![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
|
Frankrijk 2010
LANGS OUDE WEGEN -
Sifon (Transavia) – Biarritz.
Na de gebruikelijke huisafsluit rituelen
fietsen we met de bagage naar Vader voor koffie en afscheid. We
stappen in de trein en zijn tegen 15 uur op Schiphol. Fietsdozen
kopen en in de hal de fietsen prepareren voor de vlucht. Het stuur
moet evenwijdig met de fiets gedraaid worden. Normaal is dat een
fluitje van een cent: stuurbout los en draaien maar. Helaas is er
iets mis met de stuurbout van Theo’s fiets. Wát we ook proberen, het
stuur blijft dwars liggen. We hebben veel gereedschap bij ons, maar
geen grote bahco en die hebben we nu nodig. Ik ga op zoek. Van
loket naar loket vol weinig geïnteresseerde strak in het lichtblauwe
pak zittende mensen, kom ik uiteindelijk bij “gevonden voorwerpen”.
Een vrolijke, gitzwarte man zegt dat ik de fiets maar moet halen en
dat hij me zal helpen. De fiets staat een halve kilometer verder en
drie verdiepingen hoger. Gelukkig zijn we uren te vroeg aangekomen,
dus geen last van stress. De schroef gaat niet los, maar de man
schroeft het hele stuur los en zo past de fiets uiteindelijk in de
doos. Inchecken met de hele handel. Met fietsen en al toch zo’n 80
kilo. Na een hapje eten naar de gate, waar we helaas zien dat onze
vlucht van 19.25 uur vertraagd is naar 21.10 uur.
In Biarritz de fietsen weer snel in
elkaar schroeven, banden oppompen en bagage erop. We worden
halverwege deze klus naar buiten gebonjourd omdat het vliegveld
dicht gaat. Het gereserveerde hotel blijkt vlak om de hoek.
Maandag 7 juni
2010. Zon. 26 graden.
We blijven vandaag in Biarritz. We
verkennen de stad met veel chique oude huizen en een oude haven.
Boodschappen doen, fietsen nakijken en wat uitrusten.
De weersvoorspellingen zijn slecht maar
het is prima fietsweer als we vertrekken. Door de stad Biarritz naar
Bayonne. Daar zoeken we de rivier de Nive, waarlangs we naar St.Jean
Pied de Port willen fietsen. Wonder boven wonder is er een
fietspad. Grote uitzondering in Frankrijk. Het is een mooi pad langs
de rivier die hier zo vlak bij de kust wel 20 meter breed is. Er
wordt druk gelopen en gefietst. Na 25 km. Houdt het op en gaan we
langs de normale weg verder. We rijden de Roland pas (Pas de
Roland), een zeer smalle weg door een gorge van de Nive. Zéér de
moeite waard. We komen bijna niemand tegen. De zon gaat zelfs
schijnen en we lunchen op een bankje langs de woest stromende
rivier. De pas heeft een paar flinke stijgingen van 14%. Leuk
om er vast een beetje in te komen.
Na de pas nog 20 km. over een grote weg.
We hebben trek in koffie en zoeken een café in een dorpje wat er bij
navraag aan een dame die haar zwabber uitklopt, niet blijkt te zijn.
Er is wel een kerk. Maar, zegt de mevrouw, u krijgt van mij een
lekker glas vruchtensap !! Ga maar lekker zitten. Na een gezellig
gesprek, gaan we het laatste stuk naar St. Jean Pied de Port. Hoezo,
arrogante Fransen?? St. Jean is een startplaats van de
pelgrimsroute naar Santiago de Compostella en dat is te zien.
Als de tent staat en ik wil gaan koken, begint het te regenen en dat
blijft de hele nacht zo.
Woensdag 9 juni. Zwaar bewolkt, regen. 17 – 21 graden.
45 km.
Het is droog als we ontbijten en de tent
opbreken. Als we onderweg zijn gaat het weer flink regenen.
Gelukkig is het niet koud. De huizen hier zijn voornamelijk wit met
donkerrode kozijnen en luiken. Het is specifiek voor Baskenland. We
merken ook dat we in Baskenland zijn door de naamborden. Ze zijn
onleesbaar. Straten en steden hebben totaal geen Franse namen zoals
Arros Cibits, Louhossoa, Itxassou, Ainhice-Mongelos. De Franse
straatnamen en de Baskische staan op de borden. Onderweg eten we een
4-gangen lunch in een auberge langs de weg. Kippensoep zoveel
als we willen, daarna salade met eend. We dachten dat dat het
hoofdgerecht was, maar toen kwam er nog een bord vol kerrierijst met
kip. Het toetje, crême Brulée. En dat allemaal voor 12 euro. Hoezo
Frankrijk duur??
We moeten vandaag (richting Oloron
St.Marie) een heuse col over. Het is een kleintje, maar toch moeten
we een paar kilometer lopen omdat het te steil is voor ons (of de
bagage te zwaar…) en de spieren nog niet genoeg getraind.
Gelukkig is er altijd de beloning van het afdalen, waarbij we een
snelheid van 50 km per uur halen. Na 45 km. komen we bij het stadje
Mauléon Licharre, wat een mooie stad moet zijn. Het is half vijf en
Oloron is nog 30 km. We zoeken een camping en na de douche en
wat eten (weer in de miezerregen) gaan we nog even naar de stad.
Donderdag 10 juni. Zon 27 graden. 3e
fietsdag: 45 km. Totaal 200 km.
Het is prachtig weer. De zon schijnt
volop en we rijden naar het stadje Mauléon om te proberen ergens te
internetten. Via via komen we tenslotte bij een soort
kantoorartikelenwinkel waar internetten mogelijk is. Helaas doet de
computer die daarvoor dient het niet, maar één van de dames staat op
van haar bureau waarachter ze aan het werk is en we mogen haar
computer gebruiken. Super aardig zijn ze toch weer allemaal hier.
Als we klaar zijn, gaan we verder met de tocht. Prachtige omgeving met aldoor op de achtergrond de besneeuwde bergen van de Pyreneeën. Flinke klimmen zitten erbij. Door het mooie stadje Oloron Ste. Marie en aangekomen in Lasseube waar een camping is. Helaas staat er een bordje dat de camping 15 juni open gaat. Over vijf dagen dus. Terug gefietst naar het dorp en rond gevraagd. De baas van het plaatselijke café en tevens supermarkt eigenaar, blijkt ook de beheerder te zijn van de gemeentelijke camping. Ach, zegt hij, het is ‘pas de probléme’ als we er voor een nacht gaan staan, maar de douches zijn nog niet uit hun winterslaap. Dat geeft ons niet. Koude douche is ook prima en we zetten de tent dus neer op een totaal verlaten camping.
Vrijdag 11 juni. Regen/zon. 18-23 graden. Lasseube –
Maubourguet.
4e fietsdag 90 km.
Totaal 290 km.
We verlaten de stille, gesloten camping
en vragen de weg naar waar onze route begint. Helaas sturen ze ons
de verkeerde kant op en rijden we fout totdat we zien dat we weer
richting besneeuwde bergtoppen rijden – het zuiden dus, terwijl we
naar het noorden moeten !! Rechtsomkeert dus.
De lucht is prachtig. Blauw met witte
wolken, maar steeds ook donkere, dreigende regenwolken. Soms regent
het een tijdje. De regenjas gaat enkele keren aan en uit. De route
is mooi. Soms glooiend, soms steile hellingen langs weilanden met
vriendelijke blonde koeien of door lichte bossen. We zijn nog steeds
in de Midi Pyrenees. Weinig dorpjes, geen terrasjes. Zelf koffie
maken dus in de berm.
We hebben beide last van ons zitvlees,
maar houden het vandaag toch bijna 90 km. vol. Rond acht uur ’s
avonds komen we aan in Maubourguet waar een camping is. Helaas is
deze gesloten en bellen we aan bij een ‘Chambre d’Hôtes, waar we
gastvrij ontvangen worden door een Engels echtpaar in een
schitterend middeleeuws pand met een badkamer van 5x6 !
Zaterdag 12 juni. Zwaar bewolkt, regen. 20 graden. Rustdag
Maubourguet.
Enigszins geradbraakt door de zware tocht
van gister, besluiten we hier een rustdag te houden. Wat klusjes aan
de fietsen, de verhalen en foto’s verwerken en wandelen door het
rustige, beetje saaie dorp.
Zondag 13
juni. Bewolkt en zon. 20-27 graden.
5e fietsdag: 75 km.
Maubourguet – Castéra-Verduzan. Totaal 375 km.
Zeven uur ’s morgens. Het plenst!! De
weervoorspellers zeggen dat het de komende dagen blijft regenen.
Na een heerlijk ontbijt in de prachtige eetkamer, is het gelukkig
droog en vertrekken we. Het wordt tegen alle verwachtingen in een
prachtige dag !! Het fietsen gaat heerlijk en de zon schijnt
volop. Door Armagnac komen we in de Gers. Slaperige dorpjes, deels
verlaten. Heuvelachtig, glooiend, soms pittige klimmetjes.
Het geurt naar graan, de heerlijke lucht
van bloeiende lindebomen en soms kamperfoelie en liguster.
Tegen zeven uur arriveren we op een
camping in Castéra-Verduzan.
Maandag 14 juni.
Zwaar bewolkt en regen.
6e fietsdag: 45 km.
Castéra-Verduzan – Miradoux. Totaal 420 km.
De halve nacht heeft het geregend. Het is
fris, 16 graden, als we vertrekken. Donkere wolken blijven de hele
dag. Af en toe een bui. Als we in Lectoure lekker warm in een klein
café de dagschotel nemen, begint het echt te plenzen.
We steken de rivier de Gers over. Wild
stroomt deze onder de brug door. Het water is okergeel vanwege de
modder die door de regen in de rivier gestroomd is. Toch wordt het
weer droog en genieten we van de kilometers door het prachtige
landschap, mooie oude huizen, bloemen en vogels. De maïs staat
ongeveer 40 cm hoog, de zonnebloemen ook. Verder is er tarwe, haver
en natuurlijk wijngaarden. Ook zijn er velden die bedekt zijn
met wit plastic. Wat er onder zit, weten we niet, maar dat zoeken we
nog uit.
Het is voor mij het ultieme gevoel van
vrijheid om over een heuvelrug te fietsen waarbij je aan beide
kanten ver over het landschap kan kijken. Er is geen camping binnen
fietsbereik, dus we bellen aan bij de prachtige blauwe deur van
Chambre d’Haute ‘le Bonheur’ in Miradoux. We krijgen een
ongelofelijk mooie achttiende-eeuwse kamer. Net als we binnen zijn,
klettert de regen tegen de ramen.
Miradoux – Moissac: 50 km. Totaal 470 km. (auto Toulouse) Ach, wat hebben deze mensen dit huis mooi gerestaureerd. Alles hebben ze zelf gedaan, in 6 jaar. Tot in de kleinste details ziet het er perfect uit en het staat vol antiek, móói antiek. We ontbijten samen met andere gasten en bewonderen de keuken en het fantastische uitzicht. Het is weer fris: 16 graden. Verder gaat het fietsen, langs de oude wegen. In de bermen bloeit niet zo veel. Het meest is al uitgebloeid helaas en wat zal het hier over een paar weken mooi zijn door de ontelbare velden met zonnebloemen. In het mooie dorp Auvillar met heel oude huizen en uitzicht over de Garonne, drinken we koffie en ontmoeten we een 63 jarige Santiago-loper uit Liverpool. Kromme vingers van de reuma (?) en moeilijk lopend. Hij loopt toch maar 25 – 40 km. per dag met z’n rugzak en stok. We steken de brede Garonne over en direct daarnaast ligt het Canal du Midi (heet hier ook wel “Canal entre deux Mers). Daar is een fietspad langs gelegd waarover we naar Moissac rijden. Onderweg komen we een Italiaans echtpaar tegen van rond de zeventig jaar die vanuit Bordeaux naar Turijn fietsen!! Ook Moissac is weer zo’n mooie kleine stad. De Tarn komt hier uit in de Garonne, overal is water. Het is 3 uur en Theo wil graag naar Toulouse en Carcassonne. We huren een autootje (een Renault Clio). Alle bagage er in en rijden naar Toulouse (de fietsen mogen bij de garage blijven staan. Het is 85 km. Toulouse is een mooie, gezellige stad vol studenten die aan Parijs doet denken. Na heel wat kilometers lopen, vinden we uiteindelijk een zeer krakkemikkig hotelletje waar nog een kamer vrij is.
Woensdag 16 juni. Zwaar bewolkt, lichte regen. 17 graden. Met de auto van Toulouse naar Carcassone en Cahors. We zwerven nog wat door de stad en zoeken de auto weer op. Men heeft hier in de stad vele honderden fietsen staan die je kan pakken tegen betaling van één euro. In Nederland zouden ze allemaal vernield worden, maar hier staan ze keurig netjes. Ook zijn door de hele stad fietspaden en parkeren aan de binnen ringweg is gratis. We rijden via een kleine omweg om de grote weg te mijden naar Carcassonne. Onderweg picknicken we bij de druivenvelden. De trosjes zijn al gevormd, maar de druifjes zijn nog maar speldenknopjes, zo klein. De lucht is weer overal bedreigend zwart, maar af en toe piept de zon er door. De regen blijft beperkt tot miezeren. De oude vestingstad Carcassonne is imposant en interessant, maar binnenin één grote kermis van winkels en vooral veel vreettentjes. Het is nog maar voorseizoen, maar al erg druk. De enorme muren en torens zijn hoog en het uitzicht is natuurlijk weids. We besluiten naar het noorden te rijden, naar Cahors. Dit is het volgende punt op onze route en we kunnen er de tent opzetten en morgen naar Moissac rijden om de auto in te leveren en de fietsen te halen. Dan zullen we de 60 km. per fiets weer naar Cahors rijden zonder bagage. De camping in Cahors is een waterballet. Zompige grasvelden en grote plassen overal. Vier dagen geleden, verteld de campingbaas, vaarden de auto’s hier voorbij en waren er overstromingen. Net als we zitten te eten op de camping, barst er een enorme bui los die alles weer blank zet.
Donderdag 17 juni. Half bewolkt en zon !! 14-24 graden. Moissac – Cahors. Vannacht geen regen. Op de camping enorme plassen. Het is 14 graden ! We rijden de toeristische route naar Moissac waar we het autootje moeten inleveren en de fietsen halen. Onderweg een leuk middeleeuws dorpje bezocht (Lauzerte). Stom, stom, stom !! We doen kalm aan en vergeten dat we de auto vóór 12 uur moeten inleveren. De middagpauze duurt hier tot 16 uur!! En de garage is hermetisch gesloten tot die tijd. Da’s balen. Na vier uur zouden we dan nog 60 km moeten fietsen naar Cahors waar de tent staat. Dat zal wel lukken net voor het donker wordt, maar er gaat ook een trein J Het weer knapt op en we vermaken ons wel enkele uren in het mooie Moissac, kopen treinkaartjes (de fiets mag hier gratis mee) en wachten tot de garage open gaat. Er zijn veel mensen die met een fiets de trein in gaan en we zien ook “pelgrims” die met rugzak en al in de trein zitten. De trein zet ons om 19 uur af in Cahors waar de de mooie brug bewonderen in de stralende zon.
Vrijdag 18 juni. Zwaar bewolkt, af en toe zon 14 – 20
graden. Cahors - Labastide-Murat. 8e
fietsdag., 65 km. Totaal 520 km. Het regent weer eens als we wakker
worden. Alles nat inpakken dus. Lekker croissantje en koffie in de
kantine waar gratis wifi is en we onze foto’s en verhalen naar
Marloes kunnen sturen die het op de website zet. Vol goede moed peddelen we weer naar het
noorden. De lucht is loodgrijs en het miezert af en toe. Langs de
rivier de Lot rijzen de rotsen loodrecht naar boven. Daar bovenlangs
loopt een kleine weg waar we over fietsen. Prachtig met schitterend
uitzicht. We kiezen ervoor om een omweg van 30 km. te
nemen langs het dal van de Céré wat erg mooi moet zijn. Nét als we
aan de Salade de Chêvre en Boeuf Bourgignon zitten, trekt er
weer een flinke bui over. We vervolgen onze tocht langs de Céré en
de Sagne. Het is een prachtig dal met veel bloemen, thijm,
orchideeën, malva’s, een restje anjers, sedum, kamille, campanula en
geraniums. Ook zijn er veel vlinders. Er is zo veel regen gevallen dat de
weilanden langs de Sagne, wat normaal een klein stroompje is,
veranderd zijn in een metersbrede ondiepe rivier. We komen bij
een camping van een Nederlands stel waar we graag zouden kamperen,
maar het staat helaas vol water. We fietsen dus verder naar
Labastide-Murat, waar een camping Municipal is. Zéér eenvoudig, aan
de weg, maar er is een warme douche en het kost maar 5 euro. De zon
schijnt, dus de druipende tent kan mooi opdrogen. De nacht is rumoerig. De autoweg in het
dal veroorzaakt vrachtwagen gedreun en onze jonge buren willen ons
laten mee genieten van hun bonkige muziek en zeer luide gesprekken.
Hun auto draait twee uur lang stationair en zo’n keer of 10 rijden
ze vlak langs de tent de camping op en af.
![]()
Labastide-Murat - Rocamadour.
9e fietsdag, 30 km. Totaal 550 km. Als we wakker worden, zien we niets.
Overal dikke mist. Het is koud in de ochtend: 14 graden!!
Er groeien paddenstoelen op de camping door al het vocht. De weg naar Rocamadour, waar we vandaag
naartoe gaan is weer geweldig mooi. Een paar flinke klimmen.
Het is voor ons prettiger de steile stukken te lopen; minder
vermoeiend. Mijn conditie gaat met sprongen vooruit en we lopen zo’n
5 km. omhoog tussen de 8 en 12%. Er springt een ree vlak voor mijn
neus uit het bos over de weg en vlucht dwars door een maïsveld. We
schrikken allebei van elkaar. Het weer is ronduit slecht. Totaal
verzopen arriveren we in de stromende regen in Rocamadour, dat we
graag willen bekijken vanmiddag. We willen graag, maar bij de
camping is een hostel waar we voor weinig geld een kamer kunnen
krijgen. Alle spullen kunnen drogen en we wassen kleren. Tegen vijf uur lopen we enkele kilometers
naar het bijzondere Rocamadour dat tegen de rotsen aangebouwd is.
Over de trappen en door de straatjes stroomt het regenwater.
Zondag 20 juni. Half bewolkt. 12-18 graden.
KOUD !! Rocamadour – Hôpital St.Jean.
10e fietsdag. 31 km.
Totaal 581 km. De zon schijnt, maar het was vannacht 5
graden!! De voorspelling in de krant voor vandaag zegt dat het niet
warmer dan 13 graden wordt. Dat klopt aardig maar in de zon valt het
nog mee af en toe. Een snerpende ijskoude wind komt uit het
noordwesten. Ook meldt deze Franse krant op de voorpagina dat
Frankrijk in depressie is. Dit vanwege de crisis, het voetbal (ze
hebben verloren van Mexico en moeten naar huis) en het koude weer.
Het schijnt de koudste en natste juni sinds tientallen jaren te
zijn, tot nu toe. Ik heb niet echt warme kleren bij me omdat ik dit
natuurlijk niet had verwacht.
Omdat de omgeving hier zo prachtig is en
in Noord Frankrijk minder mooi, besluiten we hier heel rustig te
fietsen. Kalm aan en in elk dorpje rondkijkend, komen we vandaag ook
niet verder dan 31 km, waarvan toch zeker 12 km geklommen. We
steken de Dordogne over en rijden langs vele boomgaarden met
walnotenbomen. In de bossen groeien ook veel buxusstruiken. Onderweg bekijken we het dorpje Martel. Heel authentiek en mooi onderhouden. Eten een salade net als de zon er even doorkomt, op het terras. Wel met truien en jassen aan! We stoppen bij een kleine
boerderijcamping, waar we de enige kampeerders zijn. De mevrouw
maakt zich zorgen omdat het zo koud is. We mogen in een huisje
zitten waar we kunnen koken en lezen. Er is een prachtig uitzicht,
kilometers ver.
Maandag 21 juni. Half bewolkt.
13 – 18 graden. Hôpital St.Jean – St.Germain
les Vergnes. 11e fietsdag. 60 km. Totaal 641. Gisteravond voor het slapen flink gelopen
om warm te worden. Half tien slapen. Het zal weer 5 graden worden
vannacht. Voor het eerst is de tent droog bij
het opstaan. Vlak naast de tent roept een koekoek. Wat een hard
geluid is dat! De zon schijnt af en toe maar de wind is nog steeds
ijskoud. We fietsen naar Turenne, dat we helemaal
“beklimmen”. Het oude dorp ligt op een steile, puntige berg. Het
kasteel op de top zijn ze aan het renoveren. Ooit liet Elisabeth van
Nassau (dochter van Willem van Oranje) er een kerkje bouwen dat er
nog prachtig bij staat. Tijdens de koffie op een terrasje
arriveert een stel op de fiets dat dezelfde route ‘doet’. (zij zijn
echter uit Nederland vertrokken half april naar Santiago de
Compostella, dus weer onderweg naar huis en hebben al 3500 km achter
de rug). We zullen ze nog enkele keren tegenkomen onderweg. In de middag komen we dwars door Brive.
Helaas nemen we de verkeerde weg de stad uit en rijden een enorm
steile, grote weg die ook nog enkele kilometers óm is. Jammer van de
verspilde energie. In Donzenac den we boodschappen. Dan gaat
het door tamelijk donkere bossen langs een woest stromende beek
verder. Veel klimmen. Uiteindelijk arriveren we bij St. Germain
les Vergnes, waar volgend ons boekje 2 campings moeten zijn, maar
die we niet vinden, ondanks vragen. Mijn spieren doen het niet meer.
Ben doodop. Theo heeft nergens last van gelukkig. Vijf kilometer
verder is een Chambre d’Hôte waar we terecht kunnen, na een
telefoontje en waar we uiteindelijk om half negen aankomen. We mogen
er koken in een prachtige keuken met alle voorzieningen.
12e fietsdag 50 km.
Totaal 691 km. Het is een oud en heel bijzonder huis
waar we de nacht doorbrengen met een Engelse gastheer en een Franse
gastvrouw. We ontbijten met andere gasten en vertrekken op tijd. De
zon schijnt volop !! Eindelijk strak blauwe lucht, zoals het
‘hoort’ in Frankrijk. Weer over de landelijke, smalle
boerenweggetjes rijden we. De notenbomen zijn verdwenen en hebben
plaats gemaakt voor weilanden vol met mooie bruine koeien. Ze staan
er samen met hun kalfjes die bij de moeder kunnen drinken. We komen,
na een schitterende gravelweg langs de rivier de Vézère, in Uzerche.
Een kleine stad met huizen uit de 12e eeuw. We ontmoeten
er een charmante Franse leraar waar we een praatje mee maken en
bekijken uitgebreid het stadje. Het lijkt wel of álle boeren met hun
tractor aan het hooi maaien en keren zijn. We zien er tientallen.
Overal geurt het naar pas gemaaid gras. Ook bij de gewone huizen
lijkt het gras maaien een nationale hobby of status symbool. De hele
dag horen we maaimachines en heggenknippers. Helaas zijn de huizen in dit gebied een
beetje saai. De rode en blauwe luiken zijn verdwenen. Alles is
bruin. Af en toe passeren we wel prachtige oude landhuizen en kleine
of grotere kastelen. Om 18 uur zoeken we een camping die we
vinden bij Masseret (ten zuidoosten van Limoge) aan een meertje.
Grote camping waar we de enige bezoekers zijn…
13e fietsdag. 55 km. Totaal
746 km. Gisteravond nog een wandeling rond het
meer gemaakt. Het is raar om op zo’n enorme camping alleen te zijn.
’s Nachts is het heel erg koud. Omdat er de komende 40 km geen
voorzieningen meer zijn, rijden we eerst naar het dorp Masseret om
boodschappen te doen. Helaas ligt het dorp weer eens hoog en
moeten we twee kilometer steil omhoog lopen met de zware fiets. Goed
balen als het brood ook nog uitverkocht is, om half elf al !!
Dit dorp en de camping liggen niet aan onze route en we moesten dus
een omweg maken om er te komen. Het is lastig om nu de route weer
terug te vinden. Uitgestorven dorpjes zonder mensen. Het is triest
om te zien, veel huizen met de luiken dicht en soms al half inelkaar
gezakt. Het enige dat daar nog groeit, is de begraafplaats! Soms
zijn het prachtige verstilde dorpjes. Hoe moet dat hier nu verder?? Uiteindelijk vinden we route en
vervolgend we de prachtige tocht. Het is weer volop genieten van de
natuur, de vogels, koeien en boerderijen. Overal die lieve ogen van
de mooie Limousin koeien. Zoals bijna elke dag, twee keer uitgebreid
picknicken. Dit keer helaas met van dat akelig smakende
fabrieksbrood maar ook heerlijke druiven en yoghurt. Het is de hele dag mooi weer. Strak
blauwe lucht met een lekkere frisse wind. Die wind hebben we
overigens al een hele week tégen, dat dan weer wel. Langs de weg, in
een weiland staat een dolmen op een mooie plek met een schitterend
uitzicht. Om zes uur komen we, na een heerlijk lange afdaling, in
het oude stadje St. Leonard de Noblet. Wat een mooie naam voor een beetje
verwaarloosd stadje met een bijzondere kerk. Een prachtige camping
aan de rivier de Vienne op een plek waar een stroomversnelling is,
dus continue het geraas van water. ’s Avonds eten we in de stad. Het is ruim
twee kilometer bergopwaarts lopen. Ook weer totaal uitgestorven.
Iedereen zit binnen, ondanks het mooie weer. De pizzaboer is alleen
en heeft veel bestellingen die hij moet bezorgen. We moeten
anderhalf uur wachten als we een pizza willen, zegt hij. Arme
jongen, zo verliest hij klanten en ook nog een pizza zo te ruiken en
te zien aan een blauwe walm die uit de oven komt. Het volgende
restaurant is dicht. Uiteindelijk vinden we een poep chique ding,
waar we overigens heerlijk eten. We lopen nog nét voor het donker terug
naar de tent.
Een prima camping, een rustige grote plek
en heerlijk weer. Tijd voor een dag rust. Uitslapen, rustig
ontbijten, lezen, een wasje, liggen en uitrusten. De twee andere fietsende stellen die we
gisteravond zagen, zijn al weg als we om half tien opstaan. Er is een brutaal goudvinkje dat op de
tent gaat zitten en later op ons kampeerstoeltje. We kunnen hem zo
aanraken. Luid zingend naar een ander goudvinkje dat antwoord, maar
zich niet laat zien. Diverse keren komt het vrijmoedige vogeltje
vlak bij ons om te bedelen. Er zijn ondertussen nieuwe fietsers
aangekomen op de camping. Een Duitse jongen die van Gibraltar naar
de Noordkaap fietst en een stel dat van Maastricht naar de Pyreneeën
onderweg is. Aan het eind van de dag fietsen we naar
het stadje om boodschappen te doen. We zijn nogal laat en de
supermarktjes zijn al dicht. Da’s nou jammer. Alles is op. Gelukkig
is er net vanavond bij de brug een marktje met kraampjes vol
producten van locale boeren. We kopen er echte spinazie, eieren,
echte boter, kaas, jam en rabarberkoeken. Alles zelf gemaakt of
verbouwd. Heerlijk.
55 km. Totaal 801 km. Als we vertrokken zijn en de klim naar
het stadje achter de rug hebben, zien we dat onze indruk van
woensdagavond (verwaarloosd en uitgestorven) helemaal niet juist is.
We komen nu via een andere weg binnen en het is prachtig en
levendig. Een middeleeuws straten patroon, een mega grote kerk
helemaal van graniet met een toren van 53 m. hoog en gezellige,
ouderwetse winkeltjes. We doen boodschappen en drinken koffie op
het terras. Het is warm, zo’n 28-29 graden. We fietsen weer verder
onder de warme zon langs de weilanden, graanvelden, door bossen,
langs riviertjes en over mooie stenen bruggetjes. Geen stukje rechte
weg. Alsmaar klimmen en dalen. Af en toe komen we “pelgrims” tegen,
die de route naar Santiago lopen of fietsen. Altijd groeten we
elkaar en soms stoppen we voor een praatje. Vandaag hebben we voor de picknick lunch
lekkere quiche bij de bakker gekocht en een meloen. Een auto stopt
vlak bij ons en een man met lieslaarzen en een hengel gaat
“vliegvissen” in de ondiepe rivier. Het valt ons op dat er steeds
meer Fransen Engels praten en we ontmoeten eigenlijk alleen maar
zeer vriendelijke, gastvrije mensen. Als we b.v. onze waterflessen
willen vullen of de weg vragen. Bij een restaurant staat een bord:
“We try to speak English”. Om half acht vinden we het welletjes,
maar er is geen camping in de buurt. Een leuk hotelletje is helaas
vol, maar een man spreekt ons aan en zegt dat we in zijn
‘refuge’ kunnen overnachten. Het is een onderkomen voor pelgrims.
Een huisje in het dorp (Bénévent l’Abbaye) waar boven bedden staan
waar je met je eigen slaapzak op kan slapen, een douche en een
keuken. We koken bieten en aardappelen. De groente is hier heel
lekker. Gister op de markt kochten we spinazie die al zo lekker was
en deze bieten zijn overheerlijk!! ’s Avonds praten we wat met een
Spaans/Frans stel dat aan het oefenen is om met een rugzak te lopen
en nog maar één dag onderweg is.
55 km. Totaal 856 km. Na nog wat discussiëren met het
Spaans/Franse stel over de crisis, toerisme en Spanje, vertrekken we
van de refuge. In het plaatselijke supermarktje is een internet
mogelijkheid. Midden in de winkel, tussen de koeling en de chips,
versturen we onze foto’s en verhalen. Als we klaar zijn, hebben we
al weer zin in koffie en we moeten nog op zoek naar nieuw
campinggas. Ach wat jammer eigenlijk dat we weer verder
moeten. Het is een gezellig dorp. Al met al is het al over twaalf
uur als we op het heetst van de dag onze tocht voortzetten. Het is
al goed warm, maar dat deert ons niet. Alles beter dan de regen en
de kou van vorige week. De lucht boven het asfalt trilt in de verte
en plakt aan onze banden. We horen af en toe de cicaden. De
heuvels worden duidelijk iets minder hoog en steil. Bovendien dalen
we nu meer dan we stijgen. Helaas vergissen we ons ergens in de
route. Twee plaatsjes die beide St.Priest heten binnen een afstand
van 6 km. is verwarrend bij het lezen van de borden. Het stadje le Souterraine is ook weer een
bezoek en een terrasje waard, met weer zo’n imposante granieten kerk
en een heel oude ‘Porte St. Jean’, waar de pelgrims vroeger door
binnen kwamen. Als we bij de laatste pauze bij een
picknick tafel en een wasplaats met bronwater zijn, stoot Theo
gemeen hard zijn hoofd tegen een balk. Gelukkig is er koud water
voorhanden om een kompres te maken en na een half uurtje liggen,
gaat het wel weer. Wel een bult op het hoofd. Het blijft maar een mooie weg. Honderden
ronde hooirollen liggen op het land. Vrolijk zwaaien de boeren op
hun trekkers en andere voertuigen naar ons. “Bon courage” roepen ze.
Onderweg kopen we bij een stalletje bosbessen, jam en honing. Om zeven uur komen we aan op de municipal
camping van Crozant aan de Creuze.
61 km. Totaal 917 km. Het beloofd weer een warme dag te worden.
We vertrekken op tijd en fietsen langs de Creuze en een stuwmeer.
Waarom weten we niet, maar dit deel van het stuwmeer is erg laag,
bruin en vol rommel. We klimmen met moeite uit het dal. Onze “koffie
op terras” gaat niet vandaag. Geen café of alles dicht. Zelf maken
dus in de berm. We fietsen van boom naar boom om schaduw te zoeken
als we even stoppen om uit te blazen. De temperatuur loopt op tot
over de dertig graden. Het landschap veranderd duidelijk. Al
enige dagen zijn er geen platanen meer, dat is jammer. De notenbomen
hebben plaatsgemaakt voor lage eikenbomen. Minder bossen ook en de
bruine Limousin koeien zien we nog maar sporadisch. Nu zijn er
schapen en witte koeien in kleinere aantallen. We komen door Neuvy St.Sépulchre. Dit
heet zo omdat pelgrims die uit Jeruzalem kwamen rond het jaar 1000,
daar de Grafkerk (Sépulchre) uit Jeruzalem hebben nagebouwd. In Sarzay staat een kasteel zoals een
kasteel eruit hoort te zien. De prins en prinses ontbreken… In le Châtre zoeken we de camping, die we
4 km. buiten de stad vinden. Op de rekening staat: Naam: Erkelens,
Marianne. Adres: Burgemeester…. We hebben wel een uurtje nodig om bij te
komen van de tocht en de hitte. De douche is altijd een hoogtepunt
van de dag! ’s Avonds fietsen we nog weer naar het
centrum, wat overigens erg mooi is, waar Theo trakteert op een
heerlijk etentje. Naast ons zitten een man en twee dames. De man
begint een praatje met ons en blijkt Nederland wel te kennen door
vrienden die in Hillegom wonen. Hij was onderwijzer en al met 55
jaar met pensioen. Nu is dat naar 60 jaar gegaan en zijn er in
Frankrijk stakingen omdat de regering voornemens is de
pensioenleeftijd naar 62 te verschuiven. Hij heeft een website:
http://oullie.e-monsite.com
62 km. Totaal 979 km. Voor negen uur rijden we weer verder. Het
is nu nog niet zo heet. De smalle rustige wegen voeren ons langs
stille dorpen en mooie kastelen. In Châteaumeillant vinden we
eindelijk een café dat open is. Terwijl we koffie drinken komt een
man op zo’n Frans fietsje even met ons praten. Wij hebben van die
‘idioot grote’ fietsen. Hij woont in Rennes (Bretagne), is hier op
vakantie en fietste vroeger veel in Europa met de ‘Franse
fietsclub”. Het wordt weer flink heet en weinig wind.
In Châtelet vinden we een eenvoudig restaurant. We krijgen een
tafeltje toegewezen. “Manger?” vraagt de mollige waardin. “Oui, s’il
vous plait”, zeggen wij en in plaats van de kaart krijgen we een
minuutje later, ongevraagd de entrée voorgezet. Een heerlijke
zelfgemaakte aardappelsalade. Zodra we ons bord leeg hebben,
verschijnt er een soort karbonade met een plens aardappelpuree. Als
laatste kwam er een kaasplankje met wel 12 soorten kaas en een
chocoladepuddinkje. Dit alles voor 11 euro p.p. inclusief wijn!!
We lezen er een plaatselijke krant die meldt dat per 1 juli de
maximum snelheid voor FIETSERS in de steden wordt beperkt tot 30 km.
per uur. Tevens lezen we dat de het de hele week 30 tot 33 graden
blijft. Rolrond klimmen we weer op de fiets. Het ruikt af en toe nog naar hooi, maar
bijna alle boeren zijn klaar. Bloedhete lucht golft op uit het
asfalt en we ruiken het natte teer. Rond vier uur steken we de Cher over bij
het stadje St. Amand – Montrond. Als we nog even een verkoelend
drankje halen in een café, zien we dat Nederland gaat winnen van
Tsjecho-Slowakije. Prima camping (alweer een municipal) ligt
tussen de Cher en het Canal du Berry. Wel veel muggen!!!
78 km. Totaal 1057 km. Lek geprikt door de muggen vertrekken we
vroeg. In het stadje St.Amand doen we de gebruikelijke boodschappen en
koffie op terras. Als we daar zitten met een heerlijke croissant, zien
we aan de overkant een “cyberspace” café, een internetcafé dus. We
hebben net weer vier verhalen en foto’s klaar, dus duiken we het donkere
hol binnen. Ook heel wat mailtjes beantwoorden. Over elven vertrekken we
uiteindelijk. Het wordt een dag langs veel oude oude kanalen, rivieren,
niet meer in gebruik zijnde sluisjes, over en onder bruggen. Het is
minder heet als gister, toch nog wel 29/30 graden en de eerste dag
waarop we vlakke stukken fietsen. Het schiet dan ook lekker op. We besluiten door te fietsen naar Névers.
Natuurlijk nog wel af en toe dorpjes bekijken. Eén dorp, ook weer
doodstil, met antieke scheefgezakte auto’s en leegstaande, prachtige
huizen. Bijna bouwvallen, maar toch erg mooi. Na 21 km. drinken we symbolisch
champagne uit onze bidon: de teller staat op 1000 km.! J We moeten ongeveer twee kilometer over een
zeer drukke weg. De vrachtwagens denderen vlak langs ons en we worden
door de luchtdruk bijna de berm ingeblazen. Als we afslaan, waarderen we
extra de rust en stilte van de kleine wegen en horen de vogels weer. Vóór Nevers komen we door een oud poppig
dorpje. Met zegt één van de mooiste van Frankrijk. We willen wel
blijven, maar vinden geen onderdag. We mogen wel onze tent opzetten
achter de kerk, maar dat blijkt een parkeerterrein in de brandende zon
op zand, dus dat is geen optie. Het is nog 20 km. naar Névers langs de Cère
en over een aquaduct. Het Canal du Berry wordt hier over de mooie brede
Cère geleid. Even verder komt de Cère in de Loire. Oorverdovend kabaal
maakt al dat water. Half negen komen we aan op de camping even
ten zuiden van Névers. We staan op de oever van de Loire en zien aan de
overkant de kathedraal en mooie huizen van Névers bij zonsondergang.
25 km. Totaal 1082 km. We hoeven dus alleen de lange brug over de
Loire over te steken om direct de stad in te rijden. Het wordt wat
afgezaagd misschien, maar ook dit is weer een mooie stad. Grote
kathedraal en prachtige oude huizen. Wat bij ons als “oude troep” wordt
bestempeld, zoals afgebladderde deuren en kozijnen, scheuren in de muren
en kapotte dakpannen, is hier idyllisch, authentiek en pure romantiek. Névers is ook het eindpunt van deel II van
onze route (eigenlijk van deel I omdat de route is geschreven voor
fietsen van noord naar zuid). We hebben nog ruim 700 km te gaan tot
Maastricht. We hebben nog 9 dagen en willen nog naar vrienden bij
Roermond en nog één dag rust. Dát gaan we dus niet halen. We besluiten vandaag een stukje met de trein
te gaan richting Vézelay. De trein gaat tot Avallon, de rest fietsen we.
Helaas zullen we later nog een keer met de trein moeten gaan. De burgerlijke ongehoorzaamheid van
Theo op het station, die twee keer de rails oversteekt met de fiets wat
natuurlijk niet mag (mijn fiets hebben we al met veel moeite de trappen
af en op gesjouwd en de trein stond al klaar!!), leidde tot een zeer
boze perronchef (bij ons een uitgestorven beroep) die ons tot in de
trein achterna liep. Schreeuwend wilde hij ons met fiets en al weer uit
de trein sleuren om ons aan te geven bij de politie. Regelmatig wees hij
op zijn smetteloze witte pet die hem kennelijk de status gaf om ons op
de bon te slingeren. Door de zeer vriendelijke conducteur die de
trein wilde laten vertrekken en die het alle drukte duidelijk niet waard
vond, liep het met een sisser af, maar o, wat ging die witte pet
tekeer!! Een heerlijk uurtje in de airco-koelte van de
trein later, moeten we overstappen op een klein stationnetje waar we
gewoon LEGAAL over de rails mogen wandelen met de fiets omdat er geen
over- of onderdoorgang is… Vervolgens boemelen met een klein treinstel 2
uur verder. Het is leuk om op deze manier door het landschap te rijden.
De machinist zit achter glas en daardoor kan je alle kanten op kijken.
Langzaam tjoekt de diesel naar boven en vrolijk gedeng-gedengt hij snel
heuvelafwaarts. Ook Avallon blijkt een verrassend mooi
stadje! We wanen ons (afgezien van de eeuwige, ontelbare, stinkende
auto’s) weer honderden jaren terug in de tijd. Na een salade en gegratineerde aubergines,
zwoegen we bergopwaarts richting Vézelay. Het is maar 22 km, maar het
is peentjes zweten, zo steil. Hoewel de zon al laag staat, het is al acht
uur, is het nog steeds 30 graden. Eén km. ten zuiden van Vézelay zetten we de
tent op, op een leuke kleine camping met een schitterend uitzicht. Volop
Nederlanders met hun verhalen. We merken dat het hoogseizoen op gang
komt. Ontelbare sterren en één vallende, zie ik als
ik plat op mijn rug naar de hemel kijk. Een tjilpende cicade en de
zwoele temperatuur, maakt het echte Franse gevoel compleet. ’s Nachts
zonder lamp naar het toilet want de maan maakt zelfs schaduwen op de
grond.
Erg heet vandaag. De gebruikelijke dingen
zoals kleren wassen, lezen, route plannen voor de laatste week en even
naar Vézelay. Wel mooi, maar zeer toeristisch.
Vrijdag
2 juli. ZON 36 graden. Vézelay – Auxerre 60 km. Totaal 1142. Half acht rijden we weg. Hert is dan nog
niet zo warm! Bovendien maakt de dan nog laag staande zon
prachtig strijklicht over het mooie landschap. De weg slingert eerst
over heuvels met graan en bossen. Daarna komen we in het dal van de
Yonne. Een ingewikkeld systeem van kanalen, Canal du Nivernais en
sluizen, dat begin 1800 is aangelegd. Door de komst van de
spoorwegen is het kanalensysteem al honderd jaar niet meer in
gebruik. Bij de sluizen staan allemaal antieke huisjes waar vroeger
de sluiswachters woonden. Zijn de sluizen van het Canal du Berry
helemaal verpauperd, hier worden ze tegenwoordig gebruikt voor de
pleziervaart. Veel van de woninkjes zijn weer bewoond en van
het oude jaagpad is een fietspad gemaakt. Bij Vincelles (15 km voor onze bestemming
Auxerre) poeffff! De achterband van Theo is leeg. De eerste
lekke band deze vakantie. Een fiks gat in de buiten en binnenband.
Na de reparatie, 5 km verder weer de zelfde band op de zelfde plek
piieuw!! Een nog groter gat! Nu wordt het lastig. De buitenband
wordt verstevigd aan de buiten en binnenkant. Als we Auxerre maar
halen. Daar is een fietswinkel. Helaas begeeft de band het al gauw
weer. Er komt een man met kleindochter langs op de fiets en vraagt
of we problemen hebben. Als we het uitleggen, erg moeilijk is dat
niet want de fiets staat op de kop …legt hij uit waar de
fietsenmaker is en rijdt verder. Een minuut later, keert hij terug
en zegt dat hij een van ons met zijn auto, die twee km verder op
staat, naar Auxerre kan rijden, om een band te kopen en terug kan
brengen. Super vriendelijk maar weer. Ik ga dus mee en Theo blijft
achter bij zijn fiets en bagage. Ik fiets met hem en zijn
kleindochter naar zijn auto en in Auxerre koop ik een nieuwe band.
Veel keuze is er niet, de meeste zijn 26 inch. Gelukkig is er een
van 28 inch bij, weliswaar een band met veel profiel voor een
mountainbike, maar zo zijn we binnen anderhalf uur uit de brand en
rijden we verder. Het is schroeiend heet. Een temperatuurmeter in de
schaduw geeft 36 graden aan! Om half vijf komen we aan de op de
camping, waar we na het douchen, in de kantine nog net het
laatste half uur Nederland tegen Brazilië kunnen zien dat Nederland
zo verrassend wint. We zetten die avond om 19.00 uur pas de tent op
vanwege de hitte.
93 km. Totaal 1235 km. Ook vandaag gaat de wekker om 6 uur en
als we om half elf aan de gebruikelijke “café au lait” zitten,
hebben we er al ruim 35 km op zitten ondanks wat pittig klimwerk om
uit het dal te komen. Verder gaat de tocht over smalle
landwegen door golvende graanvelden. Het hooien is klaar, nu zijn de
boeren het graan aan het oogsten. Druk tractorverkeer en enorme
combines met zandwolken achter zich aan op het veld. Ook komen er
nu, na lange tijd, weer druivenakkers. Het is hier het gebied van de
Chablis wijn. We steken het riviertje de Armancon over
en zien dat het water helder en schoon is. Er is een mooie oever om
te water te gaan, dus we gaan even zwemmen. Nou ja, zwemmen. . . .
het is meer liggen want het water is knie diep en de stroming flink.
Met handen en voeten je schrap zetten dus en het koele water
heerlijk langs je heen laten stromen. We gaan nog net geen dammetjes
bouwen, maar daar is het een prima riviertje voor. Twee vliegvissers
met hun lieslaarzen komen net terug onder de mooie brug door
om weer naar hun auto te lopen. Heerlijk opgefrist gaan we weer verder.
Langs graansilo’s van wel 70 meter hoog! De tractoren die het graan
komen brengen, lijken er speelgoedauto’s bij. Uiteindelijk komen we
na 85 km rijden aan op de plek waar een camping zou zijn. Het is een
veldje naast de jeugdherberg en een drukte van belang want er wordt
een rockavond gegeven door jonge muzikanten. Er is dus geen plaats
en bovendien zullen we door de decibellen weggeblazen worden. We
moeten dus nog 12 km. dwars door de grote stad Troyes rijden om naar
een andere camping te gaan. Dat is geen straf want we voelen ons nog
niet echt moe en Troyes blijkt een prachtige stad. We besluiten er
de volgende dag uitgebreid rond te kijken en dan met de trein naar
Châlons en Champagne te gaan. Als we een man de weg vragen naar het
station, meldt hij eerst dat hij deze dag jarig is! Hij is onvast
ter been en moet steeds giechelen. Hij heeft duidelijk al diverse
glaasjes pastis en wijn op zijn verjaardag getoast, maar hij weet
nog wel de weg naar het station. Graag wil hij nog meer vertellen,
zoals dat zijn vriendin in Hengelo woont, maar wij moeten echt
verder. Het is al half negen en we moeten nog naar de trein
informeren, de camping zoeken en eten! Het lukt allemaal en even na tien uur
zitten we aan de koffie bij ene Richard en Ingrid die ook “onze”
route fietsen.
Zondag 4 juli. ZON 28 graden. Troyes – Châlons en
Champagne. 15 km fiets. 2 uur trein. Totaal
fiets: 1250 k. Graag willen we Troyes nog bekijken, maar
er is eigenlijk geen tijd omdat we dan een fietsdag missen. We
besluiten toch de stad in te gaan en dan met de trein naar Châtelons
en Champagne te gaan. Troyes is een bijzondere stad met een
enorme geschiedenis. De Seine stroomt erdoor, maar is hier nog maar
smal. In de stad wordt de Seine in en patroon geleid en midden in de
stad door een vijver met fontein. Troyes was al belangrijk
voor de jaartelling en werd in 890 totaal verwoest door de
Noormannen, in 1540 weer door een grote brand en in WO 2 opnieuw
platgegooid. Ondanks dat alles, staan de kathedraal en de kerken in
Renaissance stijl nog protserig overeind, zij het gerestaureerd.
In de binnenstad smalle straatjes met veel vakwerkhuizen in vele
kleuren, heel erg mooi. De trein naar Châlons gaat maar één keer
op zondag, om half vier. Het is duur om met de trein te reizen
ondanks dat de fietsen gratis mee mogen. We betalen 62 euro voor 2 x
enkele reis. Tegen de avond fietsen we vanuit het
station van Châlons naar de camping waar we Richard en Ingrid weer
treffen, die het gefietst hebben.
Maandag 5 juli. Zon/wolken. 26 gr. Châlons en Champagne –
Dun-sur-Meuse. 112 km. Totaal 1362 km. Deze dag hebben we een tocht van over de
100 km gepland. Het weer is prima. Niet zo heet, met wolkjes. Eerst
de stad uit en weer de route volgen. Het wordt weer een gouden dag !! We
trappen als vanzelf door dit prachtige land en als we tegen
half twaalf koffie maken in de berm (de dorpjes hebben hier niets,
geen winkels/geen cafés) hebben we al 50 km. afgelegd. Akelig zijn op een gegeven moment de
aanvallen van blinde steekvliegen (dazen). Vooral tijdens het
klimmen, vliegen er tientallen om ons heen en steken lelijk.
Gewapend met een handdoek waar we mee rondzwaaien, slaan we ons
erdoorheen. Ze vliegen best hard. Pas als we dalen en harder gaan
dan 22 km. per uur, houden ze ons niet meer bij, maar bij elke
stijging komen ze terug. In een dorpje zijn mannen met de weg
bezig en de borden zijn weg. Ik vraag ze naar de weg en ze wijzen
ons rechtdoor. Achteraf was dat verkeerd en we rijden helaas zo’n 7
km. om. Het gaat lekker en de kilometers vliegen
onder onze banden vandaan. Hier in het dal van de Andou en de Maas,
vlakbij Verdun, zien we vele standbeelden van soldaten (WO I) en
andere herdenkingsbeelden. Deze loopgravenoorlog heeft vooral hier
vele slachtoffers gemaakt. Veel Duitse, Franse en Amerikaanse
begraafplaatsen (de grootste van Europa) zijn hier te vinden (bij
Romagne s. Montfaucon). Vooral in het avondlicht is het weer
prachtig fietsen met de lage zon. Het licht voor warmer en we
genieten enorm van de mooie uitzichten. We zien het tentje van Richard en Ingrid
staan op een camping, maar wij willen nog even verder. Bij Dun sur
Meuse is een camping die bevolkt wordt door een omvangrijke “Tokkie
familie”. Tientallen, zo niet honderden caravans, partytenten en
andere bouwsels. Een hoog bierbuik en tatoo gehalte. Wc’s zijn kapot
en smerig. In de douches ligt rommel en zelfs poep!! Toch denken we
nog een aardig plekje te vinden achterin aan het meertje. Helaas
treffen we na het eten in een nabije Auberge, vlak achter onze tent
een groepje mannen uit Roemenië (of zo) de volumeknop van de
radio in de auto op maximaal hebben staan. De muziek is wel
gezellig, maar de grond waarop onze slaapmatjes liggen, dreunt
ervan. Een Belgisch stel op een tandem is onderweg naar het zuiden met een tent van 10 kilo, een tafel en stoelen én een hond !! Ze vonden het wel erg zwaar fietsen.
Dinsdag 6 juli. Zon en wolken. 25 graden. Dun-sur-Meuse – Lesheret
(B) 88 km. Totaal 1450 km. Om zeven fietsen we de Tokkie camping af.
Kantoor is dicht, dus we betalen niet. Vinden we niet erg dit keer.
De bakker is al open, dus kunnen we lekker maïsbrood en
amandelcroissants halen. Ook vandaag een stevige tocht gepland.
Het is nog 270 km. naar Maastricht en we hebben nog drie dagen de
tijd. Vanuit Montmédy gaan we klimmen omdat de Ardennen voor ons
liggen. Het is prachtig fietsweer. Zelfs nog met
trui aan ’s morgens vroeg. Na ruim 1400 km. Frankrijk, komen we
België binnen. Het douanekantoortje is tot bushokje gedegradeerd
midden in een donker bos. We voelen direct een groot verschil tussen
Frankrijk en België. Het asfalt is slecht, vol gaten en de auto’s
rijden keihard vlak langs ons. Er wordt niet meer gegroet en de
bouwstijl is deprimerend grijs, lelijk en saai. Gelukkig veranderd
het wel wat als we bijna bij onze bestemming zijn. Even ten
noordoosten van Neufchâteau ligt een dorpje Lescheret waar we een
leuke camping vinden. We kunnen mee eten en de voetbalwedstrijd zien
van Nederland – Uruguay. Het was weer een prachtige, maar pittige
dag.
Woensdag 7 juli. ZON 29/30 graden. Leschert – Sart (bij
Vielsalm) 75 km. Totaal 1525 km. Vandaag een dag van weinig anders dan
fietsen. Kleine pauze in Bastogne om wat boodschappen te doen. Onder
andere een nieuwe USB stick. In een internetcafé in Auxerre lieten
we de onze liggen. Het is weer flink warm en de zon brandt
op ons vel. Het asfalt is vaak in slechte staat. Enorme gaten,
ribbels en bobbels. We worden soms flink door elkaar gerammeld.
Vooral bij afdalingen is het uitkijken geblazen. De hellingen hier in de Ardennen zijn
flink, maar onze benen zijn inmiddels behoorlijk getraind dus het
gaat langzaam maar zeker bergopwaarts en zwierend door de bochten
naar beneden. Een paar kilometer rijden we in het dal
van de Ourthe. Door donkere dennenbossen langs het kleine riviertje.
We zitten er nog een tijdje naast. Vanwege tijdnood en gebrek aan
treinen hier, moeten we flink doortrappen. We halen Sart (bij Vielsalm) na 75 km. te
moe om verder te gaan. Het is ook al zeven uur. We krijgen in de
kantine een bord spaghetti Bolognese.
Donderdag 8 juli. ZON 32 graden. Sart – Eijsden (Maastricht). 105 km. Totaal 1630 km. Ook vandaag valt er niet veel meer te
melden dan: fietsen, fietsen, fietsen. Het is erg heet. Gelukkig
zijn de Ardennen rijk aan bossen, dus er is veel schaduw. Vooral de
afdaling langs het riviertje de Liënne is puur genieten: bijna 25
kilometer lang alleen maar langzaam afdalen. Helaas moeten we later nog een “bult”
over van 525 meter hoog: 6 kilometer hebben we omhoog gelopen. De
wegen zijn vaak erg slecht, wat het omhoog fietsen veel zwaarder
maakt. De dorpjes zijn niet de moeite waard om te bekijken op Oud
Limbourg na. Dat is nog heel authentiek en mooi. We komen daar ook
Egge tegen, een man uit Leek die onderweg is naar Bordeaux. Hij
heeft de route alleen op zijn GPS bij zich waar de campings niet op
staan. Wij geven hem onze routeboekjes die we niet meer nodig
hebben. Hij zal ze wel terug geven als hij half augustus terug is. Nieuwe huizen worden veelal gebouwd van
grijze betonblokken die aan de buitenkant niet worden afgewerkt.
Honderden huizen zien we waar een zwarte ‘bobbelfolie’
isolatiemateriaal aan de buitenkant tegenaan getimmerd is. Ook
zonder afwerking. Vreemd, lelijk gezicht. De mensen zijn meestal
ongeïnteresseerd. Zou het komen door de armoede?? We proberen rond 19/20 uur nog bij een
paar B&B’s een kamer te vinden, maar dat lukt niet. We racen de
laatste 35 km. naar Eijsden (net onder Maastricht) in anderhalf uur
tijdens een mooie zonsondergang en komen tegen half elf, nog net
voor donker, aan op de camping, waar we ook nog soep maken en brood
eten, want ergens eten is erbij ingeschoten.
9 en 10 juli. ZON 36 graden. Eijsden – Maastricht –
Roggel – Roermond – Emmen – Zuidhorn. 60 km. Totaal 1690 km. Rustig aan vanmorgen. Als we willen
wegrijden, vraagt de overbuurvrouw op de camping of we nog een kopje
koffie willen voordat we gaan., Gezellig natuurlijk. Een lief
echtpaar van eind zeventig met een kleine caravan. Daarna nog even in de heerlijke
airco-koelte van de camping receptie om te internetten. Het is niet
leuk meer, zo heet is het buiten. Dan beginnen we aan de laatste 10 km. van
de route: naar Maastricht. Na een lunch aan de Maas op een terras,
nemen we de trein naar Roermond. Eind van de middag hebben we
afgesproken met Ed en Thea, vrienden die we twee jaar geleden hebben
ontmoet in Griekenland. We fietsen het stuk van Roermond naar Roggel,
waar ze wonen. We worden zoals gewoonlijk zeer hartelijk
ontvangen, eten heerlijk en hebben een gezellige avond samen met nog
een ander bevriend stel die ook op de terugreis uit Frankrijk langs
komen. De volgende dag fietsen Ed en Thea met
ons mee, terug naar Roermond waar we op de trein stappen naar Emmen. Theo reist door naar Zuidhorn, samen met
Gwen (zijn dochter). Aantal dagen
33 Aantal kilometers
1690 Fietsdagen
25 Gemiddeld per dag
67 Hoogste snelheid
60 Gemiddelde snelheid
13,6 Overnachting hotel/B&B
9 Overnachting camping
24 Reisdagen (vlieg,trein,auto)
5 Rustdagen
3 Laagste temperatuur
5 graden (’s nachts) Hoogste temperatuur
43 graden (in de zon)
|
|
|