| Marianne op reis |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
|
Istanbul - Trabzon 2009
Deze bijna rechte kustlijn van 1695 km wordt bewoond door volkeren die hun tradities en gewoonten hebben weten te behouden (en hoe!), en vormt een wereld apart. Het klimaat is er mild door de nabijheid van de Zwarte Zee. Dicht bij de kust, die door het Pontische gebergte van de Anatolische hoogvlakte wordt gescheiden, verdwijnen de droogte en de verzengende hitte van het binnenland. Het verschil is extreem: weelderige bossen, tabaksplantages (in Bafra bijvoorbeeld) theeplantages, weidelandschappen…De plantengroei wordt verder naar het oosten meer tropische, dankzij de overvloedige neerslag. De bedwelmende geuren zullen de meest saaie piet verleiden. Ter verduidelijking: de Zwarte Zee waar je op uit kijkt, wordt alleen zo genoemd omdat zwart door de plaatselijke bevolking als de kleur van het geluk wordt beschouwd. Er bestaat een kustweg die van Istanbul tot de Georgische grens loopt. Eigenlijk is het beter te spreken over kustwegen in het meervoud. Alleen op die manier krijg je een juist beeld van de pracht van deze weg die uit Istanbul vertrekt en waarlangs de zon elke dag iets vroeger opkomt. Het eerste deel van het traject gaat langs een vaak erg kronkelige en weinig bereden weg die, eens voorbij Sinop, plaatsmaakt voor een nieuwere, brede weg waarlangs je wel duizend keer de gelegenheid krijgt een bergweggetje in te slaan en te wandelen tussen de notenbomen, theestruiken of tabakplantages. Ver van het massatoerisme aan de Middellandse zeekust maak je een reis door een overweldigende natuur, op zoek naar historische overblijfselen, gaande van de Genuezen over de Byzantijnen, Seldjoeken, christelijke, Georgische, Armeense of Griekse volkeren tot de oprichting van de Turkse eenheidsstaat. Zo hebben de Grieken bijvoorbeeld het beroemde Sumelaklooster nagelaten. Je vindt er echter ook talrijke kerken die nog weinig bekend en onterecht verwaarloosd erfgoed vormen.
Half negen komt Tim om ons naar Düsseldorf te brengen. Als we, op de
autobaan, uitkijken naar een tankstation duurt dat erg lang.
Ongeveer 160 km lang geen tankstation!! Helaas is dat te lang en
houdt de auto er 500 meter voor het vliegveld ermee op. Het regent
pijpenstelen. Ik ren naar de luchthaven en regel een jerrycan
benzine.
Dan nog met de fietsen door de douane. We hebben veel zware dingen
als handbagage mee dus hoeven we niet bij te betalen voor
overgewicht. Lekker eten aan boord van de Turkisch Airlines. We
hebben formulieren gekregen met vragen als: bent u ziek? Wat is uw
temperatuur?. Dit in verband met de Varkensgriep.
Alle personeel op het vliegveld van Istanbul draagt mondkapjes. De
fietsen liggen al in de hal en zijn goed aangekomen. Dan het ritueel
van fietsen uitpakken en afmonteren, banden oppompen en bagage erop.
We fietsen om 21 uur door donker, maar lekker warm Istanbul naar ons
pension. Nog een beetje onwennig wiebelend door de zware
fietstassen. Hetzelfde pension waar we vorig jaar aan het einde van
de vakantie een paar dagen logeerden bij Isaac Frenkel, de eigenaar.
Hij is helaas ernstig ziek, maar we zullen hem morgen ontmoeten.
Ontbijt op het terras met omelet, tomaat en olijven. Daarna
ontmoeten we Isaac. Sterk vermagert. We herkennen hem met enige
moeite. Hij is twee keer gevallen en heeft zijn rug beschadigd en is
geopereerd en knapt langzaam op, maar met zijn 80 jaar gaat dat niet
zo snel. Zijn zoons, Davıd en Aziz (uit Amerika en Izmir) zijn met
hun families naar Istanbul
's Avonds eten bij Ana, waar we vorig jaar ook waren, traditioneel
Turks eten. Dan zien we het Duitse stel op het terras zitten en we
maken een praatje. Het zijn leeftijdgenoten: Thea en Guido. Ze
hebben als einddoel: Baku ın Azerbıjan.
Na ontbijt en gezellige gesprekken, nemen we weer de trein naar de
stad. Het is een oude gammele trein, het is 25 km, het duurt 30 min
en kost 70 cent. Dan nemen we de boot over de Bosporus naar het
Aziatische deel van Istanbul. Het waait flink en het is druk. 19 mei
is nationale sportdag en iedereen is vrij. De Turkse rode vlag met
halve m
aan hangt uit vele ramen. We stappen in een Dolmuç (klein
busje waar ongeveer 8 mensen in gaan) en laten ons naar een ander
stadsdeel rijden. Vandaar lopen we zo,n twee uur lang langs het
water door een park en een woonwijk om uiteindelijk bij het
zomerpaleis van de toenmalige Sultan Ahmed ; Beijerbiji uit te
komen. We kunnen nog net aansluiten bij een Engelstalige
rondleiding. Prachtige kroonluchters
met kleuren en elk hoekje van
de kamers gedecoreerd met erg warme kleuren en exotische
beschilderingen. Alle klokken (in alle paleizen overigens) staan
stil om vijf over negen, het tijdstip waarop de Sultan in 1948 is
overleden. Terug in Europa verwennen we onszelf met chai (thee) en
koffie met baklava in een soort banketbakkerswinkel. Ik slaap weer
slecht.
Afscheid van de broers Frenkel. We fietsen zoveel mogelijk langs de
kustlijn. De grote weg is niet extreem druk, maar hoe dichter we bij
de binnenstad komen wordt het steeds drukker. Langs Topkapi, de
blauwe moskee en de Aya Sophia, over de Galata brug en verder naar
het noorden. De
stad van zuidwest naar noordoost is 40 km, dus dat
duurt even. Er zijn geen andere fietsers. De veerpont brengt ons
naar de overkant en dan onze eerste helling. Een pittige!! Ook
hebben we de hele dag flink tegenwind. Nog een stuk over de autoweg
en daarna buigen we af richting Polonezköy waar een camping zou
zijn. Bij navraag blijkt die er niet te zijn. Wel staan er
tientallen
bordjes met "pension" dus onderdak zal geen probleem
opleveren, ware het niet, vertelde een Duitse inwoner ons, dat deze
"pensions" bezocht worden door heren uit Istanbul in gezelschap
van een "bepaald soort vrouwen". Ok, dan dus niet in zo'n pensioen.
Een hotel is er ook. Vanwege slaapgebrek ben ik flink verkouden en
heb keelpijn.
Na een nacht met veel gesnotter en genies (van mij) vertrekken we
toch maar weer (pas om tien uur). Veelal door bossen. Het is een
armoedig gebied met veel rommelige erven. Veel slaperige, vodderige
honden. Er zijn gemene klimmen en het wegdek is meestal slecht. Goed
opletten dus. Brood kopen we bij een winkeltje vol "jandarma" omdat
er is ingebroken. Om een uur of vier bereiken we de Zwarte Zee.
Onderweg kopen we wat bij een winkeltje aan de straat en
"converseren" we zo goed en zo kwaad als het kan over de route en de
kinderen en krijgen thee aangeboden. Het is een rommelige kust. We
rijden naar het oosten en zoeken bij de stad Şile een van de drie
campings die hier volgens ons boekje zouden zijn, maar niemand weet
waar. Dus maar weer een goedkoop hotelletje opgezocht voor 35 euro
inclusief ontbijt en ook nog uitzicht op zee. We eten ook al voor
een prikkie (nog geen tien euro samen) bij een lokaal eethuis met
uitzicht op de ondergaande zon boven de zee en begeleidt door het
roepen en fluiten van een grijze roodstaart papagaai. Om half negen
(half acht Nederlandse tijd) is het donker.
Helaas heeft mijn
verkoudheid zich lelijk genesteld en heb ik pijn op mijn borst. Hoesten
doet pijn. Gezien de ervaring in Italië, ga ik nu naar direct naar een
dokter die een flinke infectie constateert en mij een zak vol pillen
voorschrijft. We blijven dus maar hier. Ik rust en Theo gaat
We besluiten ook vandaag nog hier te blijven in Şile. Ik voel me nog
niet sterk genoeg om te gaan fietsen.
Al wel een stuk beter dan gister. Wel moeten we verhuizen naar een
andere kamer omdat het hier in het weekend drukker is vanwege
toeristen uit Istanbul. De kamer is gereserveerd voor een familie
van vier mensen.
Na een goed ontbijt gaan we lopen. Het is lekker warm en we lopen
langs de kust naar de vuurtoren. We lopen langs vele vissersbootjes.
Een paar mannen zitten netten te boeten. De zee ruikt zilt en de
netten stinken. We eten in restaurant Panorama hoog boven zee met
weer een sprookjesachtige zonsondergang. Şile is gebouwd op een
uitstekende punt van het land dus er is bijna overal zee. Het is een
zeer gemoedelijk stadje met zeer vriendelijke mensen.
We doen een wasje en onze kamer hangt vol wasgoed. Kortom we
vermaken ons goed en ik sterk lekker aan.
Zeven uur op. Het is grijs buiten. Er was vannacht een flink
onweer en stevige buien.
Als we vertrekken is het droog. We moeten rustig aan doen want
mijn longen doen nog pijn. Ağva ligt ongeveer 45 km verder maar
o wat valt het tegen. De klimmen zijn gemeen steil en afdalingen
lijken er haast niet te zijn. De weg is slecht, zit vol gaten
waar je beter niet in kunt rijden. Vrolijk toeterende auto's met
mensen die ons aanmoedigen. We picknicken onder een pijnboom met
uitzicht op de zee waar stevige golven zijn. Aan de overkant van
de straat staat een huis wat totaal gedecoreerd is met
mozaïek
tegeltjes.
Tegen vijf uur arriveren we ın Ağva waar ook weer geen camping
is dus nemen we " motel Famuk" dat ons door de "Trotter" wordt
aanbevolen als gemoedelijk en goedkoop.
We willen graag vroeg weg, maar moeten wachten tot meneer Famuk
om kwart over negen eerst nog brood moet halen en thee bestellen
bij de buren. We zijn de straat nog niet uit en we zien een
ander koppel met bepakte fietsen. Nederlanders rond de zestig
die nota bene ook van Istanbul naar Trabzon fietsen. We praten
wat en gaan ieder ons weegs. Wij een stuk langs de Yeşilçay, de
"groene rivier". We zien wel waarom. Het is prachtig weer en
eigenlijk voor het eerst deze vakantie komt bij mij het grote
genieten pas. De afgelopen dagen door de uitloop van de grote
stad, veel verkeer, veel bossen, vielen een beetje tegen. Nu
wordt het landschap opener, dus veel vergezichten, het lijkt een
mix van Toscane en Griekenland. In plaats van olijfbomen, hier
hazelnootboompjes. Geen enorme graanvelden, maar veel kleine
akkertjes. Veel mensen werken op het land en groeten ons
vrolijk. De oudere dames hebben allemaal de traditionele
pofbroek en hoofddoek. De bevolking is overwegend arm. Stokoude
huisjes, vaak nog van hout. Open karren met tractortjes of zelfs
paarden ervoor. Eén boer met kleinzoon stopte voor ons dom te
vragen of we mee wilden in de kar omdat de weg zo omhoog ging.
O, zo vriendelijke vrouwen met stalletjes langs de velden waar
we heerlijke aardbeien hebben gekocht. De vogels zijn weer
hoorbaar en we stoppen regelmatig. Toch ook om uit te hijgen van
het klimmen. Ik ben nog steeds verkouden en niet fit. Toch halen
we ons doel van vandaag: Kandira. Om half vijf. Een stoffig
stadje dat we door de winkeltjes en de drukte doet denken aan
Afrika. Er is 1 hotel. Een ouderwets ding waar alles oud is maar
wel schoon en maar twintig euro kost. De fietsen mogen we de
steile trap op zeulen en bij de receptie neerzetten.
Tegen acht uur fietsen we weer verder. Het is zonnig
en fris en het landschap is prachtig. De mooiste dag tot nu toe. Wel
hard werken omdat de heuvels pittig zijn. De dorpen liggen hier, in
tegenstelling tot bijvoorbeeld Italië in een dal. De route loopt niet
langs de kust dus weer veel boerendorpen waar schoolkinderen in uniform
lopen die ons heel enthousiast begroeten. Kleine kinderen rennen uit
huis om naar ons te zwaaien. Koffie drinken we voor 50 cent in een
theehuis vol mannen. We kopen er bij een venter een Şimit bij (een
ringvormig broodje met veel sesamzaad). Voor de lunch rijden we een
landweggetje langs een riviertje in om te picknicken. De zandweg is
haast nog drukker dan de asfaltweg. Er wordt hooi geoogst en de
tractoren met meterhoog opgestapeld hooipakken rijden stapvoets over het
met diepe geulen uitgesleten pad langs de rivier. Iedereen groet, lacht
en wil weten waar we vandaan komen. "Alleman?" (Duitsland?), vraagt men
vaak. Nee, Hollanda! zeggen wij dan.
Uiteindelijk komen we weer bij de kust waar we nog
een saaie 15 km. moeten naar Karasu. Inktzwarte wolken hangen boven de
zee. Het begint te stormen en te onweren. Ook de regen blijft ons niet
bespaart. Als we bij een bushokje willen schuilen wenken een paar mannen
ons vanuit een klein houten gebouwtje dat we binnen mogen komen. We
worden met handen schudden welkom geheten in het kleine
kantoor/schaftkeetje van een bedrijf dat marmer bewerkt voor grafzerken,
keukenbladen en vensterbanken. We krijgen thee (Çay) terwijl de regen
neerklettert op het dak en "converseren" grappig met behulp van ons
woordenboekje. Als de zon doorbreekt rijden we door de plassen de stad
in en vragen iemand naar een pension of hotel. De man blijkt twintig
jaar in Geleen gewoond te hebben en wil graag Nederlands praten. Hij
heeft een leegstaande ruimte waar de fietsen mogen staan en hij brengt
ons naar een hotel waar we voor 15 euro een kamer kunnen krijgen. Hij
vraagt of we 's avonds bij hem en zijn vrouw koffie komen drinken maar
eerst moeten we met z'n vieren eten in een lokaal eethuis. Ze bestellen
een grote schotel vol Turkse specialiteiten (zie foto). Veel vlees
(rund, kip, lam) rijst en pizza-achtig brood. Erg lekker! Daarna nemen
ze ons mee in de auto naar het zomerhuis ('s winters wonen ze in een
andere stad), een etage op de tweede verdieping met uitzicht op zee.
Zijn collega met vrouw en kind wonen bij hen in. Zoals in elk Turks
huishouden moeten we bij binnenkomst de schoenen uit doen en krijgen we
sloffen om aan te doen. Noten en fruit komen op tafel en we praten via
de webcam met hun in Nederland wonende zoon. Vader Reçeb (spreek uit:
Retjep) vertelt trots dat de zoon op de universiteit economie heeft
gestudeerd en bij de ABNAMRO werkt. Om half twaalf brengt Reçeb ons weer
naar het hotel.
Verder gaat het weer. Een saaie, drukke weg langs de
zee. Onnoemelijk veel vuil, kapotte flessen en plastic troep. Maar de
weg is wel vlak en dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Het schiet
dan ook flink op. Na een Hollandse Nescafé in de berm, gaat de weg over
een rivier. Een auto stopt op de brug naast ons (midden op de snelweg!),
zet de alarmlichten aan en een vrouw stapt proestend van het lachen uit.
Waarom ze zo lacht weten wij niet, maar ze komt op ons af en de andere
mensen stappen ook uit. Wat we toch doen met die zware, grote fietsen en
waarvandaan en waarnaartoe? We moeten op de foto en dan vertrekken ze
weer, lachend, zwaaiend en toeterend.
Nu gaat de weg
landinwaarts en moeten we weer flink klimmen. Zo steil (ruim 15%!) dat
we veel moeten afstappen en de fietsen meesleuren. Het is heerlijk weer.
Zon en ongeveer 24 graden met een lekker koel windje. Dan komen we aan
in Akçakoca. We hebben gelezen dat er een mooie camping moet zijn. De
camping Tezel (www.tezelcamping.com)
is niet mooi, nee hij is prachtig! Heel on-Turks, met kleine
terrasjes groen gras met madeliefjes. Het is vlak boven zee en het
uitzicht is prachtig over zee en de kust verderop. De eigenaar is ook
erg trots. Voor het eerst deze vakantie zetten we de tent op en genieten
van het uitzicht.
Heerlijk geslapen in de tent. Ik geniet van het
prachtige plekje, het mooie gras en de zee. Val na het ontbijt prompt
weer in slaap en na de lunch ook weer. Zet alleen de wasmachine, die we
mogen gebruiken, aan. Slaap uren buiten op een matje. Aan het einde van
de middag fietsen we even naar het stadje. Er is een hele bijzondere
zwart\witte moskee en een bedrijvig haventje. Toeristen zijn hier niet
te zien. We kopen een lekkere meloen en groente om te koken. Hebben de
route voor morgen bekeken en besluiten om na nog een eindje langs de
kust, het binnenland in te gaan richting Safranbolu wat zeer de moeite
waard schijnt te zijn. Het is zo'n 160 km de bergen in dus we zullen er
zeker drie dagen over doen.
Ondanks dat we ons voorbereiden om te vertrekken,
voel ik me niet goed. Pijn op m'n borst\longen. Hoesten en
neusverkouden. Er sluimert angst om nog zieker te worden als ik weer
grote inspanningen moet leveren. We besluiten te blijven en vragen de
baas van de camping om een dokter. Hij is vastbesloten om ons naar het
ziekenhuis te brengen en om als tolk mee te gaan. We gaan door de
urgentie ingang en komen direct in contact met een arts die na onderzoek
bronchitis constateert. Ik moet aan de zuurstof (!!) terwijl Theo de
inschrijving regelt en de medicijnen haalt. Ik krijg spullen mee voor 10
injecties. Een ander soort antibiotica dan de vorige keer. Een injectie
wordt direct toegediend en de andere gaan in een zak mee, samen met
een (vies) drankje en pijnstillers. De baas van de camping brengt ons
weer terug en we drinken thee met hem. Hij spreekt vloeiend Frans omdat
hij 20 jaar leraar Frans was in Grenoble. Nu heeft hij sinds drie jaar
het hotel\restaurant\camping overgenomen van zijn overleden vader. De
rest van de dag slapen we heel veel. 's Avonds
drinken we koffie en wijn bij Nederlanders die hier met de camper
aankwamen.
Zaterdag 30 mei. Zon 23-30 graden. Het is hier heerlijk slapen met het geluid van
ritselende vijgenboombladeren en het ritmisch ruisen van de zee. Af en
toe een ronkend vissersbootje dat in alle vroegte vertrekt. Als we
wakker worden, rits ik de tent open en kijk naar de strakblauwe lucht,
de boompjes en de prachtig grijsblauwe zee. Een constant zacht gezoem
van de bijen die alle madeliefjes bijlangs gaan en het
Aan de andere kant
hebben we uitzicht op het restaurant. Daar komt een gezelschap van 100
mensen eten vanavond dus het personeel is druk bezig met extra tafels
neerzetten e.d. We besluiten om na het ziekenhuis (om weer een injectie
te halen) met de bus zuidwaarts naar Düzce te gaan. Na wat eten stappen
we in een bus en laten we ons door het prachtige landschap rijden. In de
bus treffen we een Nederlands-Turkse vrouw die in Heemskerk woont. Het
is maar 35 km, maar het wordt erg warm en de stad is niets aan. Zodat we
na wat fruit eten in de schaduw van de moskee en een korte wandeling, de
bus al gauw weer terug ne
Gisteravond, toen we samen met het Spaanse stel na
het internetcafé weer bij de tent kwamen, was er op het terras waar we
op uit kijken een diner voor zo'n honderd gasten. Gouveneurs en andere
bollebozen. Er werd life traditionele Turkse muziek gebracht. Niet mijn
favoriete smaak maar in deze omgeving, zo boven de zee, wel bijzonder om
te horen. Ondanks de muziek en al de mensen die zijn vertrokken met
auto's en bussen, viel ik direct in slaap. Vanmorgen het fiets-stel
uitgezwaaid en weer de korte wandeling naar het ziekenhuis voor mijn
shot. Als we daarna nog door het stadje slenteren, komen we een man
tegen die we gister in Dücze spraken. Hij nodigt ons uit voor thee en
laat ons de moskee van binnen zien. Ik vraag of er wel vrouwen mogen
komen en daarop antwoord hij: 'Je mag overal komen. Je bent overal
welkom, met of zonder hoofddoek. Mijn religie zegt dat je iedereen moet
helpen en voor iedereen gastvrij moet zijn.' Hij vraagt of we, als we
weer eens hier komen, hem dan bellen en dan kunnen we bij hem en zijn
vrouw logeren zodat we geen hotel hoeven nemen. Ook al is het veertien
dagen. Hij benadrukte dat het niets kost en dat hij ruimte genoeg heeft.
Dan wil hij ook graag op de foto met Theo (niet met mij...:)) Dit is
toch ook wel de sfeer die we hier overal proeven. Je voelt gewoon dat
het hier goed is en dat je nergens bang voor hoeft te zijn.
's Middags lezen, koken en pakken want we gaan morgen toch echt verder. Nog even genieten van deze prachtige plek en het heerlijke weer.
Maandag 1 juni. Zon 26 graden. Akçakoca - Armupucuk. (10 km t.o.v.
Ereğli) 58 km.
Eindelijk kunnen we
verder fietsen. Ik voel me weer fit en hoest nauwelijks meer. Eerst nog
even naar het ziekenhuis en dan gaan we noordoostwaarts. Na 10 km.
drinken we thee bij een klein café. De jonge vrouw die er werkt, brengt
ons ongevraagd heerlijke zelfgemaakte chocolade cake met room, die we
niet mogen betalen. Vier glaasjes thee en twee repen kosten 1,50 euro.
Ook gisteravond in een internetcafé waar we anderhalf uur zaten te
internetten, mochten we de 80 cent die het kostte niet betalen!
De kustweg naar Ereğli is onverwacht vlak. Hij slingert vlak langs de
zee en er is tamelijk veel verkeer. Het schiet lekker op. We smeren een
broodje op een bankje in het stadspark van Alapli waar de fietsen weer
veel bekijks hebben en wij veel aanspraak.
De grote stad Ereğli heeft grote scheepswerven waar
we vlak langs fietsen. Een drukte van belang en veel stank en denderende
vrachtwagens. Na Ereğli gaan we van de grote weg af en rijden een kleine
weg omhoog. Na 58 km vinden we een plekje waar we de tent opzetten. Hoog
boven zee en aan de andere kant van het dal is een dorpje waarvan de
geluiden (honden, kinderen, de moskee) tot ons doordringen. Heel veel
muggen, dus de DEET is niet voor niets mee. Een heerlijke douche met een
fles water, goulash eten (gevriesdroogde maaltijd van Hans van der
Meulen), koffie drinken en om negen uur is het donker dus gaan we maar
slapen onder de bewaking van vier grazende koeien.
Dinsdag 2 juni. Zon 35 graden. 48 km. Armupucuk – Zonduldak.
Na een krampachtige nacht vanwege het door Marianne
uitgezochte plekje met aflopende ondergrond vol gaten en bobbels, zijn
we vroeg wakker. De zon ook al. Het wordt een warme dag. Hoezo regen en
kou aan de Zwarte Zee? (volgens de reisgidsen).
Onze kaart is een van de
beste van Turkije maar toch niet zo goed om ons door de boerenweggetjes
te leiden, dus moeten we het zelf uitzoeken. Dat resulteert in omwegen
en deze zijn helaas ook erg steil en voornamelijk omhoog! Wasbord,
gravel, keien en zand. Niets aan wegdek wordt ons bespaard vandaag. Mijn
conditie is nog slecht en mijn humeur wordt nog slechter en bereikt het
absolute nulpunt. Zeker nu we vermoeiende rondjes rijden naar mijn idee
en roep: ‘Ik wil nooit meer naar Turkije!’. Gelukkig komt ook hier een
eind aan als we de goede weg opdraaien. Theo doet mij inzien dat
mopperen niet helpt en we er het beste van moeten maken. Na nog een paar
stevige klimmen over de grote weg, gaan we opeens 13 km achterelkaar
naar beneden. De weg is niet goed en we moeten goed opletten. Ook is er
best veel verkeer. Weer bij de zee aangekomen zien we een bord
“ziekenhuis”. Hoog boven de rotsen zien we het grote gebouw van het
Academisch ziekenhuis liggen. De fietsen laten we beneden staan en we
sjokken naar boven. Op de Açil Servic (eerste hulp) wil ik iemand vragen
mij een injectie antibiotica toe te dienen. Wel 10 mensen bemoeien zich
ermee tot dat een jongeman in leger uniform die goed Engels spreekt zich
over ons ontfermd. Eerst moeten we 20 lire betalen maar later wordt dat
ingetrokken. Uiteindelijk krijg ik mijn prik achter mooie roze
gordijntjes met kraaltjes. Ondanks dat dit een nieuw ziekenhuis is, doet
het nog wat primitief aan. De soldaat geeft ons ook nog een adres van
een goedkoop hotel in de stad waar hij tevreden over was. We fietsen de
laatste 12 km naar de stad Zoduldak met onderweg nog 4 donkere, gelukkig
niet al te lange tunnels. Zoduldag, een middelgrote stad langs de zee,
doet gezellig aan. Een beetje rommelig en chaotisch (zoals elke Turkse
stad), maar we worden direct vriendelijk geholpen om de weg naar het
hotel te vinden. De fietsen mogen in een naastgelegen afgesloten pand
staan en we kunnen eindelijk heerlijk (koud!) douchen. We gaan uit eten
in een traditioneel Turks restaurant en tijdens het gebed uit de moskee
zitten we hier weer in een Internetcafé.
We informeren naar de mogelijkheid om met een bus een stuk verder te
reizen omdat we vanwege mijn ziek zijn nogal achter op schema raken.
Na veel rondvragen, elke keer als we ergens iets vragen, komen weer
veel mannen zich ermee bemoeien en worden we van het ene busstation
naar het andere gestuurd. Uiteindelijk begrijpen we dat er geen
grote bus gaat naar Amasra, waar we naartoe willen. Als we toch maar
gaan fietsen (het is echt erg warm) zien we een treintje rijden. We
staan wat te overleggen en prompt komt er weer iemand die vraagt of
we hulp nodig hebben, hij spreekt Frans, en hij wijst ons de weg
naar het station. Ook daar worden we ongevraagd verder geholpen door
4 schooljongens van een jaar of zestien. De trein gaat pas over 2
uren en ook niet ver, maar ach, het is weer eens wat anders. We
zetten de fietsen op het perron en lopen de stad weer in. De jongens
willen op onze fietsen passen. Onder de hete zon slenteren we het
gezellige stadje weer in. Het doet me toch steeds sterk aan Afrika
denken. Een bijzonder klein winkeltje (ongeveer 4 vierkante meter)
trekt mijn aandacht. Alsof er 40 jaar niets veranderd en niets
verkocht is. Oude stoffige lappen, stapels derdehands boeken en
andere rommeltjes. Ik wil graag een foto maken maar durf niet goed.
Dan komt er een man die ons aanspreekt in goed Engels. Toch nog
moeizaam te volgen omdat zijn accent sterk is en een voortand mist
waardoor hij slist. Hij biedt ons een kruk aan buiten voor de winkel
en laat thee komen. Waarschijnlijk heeft hij alle boeken in zijn
winkeltje gelezen en nog veel meer, want de man, Ibrahim heet hij
(zie foto) weet heel erg veel. We hebben een lang en interessant
gesprek over Turken, religie, politiek, kunst en vooral
geschiedenis. Verrassend hoe iemand die er zo shabby uitziet, zo
wijs, beschaafd en belezen is (weer een van onze vooroordelen...).
Ruim een uur was zo verstreken. We nemen afscheid, kopen fruit en
brood voor in de trein. Veel handen van de jongens met de fietsen,
zodat ze bijna de trein in zweven. Ruim een meter hoog moeten ze
door de smalle deur van de trein. Een kaartje kost 1 euro en de
fiets mag gratis mee!! In een coupé vol schooljeugd die gaan
zwemmen een paar haltes verder, moeten we weer heel wat vragen
beantwoorden. Onze naam, leeftijd, beroep, wat we van Turkije vinden
enz. enz. Ze stappen uit en wij moeten 3 haltes verder er uit. Als
we aankomen, stopt de trein als onze deur nog niet boven het perron
is en daar kunnen we onmogelijk de fietsen uitladen. De trein rijdt
verder. Gelukkig komt de conducteur en snapt dat we eruit willen.
Hij helpt ons zelfs en dan staan we op een klein stoffig
stationnetje in de hete zon. Er komt net een jonge vrouw aan lopen,
gebogen onder het gewicht van manden vol groente. Ze legt de groente
in een waterbassin (overal zijn tappunten voor bronwater te vinden
met een opvangbak. Je kan het veilig drinken in tegenstelling tot
kraanwater wat eerst gekookt moet worden.) Het station ligt aan de
grote wegen we stappen op de fiets om drie uur. Het is een brede
vierbaans autoweg met brede vluchtstroken en er is heel weinig
verkeer. Het schiet lekker op want de weg is grotendeels vlak. De
omgeving niet, die is heuvelachtig en erg mooi. Donkere wolken
pakken zich samen en de hitte wordt verdreven door een onweersbui.
We schuilen weer eens in een golfplaten bushokje. Handig dingen
toch!! De bui duurt niet lang en binnen drie uur flink doorkarren
zijn we 45 km verder, in Bartin. Ook weer een erg mooi, gemoedelijk
stadje vol aardige, behulpzame mensen. Hoe oostelijker we komen, hoe
minder het mogelijk is om bier of wijn te krijgen. In restaurants al
helemaal niet meer. Zelfs de koffie is moeilijk te krijgen, alleen
thee. In de nacht regent het veel en er is veel stadslawaai waardoor
slapen wat moeilijk gaat. Gelukkig is het de volgende morgen
helemaal droog.
Na het ontbijt laten we ons met de taxi naar
het ziekenhuis brengen door de nog natte straten. Zo, nu gaat het
ineens super makkelijk. Er wordt direct een zuster geroepen die me
onmiddellijk begrijpt dankzij mijn ingestudeerde Turkse zin en geeft
me (voor het eerst pijnloos) mijn prik. Volgens plan rijden we naar
Amasra aan zee. Het is niet ver maar de weg gaat genadeloos, om ons
te plagen, over de allerhoogste top die er vlak voor de kust te
vinden is... Onderweg eten we aardbeien bij een gezellig groepje
vrouwen en Engels sprekende jongeman die een toeristische opleiding
doet. Een oude man die ook komt kijken, blijkt tijdens het gesprek
slechts 58 jaar oud te zijn. Ik had hem in de zeventig geschat.
donkerbruin, diep doorgroeft gelaat. De weg daalt tegen twee uur af
naar Amasra. Een bekend oud stadje wat tamelijk toeristisch is. Het
is dus nog vroeg en we twijfelen of we nog verder zullen fietsen. Er
is hier weer geen camping en in het wild kamperen gaat hier even
niet lukken omdat de rotsen uit zee omhoog komen en er geen stukje
vlak is. We vinden een leuk pension waar ze ook een machine was
draaien voor ons en we gaan nog een stukje wandelen. Het dorp is
gebouwd op een rotsig schiereilandje en heeft twee kleine baaien met
een haven. Er zijn ontelbare souvenirwinkeltjes. Als we na het eten
net weer op onze kamer zijn, wordt er aan de deur geklopt en een
Belgische jongeman heeft onze fietsen op de binnenplaats zien staan
en komt wat ervaringen uitwisselen. In zijn dagboek staat geschreven
over de top die ook hij vandaag moest bedwingen: 'Vanmiddag ging ik
dood ..!' Zo zwaar vond hij het. Hij gaat morgen dezelfde kant
opfietsen dus misschien zien we elkaar nog. (www.toonopdelappen.be)
Net voor de wekker ging, begint het te regenen. De dochter van de hoteleigenaar heeft voor ons een was gedraaid en die hangt buiten. Ik vlieg naar buiten en haal het binnen nog net voordat het drijfnat is. Ik leg uit dat ik naar een dokterspost moet en vraag naar de weg. Na het ontbijt pakken we alles op de fiets en rijden daarlangs. Als we aankomen komt er iemand uit de apotheek en wijst waar we zijn moeten. Ook binnen in de vooroorlogse dokterspost staat een vriendelijke zuster klaar die al weet waarvoor we komen. Er was al gebeld door de hotelman !! Dan begint de eerste klim naar boven. De weg van Amasra naar Sinop (325 km) is berucht om zijn vele steile bergen, die uitlopers naar de Zwarte Zee hebben. Steeds gemiddeld 2,5 km naar boven en weer steil naar beneden met een gemiddeld stijgingspercentage van 7 % en dat is veel. De waarschuwingen kloppen. Het is erg zwaar maar de beloningen zijn elke keer grandioos. Wat een uitzichten. Wat een prachtige natuur met volop vogels en bloemen. Ruim negen keer moeten we tussen de twee en vier km klimmen en ook weer dalen, maar we hebben goede benen en het gaat goed.
De brem en tijm ruikt lekker en soms
staat er een lekker windje van zee. Regelmatig ontmoeten we koeien,
met of zonder begeleiding, die soms midden op de weg staan. Ook zien
we regelmatig koeien op het strand !! Echte zwart-witte Hollandse
koeien, een vreemd gezicht.
Als we onze lunch maken naast een huis, komt er een vrouwtje naar
boven. We groeten haar en ze geeft ons een bosje bosuitjes. Ze
gebaart dat we de tafel en stoelen in de tuin mogen gebruiken en dat
we groente uit haar tuin mogen halen als we dat willen. Ze wordt wat
verlegen als we vragen of we een foto mogen maken, maar het mag wel.
Zo hebben we elke dag meerdere ontmoetingen en gesprekjes. Als we
staan uit te hijgen boven aan een klim, komt ineens de Belgische
Toon van gisteravond ons achterop. Omdat wij een plekje gaan zoeken
om onze tent op te zetten, vraagt hij of hij bij ons mag staan. Na
lang zoeken en als het bijna donker is, vinden we een geschikte
plaats vlak voor een dorp. We maken gauw kamp en koken onder het
licht van de maan (ongeveer negen uur = acht uur Nederlandse tijd)
en babbelen nog een tijdje gezellig na. Toon trakteert op echte EFES
bier, fruit en cake.
Zaterdag 6 juni. Zon 34 graden. Kurucaşil – Sakali. 50 km. De zon brandt ons al meedogenloos uit de tent om zeven uur. We ontbijten provisorisch met z’n drieën en pakken ons boeltje weer op. We nemen afscheid van Toon die in zijn eigen tempo verder gaat. Nu weer een dokterspost zoeken. Dat is weer een makkie. Langs onze route staat de H op een bord. Een lieve zuster prikt mij in een mum van tijd en met een glimlach. Deze zorg is hier gratis !!
En
verder gaan we weer, vol goede moed, beginnen we met de eerste klim
van ruim 10 %. We nemen de tijd om koffie te maken in de berm, we
zijn tenslotte op vakantie :-). Er zijn erg weinig dorpjes onderweg
en die zijn erg klein zodat er geen gelegenheid is om een terrasje
te pakken. Dat gaat hier trouwens sowieso niet makkelijk. Dat missen
we wel. In Italië of Griekenland was dat nooit een probleem.
Aangekomen in Cide, wat een lang strand heeft, kunnen we voor het
eerst gaan zwemmen. Het water is koud maar helder en het is heerlijk
om af te koelen na het zweten. Het water is licht zilt omdat de
Zwarte Zee (Karadeniz zoals die hier heet) een binnen zee is met
alleen de Bosporus als verbinding met het zoute water. Lekker
afgekoeld fietsen we nog zo'n acht kilometer als we willen gaan
lunchen. Voor het eettentje waar we voor kiezen, staat een bekende
fiets met gele tassen. Jawel, Toon zit er ook!! Een welverdiende
Durum maaltijd smaakt heerlijk. Dan kunnen we even vooruit. Weer een
zware klauterpartij. Zeker drie kilometer moeten we naar boven lopen
en de fiets wordt steeds zwaarder. Schitterende uitzichten over de
uitlopers in zee. Alles groen, groen en nog eens groen. Gemengde
loofbomen, cipressen en pijnbomen. Ook nu weer worden we regelmatig
aangesproken bijvoorbeeld in het Duits, altijd door mannen die in
Duitsland hebben gewerkt. Het is half zes en we willen stoppen. De
boerendorpjes zijn klein en armoedig en toeristen zijn hier niet of
nauwelijks, dus geen camping en geen hotel. In een dorp vragen we of
we de tent er mogen opzetten. Men verwijst ons naar een klein
weggetje langs de rivier naar het strand. Daar kunnen we kamperen
maar eerst wordt ons thee aangeboden. Te midden van een hele groep
mensen die daar gezellig bij elkaar zitten. Er wordt ons zelfs een
lift aangeboden, maar helaas gaat hij niet echt de goede kant op.
Mijn telefoon accu is bijna leeg en die mag even aan het stroom.
Iedereen is uitermate lief en aardig. Men benadrukt ook vele malen
dat het hier echt veilig is en dat we rustig kunnen kamperen zonder
dat ons iets zal overkomen.
Na de tent opgezet te hebben op het strand gaan we weer zwemmen in
plaats van douchen tijdens zonsondergang.
Luid worden we getrakteerd op een urenlang concert! Honderden
kwakende kikkers in de rivier onder een heldere sterrenhemel.
Weer een warme dag. We kruipen uit de tent en zien niets anders dan
het strand en de zee. Als we zitten te ontbijten komt een vader met
een zoon van een jaar of 10 langslopen. De jongen draagt een plastic
tas. Ik vraag:"Balik?" (vis?). Ja! Hij komt naar ons toe hollen en
laat de vangst trots zien. Veertien visjes, zegt hij !!
Wat stijf van het fietsen van gister, laden we alles weer op de
fiets en begint er een vergelijkbare dag als gister. Veel klimmen,
veel lopen. Het wegdek is slecht en smal, maar er is bijna geen
verkeer. Men is voorzichtig en rijdt ruim om ons heen. Op sommige
plaatsen wordt er aan de weg gewerkt en rijden we over gravel en
gruis. Ook vandaag overvalt ons af en toe het gevoel dat het te
zwaar is voor ons. We staan wat onder tijdsdruk omdat we veel dagen
verloren hebben door mijn ziek zijn. We hebben nog tien dagen en ons
doel Trabzon is 700 km verder. Dat gaan we lang niet halen met ons
tempo van 45 km per dag, maar sneller gaat niet. We trappen van 9
tot 19 uur en pauzeren niet langer dan nodig is, We zullen een lift
van en truck moeten zien te regelen omdat grote bussen waar onze
fietsen in kunnen hier niet schijnen te rijden. Regelmatig vullen
we onze flessen met bronwater bij de tappunten. Daar kunnen we ons
hoofd even onder de kraan houden en onze handdoek en petten nat
maken tegen de brandende zon. Een auto met een jong stel passeert
ons. De man steekt zijn duim op en roept "Cool" en "Respect!!" Zo,
daar zweven we weer even van. Hoe oostelijker we komen, hoe
armoediger de dorpjes en hoe verder uit elkaar. Gezellige terrasjes
zijn er niet meer. Als we iets willen drinken, kopen we dat bij een
winkeltje. We zijn wel aardig aan het eind van ons Latijn als we
tegen zeven uur in een zeer armoedig dorp vragen om een hotel. Ja,
er is een hotel!! We worden geleid naar een huis en men laat ons
boven de kamers zien. Het ruikt er alsof er in geen tien jaar iemand
was. Enkele kamers met ijzeren bedden en een stoel. Verder niets.
Een peertje aan het plafond wat het niet doet, maar er wordt een
nieuwe gebracht. Doorgebogen houten plafond. Een badkamer met een
stinkende hurk toilet voor alle kamers. Er is gelukkig wel warm
water om te douchen en het beddengoed ziet er oud maar schoon uit.
Het kost 8 euro pp per nacht. Er is ook een restaurant, roepen ze
trots, maar als we daar na het douchen naartoe gaan blijkt het
gesloten. Nou ja, dan maar een potje koken op de kamer. Ook hier
zitten we weer naast een rivier met heel veel luid kwakende kikkers
en zoals overal, veel blaffende honden.
We ontbijten op de kamer want dat
kan hier niet anders. Als we vragen of we met een auto mee kunnen
richting Sinop wordt er gebeld en gerend. We moeten haast maken
schijnt het. Er komt in pick-up truck voorrijden en alle tassen en
de fietsen worden achterop de auto gedeponeerd. Waarom er zo veel
haast is, weten we niet, maar onze thee die we net kregen blijft
achter op het tafeltje. Met een flinke vaart rijden we richting
Sinop. Wij achterin, twee mannen voorin. Het gaat wel heel erg hard
met alle bochten en gaten in de weg. Na een minuut of 10 stappen we
achter een kleine personenbus die aan de kant van de weg geparkeerd
staat. Vlug, vlug, alle tassen worden verhuisd en de fietsen in het
smalle gangpad van het busje gepropt. Ze hebben dus de chauffeur van
de bus gebeld om op ons te wachten ! Maak dat maar eens mee in
Nederland. Met ons meegerekend, zijn er 6
passagiers. Ik zit op de achterbank en dat is niet goed als je gauw
wagenziek wordt. Na 45 km hobbelen, bergje op, bergje af, en
voortdurend bochten maken met de afgrond naar de zee links van me en
geen zicht vooruit omdat ik met mijn hoofd tegen het plafond zit,
ben ik blij dat we er zijn zonder dat ik een kotszakje hoef te
gebruiken. Het ging net goed. Nu zijn we in Inebolu. Een geweldig
leuk stadje, ook weer aan zee. We kunnen het niet genoeg herhalen
hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Het is een gemeende
gastvrijheid zonder commerciële bijbedoelingen. Men geeft alleen.
Thee, eten, handen, praatjes. We vinden een goedkoop motel aan zee
en gaan lekker weer zwemmen. Er zijn nu golven omdat het best flink
waait. Het strand bestaat hier uit pebbles, grote en kleine platte
stenen. Er zijn bijna geen andere zwemmers. We zwemmen met onze Teva
sandalen omdat we daarmee goed de zee in kunnen lopen.
's Avonds enkele uren in een
internetcafé. We moeten veel verhalen uittypen en honderden foto's
uitzoeken. Ook leuk werk hoor.
Dinsdag 9 juni. Zon 35 graden. Bus Inebolu - Sinop "Het ontbijt wordt buiten geserveerd" zegt het meisje van de receptie. Als we binnen in het restaurant kijken, begrijpen we waarom. Een ravage is het er. Volle tafels met glazen en bierflesjes. Een jongeman ligt te slapen op een paar stoelen. Op de vloer verdere resten van een feestje, blijkbaar. Er is hier in Inebolu 4 dagen een herdenking van het feit dat er 88 jaar geleden de Franse oorlogsfregatten vanuit de Bosporus hierheen kwamen. We zien vanuit onze terrasje 7 enorme marine fregatten en een onderzeeboot op zee naderen en horen saluutschoten. We gaan wandelen omdat we tot drie uur de tijd hebben voordat de bus naar Sinop vertrekt. We moeten wel met de bus; Sinop is ruim drie dagen fietsen en die tijd ontbreekt ons gewoon. In het centrum is het een drukte van belang. De herdenking lijkt een beetje op onze 4 mei. Met veel ceremonieel zien we marine officieren en matrozen in het gelid staan met geweren en indrukwekkende dolken aan de riem. Een toespraak door een hoge piet die werd voorgereden in een geblindeerde Mercedes met 4 sterren als nummerbord en het volkslied werd gespeeld door een militair muziekcorps, waarbij de toeschouwers meezingen. De president komt per helikopter. Verder kleurrijke markten met veel fruit, groente, pannen, potten en kleren. Bij de visman accepteren we de thee die ons weer eens wordt aangeboden.
We eten in een razend druk eethuis waar we voor de eerste keer een
Engelse vertaling op de menukaart vinden en eten een lekker
stoofpotje met pilav rijst. Terug bij de busterminal worden de
fietsen in het busje gepropt en rijdt de behulpzame chauffeur samen
met een paar medepassagiers naar Sinop dat 150 km verder ligt. Het
duurt 3,5 uur en we moeten een keer overstappen. Sinop is een
schiereiland dat al duizenden jaren als haven wordt gebruikt en al
diverse keren veroverd is. Een van de laatste keren in 1854 door de
Russen (het begin van de Krimoorlog) en in 1919 heeft Ataturk de
Grieken weggejaagd. Vooral de Russen hebben hier flink huisgehouden
dus veel van de historie is verdwenen. Nu is er een grote basis van
de NAVO.
We vinden door de Lonely Planet gids een goed verzorgd "apartotel",
een motel met huisjes aan zee. Hier blijven we twee dagen. Donderdag
gaan we weer fietsen.
Ochtend lezend doorgebracht. 's Middags Sinop verkend en Theo laat
zich door een barbier scheren.
Alexander de Grote kwam Sinop veroveren en kwam de arme wijsgeer
Diogenes van Sinope tegen, die de eigenaardigheid had om in een
grote ton te wonen met zijn hond. Alexander de Grote zei tot hem
dat hij een wens mocht doen waarop Diogenes zei: Don't overshadow
me' (ga uit mijn zon, oftewel: laat me in mijn waarde).
We hebben gezwommen en Theo heeft zitten praten met enkele heren uit
Ankara en de baas en haar man en kregen Raki aangeboden op een
kleine pier in zee.
's Avonds mogen we de laptop gebruiken van de zoon van de eigenaar.
Hij komt hem zelfs afleveren in ons appartement.
Donderdag 11 juni. Zon 38 graden. Sinop - Yakakent. 85 km. We ontbijten weer in het Zuid Amerikaans aandoend restaurant met golvend plafond bedekt met matten van stroken hout. Helemaal in het rond gebouwd met grote ramen die uitkijken op de prachtige tuin en zee. We rekenen af en fietsen het schiereiland weer af. Dan komen we op de grote weg. Een saaie brede weg met veel verkeer. De omgeving is echter prachtig. Niet meer zo extreem steil en vol bossen, maar open met veel akkers. Steeds weer uitzicht op zee. De vrachtwagens en auto's toeteren voortdurend naar ons. Soms is dit een "Pas op, ik kom er aan" toeter, soms "Ga aan de kant", maar meestal wordt er vlak naast op de claxon gedrukt, ook door tegenliggers en is het een "Hallo !" en er wordt gelachen en gezwaaid. Ook roepen ze soms nog uit het raam " Hoş Geldeniz!" (Welkom). Erg leuk allemaal, eerst schrik je je steeds een hoedje, maar het went wel dat getoeter. Het plan was nog enkele dagen landinwaarts te fietsen om het rustige platteland nog te ondervinden. De nadelen zijn echter: de tijdsdruk, we willen ook nog graag een paar dagen in de omgeving van Trabzon zijn. De onzekerheid of er een veerboot is over het enorme stuwmeer Altınkaya (als dat niet zo is, moeten we zo'n 75 km omfietsen). Het is een lastig dilemma, maar we kiezen ervoor om door te fietsen langs zee. De weg wordt gelukkig smaller en landelijker. Een paar keer picknicken we en zwemmen we weer heerlijk in de zilte heldere zee. Van dit water ga je niet plakken !! Het schiet lekker op en na vijf uur wordt het wat koeler. Als we gaan uitkijken naar een kampeerplek wordt de omgeving net weer veel steiler. Zo steil, dat er geen geschikte plek te vinden is. Een paar keer proberen we het, maar we willen perse uit het zicht van de weg staan en dat lukt niet!! Tenslotte rijden we door en door, tot we (in het donker al) op een grote weg vlak aan zee komen. Het is ook weer een weg waar aan gewerkt wordt en wordt vierbaans. Jammer, zo verdwijnen alle leuke landelijke wegen. Het is inmiddels pikdonker en na negenen. Enorme vrachtwagens van een grote fabriek rijden af en aan. Uiteindelijk arriveren we tegen tien uur in het stadje Yakakent waar we een hotelletje vinden en heerlijk kunnen douchen !! Hierna koken we ons eten rond half elf op het balkon met de ruisende branding op 30 meter afstand.
Na 8 uur bijna bewusteloos geslapen te hebben, pakken we de tassen
weer eens in en fietsen we na het ontbijt weer verder. Het is nog
warmer dan anders. Het asfalt zuigt en plakt. De weg is erg slecht,
smal en honderden trucks daveren langs ons heen. Meestal moeten we
op de hobbelige gravelstrook naast de weg rijden om de elkaar
passeerde vrachtwagens de ruimte te geven. Griezelig is het, vooral
als het tegemoet komende verkeer elkaar inhaalt. Soms worden
gezandstraald en moeten we het stuur stevig vasthouden om niet de
straat opgezogen te worden. Twee keer zien we een truck over de weg
dweilen vanwege het zachte, opgestroopte asfalt als gevolg van de
hitte. Na een kilometer of twintig houden we het voor gezien en gaan
een landweggetje in wat volgens de kaart later weer op de hoofdweg
komt. Al na vijftig meter horen we niets meer van de grote weg. Een
verademing !! Ook wat betreft de omgeving, direct worden we weer
opgenomen in het boerenland met hardwerkende vrouwen en mannen op
tractoren, brommertjes en fietsjes. De wind is warm, we zitten zo'n
25 km van zee. Bij een kantoorgebouw van een landbouw coöperatie
worden we gewenkt. De ambtenaar biedt ons thee aan. In zijn mooie,
beetje verwaarloosde kantoor, neemt hij plaats achter zijn bureau
onder het eeuwige portret van Atatürk. We zitten tegenover hem en
krijgen van zijn secretaresse (of vrouw??) heerlijke koffie, een
bord vol heerlijke kersen, chocolade koekjes en sesam zoutjes. Een
moeizaam "gesprek" (omdat er geen woord over de grens wordt
gesproken) volgt met de bekende vragen en wedervragen. We zweten
peentjes in het hete kantoortje op de plastic stoelen, maar de man
geniet van de afwisseling in zijn, volgens mij, saaie bestaan.
Terug op de hoofdweg, komen we al gauw in de stad Bafra waar we een
internet café induiken om foto's uit te zoeken maar ook om de hitte
even te ontlopen. Er is airco.
Als we klaar zijn is het bijna zes uur en we besluiten in Bafra te
blijven. Morgen de laatste 50 km naar Samsun. Waarschijnlijk de
laatste fietsdag, want in Samsun nemen we de bus naar Trabzon. Het
plan was met de boot te gaan, maar die schijnt niet meer te varen.
Na een korte wandeling door het erg drukke Bafra, eten we heerlijk
in een eethuis. We betalen 12,50 Turkse lires, nog geen 6 euro voor
alles!!. Sla, baklava en thee krijgen we voor niets, vergezeld van
een lieve lach !!
Half zeven op. Eindelijk een hotel waar we vroeg kunnen ontbijten.
Gelukkig is de weg beter dan gister, breder en iets minder druk. Het
is zaterdag. Wel erg warm. Met een stevige wind in de rug vliegen we
naar Samson. Onderweg nog één keer zwemmen in de Zwarte Zee. Ondanks
dat we nog ergens een tosti eten, rijden we al om 13 uur, na vijftig
km fietsen, Samsun binnen.
Aan de rand van de (grote) stad zien we al een Metro kantoortje.
Metro: één van de grote busmaatschappijen die lange afstanden
rijden. B.v. van Samsun via Trabzon naar Erzurum en Van. Toch wel
een afstand van ruim 900 km!De eerstvolgende bus vertrekt om 14.30
kunnen ze ons met veel handen- en voetenwerk vertellen. Men spreekt
geen woord Engels, Duits of Frans, maar we moeten nog wel ruim 10 km
fietsen door de stad. We racen dus naar de bus terminal die vlak
buiten de stad ligt. Als we die bus halen, zijn we namelijk al om
half negen 's avonds in Samsun. Aangekomen bij het busstation blijkt
dat de bus van half drie vol is en moeten we wachten tot 17 uur. Nou
ja, dan hebben we alle tijd om de fietsen te prepareren (stuur plat,
trappers er af, zak over het stuur met de kabels) zodat ze zo min
mogelijk ruimte innemen en beschermd zijn.
De bus terminal is heel erg groot en heeft wat van een vliegveld met
winkeltjes, restaurants en meer dan 40 perrons voor de bussen. Het
is er brandschoon want een heel peloton schoonmakers loopt de hele
dag te poetsen. Zo blijft iedereen aan het werk !! Een kaartje naar
Samsun (380 km) kost slechts 12 euro inclusief fietsen. Het is 6 uur
rijden. De fietsen kunnen zelfs rechtop onderin de bagage ruimte en
we worden tijdens de reis met koffie, thee e.d.
Theo heeft weer enorm veel bekijks bij het sleutelen aan de fietsen.
Als ik klaar ben met kaartjes kopen (waar zelfs een paspoort nodig
is) staan er wel 30 mannen te kijken. Vaak leuk, zo veel aandacht,
maar ik word er soms ook wel eens kriebelig van. Theo geniet er
volop van. We zijn net klaar, als het enorm gaat regenen. Wat een
geluk, drie weken warm en droog en de fietsen nog geen half uur
ontmanteld en dan opeens regen. Klokslag 17 uur rijden we weg. De
TV's gaan onmiddellijk aan.
Leuk om nu eens vanuit de bus het landschap voorbij te zien gaan en
jammer dat het halverwege de rit donker wordt. Het regent eigenlijk
de hele weg.
Trabzon is het eindstation van onze reis. De voorlaatste stad voor
de Georgische grens.
Onderweg zijn we regelmatig gewaarschuwd voor Oost Turkije.
"Bepaalde mensen" zouden hier niet te vertrouwen zijn en we moeten
vooral goed uitkijken, drukt men ons op het hart. Hier echter
waarschuwde men ons echter voor bijvoorbeeld de mensen in Istanbul.
Les: men wantrouwt vaak onbekenden.
We worden o, zo vriendelijk, pal voor een straatje uit de bus
geholpen waar wel 10 hotelletjes op een rij zijn. Handen schudden
met maar liefst zes mannen (personeel in de bus) en zwaaiend nemen
we afscheid in het donker. Het is tegen half twaalf als we onze zeer
matige kamer betrekken van 2 x 3 meter. Het stinkt er naar kamfer en
uitlaatgassen want het raam grenst aan de snelweg. De fietsen mogen
wel keurig achter de driezitsbank in de lounge staan.
Het is flink afgekoeld. Na drie weken hitte, voelt het heerlijk fris
buiten. We vertrekken uit het nare hotel en rijden naar het centrum.
In onze reisgidsen stond Hotel Nur als goed en goedkoop aangeprezen.
Daar lopen we al gauw tegenaan. Aan de Engelssprekende jongeman die
naar buiten komt vragen we of het mogelijk is de fietsen daar te
stallen en dat kan. Hartelijke ontvangst. De kamer moet nog
schoongemaakt en ondertussen krijgen we koffie en maken een praatje
met de eigenaar die wat Duits spreekt. Ook hij heeft natuurlijk in
Duitsland "gearbeitet". In Bremen. Hij woont buiten de stad in een
dorp waar hij ook nog een hazelnotenplantage heeft.
We pakken onze bagage om omdat we een paar dagen met een auto gaan
reizen. Het is zondag, dus het is niet druk. Trabzon heeft een grote
haven met veel industrie en tegen de hellingen zien we veel hoogbouw
in de buitenwijken. De flats hebben vaak een kleurtje zodat het een
fleurig gezicht is. omdat we oostelijker komen, verandert de sfeer
in de steden toch iets. Men is aardig, maar toch iets gereserveerder
en niet zo nieuwsgierig meer. Een beetje argwaan lezen we in de
gezichten of is dat verbeelding?? De grens met Armenië, Iran en
Georgië is vlakbij.
Met een dolmuş busje rijden we naar het vliegveld net buiten de
stad, waar een Avis autoverhuurvestiging zou zijn. Bij navraag
worden we naar de ingang van de luchthaven verwezen. Daar laat de
beveiliging ons eerst door de bekende poortjes gaan met de bagage.
We snappen er niets van en proberen uit te leggen dat we niet met
het vliegtuig gaan maar alleen een auto willen huren!! Maar nee,
Theo piept door het poortje en wordt uitgebreid gefouilleerd. Elk
ritslipje van zijn afritsbroek piept. Er zijn er wel 8. Vijf, strak
in het uniform gestoken beveiligingmensen bemoeien zich ermee.
Niemand spreekt ook maar 'n woord Engels. Theo probeert met
broem-broem geluiden en stuur gebaren duidelijk te maken wat we
willen. Dan begrijpen ze het eindelijk en moeten we gewoon een trap
naar beneden waar kantoortjes van autoverhuurbedrijven zijn en je
gewoon van binnen naar buiten kan lopen en andersom. Onze tassen
zijn gescreend en er is niets ontdekt. Toch heb ik een flink mes bij
me om broodjes en fruit te snijden.....
We huren een Fiat Albea en rijden al gauw over de Turkse wegen. Men
rijdt dan wel niet zo strak in het gelid als bij ons, maar niet
hard, zeer voorkomend, goed anticiperend, totaal zonder agressie en
houdt afstand. Prettig om te rijden hier.
We rijden al direct de bergen in langs woest stromende riviertjes.
Het is grauw en sputtert zelfs wat. Na 25 km krijgen we de afslag
naar het Sumola klooster. Een smalle weg 20 km omhoog. Op de
plaatjes ziet het klooster er onwerkelijk sprookjesachtig uit. De
weg er naar toe is dat ook zeker ondanks de regen en de mist die
ervoor zorgt dat we totaal geen uitzicht hebben. De overblijfselen
van het gebouw vallen een beetje tegen. Het is er druk. Veel
gezinnen trekken erop uit op zondag. Met mooie slofjes van stof en
lange rokken en jassen lopen giechelende vrouwen op het glibberige
vol wortelstronken smalle steile pad. Er is veel gerestaureerd, maar
niet zo mooi naar onze smaak.
Via dezelfde weg terug naar de hoofdweg en omhoog gaat het. Een
mooie pas werd ons beloofd. maar we rijden in de wolken, het regent
en we zien dus weinig anders dan de meest dichtbijzijnde, wel
imposante rotsformaties langs de weg.
Naar beneden rijdend wordt het helderder en veranderd het landschap
in een glooiende steppe. De Anatolische hoogvlakte is prachtig in
allerlei kleuren groen en bruin met in de lagere delen populieren.
Het is zeer rustig op de weg dus we kunnen regelmatig stoppen om uit
de auto te stappen.
Aangekomen in Bayburt, de provincie hoofdstad, zoeken we onderdak.
De sfeer voelt hier ook strenger, ondanks dat men ons overal
vriendelijk ontvangt.
Een onverwacht prima hotel.
Maandag 15 juni. Zwaar bewolkt en regen. 17 graden. Bayburt – Erzurum. Auto 110 km.
Toch vreemd om een auto voor de deur
te hebben en zo weg te rijden. Er is hier in Bayburt een enorm oud
fort uit het jaar 1000. Tenminste, de overblijfselen ervan. Via
binnendoor straatjes rijden we erheen. Bayburt is een zeer
behoudende Islamitische stad. Zwaar gesluierde vrouwen of met burka.
Sommige dames hebben doeken om van grijsbruine stugge stof. Het
lijkt wel jute. Later leren we dat het handgeweven stof is van hele
dunne draden ruwe schapenwol.(zie foto).
Het fort was gigantisch groot en grotendeels gerestaureerd.
Schitterend uitzicht over de stad.
We rijden door het magnifieke
landschap door richting Erzurum. het is fris, zwaar bewolkt maar af
en toe breekt even het zonnetje door. Gelukkig is het nu helder als
we een alpineachtige pas rijden. Op diverse plaatsen ligt nog
sneeuw. De paar kleine gehuchten onderweg zijn extreem arm. een
geitenhoeder heeft zijn geiten verzameld en een vrouw melkt ze. In
een dorp onderweg kopen we brood en willen graag ook boter. De man
stuurt zijn zoon op pad om echte boter te halen en hij komt terug
met een flinke klont in een plastic zak. Waarschijnlijk is het van
geitenmelk want het heeft een sterke smaak. Wel 20 mannen zien we
werken aan een hoogspanningsmast. Hoog in de mast, die half af is,
zitten een paar mannen - ondanks het onweer en zonder zekering. Dat
moet de Arbo dienst zien in Nederland !!
Om drie uur arriveren we tijdens een
flink onweer in Erzurum. Na wat rondrijden, parkeren we de auto op
een herkenbare plek en laten ons met een taxi naar het hotel brengen
waar we zijn willen. Superdeluxe hotel met marmeren badkamer en
aparte zitkamer. Ook dito prijs: 45 euro incl. ontbijt.
De historisch belangrijkste gebouwen
bevinden zich hier in een straat. We gaan ze bekijken. Oude moskeeën
en Koran scholen. Bij de laatste worden we aangesproken door
een Duits sprekende man die ons wat verteld over de moskee. Hij
leidt ons naar de zijkant en laat een aanliggend huis zien. Een heel
oud huis van zijn buurman, een oude man die er alleen woont. We
mogen binnen komen en foto's maken. Wij vinden het natuurlijk bar
interessant. Daarna biedt hij ons thee aan in zijn winkel, wat een
tapijtwinkel blijkt te zijn. Dan voelen we de bui al hangen en ja
hoor, hij begint zijn tapijten aan te prijzen. Een bekende verkoop
truc waar wij nooit in zouden trappen.... maar het is hem toch
gelukt!! Alleen wij kopen niets en gaan zo snel mogelijk weer weg
met een smoes.
Eten doen we in een heel bijzondere gelegenheid. Een doolhofachtig
oud gebouw helemaal volgestouwd met oude spulletjes en tapijten
waarin veel hoekjes zijn gecreëerd om te eten. We moeten onze
schoenen uit doen en krijgen sloffen. Theo krijgt plastic bescherm
hoesjes voor zijn schoenen want zijn maat hebben ze niet... (zie
www.erzurumevleri.com)
Dinsdag 16 juni. Erzurum – Trabzon. Zon, later bewolkt, tussen 0
en 20 graden. 325 km per auto.
Woensdag 17 juni. Zon 25 graden. Deze dag hebben we voor het reisklaar maken van de
fietsen en de bagage. We kopen breed tape en vragen kartonnen dozen bij
de supermarkt. Ze verwijzen ons naar de container waar ze net wat dozen
in gedaan
Vijf uur gaat de wekker. De auto die onze fietsen naar het vliegveld
zou brengen is er niet. De man van het hotel belt met een vriend en
wij moeten “vijf minuten” wachten! Dat is niet leuk. Het is kwart
voor zes en hoewel het vliegveld vlak bij is, begin ik al wat
benauwd te worden. Gelukkig komt er toch al gauw iemand (de zoon van
de eigenaar van het hotel) met het busje van de buurman die een
supermarktje heeft. De fietsen worden gauw tussen allemaal kratjes
met waterflessen gezet en we worden netjes voor de hoofdingang van
het vliegveld afgezet. We vliegen in twee uur van Trabzon naar
Istanbul (afstand ruim 1695 km) waar we moeten overstappen. Omdat we
vijf uur de tijd hebben, gaan we met een taxi naar Pension Yesilkoy,
om te vragen hoe het met de oude meneer Frenkel gaat. Helaas gaat
het erg slecht met hem en kunnen we hem niet zien. Wel zijn zoon
Aziz waar we gezellig mee praten. Daarna gaan we een wandeling maken
langs de kust. Het is heerlijk weer en dis is beter dan vijf uur
lang op een vliegveld hangen. Op de terugweg naar het pension, komen
we nota bene langs een heel oude katholieke kerk. De enige in heel
Turkije die wij gezien hebben. We gaan even naar binnen en worden
aangesproken door een hoogbejaarde man. Hij verteld dat hij een
Franciscanermonnik is en al 95 jaar! Geboren in Italië en al in 1938
naar Turkije gekomen. Hij was erbij toen het vredesverdrag met
Rusland (na de tweede wereldoorlog) werd ondertekend in Istanbul. Er
stond destijds een houtenhuis op de plek waar nu een parkeerterrein
is. We bekijken de kerk, die sober maar mooi is. Ander detail is dat
er veel kerkgangers zijn volgens de monnik. Deze mensen zijn vanwege
hun geloof uit Oost Turkije gevlucht naar Istanbul. We nemen
afscheid in het pension en gaan weer naar het vliegveld. Op onze
tickets (instapkaarten), die we in Trabzon al kregen, staat dat wij
bij gate 223 moeten zijn, aan de uiterste westkant. Als we na de
paspoortcontrole aan boord willen gaan, blijkt dat het gatenummer is
veranderd en bijna zitten we in het vliegtuig van Hannover. We
moeten nu naar gate 209 en deze blijkt helemaal aan de Oostkant van
de luchthaven te liggen, dit ruim een kilometer lopen/rennen! Er
wordt al op ons gewacht. Dat was effe spannend……..!! De vlucht gaat
prima en in Düsseldorf komt netjes all bagage en de fietsen aan bij
hert afhaalpunt. We nemen de trein naar Meppen waar Tim ons komt
halen. Om ongeveer half tien zijn we weer thuis.
We kunnen wel stellen dat we een fantastische reis gehad hebben. Ondanks wat tegenslag als ziekte en extreem steile hellingen, hebben we ons doel gehaald, veel avonturen beleefd, heel veel mensen ontmoet en geleerd van de cultuur en vooral van de ongelofelijke gastvrijheid en vriendelijkheid van de mensen.
Wat feitjes op een rij: PASTAAls je hier om pasta vraagt, krijg je gebak! De "pastanesi" is een banketbakker. De taarten zijn prachtig gedecoreerd en er is baklava in veel soorten. IMAMIn Şile logeerden we tegenover de moskee, dus nog geen dertig meter ervandaan. Het was wel even schrikken toen 's nachts om vijf uur de Imaam ons goedemorgen brulde door mega versterkers. Zo vijf minuten lang roept hij tot AAAALAAAAH !!! Met zoveel decibellen dat een discotheek er jaloers op zou zijn... Dit wordt diverse keren per dag herhaald. De imam zingt
overal anders. De ene natuurlijk mooier dan de andere. We beginnen
het zelf ook mooi te vinden. Eerst horen we hem op steeds dezelfde
tijd, nu op verschillende tijden, vijf keer per dag. KOEIEN Koeien zie je hier niet alleen in de weilanden, maar langs de kant van de weg en ook regelmatig midden op de weg. Of zelfs op het strand langs de zee! TOETSENBORD Het Turkse toetsenbord heeft een paar lastige afwijkingen in vergelijking met de Nederlandse. Op de plek van de i zit de ı zonder punt. De i zit rechts van de l. Op de plaats van de . zit de ç en de punt zit onder de enter toets. Ook de komma zit verstopt en de trema's kan ik niet vinden. Het kan dus voorkomen dat er vreemde foutjes zitten in ons verslag. BUSHOKJESDe meeste bushokjes zijn hier heel eenvoudig. De Nederlandse zijn vaak van glad met verlichting, die regelmatig vernield worden. Hier zijn ze van beton of van golfplaten met een houten bankje dat niet in brand gestoken wordt of gesloopt. Sommige zijn vast al meer dan honderd jaar oud. ROOKVERBODOp 31 mei j.l. (wij waren hier al) is in Turkije het rookverbod in horecagelegenheden ingegaan. Men houdt zich er geloof ik goed aan en overal hangen affiches. BEDDEN De matrassen zijn hier keihard. Onze slaapmatjes voor in de tent zijn zachter. Ook kennen ze geen hoeslakens. Altijd gewone lakens en vaak ouderwetse wollen dekens. Slechts drie keer troffen we dekbedden aan. Het ontbijt bestaat uit: Turks brood (meestal erg lekker, maar wit), een schaaltje olijven, plakjes tomaat, kaas (geitenkaas en koeienkaas), plakjes komkommer, soms een plakje worst, kersenjam en aardbeienjam (altijd dezelfde, hele dunne jam die van je brood afdrupt), honing en thee. BIER Hoe verder oostwaarts hoe minder bier er verkrijgbaar is. In de restaurants al helemaal niet meer. Je moet bier halen in een winkeltje waar een bord "Efes" buiten hangt, het meest gangbare Turkse bier. KAMFERBALLENIn een hotel vonden we het erg muf ruiken, maar dat kwam door 4 kamferballetjes die in de afvoer van de wastafel lagen. Waarschijnlijk tegen riool luchtjes. PRIJZEN De kosten van levensonderhoud zijn hier erg laag. Minder dan de helft tot een derde van de kosten bij ons. Een brood kost 0,25 euro, koffie in een café 0,50 euro, thee 0,20 euro, blikje cola 0,50 euro, ontbijt 2,50 euro, diner 5 - 8 euro, hotel 25 - 40 euro. Hierbij moeten we zeggen dat dat niet zo is in Istanbul, maar op onze route langs de Zwarte zee. SLOFFEN Net zoals wij bij een Turkse familie sloffen kregen om aan te doen toen we daar op bezoek waren, staan er in alle hotelkamers twee paar sloffen klaar. Soms een soort plastic Zweedse muilen, maar meestal wegwerp exemplaren van viltachtig papier.
Overal zagen we een soort kraaien die ik in Nederland nog nooit heb
gezien. Wij noemen ze maar Turkse Kraaien.
ETEN
In een "lokantasi" (lokaal eethuisje) kom je binnen en de keuken is
dan direct bij de deur. Er staat een vitrine met schalen en bakken
met gerechten die die dag verkrijgbaar zijn. Je krijgt uitleg wat
het is en kan dan aanwijzen wat je wilt eten. Wij ontdekten dat
eigenlijk pas aan het einde van de vakantie. In het begin gingen we
netjes aan een tafeltje zitten om dan moeizaam het menu te
ontcijferen en vervolgens te horen dat er veel gerechten niet
verkrijgbaar waren die dag. Er zijn vaak stoofpotjes met lamsvlees
of rundvlees. Ook veel kebab van lam of kip. Verder rijst, bonen,
tomaten, wortelen, aubergine en courgette. Pide is een soort deeg
gerecht en lijkt een beetje op pizza. Als nagerecht is er vaak
baklava, rijstpudding, yoghurt. Alles zelfgemaakt. Men drinkt vooral
water maar ook cola, fanta en ayran (karnemelk). De karnemelk zit
meestal in plastic bekertjes maar wordt ook wel eens vers
geserveerd.
TAAL
Dankzij David en ons Turkse woordenboek kunnen we al aardig wat
woordjes Turks. Bijna niemand spreekt Engels of Duits en ons
Turks gehakkel wordt met vrolijk gelach toch echt begrepen !!
Zo heb ik de dokter uit kunnen leggen waar ik last van had en
worden we soms behoed voor eten wat we liever niet op ons bord
willen hebben. We kunnen begroeten, bedanken en afrekenen. Water
= Su Brood = ekmek Bedankt = teçekuler.
Moskee.
MARKT Natuurlijk is de markt altijd een geliefd foto object. Vele foto's hebben we gemaakt, hoewel het moeilijk blijft de dames met hoofddoekjes te fotograferen. Vooral bij de stalletjes langs de weg vinden we wel fotobereidwillige vrouwen. Ook veel venters op de weg met karretjes en manden. Simit broodjes zijn vaak lekker. In een cirkel gebakken broodjes met veel sesamzaadjes.
TRUCKS
Veel trucks in Turkije. Zeker de helft van de auto's zijn trucks of
busjes. De trucks vervoeren van alles en zijn meestal open bakjes,
pickup trucks.
Ze zien er soms kleurig uit met strepen en beschilderingen. Vaak
langzaam de helling omhoog met flinke zwarte rookwolken.
WATERBRON
Op veel plaatsen langs de weg staan muurtjes met een kraan of slang.
Soms met een opvangbak eronder. Er komt helder schoon water uit dat
je gewoon kan drinken. Het is meer betrouwbaar dan kraanwater. Het
kraanwater kan je wel gebruiken om te koken. Soms zijn de
waterplaatsen van marmeren platen met inscripties, soms gewoon een
klein slangetje uit de rots met een emmer eronder. Het is voor ons
heerlijk om af te koelen, hoofd en handen af te spoelen. We vullen
onze flessen ermee.
Het openbaar vervoer in Turkije is goed geregeld en spotgoedkoop. Er
zijn de dolmus busjes, kleine personenbusjes die kleine afstanden
afleggen. Grote hoeveelheden schoolbusjes (OKUL TASATI) die de
kinderen van het platteland van en naar school brengen. Dan zijn er
de grotere, luxe bussen die grotere
afstanden afleggen (tot 100 km ongeveer). Tenslotte zijn er mega
bussen. Dit zijn luxe tourbussen voor 50 mensen. Er kan veel bagage
onderin en er zijn
vier mannen aan boord. Twee chauffeurs, 1 man voor de papieren en
het regelen en 1 jongen voor de bediening. Hij brengt koffie, thee
of frisdrank. Deze bussen
leggen grote afstanden af door het hele land. De bus waar wij mee
reisden, ging van Samsun naar Van, een afstand van zo'n 900 km.
Tenslotte voor de planten en bloemen liefhebbers enkele foto's van
wat we zoal tegen kwamen op dat gebied.
|
|
|
Copyright
©
2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by
Marloes.