmeter in de schaduw geeft 36 graden aan! Om half vijf komen we aan de op de camping,  waar we na het douchen, in de kantine nog net het laatste half uur Nederland tegen Brazilië kunnen zien dat Nederland zo verrassend wint. We zetten die avond om 19.00 uur pas de tent op vanwege de hitte.


                         


Zaterdag 3 juli.  ZON 30 graden.  Auxerre – Troyes.

93 km. Totaal 1235 km.

Ook vandaag gaat de wekker om 6 uur en als we om half elf aan de gebruikelijke “café au lait” zitten, hebben we er al ruim 35 km op zitten ondanks wat pittig klimwerk om uit het dal te komen.

Verder gaat de tocht over smalle landwegen door golvende graanvelden. Het hooien is klaar, nu zijn de boeren het graan aan het oogsten. Druk tractorverkeer en enorme combines met zandwolken achter zich aan op het veld. Ook komen er nu, na lange tijd, weer druivenakkers. Het is hier het gebied van de Chablis wijn.

We steken het riviertje de Armancon over en zien dat het water helder en schoon is. Er is een mooie oever om te water te gaan, dus we gaan even zwemmen. Nou ja, zwemmen. . . . het is meer liggen want het water is knie diep en de stroming flink. Met handen en voeten je schrap zetten dus en het koele water heerlijk langs je heen laten stromen. We gaan nog net geen dammetjes bouwen, maar daar is het een prima riviertje voor. Twee vliegvissers met hun lieslaarzen komen  net terug onder de mooie brug door om weer naar hun auto te lopen.

Heerlijk opgefrist gaan we weer verder. Langs graansilo’s van wel 70 meter hoog! De tractoren die het graan komen brengen, lijken er speelgoedauto’s bij. Uiteindelijk komen we na 85 km rijden aan op de plek waar een camping zou zijn. Het is een veldje naast de jeugdherberg en een drukte van belang want er wordt een rockavond gegeven door jonge muzikanten. Er is dus geen plaats en bovendien zullen we door de decibellen weggeblazen worden. We moeten dus nog 12 km. dwars door de grote stad Troyes rijden om naar een andere camping te gaan. Dat is geen straf want we voelen ons nog niet echt moe en Troyes blijkt een prachtige stad. We besluiten er de volgende dag uitgebreid rond te kijken en dan met de trein naar Châlons en Champagne te gaan. Als we een man de weg vragen naar het station, meldt hij eerst dat hij deze dag jarig is! Hij is onvast ter been en moet steeds giechelen. Hij heeft duidelijk al diverse glaasjes pastis en wijn op zijn verjaardag getoast, maar hij weet nog wel de weg naar het station. Graag wil hij nog meer vertellen, zoals dat zijn vriendin in Hengelo woont, maar wij moeten echt verder. Het is al half negen en we moeten nog naar de trein informeren, de camping zoeken en eten!

Het lukt allemaal en even na tien uur zitten we aan de koffie bij ene Richard en Ingrid die ook “onze” route fietsen.

                   

Zondag 4 juli. ZON  28 graden.  Troyes – Châlons en Champagne.

15 km fiets. 2 uur trein.  Totaal fiets: 1250 k.

Graag willen we Troyes nog bekijken, maar er is eigenlijk geen tijd omdat we dan een fietsdag missen. We besluiten toch de stad in te gaan en dan met de trein naar Châtelons en Champagne te gaan.

Troyes is een bijzondere stad met een enorme geschiedenis. De Seine stroomt erdoor, maar is hier nog maar smal. In de stad wordt de Seine in en patroon geleid en midden in de stad door een vijver met fontein.  Troyes was al belangrijk  voor de jaartelling en werd in 890 totaal verwoest door de Noormannen, in 1540 weer door een grote brand en in WO 2 opnieuw platgegooid. Ondanks dat alles, staan de kathedraal en de kerken in Renaissance stijl nog protserig overeind, zij het gerestaureerd.   In de binnenstad smalle straatjes met veel vakwerkhuizen in vele kleuren, heel erg mooi.

De trein naar Châlons gaat maar één keer op zondag, om half vier. Het is duur om met de trein te reizen ondanks dat de fietsen gratis mee mogen. We betalen 62 euro voor 2 x enkele reis.

Tegen de avond fietsen we vanuit het station van Châlons naar de camping waar we Richard en Ingrid weer treffen, die het gefietst hebben.

       

Maandag 5 juli.  Zon/wolken. 26 gr. Châlons en Champagne – Dun-sur-Meuse.

112 km.  Totaal 1362 km.

Deze dag hebben we een tocht van over de 100 km gepland. Het weer is prima. Niet zo heet, met wolkjes. Eerst de stad uit en weer de route volgen.

Het wordt weer een gouden dag !!  We trappen als vanzelf door dit prachtige land en als  we tegen half twaalf koffie maken in de berm (de dorpjes hebben hier niets, geen winkels/geen cafés) hebben we al 50 km. afgelegd.

Akelig zijn op een gegeven moment de aanvallen van blinde steekvliegen (dazen). Vooral tijdens het klimmen, vliegen er tientallen om ons heen en steken lelijk. Gewapend met een handdoek waar we mee rondzwaaien, slaan we ons erdoorheen. Ze vliegen best hard. Pas als we dalen en harder gaan dan 22 km. per uur, houden ze ons niet meer bij, maar bij elke stijging komen ze terug.

In een dorpje zijn mannen met de weg bezig en de borden zijn weg. Ik vraag ze naar de weg en ze wijzen ons rechtdoor. Achteraf was dat verkeerd en we rijden helaas zo’n 7 km. om.

Het gaat lekker en de kilometers vliegen onder onze banden vandaan.

Hier in het dal van de Andou en de Maas, vlakbij Verdun, zien we vele standbeelden van soldaten (WO I) en andere herdenkingsbeelden. Deze loopgravenoorlog heeft vooral hier vele slachtoffers gemaakt. Veel Duitse, Franse en Amerikaanse begraafplaatsen (de grootste van Europa) zijn hier te vinden (bij Romagne s. Montfaucon).

Vooral in het avondlicht is het weer prachtig fietsen met de lage zon. Het licht voor warmer en we genieten enorm van de mooie uitzichten.

We zien het tentje van Richard en Ingrid staan op een camping, maar wij willen nog even verder. Bij Dun sur Meuse is een camping die bevolkt wordt door een omvangrijke “Tokkie familie”. Tientallen, zo niet honderden caravans, partytenten en andere bouwsels. Een hoog bierbuik en tatoo gehalte. Wc’s zijn kapot en smerig. In de douches ligt rommel en zelfs poep!! Toch denken we nog een aardig plekje te vinden achterin aan het meertje. Helaas treffen we na het eten in een nabije Auberge, vlak achter onze tent een groepje mannen uit Roemenië (of zo)  de volumeknop van de radio in de auto op maximaal hebben staan. De muziek is wel gezellig, maar de grond waarop onze slaapmatjes liggen, dreunt ervan.

Een Belgisch stel op een tandem is onderweg naar het zuiden met een tent van 10 kilo, een tafel en stoelen én een hond !!  Ze vonden het wel erg zwaar fietsen.

 

                   

 

Dinsdag 6 juli. Zon en wolken. 25 graden. Dun-sur-Meuse – Lesheret (B)

88 km.  Totaal 1450 km.

Om zeven fietsen we de Tokkie camping af. Kantoor is dicht, dus we betalen niet. Vinden we niet erg dit keer. De bakker is al open, dus kunnen we lekker maïsbrood en amandelcroissants halen.

Ook vandaag een stevige tocht gepland. Het is nog 270 km. naar Maastricht en we hebben nog drie dagen de tijd. Vanuit Montmédy gaan we klimmen omdat de Ardennen voor ons liggen.

Het is prachtig fietsweer. Zelfs nog met trui aan ’s morgens vroeg. Na ruim 1400 km. Frankrijk, komen we België binnen. Het douanekantoortje is tot bushokje gedegradeerd midden in een donker bos. We voelen direct een groot verschil tussen Frankrijk en België. Het asfalt is slecht, vol gaten en de auto’s rijden keihard vlak langs ons. Er wordt niet meer gegroet en de bouwstijl is deprimerend grijs, lelijk en saai. Gelukkig veranderd het wel wat als we bijna bij onze bestemming zijn. Even ten noordoosten van Neufchâteau ligt een dorpje Lescheret waar we een leuke camping vinden. We kunnen mee eten en de voetbalwedstrijd zien van Nederland – Uruguay.

Het was weer een prachtige, maar pittige dag.

           

Woensdag 7 juli.  ZON 29/30 graden. Leschert – Sart (bij Vielsalm)

75 km.   Totaal 1525 km.

Vandaag een dag van weinig anders dan fietsen. Kleine pauze in Bastogne om wat boodschappen te doen. Onder andere een nieuwe USB stick. In een internetcafé in Auxerre lieten we de onze liggen.

Het is weer flink warm en de zon brandt op ons vel. Het asfalt is vaak in slechte staat. Enorme gaten, ribbels en bobbels. We worden soms flink door elkaar gerammeld. Vooral bij afdalingen is het uitkijken geblazen.

De hellingen hier in de Ardennen zijn flink, maar onze benen zijn inmiddels behoorlijk getraind dus het gaat langzaam maar zeker bergopwaarts en zwierend door de bochten naar beneden.

Een paar kilometer rijden we in het dal van de Ourthe. Door donkere dennenbossen langs het kleine riviertje. We zitten er nog een tijdje naast. Vanwege tijdnood en gebrek aan treinen hier, moeten we flink doortrappen.

We halen Sart (bij Vielsalm) na 75 km. te moe om verder te gaan. Het is ook al zeven uur. We krijgen in de kantine een bord spaghetti Bolognese.

             

Donderdag 8 juli. ZON  32 graden. Sart – Eijsden (Maastricht).

105 km.  Totaal 1630 km. 

Ook vandaag valt er niet veel meer te melden dan: fietsen, fietsen, fietsen. Het is erg heet. Gelukkig zijn de Ardennen rijk aan bossen, dus er is veel schaduw. Vooral de afdaling langs het riviertje de Liënne is puur genieten: bijna 25 kilometer lang alleen maar langzaam afdalen.

Helaas moeten we later nog een “bult” over van 525 meter hoog: 6 kilometer hebben we omhoog gelopen. De wegen zijn vaak erg slecht, wat het omhoog fietsen veel zwaarder maakt. De dorpjes zijn niet de moeite waard om te bekijken op Oud Limbourg na. Dat is nog heel authentiek en mooi. We komen daar ook Egge tegen, een man uit Leek die onderweg is naar Bordeaux. Hij heeft de route alleen op zijn GPS bij zich waar de campings niet op staan. Wij geven hem onze routeboekjes die we niet meer nodig hebben. Hij zal ze wel terug geven als hij half augustus terug is.

Nieuwe huizen worden veelal gebouwd van grijze betonblokken die aan de buitenkant niet worden afgewerkt. Honderden huizen zien we waar een zwarte ‘bobbelfolie’ isolatiemateriaal aan de buitenkant tegenaan getimmerd is. Ook zonder afwerking. Vreemd, lelijk gezicht. De mensen zijn meestal ongeïnteresseerd. Zou het komen door de armoede??

We proberen rond 19/20 uur nog bij een paar B&B’s een kamer te vinden, maar dat lukt niet. We racen de laatste 35 km. naar Eijsden (net onder Maastricht) in anderhalf uur tijdens een mooie zonsondergang en komen tegen half elf, nog net voor donker, aan op de camping, waar we ook nog soep maken en brood eten, want ergens eten is erbij ingeschoten.

                                 

9 en 10 juli.  ZON 36 graden.  Eijsden – Maastricht – Roggel – Roermond – Emmen – Zuidhorn.

60 km.  Totaal 1690 km.

Rustig aan vanmorgen. Als we willen wegrijden, vraagt de overbuurvrouw op de camping of we nog een kopje koffie willen voordat we gaan., Gezellig natuurlijk. Een lief echtpaar van eind zeventig met een kleine caravan.

Daarna nog even in de heerlijke airco-koelte van de camping receptie om te internetten. Het is niet leuk meer, zo heet is het buiten.

Dan beginnen we aan de laatste 10 km. van de route: naar Maastricht. Na een lunch aan de Maas op een terras, nemen we de trein naar Roermond. Eind van de middag hebben we afgesproken met Ed en Thea, vrienden die we twee jaar geleden hebben ontmoet in Griekenland. We fietsen het stuk van Roermond naar Roggel, waar ze wonen.

We worden zoals gewoonlijk zeer hartelijk ontvangen, eten heerlijk en hebben een gezellige avond samen met nog een ander bevriend stel die ook op de terugreis uit Frankrijk langs komen.

De volgende dag fietsen Ed en Thea met ons mee, terug naar Roermond waar we op de trein stappen naar Emmen.

Theo reist door naar Zuidhorn, samen met Gwen (zijn dochter).

 

Aantal dagen                                 33

Aantal kilometers                         1690

Fietsdagen                                     25

Gemiddeld per dag                        67

Hoogste snelheid                          60

Gemiddelde snelheid                     13,6

Overnachting hotel/B&B              9

Overnachting camping                  24

Reisdagen (vlieg,trein,auto)         5

Rustdagen                                      3

Laagste temperatuur                    5 graden (’s nachts)

Hoogste temperatuur                   43 graden (in de zon)

       

 

 

Terug naar boven

Copyright © 2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by Marloes.