Marianne op reis
HomeVerhalenFoto'sRouteLinksContact

 

 

Istanbul - Trabzon 2009

 

De zwarte zeekust
Zondag 17 mei
Maandag 18 mei
Dinsdag 19 mei
Woensdag 20 mei
Donderdag 21 mei
Vrijdag 22 mei
Zaterdag 23 mei
Zondag 24 mei

Maandag 25 mei
Dinsdag 26 mei
Woensdag 27 mei
Donderdag 28 mei
Vrijdag 29 mei
Zaterdag 30 mei
Zondag 31 mei

Maandag 1 juni
Dinsdag 2 juni
Woensdag 3 juni
Donderdag 4 juni
Vrijdag 5 juni
Zaterdag 6 juni
Zondag 7 juni
Maandag 8 juni
Dinsdag 9 juni
Woensdag 10 juni
Donderdag 11 juni
Vrijdag 12 juni
Zaterdag 13 juni
Zondag 14 juni
Maandag 15 juni
Dinsdag 16 juni
Woensdag 17 juni
Donderdag 18 juni
Wetenswaardigheden
 

 

De Zwarte Zeekust

Deze bijna rechte kustlijn van 1695 km wordt bewoond door volkeren die hun tradities en gewoonten hebben weten te behouden (en hoe!), en vormt een wereld apart. Het klimaat is er mild door de nabijheid van de Zwarte Zee. Dicht bij de kust, die door het Pontische gebergte van de Anatolische hoogvlakte wordt gescheiden, verdwijnen de droogte en de verzengende hitte van het binnenland.

Het verschil is extreem: weelderige bossen, tabaksplantages (in Bafra bijvoorbeeld) theeplantages, weidelandschappen…De plantengroei wordt verder naar het oosten meer tropische, dankzij de overvloedige neerslag. De bedwelmende geuren zullen de meest saaie piet verleiden. Ter verduidelijking: de Zwarte Zee waar je op uit kijkt, wordt alleen zo genoemd omdat zwart door de plaatselijke bevolking als de kleur van het geluk wordt beschouwd.

Er bestaat een kustweg die van Istanbul tot de Georgische grens loopt. Eigenlijk is het beter te spreken over kustwegen in het meervoud. Alleen op die manier krijg je een juist beeld van de pracht van deze weg die uit Istanbul vertrekt en waarlangs de zon elke dag iets vroeger opkomt. Het eerste deel van het traject gaat langs een vaak erg kronkelige en weinig bereden weg die, eens voorbij Sinop, plaatsmaakt voor een nieuwere, brede weg waarlangs je wel duizend keer de gelegenheid krijgt een bergweggetje in te slaan en te wandelen tussen de notenbomen, theestruiken of tabakplantages. Ver van het massatoerisme aan de Middellandse zeekust maak je een reis door een overweldigende natuur, op zoek naar historische overblijfselen, gaande van de Genuezen over de Byzantijnen, Seldjoeken, christelijke, Georgische, Armeense of Griekse volkeren tot de oprichting van de Turkse eenheidsstaat. Zo hebben de Grieken bijvoorbeeld het beroemde Sumelaklooster nagelaten. Je vindt er echter ook talrijke kerken die nog weinig bekend en onterecht verwaarloosd erfgoed vormen.

 

Half negen komt Tim om ons naar Düsseldorf te brengen. Als we, op de autobaan, uitkijken naar een tankstation duurt dat erg lang. Ongeveer 160 km lang geen tankstation!! Helaas is dat te lang en houdt de auto er 500 meter voor het vliegveld ermee op. Het regent pijpenstelen. Ik ren naar de luchthaven en regel een jerrycan benzine. Zo rustig als ik normaal ben zo zenuwachtig ben ik nu. Gelukkig zijn we ruim op tijd van huis gegaan en zijn er vriendelijke mensen die ons helpen.
Dan nog met de fietsen door de douane. We hebben veel zware dingen als handbagage mee dus hoeven we niet bij te betalen voor overgewicht. Lekker eten aan boord van de Turkisch Airlines. We hebben formulieren gekregen met vragen als: bent u ziek? Wat is uw temperatuur?. Dit in verband met de Varkensgriep. Alle personeel op het vliegveld van Istanbul draagt mondkapjes. De fietsen liggen al in de hal en zijn goed aangekomen. Dan het ritueel van fietsen uitpakken en afmonteren, banden oppompen en bagage erop. We fietsen om 21 uur door donker, maar lekker warm Istanbul naar ons pension. Nog een beetje onwennig wiebelend door de zware fietstassen. Hetzelfde pension waar we vorig jaar aan het einde van de vakantie een paar dagen logeerden bij Isaac Frenkel, de eigenaar. Hij is helaas ernstig ziek, maar we zullen hem morgen ontmoeten.
Ontbijt op het terras met omelet, tomaat en olijven. Daarna ontmoeten we Isaac. Sterk vermagert. We herkennen hem met enige moeite. Hij is twee keer gevallen en heeft zijn rug beschadigd en is geopereerd en knapt langzaam op, maar met zijn 80 jaar gaat dat niet zo snel. Zijn zoons, Davıd en Aziz (uit Amerika en Izmir) zijn met hun families naar Istanbul gekomen om het pension te runnen. Het levert generatiestrijd op. maar voor ons zijn ze gastvrij en het pension voelt vertrouwd. Vergane glorie, afgebladderde muren, verwarming uit de jaren 30? maar schoon is het wel. We gaan met de trein naar de oude stad, slenteren over de Egyptische bazaar, over de Galata brug over de Gouden Hoorn en snuiven de vislucht van de eettentjes op. Er staat een flinke bries en de boten deinen op de golven van de Bosporus. Weer terug nemen we een korte les Turks van David en zien we een Duits echtpaar arriveren op de fiets!
's Avonds eten bij Ana, waar we vorig jaar ook waren, traditioneel Turks eten. Dan zien we het Duitse stel op het terras zitten en we maken een praatje. Het zijn leeftijdgenoten: Thea en Guido. Ze hebben als einddoel: Baku ın Azerbıjan.
 
Na ontbijt en gezellige gesprekken, nemen we weer de trein naar de stad. Het is een oude gammele trein, het is 25 km, het duurt 30 min en kost 70 cent. Dan nemen we de boot over de Bosporus naar het Aziatische deel van Istanbul. Het waait flink en het is druk. 19 mei is nationale sportdag en iedereen is vrij. De Turkse rode vlag met halve maan hangt uit vele ramen. We stappen in een Dolmuç (klein busje waar ongeveer 8 mensen in gaan) en laten ons naar een ander stadsdeel rijden. Vandaar lopen we zo,n twee uur lang langs het water door een park en een woonwijk om uiteindelijk bij het zomerpaleis van de toenmalige Sultan Ahmed ; Beijerbiji uit te komen. We kunnen nog net aansluiten bij een Engelstalige rondleiding. Prachtige kroonluchters met kleuren en elk hoekje van de kamers gedecoreerd met erg warme kleuren en exotische beschilderingen. Alle klokken (in alle paleizen overigens) staan stil om vijf over negen, het tijdstip waarop de Sultan in 1948 is overleden. Terug in Europa verwennen we onszelf met chai (thee) en koffie met baklava in een soort banketbakkerswinkel. Ik slaap weer slecht.
Afscheid van de broers Frenkel. We fietsen zoveel mogelijk langs de kustlijn. De grote weg is niet extreem druk, maar hoe dichter we bij de binnenstad komen wordt het steeds drukker. Langs Topkapi, de blauwe moskee en de Aya Sophia, over de Galata brug en verder naar het noorden. De stad van zuidwest naar noordoost is 40 km, dus dat duurt even. Er zijn geen andere fietsers. De veerpont brengt ons naar de overkant en dan onze eerste helling. Een pittige!! Ook hebben we de hele dag flink tegenwind. Nog een stuk over de autoweg en daarna buigen we af richting Polonezköy waar een camping zou zijn. Bij navraag blijkt die er niet te zijn. Wel staan er tientallen bordjes met "pension" dus onderdak zal geen probleem opleveren, ware het niet, vertelde een Duitse inwoner ons, dat deze "pensions" bezocht worden door heren uit Istanbul in gezelschap van een "bepaald soort vrouwen". Ok, dan dus niet in zo'n pensioen. Een hotel is er ook. Vanwege slaapgebrek ben ik flink verkouden en heb keelpijn.
 
Na een nacht met veel gesnotter en genies (van mij) vertrekken we toch maar weer (pas om tien uur). Veelal door bossen. Het is een armoedig gebied met veel rommelige erven. Veel slaperige, vodderige honden. Er zijn gemene klimmen en het wegdek is meestal slecht. Goed opletten dus. Brood kopen we bij een winkeltje vol "jandarma" omdat er is ingebroken. Om een uur of vier bereiken we de Zwarte Zee. Onderweg kopen we wat bij een winkeltje aan de straat en "converseren" we zo goed en zo kwaad als het kan over de route en de kinderen en krijgen thee aangeboden. Het is een rommelige kust. We rijden naar het oosten en zoeken bij de stad Şile een van de drie campings die hier volgens ons boekje zouden zijn, maar niemand weet waar. Dus maar weer een goedkoop hotelletje opgezocht voor 35 euro inclusief ontbijt en ook nog uitzicht op zee. We eten ook al voor een prikkie (nog geen tien euro samen) bij een lokaal eethuis met uitzicht op de ondergaande zon boven de zee en begeleidt door het roepen en fluiten van een grijze roodstaart papagaai. Om half negen (half acht Nederlandse tijd) is het donker.

       

Terug naar boven

 

Vrijdag 22 mei. Half bewolkt. 21 graden. Rustdag (not a foot on the pedal)

Helaas heeft mijn verkoudheid zich lelijk genesteld en heb ik pijn op mijn borst. Hoesten doet pijn. Gezien de ervaring in Italië, ga ik nu naar direct naar een dokter die een flinke infectie constateert en mij een zak vol pillen voorschrijft. We blijven dus maar hier. Ik rust en Theo gaat iets eten en brood en fruit halen. Lekkere abrikozen en heerlijke aardbeien. Şile is een gezellig stadje met gemoedelijke mensen op straat en we voelen ons hier wel goed. Hopelijk kunnen we morgen of overmorgen weer verder. De fietsen staan pontificaal in de hal van het hotel. We eten ansjovis (wel 40!), red mullet en sla met dikke stukken peper die branden in mijn keel.

 

We besluiten ook vandaag nog hier te blijven in Şile. Ik voel me nog niet sterk genoeg om te gaan fietsen.
Al wel een stuk beter dan gister. Wel moeten we verhuizen naar een andere kamer omdat het hier in het weekend drukker is vanwege toeristen uit Istanbul. De kamer is gereserveerd voor een familie van vier mensen.
Na een goed ontbijt gaan we lopen. Het is lekker warm en we lopen langs de kust naar de vuurtoren. We lopen langs vele vissersbootjes. Een paar mannen zitten netten te boeten. De zee ruikt zilt en de netten stinken. We eten in restaurant Panorama hoog boven zee met weer een sprookjesachtige zonsondergang. Şile is gebouwd op een uitstekende punt van het land dus er is bijna overal zee. Het is een zeer gemoedelijk stadje met zeer vriendelijke mensen. We doen een wasje en onze kamer hangt vol wasgoed. Kortom we vermaken ons goed en ik sterk lekker aan.

         
Zeven uur op. Het is grijs buiten. Er was vannacht een flink onweer en stevige buien.
Als we vertrekken is het droog. We moeten rustig aan doen want mijn longen doen nog pijn. Ağva ligt ongeveer 45 km verder maar o wat valt het tegen. De klimmen zijn gemeen steil en afdalingen lijken er haast niet te zijn. De weg is slecht, zit vol gaten waar je beter niet in kunt rijden. Vrolijk toeterende auto's met mensen die ons aanmoedigen. We picknicken onder een pijnboom met uitzicht op de zee waar stevige golven zijn. Aan de overkant van de straat staat een huis wat totaal gedecoreerd is met mozaïek tegeltjes.
Tegen vijf uur arriveren we ın Ağva waar ook weer geen camping is dus nemen we " motel Famuk" dat ons door de "Trotter" wordt aanbevolen als gemoedelijk en goedkoop.
 

       
We willen graag vroeg weg, maar moeten wachten tot meneer Famuk om kwart over negen eerst nog brood moet halen en thee bestellen bij de buren. We zijn de straat nog niet uit en we zien een ander koppel met bepakte fietsen. Nederlanders rond de zestig die nota bene ook van Istanbul naar Trabzon fietsen. We praten wat en gaan ieder ons weegs. Wij een stuk langs de Yeşilçay, de "groene rivier". We zien wel waarom. Het is prachtig weer en eigenlijk voor het eerst deze vakantie komt bij mij het grote genieten pas. De afgelopen dagen door de uitloop van de grote stad, veel verkeer, veel bossen, vielen een beetje tegen. Nu wordt het landschap opener, dus veel vergezichten, het lijkt een mix van Toscane en Griekenland. In plaats van olijfbomen, hier hazelnootboompjes. Geen enorme graanvelden, maar veel kleine akkertjes. Veel mensen werken op het land en groeten ons vrolijk. De oudere dames hebben allemaal de traditionele pofbroek en hoofddoek. De bevolking is overwegend arm. Stokoude huisjes, vaak nog van hout. Open karren met tractortjes of zelfs paarden ervoor. Eén boer met kleinzoon stopte voor ons dom te vragen of we mee wilden in de kar omdat de weg zo omhoog ging. O, zo vriendelijke vrouwen met stalletjes langs de velden waar we heerlijke aardbeien hebben gekocht. De vogels zijn weer hoorbaar en we stoppen regelmatig. Toch ook om uit te hijgen van het klimmen. Ik ben nog steeds verkouden en niet fit. Toch halen we ons doel van vandaag: Kandira. Om half vijf. Een stoffig stadje dat we door de winkeltjes en de drukte doet denken aan Afrika. Er is 1 hotel. Een ouderwets ding waar alles oud is maar wel schoon en maar twintig euro kost. De fietsen mogen we de steile trap op zeulen en bij de receptie neerzetten.

 

             

Terug naar boven


Dinsdag 26 mei. Zon en wolken 23 graden. Kandıra - Karasu. 61 km.

Tegen acht uur fietsen we weer verder. Het is zonnig en fris en het landschap is prachtig. De mooiste dag tot nu toe. Wel hard werken omdat de heuvels pittig zijn. De dorpen liggen hier, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Italië in een dal. De route loopt niet langs de kust dus weer veel boerendorpen waar schoolkinderen in uniform lopen die ons heel enthousiast begroeten. Kleine kinderen rennen uit huis om naar ons te zwaaien. Koffie drinken we voor 50 cent in een theehuis vol mannen. We kopen er bij een venter een Şimit bij (een ringvormig broodje met veel sesamzaad). Voor de lunch rijden we een landweggetje langs een riviertje in om te picknicken. De zandweg is haast nog drukker dan de asfaltweg. Er wordt hooi geoogst en de tractoren met meterhoog opgestapeld hooipakken rijden stapvoets over het met diepe geulen uitgesleten pad langs de rivier. Iedereen groet, lacht en wil weten waar we vandaan komen. "Alleman?" (Duitsland?), vraagt men vaak. Nee, Hollanda! zeggen wij dan.

Uiteindelijk komen we weer bij de kust waar we nog een saaie 15 km. moeten naar Karasu. Inktzwarte wolken hangen boven de zee. Het begint te stormen en te onweren. Ook de regen blijft ons niet bespaart. Als we bij een bushokje willen schuilen wenken een paar mannen ons vanuit een klein houten gebouwtje dat we binnen mogen komen. We worden met handen schudden welkom geheten in het kleine kantoor/schaftkeetje van een bedrijf dat marmer bewerkt voor grafzerken, keukenbladen en vensterbanken. We krijgen thee (Çay) terwijl de regen neerklettert op het dak en "converseren" grappig met behulp van ons woordenboekje. Als de zon doorbreekt rijden we door de plassen de stad in en vragen iemand naar een pension of hotel. De man blijkt twintig jaar in Geleen gewoond te hebben en wil graag Nederlands praten. Hij heeft een leegstaande ruimte waar de fietsen mogen staan en hij brengt ons naar een hotel waar we voor 15 euro een kamer kunnen krijgen. Hij vraagt of we 's avonds bij hem en zijn vrouw koffie komen drinken maar eerst moeten we met z'n vieren eten in een lokaal eethuis. Ze bestellen een grote schotel vol Turkse specialiteiten (zie foto). Veel vlees (rund, kip, lam) rijst en pizza-achtig brood. Erg lekker! Daarna nemen ze ons mee in de auto naar het zomerhuis ('s winters wonen ze in een andere stad), een etage op de tweede verdieping met uitzicht op zee. Zijn collega met vrouw en kind wonen bij hen in. Zoals in elk Turks huishouden moeten we bij binnenkomst de schoenen uit doen en krijgen we sloffen om aan te doen. Noten en fruit komen op tafel en we praten via de webcam met hun in Nederland wonende zoon. Vader Reçeb (spreek uit: Retjep) vertelt trots dat de zoon op de universiteit economie heeft gestudeerd en bij de ABNAMRO werkt. Om half twaalf brengt Reçeb ons weer naar het hotel.

 

       


Woensdag 27 mei. Zonnig 24 graden. Karasu - Akçakoca. 45 km.

Verder gaat het weer. Een saaie, drukke weg langs de zee. Onnoemelijk veel vuil, kapotte flessen en plastic troep. Maar de weg is wel vlak en dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Het schiet dan ook flink op. Na een Hollandse Nescafé in de berm, gaat de weg over een rivier. Een auto stopt op de brug naast ons (midden op de snelweg!), zet de alarmlichten aan en een vrouw stapt proestend van het lachen uit. Waarom ze zo lacht weten wij niet, maar ze komt op ons af en de andere mensen stappen ook uit. Wat we toch doen met die zware, grote fietsen en waarvandaan en waarnaartoe? We moeten op de foto en dan vertrekken ze weer, lachend, zwaaiend en toeterend.

Nu gaat de weg landinwaarts en moeten we weer flink klimmen. Zo steil (ruim 15%!) dat we veel moeten afstappen en de fietsen meesleuren. Het is heerlijk weer. Zon en ongeveer 24 graden met een lekker koel windje. Dan komen we aan in Akçakoca. We hebben gelezen dat er een mooie camping moet zijn. De camping Tezel (www.tezelcamping.com) is niet mooi, nee hij is prachtig!  Heel on-Turks, met kleine terrasjes groen gras met madeliefjes. Het is vlak boven zee en het uitzicht is prachtig over zee en de kust verderop. De eigenaar is ook erg trots. Voor het eerst deze vakantie zetten we de tent op en genieten van het uitzicht.

 

           

Terug naar boven


Donderdag 28 mei. Zon en licht bewolkt. 24 graden. Rust\wasdag.

Heerlijk geslapen in de tent. Ik geniet van het prachtige plekje, het mooie gras en de zee. Val na het ontbijt prompt weer in slaap en na de lunch ook weer. Zet alleen de wasmachine, die we mogen gebruiken, aan. Slaap uren buiten op een matje. Aan het einde van de middag fietsen we even naar het stadje. Er is een hele bijzondere zwart\witte moskee en een bedrijvig haventje. Toeristen zijn hier niet te zien. We kopen een lekkere meloen en groente om te koken. Hebben de route voor morgen bekeken en besluiten om na nog een eindje langs de kust, het binnenland in te gaan richting Safranbolu wat zeer de moeite waard schijnt te zijn. Het is zo'n 160 km de bergen in dus we zullen er zeker drie dagen over doen.

 

         


Vrijdag 29 mei. zon 23 graden.

Ondanks dat we ons voorbereiden om te vertrekken, voel ik me niet goed. Pijn op m'n borst\longen. Hoesten en neusverkouden. Er sluimert angst om nog zieker te worden als ik weer grote inspanningen moet leveren. We besluiten te blijven en vragen de baas van de camping om een dokter. Hij is vastbesloten om ons naar het ziekenhuis te brengen en om als tolk mee te gaan. We gaan door de urgentie ingang en komen direct in contact met een arts die na onderzoek bronchitis constateert. Ik moet aan de zuurstof (!!) terwijl Theo de inschrijving regelt en de medicijnen haalt. Ik krijg spullen mee voor 10 injecties. Een ander soort antibiotica dan de vorige keer. Een injectie wordt direct toegediend en de andere gaan in een zak mee, samen met een (vies) drankje en pijnstillers. De baas van de camping brengt ons weer terug en we drinken thee met hem. Hij spreekt vloeiend Frans omdat hij 20 jaar leraar Frans was in Grenoble. Nu heeft hij sinds drie jaar het hotel\restaurant\camping overgenomen van zijn overleden vader. De rest van de dag slapen we heel veel. 's Avonds drinken we koffie en wijn bij Nederlanders die hier met de camper aankwamen.

Terug naar boven

Zaterdag 30 mei. Zon 23-30 graden.

Het is hier heerlijk slapen met het geluid van ritselende vijgenboombladeren en het ritmisch ruisen van de zee. Af en toe een ronkend vissersbootje dat in alle vroegte vertrekt. Als we wakker worden, rits ik de tent open en kijk naar de strakblauwe lucht, de boompjes en de prachtig grijsblauwe zee. Een constant zacht gezoem van de bijen die alle madeliefjes bijlangs gaan en het getjilp van vogels. De moskee staat ver weg dus we horen die op gezette tijden in de verte. Verder is de temperatuur perfect: zo'n 23/24 graden en het zonnetje waar we in kunnen zitten zonder te warm te worden; kortom: waarom zouden we hier weg gaan?

Aan de andere kant hebben we uitzicht op het restaurant. Daar komt een gezelschap van 100 mensen eten vanavond dus het personeel is druk bezig met extra tafels neerzetten e.d. We besluiten om na het ziekenhuis (om weer een injectie te halen) met de bus zuidwaarts naar Düzce te gaan. Na wat eten stappen we in een bus en laten we ons door het prachtige landschap rijden. In de bus treffen we een Nederlands-Turkse vrouw die in Heemskerk woont. Het is maar 35 km, maar het wordt erg warm en de stad is niets aan. Zodat we na wat fruit eten in de schaduw van de moskee en een korte wandeling, de bus al gauw weer terug ne men. Toch is het al weer bijna vijf uur voordat we terug zijn, opgelucht lopen we weer in het zee windje naar de camping. Als we er bijna zijn zien we twee bepakte fietsen op de stoep staan. Een jong stel, hij Belg - zij Spaans, horen er bij. We raken natuurlijk aan de praat en ze gaan mee op onze camping staan. We nodigen ze uit voor het eten. Ze hebben een jaar vrij en gespaard om zover mogelijk te fietsen en hopen Nepal te bereiken. Ze wonen samen in Noord Spanje (zie www.camminus.blogspot.com)

 

Zondag 31 mei. zon 25 graden.

Gisteravond, toen we samen met het Spaanse stel na het internetcafé weer bij de tent kwamen, was er op het terras waar we op uit kijken een diner voor zo'n honderd gasten. Gouveneurs en andere bollebozen. Er werd life traditionele Turkse muziek gebracht. Niet mijn favoriete smaak maar in deze omgeving, zo boven de zee, wel bijzonder om te horen. Ondanks de muziek en al de mensen die zijn vertrokken met auto's en bussen, viel ik direct in slaap. Vanmorgen het fiets-stel uitgezwaaid en weer de korte wandeling naar het ziekenhuis voor mijn shot. Als we daarna nog door het stadje slenteren, komen we een man tegen die we gister in Dücze spraken. Hij nodigt ons uit voor thee en laat ons de moskee van binnen zien. Ik vraag of er wel vrouwen mogen komen en daarop antwoord hij: 'Je mag overal komen. Je bent overal welkom, met of zonder hoofddoek. Mijn religie zegt dat je iedereen moet helpen en voor iedereen gastvrij moet zijn.' Hij vraagt of we, als we weer eens hier komen, hem dan bellen en dan kunnen we bij hem en zijn vrouw logeren zodat we geen hotel hoeven nemen. Ook al is het veertien dagen. Hij benadrukte dat het niets kost en dat hij ruimte genoeg heeft. Dan wil hij ook graag op de foto met Theo (niet met mij...:)) Dit is toch ook wel de sfeer die we hier overal proeven. Je voelt gewoon dat het hier goed is en dat je nergens bang voor hoeft te zijn.   

's Middags lezen, koken en pakken want we gaan morgen toch echt verder. Nog even genieten van deze prachtige plek en het heerlijke weer.


           

 

Terug naar boven

Maandag 1 juni. Zon 26 graden. Akçakoca - Armupucuk. (10 km t.o.v. Ereğli) 58 km.

Eindelijk kunnen we verder fietsen. Ik voel me weer fit en hoest nauwelijks meer. Eerst nog even naar het ziekenhuis en dan gaan we noordoostwaarts. Na 10 km. drinken we thee bij een klein café. De jonge vrouw die er werkt, brengt ons ongevraagd heerlijke zelfgemaakte chocolade cake met room, die we niet mogen betalen. Vier glaasjes thee en twee repen kosten 1,50 euro. Ook gisteravond in een internetcafé waar we anderhalf uur zaten te internetten, mochten we de 80 cent die het kostte niet betalen!  De kustweg naar Ereğli is onverwacht vlak. Hij slingert vlak langs de zee en er is tamelijk veel verkeer. Het schiet lekker op. We smeren een broodje op een bankje in het stadspark van Alapli waar de fietsen weer veel bekijks hebben en wij veel aanspraak.

De grote stad Ereğli heeft grote scheepswerven waar we vlak langs fietsen. Een drukte van belang en veel stank en denderende vrachtwagens. Na Ereğli gaan we van de grote weg af en rijden een kleine weg omhoog. Na 58 km vinden we een plekje waar we de tent opzetten. Hoog boven zee en aan de andere kant van het dal is een dorpje waarvan de geluiden (honden, kinderen, de moskee) tot ons doordringen. Heel veel muggen, dus de DEET is niet voor niets mee. Een heerlijke douche met een fles water, goulash eten (gevriesdroogde maaltijd van Hans van der Meulen), koffie drinken en om negen uur is het donker dus gaan we maar slapen onder de bewaking van vier grazende koeien.


           

 

Dinsdag 2 juni. Zon 35 graden. 48 km. Armupucuk – Zonduldak.

Na een krampachtige nacht vanwege het door Marianne uitgezochte plekje met aflopende ondergrond vol gaten en bobbels, zijn we vroeg wakker. De zon ook al. Het wordt een warme dag. Hoezo regen en kou aan de Zwarte Zee? (volgens de reisgidsen).

Onze kaart is een van de beste van Turkije maar toch niet zo goed om ons door de boerenweggetjes te leiden, dus moeten we het zelf uitzoeken. Dat resulteert in omwegen en deze zijn helaas ook erg steil en voornamelijk omhoog! Wasbord, gravel, keien en zand. Niets aan wegdek wordt ons bespaard vandaag. Mijn conditie is nog slecht en mijn humeur wordt nog slechter en bereikt het absolute nulpunt. Zeker nu we vermoeiende rondjes rijden naar mijn idee en roep: ‘Ik wil nooit meer naar Turkije!’. Gelukkig komt ook hier een eind aan als we de goede weg opdraaien. Theo doet mij inzien dat mopperen niet helpt en we er het beste van moeten maken. Na nog een paar stevige klimmen over de grote weg, gaan we opeens 13 km achterelkaar naar beneden. De weg is niet goed en we moeten goed opletten. Ook is er best veel verkeer. Weer bij de zee aangekomen zien we een bord “ziekenhuis”. Hoog boven de rotsen zien we het grote gebouw van het Academisch ziekenhuis liggen. De fietsen laten we beneden staan en we sjokken naar boven. Op de Açil Servic (eerste hulp) wil ik iemand vragen mij een injectie antibiotica toe te dienen. Wel 10 mensen bemoeien zich ermee tot dat een jongeman in leger uniform die goed Engels spreekt zich over ons ontfermd. Eerst moeten we 20 lire betalen maar later wordt dat ingetrokken. Uiteindelijk krijg ik mijn prik achter mooie roze gordijntjes met kraaltjes. Ondanks dat dit een nieuw ziekenhuis is, doet het nog wat primitief aan. De soldaat geeft ons ook nog een adres van een goedkoop hotel in de stad waar hij tevreden over was. We fietsen de laatste 12 km naar de stad Zoduldak met onderweg nog 4 donkere, gelukkig niet al te lange tunnels. Zoduldag, een middelgrote stad langs de zee, doet gezellig aan. Een beetje rommelig en chaotisch (zoals elke Turkse stad), maar we worden direct vriendelijk geholpen om de weg naar het hotel te vinden. De fietsen mogen in een naastgelegen afgesloten pand staan en we kunnen eindelijk heerlijk (koud!) douchen. We gaan uit eten in een traditioneel Turks restaurant en tijdens het gebed uit de moskee zitten we hier weer in een Internetcafé.


       

Terug naar boven

We informeren naar de mogelijkheid om met een bus een stuk verder te reizen omdat we vanwege mijn ziek zijn nogal achter op schema raken. Na veel rondvragen, elke keer als we ergens iets vragen, komen weer veel mannen zich ermee bemoeien en worden we van het ene busstation naar het andere gestuurd. Uiteindelijk begrijpen we dat er geen grote bus gaat naar Amasra, waar we naartoe willen. Als we toch maar gaan fietsen (het is echt erg warm) zien we een treintje rijden. We staan wat te overleggen en prompt komt er weer iemand die vraagt of we hulp nodig hebben, hij spreekt Frans, en hij wijst ons de weg naar het station. Ook daar worden we ongevraagd verder geholpen door 4 schooljongens van een jaar of zestien. De trein gaat pas over 2 uren en ook niet ver, maar ach, het is weer eens wat anders. We zetten de fietsen op het perron en lopen de stad weer in. De jongens willen op onze fietsen passen. Onder de hete zon slenteren we het gezellige stadje weer in. Het doet me toch steeds sterk aan Afrika denken. Een bijzonder klein winkeltje (ongeveer 4 vierkante meter) trekt mijn aandacht. Alsof er 40 jaar niets veranderd en niets verkocht is. Oude stoffige lappen, stapels derdehands boeken en andere rommeltjes. Ik wil graag een foto maken maar durf niet goed. Dan komt er een man die ons aanspreekt in goed Engels. Toch nog moeizaam te volgen omdat zijn accent sterk is en een voortand mist waardoor hij slist. Hij biedt ons een kruk aan buiten voor de winkel en laat thee komen. Waarschijnlijk heeft hij alle boeken in zijn winkeltje gelezen en nog veel meer, want de man, Ibrahim heet hij (zie foto) weet heel erg veel. We hebben een lang en interessant gesprek over Turken, religie, politiek, kunst en vooral geschiedenis. Verrassend hoe iemand die er zo shabby uitziet, zo wijs, beschaafd en belezen is (weer een van onze vooroordelen...). Ruim een uur was zo verstreken. We nemen afscheid, kopen fruit en brood voor in de trein. Veel handen van de jongens met de fietsen, zodat ze bijna de trein in zweven. Ruim een meter hoog moeten ze door de smalle deur van de trein. Een kaartje kost 1 euro en de fiets mag gratis mee!!  In een coupé vol schooljeugd die gaan zwemmen een paar haltes verder, moeten we weer heel wat vragen beantwoorden. Onze naam, leeftijd, beroep, wat we van Turkije vinden enz. enz. Ze stappen uit en wij moeten 3 haltes verder er uit. Als we aankomen, stopt de trein als onze deur nog niet boven het perron is en daar kunnen we onmogelijk de fietsen uitladen. De trein rijdt verder. Gelukkig komt de conducteur en snapt dat we eruit willen. Hij helpt ons zelfs en dan staan we op een klein stoffig stationnetje in de hete zon. Er komt net een jonge vrouw aan lopen, gebogen onder het gewicht van manden vol groente. Ze legt de groente in een waterbassin (overal zijn tappunten voor bronwater te vinden met een opvangbak. Je kan het veilig drinken in tegenstelling tot kraanwater wat eerst gekookt moet worden.) Het station ligt aan de grote wegen we stappen op de fiets om drie uur. Het is een brede vierbaans autoweg met brede vluchtstroken en er is heel weinig verkeer. Het schiet lekker op want de weg is grotendeels vlak. De omgeving niet, die is heuvelachtig en erg mooi. Donkere wolken pakken zich samen en de hitte wordt verdreven door een onweersbui. We schuilen weer eens in een golfplaten bushokje. Handig dingen toch!!  De bui duurt niet lang en binnen drie uur flink doorkarren zijn we 45 km verder, in Bartin. Ook weer een erg mooi, gemoedelijk stadje vol aardige, behulpzame mensen. Hoe oostelijker we komen, hoe minder het mogelijk is om bier of wijn te krijgen. In restaurants al helemaal niet meer. Zelfs de koffie is moeilijk te krijgen, alleen thee. In de nacht regent het veel en er is veel stadslawaai waardoor slapen wat moeilijk gaat. Gelukkig is het de volgende morgen helemaal droog.


               

Terug naar boven

Na het ontbijt laten we ons met de taxi naar het ziekenhuis brengen door de nog natte straten. Zo, nu gaat het ineens super makkelijk. Er wordt direct een zuster geroepen die me onmiddellijk begrijpt dankzij mijn ingestudeerde Turkse zin en geeft me (voor het eerst pijnloos) mijn prik. Volgens plan rijden we naar Amasra aan zee. Het is niet ver maar de weg gaat genadeloos, om ons te plagen, over de allerhoogste top die er vlak voor de kust te vinden is...  Onderweg eten we aardbeien bij een gezellig groepje vrouwen en Engels sprekende jongeman die een toeristische opleiding doet. Een oude man die ook komt kijken, blijkt tijdens het gesprek slechts 58 jaar oud te zijn. Ik had hem in de zeventig geschat. donkerbruin, diep doorgroeft gelaat. De weg daalt tegen twee uur af naar Amasra. Een bekend oud stadje wat tamelijk toeristisch is. Het is dus nog vroeg en we twijfelen of we nog verder zullen fietsen. Er is hier weer geen camping en in het wild kamperen gaat hier even niet lukken omdat de rotsen uit zee omhoog komen en er geen stukje vlak is. We vinden een leuk pension waar ze ook een machine was draaien voor ons en we gaan nog een stukje wandelen. Het dorp is gebouwd op een rotsig schiereilandje en heeft twee kleine baaien met een haven. Er zijn ontelbare souvenirwinkeltjes. Als we na het eten net weer op onze kamer zijn, wordt er aan de deur geklopt en een Belgische jongeman heeft onze fietsen op de binnenplaats zien staan en komt wat ervaringen uitwisselen. In zijn dagboek staat geschreven over de top die ook hij vandaag moest bedwingen: 'Vanmiddag ging ik dood ..!' Zo zwaar vond hij het. Hij gaat morgen dezelfde kant opfietsen dus misschien zien we elkaar nog. (www.toonopdelappen.be)

 

          
         

 

Net voor de wekker ging, begint het te regenen. De dochter van de hoteleigenaar heeft voor ons een was gedraaid en die hangt buiten. Ik vlieg naar buiten en haal het binnen nog net voordat het drijfnat is. Ik leg uit dat ik naar een dokterspost moet en vraag naar de weg. Na het ontbijt pakken we alles op de fiets en rijden daarlangs. Als we aankomen komt er iemand uit de apotheek en wijst waar we zijn moeten. Ook binnen in de vooroorlogse dokterspost staat een vriendelijke zuster klaar die al weet waarvoor we komen. Er was al gebeld door de hotelman !!

Dan begint de eerste klim naar boven. De weg van Amasra naar Sinop (325 km) is berucht om zijn  vele steile bergen, die uitlopers naar de Zwarte Zee hebben. Steeds gemiddeld 2,5 km naar boven en weer steil naar beneden met een gemiddeld stijgingspercentage van 7 % en dat is veel. De waarschuwingen kloppen. Het is erg zwaar maar de beloningen zijn elke keer grandioos. Wat een uitzichten. Wat een prachtige natuur met volop vogels en bloemen. Ruim negen keer moeten we tussen de twee en vier km klimmen en ook weer dalen, maar we hebben goede benen en het gaat goed.

De brem en tijm ruikt lekker en soms staat er een lekker windje van zee. Regelmatig ontmoeten we koeien, met of zonder begeleiding, die soms midden op de weg staan. Ook zien we regelmatig koeien op het strand !! Echte zwart-witte Hollandse koeien,  een vreemd gezicht.
Als we onze lunch maken naast een huis, komt er een vrouwtje naar boven. We groeten haar en ze geeft ons een bosje bosuitjes. Ze gebaart dat we de tafel en stoelen in de tuin mogen gebruiken en dat we groente uit haar tuin mogen halen als we dat willen. Ze wordt wat verlegen als we vragen of we een foto mogen maken, maar het mag wel. Zo hebben we elke dag meerdere ontmoetingen en gesprekjes. Als we staan uit te hijgen boven aan een klim, komt ineens de Belgische Toon van gisteravond ons achterop. Omdat wij een plekje gaan zoeken om onze tent op te zetten, vraagt hij of hij bij ons mag staan. Na lang zoeken en als het bijna donker is, vinden we een geschikte plaats vlak voor een dorp. We maken gauw kamp en koken onder het licht van de maan (ongeveer negen uur = acht uur Nederlandse tijd) en babbelen nog een tijdje gezellig na. Toon trakteert op echte EFES bier,  fruit en cake.

 

           
           

Terug naar boven

Zaterdag 6 juni. Zon 34 graden. Kurucaşil – Sakali. 50 km.

De zon brandt ons al meedogenloos uit de tent om zeven uur. We ontbijten provisorisch met z’n drieën en pakken ons boeltje weer op. We nemen afscheid van Toon die in zijn eigen tempo verder gaat.

Nu weer een dokterspost zoeken. Dat is weer een makkie. Langs onze route staat de H op een bord. Een lieve zuster prikt mij in een mum van tijd en met een glimlach. Deze zorg is hier gratis !!

 En verder gaan we weer, vol goede moed, beginnen we met de eerste klim van ruim 10 %. We nemen de tijd om koffie te maken in de berm, we zijn tenslotte op vakantie :-).  Er zijn erg weinig dorpjes onderweg en die zijn erg klein zodat er geen gelegenheid is om een terrasje te pakken. Dat gaat hier trouwens sowieso niet makkelijk. Dat missen we wel. In Italië of Griekenland was dat nooit een probleem. Aangekomen in Cide, wat een lang strand heeft, kunnen we voor het eerst gaan zwemmen. Het water is koud maar helder en het is heerlijk om af te koelen na het zweten. Het water is licht zilt omdat de Zwarte Zee (Karadeniz zoals die hier heet) een binnen zee is met alleen de Bosporus als verbinding met het zoute water. Lekker afgekoeld fietsen we nog zo'n acht kilometer als we willen gaan lunchen. Voor het eettentje waar we voor kiezen, staat een bekende fiets met gele tassen. Jawel, Toon zit er ook!! Een welverdiende Durum maaltijd smaakt heerlijk. Dan kunnen we even vooruit. Weer een zware klauterpartij. Zeker drie kilometer moeten we naar boven lopen en de fiets wordt steeds zwaarder. Schitterende uitzichten over de uitlopers in zee. Alles groen,  groen en nog eens groen. Gemengde loofbomen, cipressen en pijnbomen. Ook nu weer worden we regelmatig aangesproken bijvoorbeeld in het Duits, altijd door mannen die in Duitsland hebben gewerkt. Het is half zes en we willen stoppen. De boerendorpjes zijn klein en armoedig en toeristen zijn hier niet of nauwelijks, dus geen camping en geen hotel. In een dorp vragen we of we de tent er mogen opzetten. Men verwijst ons naar een klein weggetje langs de rivier naar het strand. Daar kunnen we kamperen maar eerst wordt ons thee aangeboden. Te midden van een hele groep mensen die daar gezellig bij elkaar zitten. Er wordt ons zelfs een lift aangeboden, maar helaas gaat hij niet echt de goede kant op. Mijn telefoon accu is bijna leeg en die mag even aan het stroom. Iedereen is uitermate lief en aardig. Men benadrukt ook vele malen dat het hier echt veilig is en dat we rustig kunnen kamperen zonder dat ons iets zal overkomen.
Na de tent opgezet te hebben op het strand gaan we weer zwemmen in plaats van douchen tijdens zonsondergang. Luid worden we getrakteerd op een urenlang concert!  Honderden kwakende kikkers in de rivier onder een heldere sterrenhemel.

 

          
         

Terug naar boven

Weer een warme dag. We kruipen uit de tent en zien niets anders dan het strand en de zee. Als we zitten te ontbijten komt een vader met een zoon van een jaar of 10 langslopen. De jongen draagt een plastic tas. Ik vraag:"Balik?" (vis?). Ja! Hij komt naar ons toe hollen en laat de vangst trots zien. Veertien visjes, zegt hij !!
Wat stijf van het fietsen van gister, laden we alles weer op de fiets en begint er een vergelijkbare dag als gister. Veel klimmen, veel lopen. Het wegdek is slecht en smal, maar er is bijna geen verkeer. Men is voorzichtig en rijdt ruim om ons heen. Op sommige plaatsen wordt er aan de weg gewerkt en rijden we over gravel en gruis. Ook vandaag overvalt ons af en toe het gevoel dat het te zwaar is voor ons. We staan wat onder tijdsdruk omdat we veel dagen verloren hebben door mijn ziek zijn. We hebben nog tien dagen en ons doel Trabzon is 700 km verder. Dat gaan we lang niet halen met ons tempo van 45 km per dag, maar sneller gaat niet. We trappen van 9 tot 19 uur en pauzeren niet langer dan nodig is, We zullen een lift van en truck moeten zien te regelen omdat grote bussen waar onze fietsen in kunnen  hier niet schijnen te rijden. Regelmatig vullen we onze flessen met bronwater bij de tappunten. Daar kunnen we ons hoofd even onder de kraan houden en onze handdoek en petten nat maken tegen de brandende zon. Een auto met een jong stel passeert ons. De man steekt zijn duim op en roept "Cool" en "Respect!!"  Zo, daar zweven we weer even van. Hoe oostelijker we komen, hoe armoediger de dorpjes en hoe verder uit elkaar. Gezellige terrasjes zijn er niet meer. Als we iets willen drinken, kopen we dat bij een winkeltje. We zijn wel aardig aan het eind van ons Latijn als we tegen zeven uur in een zeer armoedig dorp vragen om een hotel. Ja, er is een hotel!!  We worden geleid naar een huis en men laat ons boven de kamers zien. Het ruikt er alsof er in geen tien jaar iemand was. Enkele kamers met ijzeren bedden en een stoel. Verder niets. Een peertje aan het plafond wat het niet doet, maar er wordt een nieuwe gebracht. Doorgebogen houten plafond. Een badkamer met een stinkende hurk toilet voor alle kamers. Er is gelukkig wel warm water om te douchen en het beddengoed ziet er oud maar schoon uit. Het kost 8 euro pp per nacht. Er is ook een restaurant, roepen ze trots, maar als we daar na het douchen naartoe gaan blijkt het gesloten. Nou ja, dan maar een potje koken op de kamer. Ook hier zitten we weer naast een rivier met heel veel luid kwakende kikkers en zoals overal, veel blaffende honden.

 

       
      

 

We ontbijten op de kamer want dat kan hier niet anders. Als we vragen of we met een auto mee kunnen richting Sinop wordt er gebeld en gerend. We moeten haast maken schijnt het. Er komt in pick-up truck voorrijden en alle tassen en de fietsen worden achterop de auto gedeponeerd. Waarom er zo veel haast is, weten we niet, maar onze thee die we net kregen blijft achter op het tafeltje. Met een flinke vaart rijden we richting Sinop. Wij achterin, twee mannen voorin. Het gaat wel heel erg hard met alle bochten en gaten in de weg. Na een minuut of 10 stappen we achter een kleine personenbus die aan de kant van  de weg geparkeerd staat. Vlug, vlug, alle tassen worden verhuisd en de fietsen in het smalle gangpad van het busje gepropt. Ze hebben dus de chauffeur van de bus gebeld om op ons te wachten !  Maak dat maar eens mee in Nederland. Met ons meegerekend, zijn er 6 passagiers. Ik zit op de achterbank en dat is niet goed als je gauw wagenziek wordt. Na 45 km hobbelen, bergje op, bergje af, en voortdurend bochten maken met de afgrond naar de zee links van me en geen zicht vooruit omdat ik met mijn hoofd tegen het plafond zit, ben ik blij dat we er zijn zonder dat ik een kotszakje hoef te gebruiken. Het ging net goed. Nu zijn we in Inebolu. Een geweldig leuk stadje, ook weer aan zee. We kunnen het niet genoeg herhalen hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Het is een gemeende gastvrijheid zonder commerciële bijbedoelingen. Men geeft alleen. Thee, eten, handen, praatjes.  We vinden een goedkoop motel aan zee en gaan lekker weer zwemmen. Er zijn nu golven omdat het best flink waait. Het strand bestaat hier uit pebbles, grote en kleine platte stenen. Er zijn bijna geen andere zwemmers. We zwemmen met onze Teva sandalen omdat we daarmee goed de zee in kunnen lopen.
's Avonds enkele uren in een internetcafé. We moeten veel verhalen uittypen en honderden foto's uitzoeken. Ook leuk werk hoor.

 

         

Terug naar boven

Dinsdag 9 juni. Zon 35 graden. Bus Inebolu - Sinop

"Het ontbijt wordt buiten geserveerd" zegt het meisje van de receptie. Als we binnen in het restaurant kijken, begrijpen we waarom. Een ravage is het er. Volle tafels met glazen en bierflesjes. Een jongeman ligt te slapen op een paar stoelen. Op de vloer verdere resten van een feestje, blijkbaar.

Er is hier in Inebolu 4 dagen een herdenking van het feit dat er 88 jaar geleden de Franse oorlogsfregatten vanuit de Bosporus hierheen kwamen. We zien vanuit onze terrasje 7 enorme marine fregatten en een onderzeeboot op zee naderen en horen saluutschoten. We gaan wandelen omdat we tot drie uur de tijd hebben voordat de bus naar Sinop vertrekt. We moeten wel met de bus; Sinop is ruim drie dagen fietsen en die tijd ontbreekt ons gewoon. In het centrum is het een drukte van belang. De herdenking lijkt een beetje op onze 4 mei. Met veel ceremonieel zien we marine officieren en matrozen in het gelid staan met geweren en indrukwekkende dolken aan de riem. Een toespraak door een hoge piet die werd voorgereden in een geblindeerde Mercedes met 4 sterren als nummerbord en het volkslied werd gespeeld door een militair muziekcorps, waarbij de toeschouwers meezingen. De president komt per helikopter. Verder kleurrijke markten met veel fruit, groente, pannen, potten en kleren. Bij de visman accepteren we de thee die ons weer eens wordt aangeboden.

We eten in een razend druk eethuis waar we voor de eerste keer een Engelse vertaling op de menukaart vinden en eten een lekker stoofpotje met pilav rijst. Terug bij de busterminal worden de fietsen in het busje gepropt en rijdt de behulpzame chauffeur samen met een paar medepassagiers naar Sinop dat 150 km verder ligt. Het duurt 3,5 uur en we moeten een keer overstappen. Sinop is een schiereiland dat al duizenden jaren als haven wordt gebruikt en al diverse keren veroverd is. Een van de  laatste keren in 1854 door de Russen (het begin van de Krimoorlog) en in 1919 heeft Ataturk de Grieken weggejaagd. Vooral de Russen hebben hier flink huisgehouden dus veel van de historie is verdwenen. Nu is er een grote basis van de NAVO.
We vinden door de Lonely Planet gids een goed verzorgd "apartotel", een motel met huisjes aan zee. Hier blijven we twee dagen. Donderdag gaan we weer fietsen.

 

         
               

 

Ochtend lezend doorgebracht. 's Middags Sinop verkend en Theo laat zich door een barbier scheren. 
Alexander de Grote kwam Sinop veroveren en kwam de arme wijsgeer Diogenes van Sinope  tegen, die de eigenaardigheid had om in een grote ton te wonen met zijn hond.  Alexander de Grote zei tot hem dat hij een wens mocht doen waarop Diogenes zei: Don't overshadow me' (ga uit mijn zon, oftewel: laat me in mijn waarde).
We hebben gezwommen en Theo heeft zitten praten met enkele heren uit Ankara en de baas en haar man en kregen Raki aangeboden op een kleine pier in zee.
's Avonds mogen we de laptop gebruiken van de zoon van de eigenaar. Hij komt hem zelfs afleveren in ons appartement.

 

               

Terug naar boven

Donderdag 11 juni. Zon 38 graden. Sinop - Yakakent. 85 km.

We ontbijten weer in het Zuid Amerikaans aandoend restaurant met golvend plafond bedekt met matten van stroken hout. Helemaal in het rond gebouwd met grote ramen die uitkijken op de prachtige tuin en zee. We rekenen af en fietsen het schiereiland weer af. Dan komen we op de grote weg. Een saaie brede weg met veel verkeer. De omgeving is echter prachtig. Niet meer zo extreem steil en vol bossen, maar open met veel akkers. Steeds weer uitzicht op zee. De vrachtwagens en auto's toeteren voortdurend naar ons. Soms is dit een "Pas op, ik kom er aan" toeter, soms "Ga aan de kant", maar meestal wordt er vlak naast op de claxon gedrukt, ook door tegenliggers en is het een "Hallo !" en er wordt gelachen en gezwaaid. Ook roepen ze soms nog uit het raam " Hoş Geldeniz!" (Welkom). Erg leuk allemaal, eerst schrik je je steeds een hoedje, maar het went wel dat getoeter.

Het plan was nog enkele dagen landinwaarts te fietsen om het rustige platteland nog te ondervinden. De nadelen zijn echter: de tijdsdruk, we willen ook nog graag een paar dagen in de omgeving van Trabzon zijn. De onzekerheid of er een veerboot is over het enorme stuwmeer Altınkaya (als dat niet zo is, moeten we zo'n 75 km omfietsen). Het is een lastig dilemma, maar we kiezen ervoor om door te fietsen langs zee. De weg wordt gelukkig smaller en landelijker. Een paar keer picknicken we en zwemmen we weer heerlijk in de zilte heldere zee. Van dit water ga je niet plakken !! Het schiet lekker op en na vijf uur wordt het wat koeler. Als we gaan uitkijken naar een kampeerplek wordt de omgeving net weer veel steiler. Zo steil, dat er geen geschikte plek te vinden is. Een paar keer proberen we het, maar we willen perse uit het zicht van de weg staan en dat lukt niet!! Tenslotte rijden we door en door, tot we (in het donker al) op een grote weg vlak aan zee komen. Het is ook weer een weg waar aan gewerkt wordt en wordt vierbaans. Jammer, zo verdwijnen alle leuke landelijke wegen. Het is inmiddels pikdonker en na negenen. Enorme vrachtwagens van een grote fabriek rijden af en aan. Uiteindelijk arriveren we tegen tien uur in het stadje Yakakent waar we een hotelletje vinden en heerlijk kunnen douchen !! Hierna koken we ons eten rond half elf op het balkon met de ruisende branding op 30 meter afstand.

 

       
          

Terug naar boven

Na 8 uur bijna bewusteloos geslapen te hebben, pakken we de tassen weer eens in en fietsen we na het ontbijt weer verder. Het is nog warmer dan anders. Het asfalt zuigt en plakt. De weg is erg slecht, smal en honderden trucks daveren langs ons heen. Meestal moeten we op de hobbelige gravelstrook naast de weg rijden om de elkaar passeerde vrachtwagens de ruimte te geven. Griezelig is het, vooral als het tegemoet komende verkeer elkaar inhaalt. Soms worden gezandstraald en moeten we het stuur stevig vasthouden om niet de straat opgezogen te worden. Twee keer zien we een truck over de weg dweilen vanwege het zachte, opgestroopte asfalt als gevolg van de hitte. Na een kilometer of twintig houden we het voor gezien en gaan een landweggetje in wat volgens de kaart later weer op de hoofdweg komt. Al na vijftig meter horen we niets meer van de grote weg. Een verademing !! Ook wat betreft de omgeving, direct worden we weer opgenomen in het boerenland met hardwerkende vrouwen en mannen op tractoren, brommertjes en fietsjes. De wind is warm, we zitten zo'n 25 km van zee. Bij een kantoorgebouw van een landbouw coöperatie worden we gewenkt. De ambtenaar biedt ons thee aan. In zijn mooie, beetje verwaarloosde kantoor, neemt hij plaats achter zijn bureau onder het eeuwige portret van Atatürk. We zitten tegenover hem en krijgen van zijn secretaresse (of vrouw??) heerlijke koffie, een bord vol heerlijke kersen, chocolade koekjes en sesam zoutjes. Een moeizaam "gesprek" (omdat er geen woord over de grens wordt gesproken) volgt met de bekende vragen en wedervragen. We zweten peentjes in het hete kantoortje op de plastic stoelen, maar de man geniet van de afwisseling in zijn, volgens mij, saaie bestaan. 
Terug op de hoofdweg, komen we al gauw in de stad Bafra waar we een internet café induiken om foto's uit te zoeken maar ook om de hitte even te ontlopen. Er is airco. 
Als we klaar zijn is het bijna zes uur en we besluiten in Bafra te blijven. Morgen de laatste 50 km naar Samsun. Waarschijnlijk de laatste fietsdag, want in Samsun nemen we de bus naar Trabzon. Het plan was met de boot te gaan, maar die schijnt niet meer te varen.   Na een korte wandeling door het erg drukke Bafra, eten we heerlijk in een eethuis. We betalen 12,50 Turkse lires, nog geen 6 euro voor alles!!. Sla, baklava en thee krijgen we voor niets, vergezeld van een lieve lach !!

 

       
       

Terug naar boven

Half zeven op. Eindelijk een hotel waar we vroeg kunnen ontbijten. Gelukkig is de weg beter dan gister, breder en iets minder druk. Het is zaterdag. Wel erg warm. Met een stevige wind in de rug vliegen we naar Samson. Onderweg nog één keer zwemmen in de Zwarte Zee. Ondanks dat we nog ergens een tosti eten, rijden we al om 13 uur, na vijftig km fietsen, Samsun binnen.
Aan de rand van de (grote) stad zien we al een Metro kantoortje. Metro: één van de grote busmaatschappijen die lange afstanden rijden. B.v. van Samsun via Trabzon naar Erzurum en Van. Toch wel een afstand van ruim 900 km!De eerstvolgende bus vertrekt om 14.30 kunnen ze ons met veel handen- en voetenwerk vertellen. Men spreekt geen woord Engels, Duits of Frans, maar we moeten nog wel ruim 10 km fietsen door de stad. We racen dus naar de bus terminal die vlak buiten de stad ligt. Als we die bus halen, zijn we namelijk al om half negen 's avonds in Samsun. Aangekomen bij het busstation blijkt dat de bus van half drie vol is en moeten we wachten tot 17 uur. Nou ja, dan hebben we alle tijd om de fietsen te prepareren (stuur plat, trappers er af, zak over het stuur met de kabels) zodat ze zo min mogelijk ruimte innemen en beschermd zijn.
De bus terminal is heel erg groot en heeft wat van een vliegveld met winkeltjes, restaurants en meer dan 40 perrons voor de bussen. Het is er brandschoon want een heel peloton schoonmakers loopt de hele dag te poetsen. Zo blijft iedereen aan het werk !! Een kaartje naar Samsun (380 km) kost slechts 12 euro inclusief fietsen. Het is 6 uur rijden. De fietsen kunnen zelfs rechtop onderin de bagage ruimte en we worden tijdens de reis met koffie, thee e.d.
Theo heeft weer enorm veel bekijks bij het sleutelen aan de fietsen. Als ik klaar ben met kaartjes kopen (waar zelfs een paspoort nodig is) staan er wel 30 mannen te kijken. Vaak leuk, zo veel aandacht, maar ik word er soms  ook wel eens kriebelig van. Theo geniet er volop van.  We zijn net klaar, als het enorm gaat regenen. Wat een geluk, drie weken warm en droog en de fietsen nog geen half uur ontmanteld en dan opeens regen. Klokslag 17 uur rijden we weg. De TV's gaan onmiddellijk aan.
Leuk om nu eens vanuit de bus het landschap voorbij te zien gaan en jammer dat het halverwege de rit donker wordt. Het regent eigenlijk de hele weg.
Trabzon is het eindstation van onze reis. De voorlaatste stad voor de Georgische grens.
Onderweg zijn we regelmatig gewaarschuwd voor Oost Turkije. "Bepaalde mensen"  zouden hier niet te vertrouwen zijn en we moeten vooral goed uitkijken, drukt men ons op het hart. Hier echter waarschuwde men ons echter voor bijvoorbeeld de mensen in Istanbul. Les: men wantrouwt vaak onbekenden.
We worden o, zo vriendelijk, pal voor een straatje uit de bus geholpen waar wel 10 hotelletjes op een rij zijn. Handen schudden met maar liefst zes mannen (personeel in de bus) en zwaaiend nemen we afscheid in het donker. Het is tegen half twaalf als we onze zeer matige kamer betrekken van 2 x 3 meter. Het stinkt er naar kamfer en uitlaatgassen want het raam grenst aan de snelweg. De fietsen mogen wel keurig achter de driezitsbank in de lounge staan.

 

           

Terug naar boven

Het is flink afgekoeld. Na drie weken hitte, voelt het heerlijk fris buiten. We vertrekken uit het nare hotel en rijden naar het centrum. In onze reisgidsen stond Hotel Nur als goed en goedkoop aangeprezen. Daar lopen we al gauw tegenaan. Aan de Engelssprekende jongeman die naar buiten komt vragen we of het mogelijk is de fietsen daar te stallen en dat kan. Hartelijke ontvangst. De kamer moet nog schoongemaakt en ondertussen krijgen we koffie en maken een praatje met de eigenaar die wat Duits spreekt. Ook hij heeft natuurlijk in Duitsland "gearbeitet". In Bremen. Hij woont buiten de stad in een dorp waar hij ook nog een hazelnotenplantage heeft.
We pakken onze bagage om omdat we een paar dagen met een auto gaan reizen. Het is zondag, dus het is niet druk. Trabzon heeft een grote haven met veel industrie en tegen de hellingen zien we veel hoogbouw in de buitenwijken. De flats hebben vaak een kleurtje zodat het een fleurig gezicht is. omdat we oostelijker komen, verandert de sfeer in de steden toch iets. Men is aardig, maar toch iets gereserveerder en niet zo nieuwsgierig meer. Een beetje argwaan lezen we in de gezichten of is dat verbeelding??  De grens met Armenië, Iran en Georgië is vlakbij.
Met een dolmuş busje rijden we naar het vliegveld net buiten de stad, waar een Avis autoverhuurvestiging zou zijn. Bij navraag worden we naar de ingang van de luchthaven verwezen. Daar laat de beveiliging ons eerst door de bekende poortjes gaan met de bagage. We snappen er niets van en proberen uit te leggen dat we niet met het vliegtuig gaan maar alleen een auto willen huren!!  Maar nee, Theo piept door het poortje en wordt uitgebreid gefouilleerd. Elk ritslipje van zijn afritsbroek piept. Er zijn er wel 8. Vijf, strak in het uniform gestoken beveiligingmensen bemoeien zich ermee. Niemand spreekt ook maar 'n woord Engels. Theo probeert met broem-broem geluiden en stuur gebaren duidelijk te maken wat we willen. Dan begrijpen ze het eindelijk en moeten we gewoon een trap naar beneden waar kantoortjes van autoverhuurbedrijven zijn en je gewoon van binnen naar buiten kan lopen en andersom. Onze tassen zijn gescreend en er is niets ontdekt. Toch heb ik een flink mes bij me om broodjes en fruit te snijden.....
We huren een Fiat Albea en rijden al gauw over de Turkse wegen. Men rijdt dan wel niet zo strak in het gelid als bij ons, maar niet hard, zeer voorkomend, goed anticiperend, totaal zonder agressie en houdt afstand. Prettig om te rijden hier.
We rijden al direct de bergen in langs woest stromende riviertjes. Het is grauw en sputtert zelfs wat. Na 25 km krijgen we de afslag naar het Sumola klooster. Een smalle weg 20 km omhoog. Op de plaatjes ziet het klooster er onwerkelijk sprookjesachtig uit. De weg er naar toe is dat ook zeker ondanks de regen en de mist die ervoor zorgt dat we totaal geen uitzicht hebben. De overblijfselen van het gebouw vallen een beetje tegen. Het is er druk. Veel gezinnen trekken erop uit op zondag. Met mooie slofjes van stof en lange rokken en jassen lopen giechelende vrouwen op het glibberige vol wortelstronken smalle steile pad. Er is veel gerestaureerd, maar niet zo mooi naar onze smaak.
Via dezelfde weg terug naar de hoofdweg en omhoog gaat het. Een mooie pas werd ons beloofd. maar we rijden in de wolken, het regent en we zien dus weinig anders dan de meest dichtbijzijnde, wel imposante rotsformaties langs de weg.
Naar beneden rijdend wordt het helderder en veranderd het landschap in een glooiende steppe. De Anatolische hoogvlakte is prachtig in allerlei kleuren groen en bruin met in de lagere delen populieren. Het is zeer rustig op de weg dus we kunnen regelmatig stoppen om uit de auto te stappen. Aangekomen in Bayburt, de provincie hoofdstad, zoeken we onderdak. De sfeer voelt hier ook strenger, ondanks dat men ons overal vriendelijk ontvangt. Een onverwacht prima hotel.

 

             
             

Terug naar boven

Maandag 15 juni. Zwaar bewolkt en regen. 17 graden.  Bayburt – Erzurum.  Auto 110 km.

Toch vreemd om een auto voor de deur te hebben en zo weg te rijden. Er is hier in Bayburt een enorm oud fort uit het jaar 1000. Tenminste, de overblijfselen ervan. Via binnendoor straatjes rijden we erheen. Bayburt is een zeer behoudende Islamitische stad. Zwaar gesluierde vrouwen of met burka. Sommige dames hebben doeken om van grijsbruine stugge stof. Het lijkt wel jute. Later leren we dat het handgeweven stof is van hele dunne draden ruwe schapenwol.(zie foto).
Het fort was gigantisch groot en grotendeels gerestaureerd. Schitterend uitzicht over de stad.
We rijden door het magnifieke landschap door richting Erzurum. het is fris, zwaar bewolkt maar af en toe breekt even het zonnetje door. Gelukkig is het nu helder als we een alpineachtige pas rijden. Op diverse plaatsen ligt nog sneeuw. De paar kleine gehuchten onderweg zijn extreem arm. een geitenhoeder heeft zijn geiten verzameld en een vrouw melkt ze. In een dorp onderweg kopen we brood en willen graag ook boter. De man stuurt zijn zoon op pad om echte boter te halen en hij komt terug met een flinke klont in een plastic zak. Waarschijnlijk is het van geitenmelk want het heeft een sterke smaak. Wel 20 mannen zien we werken aan een hoogspanningsmast. Hoog in de mast, die half af is, zitten een paar mannen - ondanks het onweer en zonder zekering. Dat moet de Arbo dienst zien in Nederland !!
Om drie uur arriveren we tijdens een flink onweer in Erzurum. Na wat rondrijden, parkeren we de auto op een herkenbare plek en laten ons met een taxi naar het hotel brengen waar we zijn willen. Superdeluxe hotel met marmeren badkamer en aparte zitkamer. Ook dito prijs: 45 euro incl. ontbijt.
De historisch belangrijkste gebouwen bevinden zich hier in een straat. We gaan ze bekijken. Oude moskeeën en Koran scholen. Bij de laatste worden we aangesproken door een Duits sprekende man die ons wat verteld over de moskee. Hij leidt ons naar de zijkant en laat een aanliggend huis zien. Een heel oud huis van zijn buurman, een oude man die er alleen woont. We mogen binnen komen en foto's maken. Wij vinden het natuurlijk bar interessant. Daarna biedt hij ons thee aan in zijn winkel, wat een tapijtwinkel blijkt te zijn. Dan voelen we de bui al hangen en ja hoor, hij begint zijn tapijten aan te prijzen. Een bekende verkoop truc waar wij nooit in zouden trappen....  maar het is hem toch gelukt!! Alleen wij kopen niets en gaan zo snel mogelijk weer weg met een smoes. 
Eten doen we in een heel bijzondere gelegenheid. Een doolhofachtig oud gebouw helemaal volgestouwd met oude spulletjes en tapijten waarin veel hoekjes zijn gecreëerd om te eten. We moeten onze schoenen uit doen en krijgen sloffen. Theo krijgt plastic bescherm hoesjes voor zijn schoenen want zijn maat hebben ze niet... (zie www.erzurumevleri.com)  

 

                               

Terug naar boven

Dinsdag 16 juni. Erzurum – Trabzon.  Zon, later bewolkt, tussen 0 en 20 graden.  325 km per auto.
Erzurum. Ik had verwacht een totaal andere stad aan te treffen. Een zanderige, exotische, bijzondere stad. Het was echter een tamelijk saaie gewone grote stad. Met het verschil dat je rondom steeds de zachtgroene en bruine bergen ziet (Erzurum ligt in een kilometers breed dal) en bijna alle vrouwen gesluierd zijn, zelfs in de etalage (zie foto bij maandag). Het ontbijt krijgen we op de bovenste etage van het hotel met een prachtig uitzicht rondom. Met de taxi gaan we weer naar onze auto, die we op een veilige plek neergezet hebben. In de binnenstad is het waanzinnig druk en de auto's staan dubbel geparkeerd ook waar een stopverbod staat.
Vandaag gaan we via een andere route terug naar Trabzon. Een onbeschrijfelijke mooie weg voert ons langzaam maar zeker omhoog. via schitterende dalen met veel snel stromende beekjes. groene velden met veel bloemen. populieren en kleine dorpjes met huisjes van klei, steen en golfplaten. Het is prachtig weer. Zonnig met mooie witte wolken. Om de paar kilometer stoppen we om uit te stappen en te luisteren naar de koekoek en de wind te voelen. O, wat zou ik nu graag hier willen fietsen!! Nou ja, wie weet. Het komt op mijn, toch al lange, lijst te
staan. Het landschap wordt ruiger. Hellingen vol stenen, puinwaaiers en de eerste sneeuw is zichtbaar. Een paard en wagen met man en vrouw. Als ik aan de man een vragend gebaar maak of ik een foto mag maken, duikt de vrouw weg achter de kar, maar ik was net eerder met afdrukken. De man vraagt of we een sigaret hebben, maar daar kunnen we hem niet aan helpen. De huisjes onderweg zijn krotten in onze ogen. De eerste meter vaak
keien met leem ertussen, daarop een laag stammen, planken of takken. Dan een dak van golfplaten of zelfs alleen een plastic zeil. Men heeft groentetuinen, koeien en geiten. Na elke top komen we in een nieuw dal wat er weer anders uit ziet. Orchideeën, kamperfoelie struiken en velden vol gele, witte en paarse bloemen. We kopen brood, kaas en fruit in een groter dorp waar een winkel is. Mensen staren ons aan alsof we maanmannetjes zijn. Toeristen komen hier niet veel. Na zo'n 180 km, hoog in de bergen (2500-3000 m.), waar het steeds
smaller wordt en we door kloven rijden met enorme rotsformaties links en rechts, zien we nevel op komen. De wolken zakken en al gauw zitten we in potdichte mist. Verraderlijk, hoe het weer zo snel kan veranderen. Flink koud wordt het ook en we rijden zelfs langs de sneeuw (tot 1,5 meter hoog)!! Het heeft de afgelopen dagen flink geregend en daardoor zijn de rotsen gaan schuiven. Op veel plaatsen is de halve weg bedolven onder enorme stenen en puin. Op verschillende plaatsen zijn mannen al bezig met bulldozers. Daar moeten we langs manoeuvreren. Samen met veel en diepe gaten in de weg, maakt dat we alert moeten rijden en veel sturen. Op de lange weg naar beneden, wordt het weer helder en drukker. We komen in het gebied waar thee verbouwd wordt. Op elke stukje grond staan thee struikjes. Kleine veldjes van een paar vierkante meter tot hele berghellingen vol. Vrouwen lopen met kleden die met de punten aan elkaar geknoopt zijn en volgestopt met theebladeren. Vrachtwagens met hoog opgestapelde zakken thee en verwerkingsfabriekjes overal. Veel bedrijvigheid dus. Langs de weg zien we veel tunnels haaks op de weg de berg in lopen waar vrachtwagens en shovels in en uit rijden, die dan half over de weg rijden. Zijn het kopermijnen?? Wel navraag gedaan, maar we weten het nog niet zeker.
De weg is daardoor heel slecht geworden, veel modder en gaten. Onze mooie splinternieuwe Fiat ziet roodbruin van de modder. Na totaal 675 km leveren we de auto weer in.
Het was een fantastische dag !

 

                                                           

Terug naar boven

Woensdag 17 juni. Zon 25 graden.

Deze dag hebben we voor het reisklaar maken van de fietsen en de bagage. We kopen breed tape en vragen kartonnen dozen bij de supermarkt. Ze verwijzen ons naar de container waar ze net wat dozen in gedaan
hebben, dus staan wij in de container te grabbelen onder belangstelling van voorbijgangers...  ach, die arme toeristen toch!! Ook veel geïnteresseerde mannen bij het inpakken van de fietsen. De aardige jongeman, Emrah, van de receptie rijdt ook een rondje op Theo's fiets. Zijn collega wil de fiets wel kopen, maar als hij hoort dat die net zo veel kost als zijn tweedehands auto, gaat de verkoop niet door. Verder gaan we de stad in om wat rond te kijken en te winkelen. Het laatste geld opmaken.  Theo bezoekt nog de kapper voor een uitgebreide behandeling. Daarna op de foto met Emrah. We eten baklava en vreemd ijs (gemaakt van honing, dus stroperig, het lijkt wel toffee ijs) en Theo drinkt weer Turkse koffie die speciaal voor hem gehaald wordt bij de buren. Dat gebeurt hier wel vaker. Als we vragen om iets wat ze niet hebben, zeggen ze 'goed' en halen ze het voor ons.
We maken de laatste zonsondergang mee in Turkije terwijl we weer in 'ons' internet café zitten. We moeten vroeg gaan slapen want om half zes worden we beneden in de hal van het hotel verwacht. Emrah heeft vervoer geregeld voor de fietsen en ons vliegtuig vertrekt om 7.05 uur.

     

 

Vijf uur gaat de wekker. De auto die onze fietsen naar het vliegveld zou brengen is er niet. De man van het hotel belt met een vriend en wij moeten “vijf minuten” wachten! Dat is niet leuk. Het is kwart voor zes en hoewel het vliegveld vlak bij is, begin ik al wat benauwd te worden. Gelukkig komt er toch al gauw iemand (de zoon van de eigenaar van het hotel) met het busje van de buurman die een supermarktje heeft. De fietsen worden gauw tussen allemaal kratjes met waterflessen gezet en we worden netjes voor de hoofdingang van het vliegveld afgezet. We vliegen in twee uur van Trabzon naar Istanbul (afstand ruim 1695 km) waar we moeten overstappen. Omdat we vijf uur de tijd hebben, gaan we met een taxi naar Pension Yesilkoy, om te vragen hoe het met de oude meneer Frenkel gaat. Helaas gaat het erg slecht met hem en kunnen we hem niet zien. Wel zijn zoon Aziz waar we gezellig mee praten. Daarna gaan we een wandeling maken langs de kust. Het is heerlijk weer en dis is beter dan vijf uur lang op een vliegveld hangen. Op de terugweg naar het pension, komen we nota bene langs een heel oude katholieke kerk. De enige in heel Turkije die wij gezien hebben. We gaan even naar binnen en worden aangesproken door een hoogbejaarde man. Hij verteld dat hij een Franciscanermonnik is en al 95 jaar! Geboren in Italië en al in 1938 naar Turkije gekomen. Hij was erbij toen het vredesverdrag met Rusland (na de tweede wereldoorlog) werd ondertekend in Istanbul. Er stond destijds een houtenhuis op de plek waar nu een parkeerterrein is. We bekijken de kerk, die sober maar mooi is. Ander detail is dat er veel kerkgangers zijn volgens de monnik. Deze mensen zijn vanwege hun geloof uit Oost Turkije gevlucht naar Istanbul. We nemen afscheid in het pension en gaan weer naar het vliegveld. Op onze tickets (instapkaarten), die we in Trabzon al kregen, staat dat wij bij gate 223 moeten zijn, aan de uiterste westkant. Als we na de paspoortcontrole aan boord willen gaan, blijkt dat het gatenummer is veranderd en bijna zitten we in het vliegtuig van Hannover. We moeten nu naar gate 209 en deze blijkt helemaal aan de Oostkant van de luchthaven te liggen, dit ruim een kilometer lopen/rennen! Er wordt al op ons gewacht. Dat was effe spannend……..!! De vlucht gaat prima en in Düsseldorf komt netjes all bagage en de fietsen aan bij hert afhaalpunt. We nemen de trein naar Meppen waar Tim ons komt halen. Om ongeveer half tien zijn we weer thuis.

We kunnen wel stellen dat we een fantastische reis gehad hebben. Ondanks wat tegenslag als ziekte en extreem steile hellingen, hebben we ons doel gehaald, veel avonturen beleefd, heel veel mensen ontmoet en geleerd van de cultuur en vooral van de ongelofelijke gastvrijheid en vriendelijkheid van de mensen.

 

       

 

Wat feitjes op een rij:
* 24 keer in een hotel geslapen.
* 8 keer in de tent.
* 5 keer zelf gekookt
* 5 keer expeditie maaltijden gegeten.
* 22 keer in eethuisjes gegeten.
* 800 kilometer gefietst (waarvan waarschijnlijk wel 40 km gelopen).
* 15 fietsdagen gehad.
* op drie dagen heeft het geregend (waarvan we twee dagen in de auto reden)
* 29 dagen met mooi weer.
* 1 dag met mist en sneeuw
* 8 ziekenhuizen bezocht
* 2 dokters geconsulteerd
* 32 broden gegeten.
* 48 cola en 36 Fanta gedronken
* 0 lekke banden
* 12 keer de ketting eraf...............
* 24 keer een internetcafé bezocht.

Terug naar boven

Wetenswaardigheden:


PASTA

Als je hier om pasta vraagt, krijg je gebak! De "pastanesi" is een banketbakker. De taarten zijn prachtig gedecoreerd en er is baklava in veel soorten.

IMAM

In Şile logeerden we tegenover de moskee, dus nog geen dertig meter ervandaan. Het was wel even schrikken toen 's nachts om vijf uur de Imaam ons goedemorgen brulde door mega versterkers. Zo vijf minuten lang roept hij tot AAAALAAAAH !!! Met zoveel decibellen dat een discotheek er jaloers op zou zijn... Dit wordt diverse keren per dag herhaald. De imam zingt overal anders. De ene natuurlijk mooier dan de andere. We beginnen het zelf ook mooi te vinden. Eerst horen we hem op steeds dezelfde tijd, nu op verschillende tijden, vijf keer per dag.


KOEIEN

Koeien zie je hier niet alleen in de weilanden, maar langs de kant van de weg en ook regelmatig midden op de weg. Of zelfs op het strand langs de zee! 

   

TOETSENBORD
Het Turkse toetsenbord heeft een paar lastige afwijkingen in vergelijking met de Nederlandse. Op de plek van de i zit de ı zonder punt. De i zit rechts van de l. Op de plaats van de . zit de ç en de punt zit onder de enter toets. Ook de komma zit verstopt en de trema's kan ik niet vinden. Het kan dus voorkomen dat er vreemde foutjes zitten in ons verslag.

BUSHOKJES
De meeste bushokjes zijn hier heel eenvoudig. De Nederlandse zijn vaak van glad met verlichting, die regelmatig vernield worden. Hier zijn ze van beton of van golfplaten met een houten bankje dat niet in brand gestoken wordt of gesloopt. Sommige zijn vast al meer dan honderd jaar oud.

ROOKVERBOD

Op 31 mei j.l. (wij waren hier al) is in Turkije het rookverbod in horecagelegenheden ingegaan. Men houdt zich er geloof ik goed aan en overal hangen affiches.

BEDDEN

De matrassen zijn hier keihard. Onze slaapmatjes voor in de tent zijn zachter. Ook kennen ze geen hoeslakens. Altijd gewone lakens en vaak ouderwetse wollen dekens. Slechts drie keer troffen we dekbedden aan.

ONTBIJT
Het ontbijt bestaat uit: Turks brood (meestal erg lekker, maar wit), een schaaltje olijven, plakjes tomaat, kaas (geitenkaas en koeienkaas), plakjes komkommer, soms een plakje worst, kersenjam en aardbeienjam (altijd dezelfde, hele dunne jam die van je brood afdrupt), honing en thee.

BIER

Hoe verder oostwaarts hoe minder bier er verkrijgbaar is. In de restaurants al helemaal niet meer. Je moet bier halen in een winkeltje waar een bord "Efes" buiten hangt, het meest gangbare Turkse bier.

KAMFERBALLEN

In een hotel vonden we het erg muf ruiken, maar dat kwam door 4 kamferballetjes die in de afvoer van de wastafel lagen. Waarschijnlijk tegen riool luchtjes.

PRIJZEN

De kosten van levensonderhoud zijn hier erg laag. Minder dan de helft tot een derde van de kosten bij ons. Een brood kost 0,25 euro, koffie in een café 0,50 euro, thee 0,20 euro, blikje cola 0,50 euro, ontbijt 2,50 euro, diner 5 - 8 euro, hotel 25 - 40 euro. Hierbij moeten we zeggen dat dat niet zo is in Istanbul, maar op onze route langs de Zwarte zee.

SLOFFEN

Net zoals wij bij een Turkse familie sloffen kregen om aan te doen toen we daar op bezoek waren, staan er in alle hotelkamers twee paar sloffen klaar. Soms een soort plastic Zweedse muilen, maar meestal wegwerp exemplaren van viltachtig papier.

TURKSE KRAAI
Overal zagen we een soort kraaien die ik in Nederland nog nooit heb gezien. Wij noemen ze maar Turkse Kraaien.

ETEN
In een "lokantasi" (lokaal eethuisje) kom je binnen en de keuken is dan direct bij de deur. Er staat een vitrine met schalen en bakken met gerechten die die dag verkrijgbaar zijn. Je krijgt uitleg wat het is en kan dan aanwijzen wat je wilt eten. Wij ontdekten dat eigenlijk pas aan het einde van de vakantie. In het begin gingen we netjes aan een tafeltje zitten om dan moeizaam het menu te ontcijferen en vervolgens te horen dat er veel gerechten niet verkrijgbaar waren die dag. Er zijn vaak stoofpotjes met lamsvlees of rundvlees. Ook veel kebab van lam of kip. Verder rijst, bonen, tomaten, wortelen, aubergine en courgette. Pide is een soort deeg gerecht en lijkt een beetje op pizza. Als nagerecht is er vaak baklava, rijstpudding, yoghurt. Alles zelfgemaakt. Men drinkt vooral water maar ook cola, fanta en ayran (karnemelk). De karnemelk zit meestal in plastic bekertjes maar wordt ook wel eens vers geserveerd.

 

     

TAAL

Dankzij David en ons Turkse woordenboek kunnen we al aardig wat woordjes Turks. Bijna niemand spreekt Engels of Duits en ons Turks gehakkel wordt met vrolijk gelach toch echt begrepen !!  Zo heb ik de dokter uit kunnen leggen waar ik last van had en worden we soms behoed voor eten wat we liever niet op ons bord willen hebben. We kunnen begroeten, bedanken en afrekenen. Water = Su   Brood = ekmek   Bedankt = teçekuler.
Moskee.

 

MARKT

Natuurlijk is de markt altijd een geliefd foto object. Vele foto's hebben we gemaakt, hoewel het moeilijk blijft de dames met hoofddoekjes te fotograferen. Vooral bij de stalletjes langs de weg vinden we wel fotobereidwillige vrouwen.   Ook veel venters op de weg met karretjes en manden. Simit broodjes zijn vaak lekker. In een cirkel gebakken broodjes met veel sesamzaadjes.

 

               

 

TRUCKS
Veel trucks in Turkije. Zeker de helft van de auto's zijn trucks of busjes. De trucks vervoeren van alles en zijn meestal open bakjes, pickup trucks. Ze zien er soms kleurig uit met strepen en beschilderingen. Vaak langzaam de helling omhoog met flinke zwarte rookwolken.

             

 

WATERBRON
Op veel plaatsen langs de weg staan muurtjes met een kraan of slang. Soms met een opvangbak eronder. Er komt helder schoon water uit dat je gewoon kan drinken. Het is meer betrouwbaar dan kraanwater. Het kraanwater kan je wel gebruiken om te koken. Soms zijn de waterplaatsen van marmeren platen met inscripties, soms gewoon een klein slangetje uit de rots met een emmer eronder. Het is voor ons heerlijk om af te koelen, hoofd en handen af te spoelen. We vullen onze flessen ermee.

 

       

BUSJES
Het openbaar vervoer in Turkije is goed geregeld en spotgoedkoop. Er zijn de dolmus busjes, kleine personenbusjes die kleine afstanden afleggen. Grote hoeveelheden schoolbusjes (OKUL TASATI) die de kinderen van het platteland van en naar school brengen. Dan zijn er de grotere, luxe bussen die grotere afstanden afleggen (tot 100 km ongeveer). Tenslotte zijn er mega bussen. Dit zijn luxe tourbussen voor 50 mensen. Er kan veel bagage onderin en er zijn vier mannen aan boord. Twee chauffeurs, 1 man voor de papieren en het regelen en 1 jongen voor de bediening. Hij brengt koffie, thee of frisdrank. Deze bussen leggen grote afstanden af door het hele land. De bus waar wij mee reisden, ging van Samsun naar Van, een afstand van zo'n 900 km.

 

       

BLOEMEN
Tenslotte voor de planten en bloemen liefhebbers enkele foto's van wat we zoal tegen kwamen op dat gebied.

 

            
               

 

 

Terug naar boven

Copyright © 2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by Marloes.