HomeVerhalenFoto'sRouteLinksContact

Cuba 2012

 

Dinsdag, 31 januari 2012
Gister de fietsen en de bagage klaargemaakt voor vervoer. Altijd hele klus waar we wel een uur of vier mee bezig zijn. Om half acht ’s morgens rijden we naar Schiphol. Tim brengt ons. Als we ingecheckt hebben en de fietsen met de bagage bij het speciale loket gebracht (wat overigens vlekkeloos verloopt) merkt Theo dat hij zijn telefoon in zijn jaszak heeft laten zitten. Die jassen hadden we nodig omdat het -10 graden is. Op Cuba is het ongeveer 28 graden, dus lieten we de jassen in de auto achter. Er zit niet anders op voor Tim om terug te komen naar SchipholJ We hebben een plek met extra beenruimte en dat zit prima!  Lekker in het zonnetje, de hele weg tot half twaalf ’s avonds. Omdat we met de zon mee vliegen. Behalve een stukje Zuid-Engeland, zien we alleen maar zee. Ruim 10.000 km zee……
Om middernacht landen we op Holguin, het is hier net zonsondergang, 18.00 uur. De douane wil onze boeken zien: geen Amerikaanse of afwijkende (tegen het regime) literatuur! De fietsdozen worden besnuffeld door drugshondjes en we worden al snel opgepikt door een jonge student die zonder aarzelen onze fietsen keurig op zijn imperiaal vast snoert. Het is inmiddels aardedonker en hij moet nog ruim een uur wachten omdat we geld moeten wisselen en dat gaat hier op zijn Cubaans: veel lachen maar rustig aan. We hobbelen in de Argentijnse Fiat, een rechthoekig tot op de draad versleten oud barrel, hortend en stotend naar Holguin, 15 km verder op. Het door ons opgegeven adres van de “Casa Particulare” was moeizaam te vinden, maar het rijden door de straatjes van Holguin is leuk. Veel mensen buiten, lopend of fietsend. Het is zwoel en de geur is voor mij een emotionele herkenning met Afrika. Het ruikt hier net zo! Op het adres aangekomen worden we allerhartelijkst ontvangen, maar men heeft geen kamer voor ons. Andere gasten hadden vertraging van de terugvlucht en bleven een dag langer. Gelukkig brengen ze ons breed lachend naar “familie”, die een keurige kamer hebben. Na een praatje in Spaans/Engels gaan we uiteindelijk tegen tienen slapen (vier uur Nederlandse tijd).

 

Woensdag, 1 februari 2012
Het vorstelijk ontbijt verrast ons, gezien de verhalen over soberheid en armoede. Zachte broodjes met kaas, verse papaja, ananassap en koffie, Roberto, onze gastheer, had onze fietsen voor de nacht in zijn garage gezet. Hij is ingenieur, maar zonder werk en heeft daarom twee kamers voor gasten. Hij brengt ons een plattegrond van Holguin en bewondert onze fietsen, die Theo inmiddels weer gebruiksklaar heeft gemaakt. Zoals gewoonlijk is men verbaasd over het grote formaat van vooral Theo’s fiets. Het is heerlijk weer, 27 graden met een lekker windje. Voor het eerst fietsen we op Cubaanse bodem. Zo heerlijk met de zon en de wind in het gezicht, palmbomen, vrolijke mensen, rijden we richting het centrum. We kijken onze ogen uit. Natuurlijk wisten we dat hier oldtimers rijden, maar zo veel?! De één nog mooier dan ander. Zeker de helft van de auto’s zijn ronkende, rokende megabakken, in het rood, knalblauw of lichtroze. We zien bussen en trucks uit de jaren 50/60, magere paardjes met koetsjes erachter die als openbaar vervoer dienen, veel lada’s, mensen op oude kleine fietsjes, zwarte mensen, blanke mensen en alles wat er tussen inzit. Een jonge vrouw die haar kindje de borst geeft, een lange rij mensen bij een bank, winkels zonder etalage, een boekwinkel (twee tafels met alleen heel erg oude boeken over Castro, Che en Cuba), een oude kerk en mooie pleinen met bankjes waar we niet op durven te gaan zitten, zo krakkemikkig zijn ze. We gaan een hele tijd op een muurtje zitten in de schaduw om dit Cubaanse leven te bekijken. We zijn opgetogen als kleine kinderen en roepen naar elkaar “kijk daar” en “moet je zien”. Als we daar zo zitten komt er een brommertje en horen we “Ola Theo en Marianne!”. Het zijn Daniel en zijn vrouw Marcia, van de Casa waar geen plaats meer was. Ze wijzen ons erop dat we de fietsen bij een “BIKI SECUR” moeten zetten. Dit is een huis waar je tegen een vergoeding van 10 cent (Peso’s) je fiets in bewaring kunt geven. Ook hier kennen ze fietsdieven. Ook gaan ze mee naar het wisselkantoor waar we convertable peso’s (het geld waar buitenlanders mee moeten betalen) geruid worden voor “gewone peso’s” Deze peso’s hebben ons af en toe nodig om kleine aankopen te doen langs de weg. De rij voor dit kantoor is niet erg lang, toch duurt het zeker een half uur eer wij aan de beurt zijn. Mensen die willen aansluiten vragen: “el ultimo?” -wie is de laatste in de rij?” en dat verloopt geduldig en vriendelijk. We trakteren Daniel en Marcia op een matige pizza en leren veel over de gebruiken en regels van Cuba. Na een bezoekje aan een winkel voor Cubanen, waar vooral veel gemanicuurd wordt, fietsen we weer naar “ons huis”. Beetje lezen, schrijven en foto’s bewerken. Dan de bagage klaarmaken voor vertrek morgenochtend. De vrouw van Roberto heeft heerlijk gekookt voor ons. Kip Guinee, rijst met bonen, gebakken banaan en een salade. Tot slot een lekker toetje en koffie. De avond brengen we door op het terras onder de zoemende ventilator. Daniel en Marcia komen nog op bezoek. Daniel heeft een map gemaakt met al de plaatsen waar we langskomen met visitekaartjes van logeeradressen. Super aardig en zo vrolijk..

 

Donderdag, 2 februari 2012.  59 km.             27 gr. Zon/bewolking.
Holguin-Guardalavaca
Zeven uur ontbijt, acht uur vertrek. Roberto fietst een eindje mee, ondanks dat hij tot diep in de nacht voetbal heeft zitten kijken. Het is heerlijk weer, de weg is makkelijk, gewoon “todo recto” steeds maar rechtdoor. Zoals gewoonlijk als we de stad uit fietsen, worden de huizen steeds armoediger en uiteindelijk houdt de bebouwing op. Het landschap is lichtglooiend, met kleine akkers, palmbomen en veel andere soorten bomen langs de weg. Mango, mimosa (of iets dat er op lijkt). Hier en daar een spitse berg die uit het niets oprijst. Op de weg zijn mensen die lopen, fietsers, brommertjes, oude motoren heel vaak met zijspan, paardenkarretjes, paardrijders (cowboys), oude auto´s en bussen, veewagens vol mensen en ook soms een ossenspan. Hier en daar  huisjes. Vierkante betonnen blokken, vaak vrolijk gekleurd, met een veranda en veel rommeltjes om het huis. Andere huisjes, klein zijn ze allemaal, zijn van steen of hout met een rieten dak. Rond drie uur zijn we op onze bestemming. Achter troosteloze betonnen flats staat een rijtje lage huisjes die met veel kunst en vliegwerk bij elkaar gehouden worden. Op straat, bij en bushalte, staat een oude tandenloze man die ons wenkt en onverstaanbaar begint te praten. We snappen hem eerst niet en willen hem al afwimpelen. Iemand anders bemoeit zich er ermee en zegt dat het de ‘Papie’ van Nidia is, de eigenaresse van de Casa die Daniël voor ons heeft gereserveerd.
Het is wel even wat anders dan de Casa in Holguin. Zeer armoedig en met uitzicht om een goor binnenplaatsje vol rotzooi en vieze kippetjes. We installeren ons en wandelen naar het strand, dat zo mooi moet zijn. Het was even zoeken, maar achter de enorme toeristenbunkers is een brede strook markt koopmannen en daarachter vinden we het strand, hoewel het ook hier goed zoeken is. Het staat vol met stoelen, barretjes en een enorme geluidsinstallatie waaruit aankondigingen gebulderd worden. Voor mij is de lol er gauw af. Theo gaat nog lekker zwemmen.

 

Vrijdag 3 febr. Guardalavaca – Mayatri   82 km.  29 gr. Zon/bewolking.
We vertrekken weer vroeg en rijden het troosteloze Guardalavaca uit. Direct al flink klimmen. De omgeving is prachtig. Echt tropisch. Veel palmen. Kokospalmen, bananenpalmen en vele soorten andere palmbomen. De bebouwing is dichter dan gister en we komen door kleine dorpjes waar mensen ons vriendelijk groeten. In een bushokje proberen we onze nieuwe brander uit. Vele ogen volgen onze handelingen. We zetten koffie. De mede weggebruikers zijn voor ons een leuk schouwspel. Allerlei mooie karretjes met paarden ervoor waar soms wel 8 mensen in gaan! De tergend langzaam lopende ossen die met een touw en palen met hun hoofd aan elkaar zijn verbonden. Veel mannen te paard.


Zaterdag 4 febr. Mayari – Moa – Baracoa (180 km. per auto)      28 gr.
Zon/bewolking
Na een moeilijke nacht blijven de antidiarree pillen binnen. Theo heeft gelukkig geen noemenswaardige klachten. Om vijf uur op, want Elin wil om zes uur weg. Onze fietsen worden in de kofferbak van zijn 28 jaar oude kanariegele Lada gepropt. Al onze tassen, Elim zelf, wij en zijn zoon er ook nog in. Zo rijden we naar Moa, 100 km verderop. Een lange saaie weg, op en neer. We worden gedropt zij een pompstation, het is half negen.
Hoe nu verder? Moa is een nare industriestad met slechts 1 slecht hotel en wel willen graag naar Baracoa, nog 80 km.  Ik ben niet in staat te fietsen. We staan even te aarzelen aan de kant van de weg of we kunnen gaan liften als we worden aangesproken door een jongeman die een beetje Engels kan met een kindje op zijn arm. We leggen uit wat we willen en hij neemt ons mee in een langsrijdend busje (fietsen gaan ‘hupla’ achterin) naar zijn ouders. Daar dropt hij zijn zoontje en onze fietsen en we gaan gedrieën per bus naar de binnenstad. Daar heeft hij in no-time een prachtige oude “whale” taxi (zie foto’s) uit 1956 die ons voor een luttel bedrag naar Baracoa wil brengen. Het is een tocht van 80 km. over een zeer, zeer slechte weg. We doen er ruim 2,5 uur over.
Eerst langs de nikkelsmelterij “Che” en de nikkelmijn. Alle vegetatie ten westen van de smelterij (de wind komt hier altijd uit het Oosten) is dood. Een macaber landschap met boomstompjes. De mensen die hier werken, worden ziek door het gif. Digxan (onze chauffeur) is een leuke, aardige jongeman die veel praat. Ook zijn vader is ziek geworden na 4 jaar werken in deze fabriek. Tien uur per dag voor 20 dollar per maand ! Digxan heeft zelf geen werk, maar wil voor nog geen miljoen in de fabriek werken.
De hobbels en gaten in de weg zijn echt erg en we moeten ons goed vasthouden, met z’n drieën voorin. Digxan vertelt veel over wat we zien en leert ons de Spaanse woorden voor de dieren die we tegenkomen, de planten en rivieren. Hij plukt besjes voor ons die we moeten proeven. Ik mag zelfs even rijden !!  Dat is een aparte ervaring in een auto van hetzelfde bouwjaar als ik… Het gaat regenen. Er zijn geen ramen in de auto en ook bij onze voeten wordt alles nat.
Eindelijk arriveren we in Baracoa. Het ligt beschut aan een baai met woeste golven van de Atlantische Oceaan in een landschap van weelderig tropische plantengroei. Het is een vredig dorp met oude houten huizen in vele kleuren geverfd, enkele statige koloniale huizen en meer fietstaxi’s dan gewone auto’s. Het is nog niet verknoeid door het massa toerisme, maar toch zagen we al enkele colonnes lopen achter een gids aan. Deze toeristen willen in goede, dure hotels slapen en daarvoor zullen de folkloristische casa’s moeten wijken.
Een kleine casa, bovenaan een 50 smal trappetje, dat wordt gerund door Vivian. Het is nog maar twee uur, maar het voelt alsof we twee dagen gereden hebben. Ik ga direct slapen en slaap door tot de volgende ochtend acht uur, onderbroken door een kleine wandeling en een lief bedoeld soepje van Vivian. Voor Theo zijn er heerlijke garnalen met rijst.


Zondag 5 febr.   Baracoa      28 gr. Zon

Ontbijt op het dakterras met uitzicht op zee. Ik durf nu een paar stukjes witbrood aan, mijn maag is rustig.
We verkennen het dorp en komen over een marktje waar het een drukte van belang is. Lokale producten zoals uien, tomaten, allerlei soorten wortel en aardappelen, papaja’s e.d. worden verhandeld. We lopen langs de baai waar een oud scheepswrak ligt.
’s Middags naar het telecommunicatiekantoor waar we kunnen internetten. In tegenstelling tot veel berichten die zeggen dat het internet hier tergend traag zou zijn, zijn onze foto’s in een oogwenk verstuurd.
Nog een uurtje op een terras waar het ook gezellig druk is met grote families die bier en rum drinken en overal klinkt muziek. We krijgen bonensoep, langoest en rijst dat is bereid door Alphonso, die chef kok is in een hotel in Baracoa.


Maandag 6 februari.   Baracoa.    Zon 31 graden.

Een mooi staaltje Cubaanse efficiëntie:
Morgen willen we naar een ‘Campismo’ (dit is een soort bungalowpark maar dan zeer primitief) omdat er op de plek waar we naartoe willen fietsen geen ander onderkomen is. Om daar te mogen overnachten moet er een reservering gedaan worden. We hebben geen telefoonnummer dus als we toch aan het internetten zijn, zoeken we het op. Weer ‘thuis’ vragen we aan Vivian of ze dat nummer voor ons wil bellen. Ze krijgt te horen dat we de reservering moeten doen bij het kantoor van “Cubatur”, een reisbureau. Ok, wij weer naar het centrum lopen. Het is 12.45 uur en Cubatur is dicht van 12-14 uur. Dus brengen we 5 kwartier door met wat fietsen, rondkijken en wat drinken. Dan is het kantoor open, maar er zijn al wachtenden voor ons. Na een kwartier nemen we plaats op de twee stoelen voor het bureau en vragen of meneer de reservering wil doen. Sorry, zegt hij, maar jullie moeten daarvoor naar “Havanatur”, een ander reisbureau, vlak achter de kathedraal. Pff, ok. Wij daarheen. De man in het 3x3 kantoortje zit te mopperen achter zijn pc en roept naar ons dat we kunnen gaan zitten en moeten wachten, want hij is ‘very important’ dingen aan het regelen. Na een tijd wachten, vragen we of meneer misschien zo vriendelijk wil zijn om voor ons de reservering voor het Campismo wil regelen. ‘Not possible’ zegt hij. De connectie met het internet is verbroken. Maar kan dat niet telefonisch? vragen wij. Nee, telefoneren kan ook niet. Even later belt hij wel met iemand over zijn computer storing. “Manjana” roept hij. Kom dan maar terug. “Maar wij willen om zes uur vertrekken, en het kantoor is pas om acht uur open”. “Nou ja, kom straks dan maar terug, om vijf uur, ik ben hier tot half zes”.
Aldus gebeurt. Wij gaan naar het strand in de hoop te kunnen zwemmen want het is erg heet. Eenmaal op het strand aangekomen, blijken de golven zo hoog en de stroming zo sterk, dat zwemmen te gevaarlijk is. We zitten een uurtje aan het strand en maken een praatje met een paar mannen die aan het gymmen zijn. We kopen een paar repen heerlijke kokoschocola.
Terug fietsen naar het dorp en naar “Havanatur”. Een andere man, die ook een bureau heeft in het kleine kantoortje zegt dat hij alleen over autoverhuur gaat en dat de man van Havanatur al weg is…..
Dan maar geen reservering. We zien wel hoe het afloopt morgen.


Dinsdag 7 febr.    Baracoa – Cajababo   54 km.     Bewolking, 26 graden.
Omdat we vandaag een bergpas moeten rijden, willen we vroeg op. Vijf uur gaat de wekker. Om zes uur wordt het licht en dan vertrekken we. Helaas speelt juist nu mijn maag weer op en ik voel me een beetje als een vaatdoek. We worden uitgezwaaid door Alphonso (de man van Vivian) en hij heeft voor ons broodjes met kaas en tomaat gemaakt. Wat een lieve mensen toch!!
Het is heerlijk om zo vroeg te fietsen. Het stadje uit, naar het zuiden. De eerste 15 km. is de weg nog tamelijk vlak en voert door tropische begroeiing. We wisten niet dat er zoveel soorten palmbomen bestaan!! Vooral veel bananen en kokosnoten hier. Later rijden we langs koffie plantages. De grote rode vruchten hangen volop aan de struiken. De straten staan vol mensen die wachten op vervoer om naar hun werk te gaan en veel groeten en zwaaien. Eén jongeman laat ons een koffievrucht van binnen zien en laat ons proeven van het zachte witte, slijmerige omhulsel van de bonen. Het smaakt een beetje als appel, zachtzuur. Plotseling gaat de weg stijl omhoog. Zelfs het lopen is zwaar. We moeten naar ongeveer 600 meter hoogte. De weg is prachtig en gelukkig heel rustig. Enkele trucks en bussen komen langs, vaak gepaard met de gewoonlijke zwarte, stinkende walmen uitlaatgassen. We zijn heel blij dat het vandaag niet zo heet is als gister. Veel bewolking en af en toe zon.
Langzaam vordert onze tocht naar boven. Soms even fietsen, maar meestal lopend. De weg die we nu gaan, heet La Farola en gaat dus van de Atlantische Oceaan naar de Caribische Zee, van de noordkant naar de zuidkant van het eiland en is aangelegd in eind jaren zestig, na de revolutie. Het zijn grote betonnen platen die tegen de berg aan ‘geplakt’ zijn, rustend op enorme betonnen balken. Langs de hele weg is een wit gekalkt betonnen hek waar we af en toe dankbaar gebruik van maken door op de gaan zitten om uit te rusten. De top nadert, maar de laatste loodjes wegen zwaar. Eindelijk, na 40 kilometer, is daar het verlossende “Alto de Cotilla”. De vijf jonge Australische fietsers die ons onderweg hadden ingehaald, zitten er nog en begroeten ons met ‘respect man!’. Wij trots natuurlijk, want we zijn toch maar ruim 30 jaar ouder…
Net als we willen beginnen aan de afdaling, begint het te regenen. Dat is nu jammer. Weinig zicht en gevaarlijk glad. Na een tijdje wordt het gelukkig droog. Het afdalen door deze jungle is een geweldige ervaring. Al die enorme bomen en planten. Planten die bij ons in de vensterbank staan. Volop vogel geluiden. We zien wel een paar vogels maar niet veel. Ze zijn schuw. Twee kolibries gespot op de bananenboom bloem.
Van het ene moment op het andere verandert de vegetatie van vochtig tropisch naar een droog landschap met cactussen. Enorme van meters hoog tot hele kleine. Alleen in de dalen, waar een rivier door stroomt, is weer de overvloedige plantengroei. Na 54 km. bereiken we de Caribische zee. Het plan was nog 25 km. door te fietsen, maar het is half vijf en we zijn moe. Er staat een bord “Campismo”. Proberen maar. De aardige beheerder laat ons voor 12 CUC in een huisje slapen. Het is vies, er is geen water (ook niet om het toilet door te spoelen), maar er staat een bed en we voelen ons veilig. Gelukkig hebben we een klamboe meegenomen, want het stikt hier van de muggen.

 

Woensdag 8 februari. Cajababo – Guantanamo   104 km.   34 graden, zon.
Half zeven vertrekken we. Het wordt een warme dag. De zon staat al gauw hoog en we rijden langs de kust naar het westen. We willen Guantanamo bereiken en dat is 100 km. De wind komt hier altijd uit het oosten, dus we hebben eindelijk de wind in de rug. Jammer alleen dat er vandaag zo goed als geen wind is . Fijn fietsen we door de dorpjes en langs de zee. Bij een riviertje met prachtig helder water, willen we even gaan zitten. Theo glijdt uit op de helling naar beneden en smakt op het zand. Behalve grote schrik en wat schaafwondjes, komt hij er goed vanaf. Als we ergens anders op een boomstam zitten te rusten, komt de groep Australische jongeren weer voorbij. Ze fietsen op krakkemikkige Mexicaanse fietsjes die veel te klein zijn voor hun lange lijven en hebben hun spullen in plastic tonnen aan de bagage drager hangen.
De dag vordert. We zien veel bloeiende agave’s. Het is verschrikkelijk heet. We hebben er last van. De zon kookt ons hoofd en onze armen. Ik doe een overhemd aan van Theo, dat is lekker. Onderweg willen we gaan zwemmen in zee, maar er zijn rotsen en we vinden het te gevaarlijk. Verderop gaan we een half uur onder een boom liggen wat ertoe leidt dat er af en toe mensen stoppen die vragen of alles wel goed is. Dit soort picknicken kennen ze hier niet en men denkt dat we ziek zijn. Als een man hoort dat alles goed is, zegt hij: “Don’t worry, you are is a safe country!”. En zo voelen we dat ook.
De laatste 40 km. gaat landinwaarts. Weer moeten er flinke heuvels worden beklommen. Dat valt niet mee. Ons boek “Cycling Cuba” meldt dat deze heuvels ‘aanzienlijk’ zijn, en dat zijn ze ook. Het valt ons op dat er heel veel politie rondrijdt hier. In auto’s, op motoren en staand langs de weg. Enorm veel kazernes. We beseffen later dat het is omdat we vlakbij Guantanamo Bay zijn, het beruchte Amerikaanse strafkamp. Het is een naar gevoel, maar de stad Guantanamo staat er buiten, is een gewone stad en heeft er niets mee van doen.
Na een grote omweg, vanwege dat kamp, arriveren wij vlak na zonsondergang, net in het schemerdonker, na 103 km. zwetend en kreunend, maar zeer voldaan in de stad. We vinden tamelijk vlug, het is inmiddels aardedonker, na wat vragen een prima casa (bed&breakfast) in een prachtig, groot koloniaal huis met pilaren en veranda. Toevallig krijgen de Australiërs hier ook een plekje.


Klik hier om de foto's te bekijken.

Donderdag 9 februari.   Guantanamo.       28 graden, zon.
Vandaag rustdag. Ontbijt krijgen we in de patio. Het zit daar fijn. Het ontbijt hier: een soort smakeloos stokbrood(dat overal hetzelfde is), twee gebakken eieren, koffie met warme melk (de koffie maken ze hier standaard met heel veel suiker, brrr.) en een plastic flesje honing in de vorm van een beertje.
Een paar uurtjes verhalen schrijven, internetten en praten met onze Canadese buurman. Hij is voorzitter van een Canadese groep mensen die zich inzetten voor Cuba. Ze staan achter de revolutie van Castro en verdedigen zijn ideeën en politiek. Met name de V.S. , maar ook Europa maken zich schuldig aan valse beschuldigingen en antipropaganda. De verhalen die rondgaan over Cuba zijn lang niet altijd waar.
Voor de liefhebbers een stukje historie:
Sinds het einde van de Koude Oorlog en de dooi tussen oost en west zijn alle experts het erover eens dat het Cubaanse regime geen bedreiging vormt voor de veiligheid van Amerika. Waarvoor dient deze basis dan – behalve dan als omstreden gevangenis voor Al Quaidastrijders? Om het Panamakanaal en het Caribische gebied te bewaken? Ja, in theorie is dat zo, maar velen zijn van mening dat de basis geen enkel nut heeft, terwijl ze de Verenigde Staten een fortuin kost aan onderhoud, installaties, materieel en mensen. Onderliggende reden is natuurlijk dat de Amerikanen nog steeds hun verlies niet kunnen dragen dat ze in 1959 uit Cuba zijn verdreven en het grondgebied dat ze al jaren aan het uitbuiten en leegzuigen waren, niet meer tot hun eigendom konden rekenen. Ze vergaten evenwel dat ze zelf het land ooit bezet hadden.
Na 400 jaar Spaanse overheersing, kreeg Cuba recht op zelfbestuur in 1902. De Amerikaanse strijdkrachten zorgden voor rust en orde op het eiland. Ze ontwapenden de Cubaanse vrijheidsstrijders en plaveiden de weg voor investeerders uit de VS. De Cubanen werden behandeld als inferieur volk: het ging de Amerikaanse regering erom dat voor de kust van Florida geen ‘zwarte’ republiek zou ontstaan, het was echt niet om de Cubanen te helpen. Zoals altijd is het uit eigen belang en bovendien zouden ze niet meer weg gaan. In de grondwet moest worden opgenomen dat de Amerikaanse regering altijd het recht had om in te grijpen, met buitenland beleid moest het aan de leiband van Washington lopen, Cuba mocht geen diplomatieke en handelsbanden aanknopen die de Amerikanen niet zinden en bovendien moest Cuba grond afstaan voor een legerbasis. Dat werd dus Guantánamo. De basis werd geleased voor 99 jaar. (De symbolische (zeer lage) huur die Castro per cheque ontvangt voor het gebruik van de baai, wordt nooit verzilverd door hem. Dat is uiteraard een principiële kwestie.) Twee keer heeft Amerika ingegrepen toen het in hun ogen de verkeerde kant op ging en hebben ze het land resp. 3 en 8 jaar bezet gehouden, vanwege het opkomende oppositie ‘gevaar’.  Het machtsmisbruik, de corruptie, de zelfverrijking en de terreur van de meeste regeringsleiders in Cuba van die tijd, werd getolereerd door de VS. De gruwelijkste periode was onder leiding van Batista. Amerikaanse multinationals als de United Fruitcompany verkregen de beste grond voor gigantische plantages. Al het tropische woud werd gekapt, de Amerikaanse multimiljonairs lieten paleizen bouwen in Varadero en de maffia deed goede zaken. Havana was de speeltuin van VS gangsters en gokbazen. Ze bouwden hotels, bordelen, casino’s en bordelen zodat Amerikaanse toeristen zich konden vermaken. Tegelijkertijd was 30% van de Cubanen werkloos, velen konden niet naar school en talrijke mensen stierven de hongerdood. Deze schijndemocratie onder Batista liet de opstand groeien en het bloedige optreden van de geheime politie, liet de oppositie geen andere weg dan de gewapende opstand.
Een jonge jurist, Fidel Castro, nam het voortouw in de strijd. Hij klaagde Batista aan voor misbruik van zijn positie en overtreding van de grondwet. Op 26 juli 1953 (deze datum zien we hier overal langs de weg) leidde hij het begin in van de Cubaanse revolutie en met een groep van 150 medestanders viel hij de Moncada-kazerne in Santiago aan. Ze verloren de strijd en Castro werd gevangen gezet. Fidel kreeg 15 jaar straf, maar kwam na twee jaar vrij door algemene amnestie. Castro vertrok naar Mexico om een nieuwe opstand voor te bereiden en ontmoette daar de jonge Argentijnse dokter Ernest “Che” Guevara, welke in Guatemala betrokken was bij een staatsgreep. Eind 1956 voeren 80 revolutionairen op een boot ‘de Granma’ naar Cuba. Opnieuw werd de operatie een fiasco. Tijdens de gevechten vonden 60 van de 80 rebellen de dood. Een handvol kon zich hergroeperen in de bergen van de Sierra Maestra, waar opnieuw plannen werden gesmeed. Batista liet het bericht verspreiden dat hij Castro had gedood, maar drie maanden later liet Castro zich interviewen door een Britse journalist en Batista werd voor de ogen van de wereld voor schut gezet omdat Castro nog leefde. En hoe! Een kleine twee jaar na verwoede strijd, werd op 1 januari 1959 de overwinning van Castro en Ché een feit en werden ze als bevrijders binnengehaald in Santiago. Batista pakte zijn biezen. De uitzinnige volksmassa vierde de overwinning als een nationale bevrijding en dat doet het tot op de dag van vandaag nog steeds.
De rest van het verhaal: Castro maakte kennis met regeringsleiders. Ook in Washington, waar hij niet om geld vroeg, maar om samen te werken op basis van gelijkheid. Dat werd hem geweigerd, omdat de enorme stukken Cubaans land van de Amerikaanse eigenaren werd onteigend. Iedereen mocht een zelfde stuk grond bezitten, alles werd op basis van gelijkheid verdeeld. De Cubaanse elite en rijke buitenlanders namen de wijk naar de VS.
Deze omwenteling van Cuba voltrok zich in een wereld waar de twee supermachten als vijanden tegenover elkaar stonden en Cuba werd meegetrokken in de koude oorlog. Amerika veroordeelde de onteigening (die ze zich notabene zelf toegeëigend hadden!!) , nam geen suiker meer af van Cuba en verbrak de diplomatieke betrekkingen. In het geheim waren er plannen van vroegere grootgrondbezitters, militairen van Batista en priesters (!), voor een invasie in Cuba (in de Varkensbaai).  Ze kregen luchtsteun van Amerika. De rebellen werden tegengehouden door het leger van Castro. Deze invasie vormde de basis tot een conflict tussen de VS en de Sovjet-Unie die de wereld op de rand van een kernoorlog bracht. Omdat Castro bang was voor een nieuwe invasie stond hij toe dat er Sovjet kernraketten op Cuba werden geplaatst. Kennedy ontdekte deze transporten en wierp een zeeblokkade op rond Cuba. Hij dreigde Chroesjtsjov met een kernoorlog als hij de raketten niet zou verwijderen.  U kunt zich vast de dagen herinneren dat iedereen de adem inhield tot de leiders een compromis sloten: de raketten werden verwijderd en Amerika zou Cuba nooit meer aanvallen. De totale verwijdering tussen Cuba en de VS was nu een feit en Amerika kondigde een totale handelsboycot af voor alle Staten.
In de komende vijftig jaar gebeurt er natuurlijk nog veel meer, maar het voert te ver om dat allemaal uit te gaan diepen in dit vakantie verslag!!

’s Middags lopen we door de stad. Er zijn nog vele koloniale woningen in prachtige kleuren, we fotograferen eindeloos de prachtige oude auto’s en kopen fruit op de markt.

 

Vrijdag 10 februari.   Guantanamo – Santiago de Cuba   88 km.   29 graden zon.
In de patio krijgen we om 6 uur al een ontbijtje. Naast deze casa is een broodbakkerij die met open ramen verbinding heeft met de patio. Vanaf 4 uur ’s morgens is er al luid gepraat van de mensen die daar werken en komt er een broodbak lucht vrij. Dat brood is echter niet lekker en de lucht is ook niet bepaald prettig.
Om 7 uur rijden we de stad uit. Het is nog heerlijk fris en het wordt een schitterende tocht vandaag. Voor het eerst rijden we over de snelweg. Een enorme vierbaansweg met prachtig bloeiende middenberm. Fietsers mogen er rijden, er is een grote vluchtstrook. Autoverkeer ontbreekt bijna geheel. Vaak zijn we de enige weggebruikers.
Het landschap varieert van droog en desolaat, maar met prachtig uitzicht op de bergketen Sierra Maestra tot paradijselijke oases waar riviertjes stromen, met bloeiende planten en bomen. De mensen zijn altijd maar blij en vrolijk, zwaaien, lachen en groeten. De bomvolle ‘veewagens’ met mensen, karren met twee ossen ervoor, lopende schoolkinderen in uniform, wachtende mensen langs de weg, hangende mannen onder bomen, veel krakkemikkige karren met een paardje ervoor. De weg is soms ‘en construction’, en daar dus steenslag en zand.
Het wordt warmer en het klimmen soms vermoeiend. In een stadje is een cafetaria waar de airco staat te loeien en we komen daar heerlijk bij met een pizza met kaas en een pak vruchtensap. De Spaanse cursus die we hebben gevolgd, heeft zijn nut bewezen. We kunnen best aardig uitleggen wat we willen en kleine praatjes maken.
De laatste 25 km. tot Santiago is prachtig, prachtig. Als we ergens onder een schitterende boom een tijdje zitten om te genieten van het uitzicht, komen er twee mannen op vakantiefietsen met bagage langs. Het zijn Frank en Bruno uit Duitsland. Ze fietsen min of meer dezelfde route. Het is even gezellig praten.
Santiago zucht onder de smog en is de heetste stad van Cuba. We zoeken onze weg via een kaartje in ons reisboek dwars door de stinkende, walmende uitlaatgassen. Gelukkig hebben we tamelijk snel onderdak gevonden en kunnen het zwarte stof van ons af douchen.

 

Zaterdag 11 februari.    Santiago de Cuba         32 graden, zon.
De casa van Nercy, waar we logeren heeft een dakterras waar we eten en kunnen zitten lezen of schrijven en kleren wassen. Het heeft een rieten dak en we kunnen over de stad heen naar de haven kijken. Santiago ligt aan een grote baai. Het is erg warm vandaag. Zelfs de mensen hier klagen dat het net zo warm is als in de zomer! We krijgen een heerlijk ontbijt met banaan, papaja, guave, eieren, tomaten, worst en een soort koekjes. Er is ook boter en honing, maar we weten eigenlijk niet wat we daarmee moeten doen, want er is geen brood. We denken dat Nercy het vergeten is, maar er zijn zo veel andere dingen, dat we er maar niet om vragen.
Onze kleren wassen we in de betonnen wasbak op het dak. De wind en de zon zullen ze binnen een uurtje wel droog hebben.
Wat meer zakelijke klussen vandaag: geld wisselen (we hebben contante euro’s bij ons en krijgen 1,25 CUC voor 1 Euro), buskaarten kopen voor morgen bij de beruchte Cubatur, maar nu gaat het probleemloos. We lopen een uur door de stad en we laten ons door een ‘bicitaxi’ (fietskoets) langs de haven naar de grote begraafplaats buiten de stad brengen. Het lijkt veel op de begraafplaats van Parijs, maar hier zijn de stenen en tombes allemaal wit. Bij het mausoleum van de helden van de revolutie, wordt elk half uur een ceremonie gehouden door soldaten. Het is een vreemde vertoning. Marsmuziek klinkt keihard door speakers, twee uniformen staan naast de ingang en drie uniformen komen pompeus aangemarcheerd met de benen hoog opgooiend. Behalve wij is er verder niemand.
Terug in de stad naar het “Museo de Ambiënte histórico Diego Velázquez”. Een koloniaal huis uit 1516 waar Diego Velázquez woonde er. Het huis heeft heel mooie, authentieke meubels en voorwerpen uit die tijd. Ook de muurversieringen zijn nog echt, maar het houten plafond is gerestaureerd. Zo mooi dat je niet ziet dat het eigenlijk nieuw is. Er is ook een goudsmelterij, waar ze het goud dat ze in de Andes gestolen hadden, om te smelten.
Naar “huis” wandelen en we krijgen bonensoep, gebakken garnalen (in een lekker sausje), rijst, sla (zoals overal met tomaat, sla en kool) en gefrituurde plakjes plantain (een soort stevige banaan). Het smaakt heerlijk en zitten nog lang na op het dakterras, uitkijkend over de stad met lichtjes.
Het blijft vreemd om hier in een rokje en hemdje te zitten terwijl het in Nederland  -15 graden is!


Zondag 12 februari. Santiago de Cuba – Trinidad.  31 graden, zon.  550 km per bus.
Zoals het hoort op zondag: rustig ontbijten op het heerlijke dakterras, wat lezen en schrijven. Vanavond moeten we ons om half zeven melden bij het busstation. Onze gastvrouw vindt het geen probleem om het eten al om vijf uur klaar te hebben. Na een uurtje internetten in de airco koelte van het Etecsa kantoor (telefoonbedrijf), willen we nog naar een vissersdorp verderop langs de kust. Het is moeizaam fietsen door de warmte. De stad is vies, de straten kapot, mijn ketting loopt van de fiets en als we na wat steile hellingen de zee nóg niet gezien hebben, gaan we terug. Ook een beetje gespannen vanwege de tijd. In een “deurstalletje” (plank bij de voordeur als kraampje), kopen we elk een stuk taart, zoals die hier overal op zondag aangeboden worden. Knalgeel gebak met witte suikerroom en roze slierten. Heel kitscherig. We eten het op een bankje in het park in de schaduw en het smaakt heerlijk !!
Tassen inpakken, één tas voor in de bus, fietsen opladen, eten (Nercy heeft weer heerlijk gekookt), afscheid nemen en op naar het busstation. Daar ontmoeten we twee Canadese dames op leeftijd die ook aan het fietsen zijn. We praten gezellig met ze gedurende het wachten op de bus en krijgen wat tips.
Trinidad is bijna 600 km. verder en we gaan er 11 uur over doen. Een grote, best comfortabele bus van Chinese makelij. We zien hier overigens ook af en toe een Nederlandse bus van Connexion (met aankondiging “BUITEN DIENST”) of Arriva (met 0900-9292 er nog op!) Twee prima chauffeurs en de airco op volle kracht, zodat iedereen truien en dekens nodig heeft om een beetje warm te blijven.
Het fijne om ’s nachts te reizen is dat je geen dag verliest. Nadeel is dat het stikdonker is en dat je slecht slaapt. Theo heeft best last van zijn lange benen, maar ik slaap toch een paar uurtjes opgevouwen in de stoel.


Maandag 13 februari.  Trinidad.   26 graden zon.   38 km (2 dagen)

Rond zonsopgang (06.30 uur) komen we aan in Trinidad. Het is koud !! Een heel verschil met Santiago. Zo vroeg is het nog maar 17 graden en voor ons is dat kippenvel…
Na een ontbijtje in een restaurant gaan we toch maar tegen acht uur naar onze gereserveerde casa, waar men helemaal niet raar opkijkt dat we al zo vroeg op de stoep staan. We worden hartelijk ontvangen en men vraagt zelfs of we nog willen ontbijten.
En oh, waar we nu belanden is wel heel speciaal! Een enorm koloniaal huis, dat erg goed bewaard is gebleven. Dikke houten vloeren boven, beneden de antieke Spaanse plavuizen met veel kleuren en krullen. Louvre deuren en luiken. Vier meter hoge kamers met kroonluchters, of nee, dat is nu jammer, het zijn TL buizen…. De meubels zijn van zwaar, zwart ebbenhout. Het huis is gebouwd rond 1750 en diende oorspronkelijk als de eerste apotheek van Trinidad. Rond 1920 was het huis lange tijd de ambassade van Spanje.  De bedden zijn van gietijzer en de matrassen lijken van bordkarton J. Een enorm dakterras voor ons alleen met uitzicht over de hele stad tot aan de zee!!
Na een tijdje rusten vanwege de gebroken nacht, fietsen we de 14 kilometer naar een schiereiland om aan het “Playa Ancon” te zwemmen en snorkelen! Voor mij is dat een overwinning omdat ik geen held ben in het zwemmen in natuurwater. Kinderachtig bang als ik ben voor vissen, planten en andere “donkere schimmen” in het water. Bij twee lieve oude mannen die onder de bomen zitten, huren we snorkels en stallen we de fietsen. Ook mogen we gebruik maken van een parasol van palmbladeren, die we echt nodig hebben tegen de felle zon. Daar zitten we dan op het “Bounty strand”… Super helder water met wuivend, bladvormig koraal en vissen in mooie kleuren.  Eerst vinden we het snorkelen benauwd, bang om water in te ademen, maar het went en het is prachtig om te doen.
’s Avonds eten we in een (door ons reisboek de Trotter geadviseerde)  “palandar” (dan eet je bij mensen thuis) genaanmd: “Estrela”. Werkelijk heerlijk eten we daar in de tuin, samen met zo’n 20 andere mensen. Theo lamsstoofpot en ik vis.  Helaas hebben we er geen rekening mee gehouden dat het hier na zonsondergang zo afkoelt. We zitten te bibberen, ondanks dat we nog naar een muziekgelegenheid gaan waar swingende salsa muziek gemaakt wordt.  Er zijn hoofdzakelijk blanke toeristen en de sfeer die er heerst, vind ik niet prettig. Hele groepen Europeanen en blonde, opgedofte vrouwen die een Cubaanse jongeman aan de haak slaan om te dansen “en zo”. Jammer. De muziek is prachtig, maar het toerisme verziekt de sfeer. En natuurlijk zijn we daar zelf ook debet aan, maar hypocriet genoeg denk je dat het altijd aan het gedrag van anderen ligt…


Dinsdag 14 februari.   Trinidad.    27 graden. Zon.

Helaas kunnen we in de koloniale paleis maar 1 nacht blijven en aangezien we nog een dag in deze mooie stad willen blijven, verhuizen we naar het huis van de dochter van dit echtpaar, één straatje verderop. Ook prima.
’s Morgens, na de verhuizing, slenteren we rond het Plaza Mayor, kopen souvenirs en zitten op een terras met een sapje en natuurlijk weer live swingende muziek (Youtube filmpje volgt). Het plein is erg mooi gelegen met gerestaureerde en fris geverfde koloniale panden met pilaren en kerken. Ook hier heeft het toerisme gezorgd voor het nodige theater: een oude rimpelige Cubaan met hoed, zittende op een oude kar met paard ervoor, prachtig afstekend tegen een azuurblauwe muur van een oud huis. Als ik stiekem en voorzichtig een foto maak, steekt hij zijn hand uit en vraagt om pesos. Tientallen schaars geklede meisjes klampen ons aan om sierraden te kopen of om te komen eten in het huis van hun opdrachtgever of familie. Alle muziekgroepen willen CD’s verkopen en/of geld in de pet. Straten vol kraampjes met geborduurde tafelkleden, lelijke gehaakte truitjes, petten met het hoofd van Ché of de Cubaanse vlag en lelijke houten beelden van mannenhoofd met sigaar, enz.enz.
Dit zagen we niet in het oosten van Cuba, maar daar zijn ook bijna geen buitenlanders.
Eten doen we ‘thuis’. We vragen om 1 liter kokend water waar we soep en een meegenomen gevriesdroogde maaltijd en Nederlandse Nescafé mee maken.


Woensdag 15 februari.    30 graden, zon.   Trinidad –  Cienfuegos     88 km. (Totaal 513)

Half zes gaat de wekker. De zon is net op als we vertrekken. Het wordt een gouden dag !! Heerlijk weer (of wennen we aan de warmte?) en niet al te zwaar (of wennen we aan de heuvels?). Het landschap is zooo verschrikkelijk mooi. We doen niets dan genieten. Erg glooiend met hogere bergen op de achtergrond. Droge steppeachtige vlaktes met cactussen, acacia’s en andere prachtige bomen. We zullen thuis opzoeken hoe ze heten. Hier en daar een veld suikerriet. Veel grazende koeien, paarden en geiten. Hekken van houten palen. Sommige van die palen hebben wortel geschoten en hebben bladeren en zelfs bloemen. Ook zijn er heggen van cactussen, die gesnoeid worden. De weg is heel rustig vandaag. Weinig auto’s, af en toe een paardenkar. Windje en brandende zon in de rug.
Het schiet lekker op. Rond elf uur hebben we er al meer dan 50 km op zitten. De mensen groeten ons bijna zonder uitzondering vrolijk en vriendelijk met ‘Heeela” en ‘Ola’! en daar worden wij weer blij van.
Onderweg komen we een man tegen die problemen heeft met zijn remmen. Theo heeft natuurlijk gereedschap bij zich en helpt de remmen te repareren. De man heet Fidel en biedt ons mee te gaan naar zijn huis voor een kop koffie. Dat nemen we maar aan, want zo zien we nog eens wat. Hij heeft eigenhandig een prachtig huis gebouwd, het is nog niet helemaal klaar. Fidel is er erg trots op, en terecht. Hij vertelt over het nieuwe hotel in zijn kleine dorp, wat veel werkgelegenheid geeft. Tevens is er een garnalenkwekerij.
Zoals altijd wegen de laatste loodjes het zwaarst. Twintig kilometer door hoge duinen. Flinke hellingen en een tijd zoeken in de stad Cienfuegos. De straten zijn aangelegd als een  dambord. Heel eenvoudig dus, maar de Cubaanse gewoonte om de straten te nummeren geeft wat verwarring. Tevens worden sommige wegen aangegeven als bijvoorbeeld: Calle 35 entre 20 en 21, nummero 19.
Maar goed. We arriveren om vijf uur bij “Villa Anna Maria”, een mooi oud, roze huis met een vriendelijke oude dame die ons welkom heet. Het is vergane glorie, maar authentiek en alles werkt nog. Deze wijk heet Punta Gorda en is een soort heel smal schiereiland in de baai van Cienfuegos. Als je de voordeur uitstapt, zie je de zee aan de overkant van de weg. De zon gaat er onder. Als je de leuke tuin doorloopt, kom je aan de achterkant van het huis, dat óók aan zee grenst en waar de zon op komt!!
Een jongeman staat in de keuken en we krijgen heerlijke kip in witte wijn, rijst en salade geserveerd op het terras.

 

Klik hier om de foto's te bekijken.

 

Donderdag 16 februari.   Cienfuegos  27 graden zon.
Het ontbijt wordt geserveerd op het terras aan de oostkant van het huis. Je kan er zo met een betonnen trapje de zee in lopen. Er staat een flink briesje maar de zon brandt al flink. Signora Ana Marie brengt ons fruit, koffie en een soort pannenkoek waar een klontje boter op smelt. Heel lekker. Ana Marie schat ik tussen de zeventig en tachtig jaar. Haar vader kwam uit Marseille en moeder uit Barcelona. Ze is in dit huis geboren en heeft haar hele leven hier gewoond. Ook aan het huis is de afgelopen honderd jaar weinig aan veranderd. Het is vergane glorie, maar dat heeft z’n charme. Je kijkt in de kamer omhoog tegen het houten dak wat zeker 7 meter hoog is. De tuin is vol bloemen en de witte poes heet Lucy.
We gaan met een bicitaxi naar het centrum om geld te wisselen en een buskaart te kopen om morgen naar Havana te gaan. Als we het kantoor gevonden hebben, worden we bestookt door mannen die ons een taxi aanbieden. Dat gebeurt eigenlijk overal waar we lopen, maar hier, bij het busstation staan er wel heel veel. Ook in onze reisgids stond vermeld dat de taxi’s soms goedkoper zijn dan de bus. Eén man doet een bod om ons naar Havana te brengen met de fietsen. Hij komt betrouwbaar over en we bekijken zijn auto. Met een beetje geluk kunnen de fietsen er, gedemonteerd, wel in. We spreken af dat hij morgen om 9 bij ons logeeradres komt.
We lopen een tijd door de stad. Het is een zeer levendige zonnige stad. Het centrale plein, Plaza José Marti, is bijzonder mooi met alle gerestaureerde huizen en paleizen. Het straalt nog de sfeer van vroeger uit. Ook dit plein is weer werelderfgoed van Unesco. Half Cuba is dat trouwens. Dankzij Fidel is er weinig gemoderniseerd en dat heeft zo zijn voordelen.
’s Middags zwemmen we in een zwembad van een nabij gelegen hotel.
Als we naar huis lopen, is de zon net onder gegaan en laat rode wolken achter boven de zee. Met de palmen op de voorgrond en de zwoele wind is dat natuurlijk weer een prachtige beleving.

 

Vrijdag 17 februari.     Cienfuegos – Havana      25 gr. Zon.   250 km/auto.
De taxi staat een half uur te vroeg op de stoep. We zijn nog aan het ontbijten. Theo heeft de fietsen al gedemonteerd en ze gaan keurig in de achterbak van de oude, maar best nette Deawoo. Pedro is chauffeur, maar geeft ook informatica aan de universiteit in Cienfuegos. Leraren verdienen echter weinig en met wat extra werk als taxichauffeur kan hij rondkomen. Hij rijdt rustig en goed. We laten hem een dropje proeven en hij spuugt het direct weer uit! Hij schrikt van de smaak, maar eet het toch op en wil nog wel meer dropjes. Het is 250 km naar Havana.  Met een muziekje en lekker naar buiten kijken, zijn we er zo. Onderweg veel kale vlaktes met koeien en eindeloze afrasteringen maar ook heuvels, tropische bosschages en kilometers suikerriet  De hekken rond de weilanden bestaan deels uit betonnen palen en deels uit stokken met prikkeldraad. Deze stokken zijn regelmatig uitgelopen en er ontstaan daardoor kleine bomen. Hier en daar zijn het al hele rijen volwassen bomen geworden. Een mooie manier van bomen kweken. We zien het door heel Cuba. Ook de grote zwarte roofvogels, het lijken een soort gieren, zweven overal in Cuba in grote getale door de lucht. Wat tegelijk met de grote armoede verdwenen is, zijn de huisjes met rieten daken.
Gelukkig is men hier gewend aan zeer langzaam verkeer op de weg. Ook op de “autopista”, zoals de 4 baans autoweg hier heet. Karren met paarden ervoor gaan meestal nog langzamer dan fietsers en alle automobilisten houden hier keurig rekening mee. We hebben dan ook zelden last van snijdend of hinderlijke inhalers. Ook zijn de Cubanen vriendelijke chauffeurs. Niet ongeduldig, geen schelden of ergernissen. Iedereen houdt rekening met elkaar.
Tegen één uur arriveren wij in de besproken Casa Particulare in het oudste deel van Havana. Het is een bovenwoning met een smalle marmeren trap. De kamer is gelukkig heel groot en we mogen de fietsen naar boven tillen en in de kamer zetten.
’s Middags gaan de Havana ontdekken.
Havana. Een stad met 2,5 miljoen inwoners. Zoals de meeste steden verdeeld in verschillende wijken. Het oude Havana (Havana Vieja), waar wij logeren, het nieuwere centrum, Verdada en Miramar, de miljonairswijk en nog wat wijken. We lopen een soort stadwandeling van onze reisgids door de oude stad. Zoals in elke stad van de wereld ook hier tegenstellingen. De volksbuurten zijn sterk verwaarloosd, stoffig en stinkend naar vuil en uitlaatgassen. Toch is het er wel prima lopen. De drukte van zo veel mensen die door elkaar lopen en van alles aan het doen zijn. Kinderen voetballen op een pleintje, mannen met een handkar vol uien, tomaten en knoflook, dikke vrouwen met krulspelden in het haar, oude man suft op een scheve stoel, drie mannen sleutelend aan een Buick uit 1952, motoren met zijspan laverend door de straatjes, mannen in bicitaxi’s die naar ons roepen: “taxi??”, uit veel huizen komen flarden muziek.
In de ‘betere’ buurten zijn veel oude koloniale woningen en voormalige casino’s gerestaureerd. Cuba wordt hiermee geholpen door Unesco. Men knapt enkele huizen op (en dat wordt prachtig gedaan!!) en daarin vestigt de overheid musea, restaurants en hotels. Met de opbrengst daarvan kunnen weer nieuwe huizen worden gerenoveerd. Zo is er al veel werk verricht, maar moet er nog veel, heel veel gedaan worden.
Na het eten in een redelijk eethuis, gaan we naar een cultureel centrum waar een Afro Cubaanse percussie/zang/dans groep optreed. De groep heet Obini Batá ,is beroemd. Het zijn 6 dames die swingen de pan uit en hebben een ongelofelijke energie. Veel mensen uit het publiek gaan meedoen. Het is een leuke avond en door de zwoele, donkere stad vol jongeren die overal rondhangen, lopen we naar de Casa.. Het voelt geen moment onveilig.

 

Zaterdag 18 februari.  Havana.       28 graden zon.
We pikken de draad weer op van de vorige dag. Nog geen 100 meter van onze logeeradres vinden we een prachtig mooi plein, La Plaza Vieja (het oude plein). Een rechthoekig plein met schitterende gebouwen en paleizen in pastelkleuren eromheen. Op foto’s voor de panden kan je de oude staat zien en de gerenoveerde staat. Op een gezellig terras van een echt koffiehuis, drinken we nota bene cappuccino. Eens wat anders dan de pikzwarte stroperige koffie met veel suiker die men hier drinkt.
Via de haven lopen we naar de Malecón, de beroemde boulevard van Havana. Kilometers lang gaat deze vierbaansweg langs de zee met een voetpad en muur. Wat de Ramblas is voor Barcelona, is de Malecón voor Havana. Wij vinden het wat tegenvallen. Het is behoorlijk vies, de huizen zijn letterlijk aan het afbrokkelen. Tegen de avond komen mensen in grote getale hiernaartoe. We lopen weer de stad in om het grote plein van de Revolución te zoeken. Het plein waar Castro zijn beroemde toespraken placht te houden. Waar we eerder overstelpt werden met taxi’s, vinden we er nu geen. We lopen alle 6 kilometers om een enorme asfaltvlakte te aanschouwen met een foeilelijk monument. Met een brommertaxi keren we terug naar de oude stad.   

 

Maandag 20 februari.   Las Terrazas – San Diégo de los Banos. 28 gr. Zon/wolken.  83 km.
Verder peddelen we weer over de prachtige, weelderig begroeide heuvels. Soms lopen omdat het voor ons te steil is om te fietsen. Het wegdek is hier er daar slecht en soms gewoon weggespoeld. Dan weer fietsen we door rietsuiker velden en stroken rode aarde.
Het is al behoorlijk laat als we worden aangesproken door een vrolijke man op een oude fiets. Zijn ‘bagagedrager’ is een houten plank, zoals we wel vaker zien hier. Hij vraagt of we meekomen naar zijn huis. Daar aangekomen, wil hij graag dat we foto’s maken en laat hij zijn huis, zijn vrouw en zijn tuin zien waar hij erg trots op is. Veel bananen en mango bomen. Theo krijgt een sigaar en ik 6 heerlijke bananen uit eigen tuin. Gelukkig hebben we nog een “cadeau tasje” voor deze aardige mensen. We hebben een stuk of 12 tasjes met kleine cadeautjes meegenomen uit Nederland met dingen waar hier gebrek aan is. (zeep, bandenplakspullen, shampoo, kleurpotloden, asperines en wat knutselspullen voor kinderen).
Als we aankomen in San Diëgo de los Banos, worden we zoals gewoonlijk door veel mensen aangesproken of we onderdak zoeken. Iedereen wil graag dat je in hun huis komt logeren. Het levert natuurlijk wat Pesos op… Over het algemeen betalen we 25 Cubaanse Dollars (evenveel waard als de US dollar) voor een kamer, 3 dollar voor ontbijt en 7 á 8 dollar voor een complete maaltijd. De kamers zijn meestal erg netjes met een eigen badkamertje. Soms is het erg eenvoudig en soms heel compleet met airco, koelkast en zelfs één keer een tv!!
In deze casa komt een jongeman ons vragen of we het huis van zijn vader willen bezoeken. Zijn vader is sigarenmaker en we kunnen hem aan het werk zien. Een vrolijke, donkere man met hoed en bril, laat ons zien hoe hij een hele goede sigaar maakt. Heel zorgvuldig uitgezochte tabaksbladeren die gedurende 2 jaar een heel proces van 135 handelingen moeten ondergaan worden hiervoor gebruikt. Het blad is erg kostbaar en wordt in deze provincie verbouwd. Na afloop van de demonstratie moet Theo natuurlijk de sigaar opsteken. Zo komt het dat Theo, die niet rookt, vandaag twee sigaren rookt!!
Toch wel erg moe van deze afgelopen dagen, slapen we al om half negen….

 

Dinsdag 21 februari. San Diego de los Banos – Vinales.   32 graden, zon.   65 km. (totaal 746 km)
Als we vertrekken is het nog heerlijk koel. Het is de fijnste tijd van de dag met de zon nog in de rug die alles in zacht strijklicht zet. Er zijn al heel veel mensen op de weg. Meestal lopende of wachtend op vervoer. Kleine fietsen waarvan de banden soms met doeken omwikkeld zijn om ze te beschermen. Plakmateriaal is hier nauwelijks verkrijgbaar. Onderdelen om te repareren ook niet of niet betaalbaar. De meeste mensen verdienen minder dan 25 dollar per maand.
De wegen zijn erg slecht vandaag en we klimmen veel. Zelfs het afdalen is een klus vanwege de enorme gaten in de weg en het gruis. Verder is het heerlijk om door deze wereld te gaan. Over de onbewoonde bergen met de bossen en door de bewoonde wereld met de houten huisjes. We zien kleine veldjes tabaksplanten met Casa’s de tabaco, een hoog eigenaardig rieten huis waarvan het dak de grond raakt en waarin de tabaksbladeren gedroogd worden. Eerst worden ze in bosjes op lage rekken buiten gehangen. Dan zijn er nog de ossenploegen, de paardenkarren en de macheteros , mannen met rieten hoeden en grote kapmessen die het suikerriet kappen. In dit onaangeroerde, tijdloze landschap verrijzen indrukwekkende steenmassa’s: de mogote’s. In het Jura tijdperk is het kalksteen weggespoeld en bleven wanden van harde steen staan. Het doet surrealistisch aan, die enorme bulten in het landschap.
Onderweg nemen we een zijweg om de Cueva de los Portales te bezoeken. Het is een gigantische grote binnen een mogote, verstopt tussen het groen. Onder de boogvormige ingang loopt een rivier. Binnen een enorm hoog gewelf in de vorm van een accolade met grote stalactieten. Tijdens de rakettencrisis in 1962 moest Che Guevara zich schuilhouden omdat de VS dreigde Cuba aan te vallen omdat Rusland hier kernraketten plaatste. De hele wereld hield de adem in omdat een derde Wereldoorlog dreigde. Che heeft ruim een maand in deze grot gezeten met 200 mannen. Het is interessant om te zien. De sobere tafels en veldbedden staan er nog. De gids spreekt redelijk Engels en is ook zeer geïnteresseerd in ons land en vraagt meer aan ons dan wij aan hem…..
Ook hier zien we weer vele caballero’s , stoere mannen te paard die de koeien verplaatsen. Aan een stalletje langs de weg eten we verse ananas en drinken ananassap. De man die er verkoopt laat zien dat hij ooit van toeristen een ananasboor heeft gekregen, maar deze is kapot gegaan. Wij beloven hem een nieuwe te sturen en krijgen zijn adres. We kopen ook  bananen en als we willen afrekenen, wil hij er niets voor hebben. We overtuigen hem dat we gewoon willen betalen en als we op de fiets stappen, komt hij ons gauw nog een ananas brengen.
Het waren vandaag maar 65 kilometers, maar we hebben ze moeten bevechten. Ik heb flink last van zadelpijn, het was erg heet met vanaf het middaguur de zon in het gezicht, het wegdek slecht en de heuvels hoog. Toch hebben we enorm genoten van onze laatste fietsdag op Cuba. Vlak voordat we aankomen in Viñales, zie ik nog een man fietsen met een enorm varken op zijn bagagedrager geknoopt. Als ik hem voorbij ga, vraagt hij of we een habitación (kamer) willen. Ik ga er niet op in, bang dat we die avond een stuk van dat varken op ons bord krijgen…
Viñales is een bekend toeristische trekpleister en daarom zijn de Casa’s Particulare veel bezet. Als we aankloppen bij het eerste huis dat we in de gids zochten, is deze ook vol, maar bellen ze met familie of vrienden en binnen 2 minuten komt er een vrolijke jongeman op de fiets die ons naar het huis van zijn moeder brengt waar we een keurige kamer kunnen huren. Zo lukt het altijd en overal om in no time onderdak te vinden.

 

Klik hier om de foto's te bekijken.

 

Copyright © 2007-2012 Marianneopreis.nl. All Rights Reserved. Designed by Marloes.